[ad_1]

TenneT heeft vorig jaar een recordbedrag van €4 miljard geïnvesteerd in de uitbreiding en het onderhoud van het net en zette daarmee stevig in op de energietransitie. Europese samenwerking en afstemming is nu belangrijker dan ooit. Dat laat de niet te rechtvaardigen aanval op Oekraïne eens en te meer zien. Dit conflict is ongetwijfeld een belangrijke extra drijfveer om sneller een duurzaam energiesysteem te realiseren. Om de huidige klimaatdoelstellingen te halen, zijn fundamentele veranderingen nodig in de planning, werking en configuratie van het hele elektriciteitssysteem. TenneT zet ook in op het slim gebruik van het net. Vooruitblikkend betekent de sterke toename van de productie van duurzame elektriciteit en de elektrificatie van onze samenleving dat TenneT haar output vanaf 2025 zal verhogen naar een jaarlijks investeringsniveau van minimaal €6 miljard. Omdat een veilig en betrouwbaar hoogspanningsnet een van de doorslaggevende factoren is voor de energietransitie, ontwikkelt en bouwt TenneT een net dat in 2045 klaar is voor een fossielvrij energiesysteem: het Target Grid.

In 2021 wist TenneT een zeer hoge netbeschikbaarheid van 99,99999% te handhaven. Tegelijkertijd is TenneT zich volledig bewust van de congestieproblemen op het Nederlandse net en de beperkingen voor nieuwe klanten die momenteel aansluiting zoeken op het elektriciteitsnet. Samen met haar stakeholders werkt TenneT hier hard aan. TenneT levert nu al cruciale projecten om de energietransitie in Europa te stimuleren, zoals de in 2021 gerealiseerde NordLink-kabel die Duitsland en Noorwegen met elkaar verbindt via een 623 kilometer lange onderzeese kabel. Wanneer de elektriciteitsprijzen in Duitsland hoog zijn, als gevolg van beperkte wind of zon, profiteren consumenten van goedkopere waterkracht uit Noorwegen. Deze ‘groene schakel’ kan meer dan 3,6 miljoen Duitse huishoudens van duurzame elektriciteit voorzien.

Manon van Beek, CEO van TenneT: “Terwijl we in hoog tempo werken aan de aanleg en het onderhoud van ons net voor een fossielvrije toekomst, groeit ook de vraag naar netcapaciteit in het hier en nu snel. Lineaire groei alleen kan deze vraag niet oplossen, dus kijken we naar vele manieren om slimmer gebruik te maken van ons bestaande netwerk en investeren we veel tijd en moeite in het zogenoemde systeemdenken. Dit laatste omvat holistische oplossingen en systemische planning voor het hele energiesysteem en is een echte sprong voorwaarts voor de energietransitie. TenneT richt zich op snellere projectoplevering, proactieve planning en innovatieve oplossingen. In dit verband wil ik graag de vele experts en partners bedanken die zich hebben ingezet voor de ontwikkeling van het Target Grid en de Wind Power Booster.”

Groene en duurzame financiering

Het grootschalige investeringsprogramma van TenneT vereist brede, duurzame en tijdige toegang tot financiering met een goede balans tussen eigen vermogen en vreemd vermogen om TenneT’s solide kredietratings te behouden. TenneT is dan ook zeer blij met de €4,25 miljard aan eigen vermogen dat door de Nederlandse overheid is toegezegd voor activiteiten in Nederland. Voor de kapitaalvereisten van TenneT haar Duitse activiteiten worden de opties nog onderzocht, maar TenneT heeft er alle vertrouwen in dat het in 2022, in afstemming met haar aandeelhouder, het ministerie van Financiën, tot een oplossing komt. De (maatschappelijke) voordelen van TenneT als transnationale onderneming staan centraal bij het vinden van een oplossing.

Arina Freitag, CFO van TenneT: “Dit decennium vraagt om record investeringen in de energietransitie in Duitsland, Nederland en de rest van Europa. Het is de enige manier om onze ambitieuze doelen te bereiken en om aan de tijdschema’s voor klimaatneutraliteit te voldoen. Om dit voor elkaar te krijgen, is het van cruciaal belang dat wet- en regelgeving innovaties en digitalisering in de energiesector stimuleert. TenneT wil, als transmissienetbeheerder die het grote energiepotentieel van de Noordzee koppelt aan industriële gebieden, een centrale rol spelen in het realiseren van de klimaatambities van onze overheden.”

Afgelopen juni heeft TenneT haar grootste (€1,8 miljard) groene euro-obligatie (in drie tranches) uitgegeven, waarmee het haar topdriestatus als emittent van duurzame, groene schuldfinanciering wereldwijd heeft versterkt, met momenteel meer dan €13 miljard aan groene schuld uitgegeven in verschillende schuldvormen. De toegang tot de financieringsmarkten was ook in 2021 uitzonderlijk goed.

Lees het jaarverslag

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Gorillas, de Europese leider op het gebied van instant on-demand bezorging, heeft een nieuwe mijlpaal gezet voor zijn duurzaamheidsambities: vanaf vandaag heeft Gorillas alle emissies onder direct beheer (Scope 1, 2 en 3.3) gecompenseerd die het bedrijf sinds zijn lancering in mei 2020 heeft gegenereerd.

4.960 ton CO2 afkomstig van, onder andere, koelmiddelen, elektriciteit, verwarming en koeling van magazijnen en kantoren is bespaard – het equivalent van 30.908 vluchten van Berlijn naar Parijs. Het compenseren van Scope 1-, Scope 2- en Scope 3.3-emissies is een belangrijke mijlpaal op het langetermijnpad van het bedrijf naar het bereiken van een volledig emissieneutraal doel in alle bedrijfsgebieden. Door het bereiken van koolstofneutraliteit in alle eigen activiteiten, zet Gorillas een duurzaamheids benchmark voor de Europese instant on-demand bezorging industrie.

Een belangrijk aspect van de reductiedoelstelling is het voldoen aan de doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs, waarbij de wereldgemeenschap ernaar streeft om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius. Gorillas hanteert een tweeledige aanpak: eerst focussen op reductie en vervolgens op compensatie. De aanpak is gebaseerd op een grondige beoordeling en analyse van alle emissies in samenwerking met Planetly, een tech-bedrijf dat bedrijven voorziet van software voor koolstofbeheer.

Als een stap op weg naar koolstofneutraliteit, is Gorillas van plan om de uitstoot van broeikasgassen door haar eigen activiteiten te verminderen. Aangezien een groot deel van Gorillas’ CO2-voetafdruk voor Scope 1, 2 en 3.3 afkomstig is van energieverbruik, zullen Gorillas magazijnen en kantoren wereldwijd geleidelijk worden omgebouwd naar hernieuwbare energiebronnen. Tot nu toe gebruikt Gorillas wereldwijd 52 procent groene stroom en in Duitsland, Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk maken groene energiebronnen al tweederde van het energieverbruik van de magazijnen uit. In Denemarken werkt de onderneming volledig met groene stroomvoorziening. Naast de bestaande contracten met energieleveranciers zijn verdere overeenkomsten gepland om tegen volgend voorjaar 100 procent groene stroom te bereiken. Met betrekking tot Scope 3 emissiereductie, is Gorillas een aantal initiatieven aan het testen, zoals het verminderen van verpakkingsafval met leveranciers zoals Vytal die volledig circulaire oplossingen biedt voor kant-en-klare maaltijden, het verlagen van de uitstoot van zakenreizen door het implementeren van duurzaam reisbeleid, en het werken met inkoop om ervoor te zorgen dat leveranciers op één lijn zitten met Gorillas duurzaamheidsambities.

Als een verdere stap heeft Gorillas besloten om in het verleden gegenereerde emissies te compenseren door drie geaccrediteerde projecten van Climate Partner te ondersteunen, een solution provider voor corporate climate action. Met projecten in Congo, Bulgarije en de VS ondersteunt Gorillas de groei van duurzame energieproductie, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de strijd tegen de opwarming van de aarde.

In Congo ondersteunt Gorillas een waterkrachtcentrale, die het kappen van bomen voor houtskool voorkomt en de habitat van bedreigde berggorilla’s beschermt. Het project legt de basis voor de ontwikkeling van de lokale economie door elektriciteit op te wekken voor nieuwe bedrijven die werkgelegenheid scheppen en voor meer stabiliteit in de regio zorgen. In Bulgarije zet het ‘Gas Recovery Project’ methaan dat wordt opgevangen bij de recycling van afvalwater om in schone energie, zodat het gas de atmosfeer niet kan vervuilen. In de VS steunt het compensatieproject de opwekking van windenergie en de opleiding van toekomstige windtechnici. Alle drie ondersteunde projecten zijn officieel gecertificeerd met de Verified Carbon Standard (VCS) en de Gold Standard, en dragen zo bij aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de VN.

Dr Alexander Brunst, Global Vice President Sustainability, Public Affairs & Corporate Social Responsibility: “Koolstofneutraliteit is één onderdeel van onze inspanningen voor milieu- en sociale duurzaamheid op lange termijn. Om onze impact te vergroten, ontwikkelen we momenteel een uitgebreide ESG-strategie en -roadmap die zich ook zal richten op diversiteit, gelijkheid en inclusie voor onze werknemers en onze lokale gemeenschappen en buurten. In termen van milieu rentmeesterschap, zal afvalbeheer een integrale rol spelen naast onze CO2-neutraliteitsdoelstellingen.”

“Bij Gorillas hebben we duurzaamheid vanaf dag één opgenomen in onze visie en acties. Niet alleen moedigen we onze klanten aan om er een bewuste en gezonde levensstijl op na te houden, we leven ook elke dag naar deze waarden en zullen onze impact verdubbelen door middel van onze aankomende ESG-strategie. We hebben al een belangrijke mijlpaal bereikt door alle emissies onder directe controle te compenseren – een benchmark voor de Europese instant on-demand bezorgindustrie. En we zullen doorgaan met onszelf ambitieuze doelen te stellen en elke dag de grenzen te verleggen om een beter bedrijf te worden”, zegt Kağan Sümer, oprichter en CEO van Gorillas.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag wordt OceanLove gelanceerd, een nieuw initiatief van de Nederlandse sociaal ondernemer en activist Ilco van der Linde, die eerder pionierde met onder meer dance4Life. Met OceanLove wil een internationaal team van topfotografen, dichters, duikers, wetenschappers, activisten en andere ocean lovers samen opstaan om, in één generatie, de verwoesting van oceanen te keren. Hoe? Door mensen verliefd te laten worden op de oceaan, zodat ze zich meer verbonden voelen en in actie komen. Onder het motto “Because you protect what you love.” Ter lancering van OceanLove luiden schrijver en oud-politicus Jan Terlouw en Belgisch klimaatactiviste Anuna De Wever – ‘de Greta Thunberg van België’- samen de noodklok in een serie lanceringsvideo’s.

Verwoesting oceaan te lijf met liefde

Voor zijn betrokkenheid bij Bevrijdingspop, de bevrijdingsfestivals, MasterPeace en de oprichting van dance4life werd Ilco van der Linde in 2017 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Maar bovenal is Ilco als voormalig wedstrijdzwemmer, surfer en diepzeeduiker een echte ocean lover. Van der Linde: “We laten mensen de schoonheid en kwetsbaarheid van de oceanen zien. We geloven erin dat als iedereen weer van de oceanen gaat houden, deze met meer respect worden behandeld en dat mensen in actie komen om ze te beschermen. Het is namelijk nog niet te laat, samen kunnen we in één generatie de oceanen redden”.

Twee generaties met elkaar in gesprek: optimisme en daadkracht biedt de oplossing

Jan Terlouw (90), bekend als schrijver en oud-politicus, heeft zich de afgelopen jaren actief ingezet voor het klimaat. Daarbij focust hij zich vooral op de toekomst: de nieuwe generaties. Anuna De Wever (20) wordt ook wel ‘de Greta Thunberg van België’ genoemd. Als scholiere riep ze jongeren op om in Brussel te demonstreren voor het klimaat en werd ze de spreekbuis voor de Belgische klimaatmarsen, waar meer dan honderdduizend studenten aan deelnamen. Op uitnodiging van OceanLove, bespreken Terlouw en De Wever in diverse video’s de huidige klimaatcrisis. Opvallend is het optimisme dat doorschijnt in hun gesprek. Ja, de klimaatcrisis is zeer urgent en we moeten per direct in actie komen. Maar Jan Terlouw en Anuna De Wever benadrukken vooral dat het nog niet te laat is.

Jan Terlouw: “We moeten niet bang worden. De situatie is ernstig, maar het is oplosbaar”. Het grootste probleem zit volgens Anuna De Wever in het gebrek aan duidelijke en transparante informatie. Anuna De Wever: “Veel mensen behandelen de oceanen niet goed omdat ze er zo ver vanaf wonen. Mensen zien het niet als hun probleem. Wanneer mensen beter geïnformeerd zijn over de huidige status van het klimaat, begrijpen ze beter waarom ze in actie moeten komen”.

Wereldwijd produceren oceanen meer dan de helft van de zuurstof die wij inademen. Of we nu dichtbij of wat verder van de oceanen wonen, onze levens zijn er afhankelijk van. We móeten in actie komen. Jan Terlouw richt zich daarbij op de jonge generatie: “Het gaat om jullie toekomst, mijn toekomst is nog maar weinig. Kom op voor jezelf en zeg: we pikken het niet langer!”.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

RAI Vereniging maakt zich zorgen over het behalen van de klimaatdoelen nu de invoering van de kilometerheffing voor vrachtwagens een aantal jaren is uitgesteld. Door deze vertraging zal het wagenpark minder snel elektrificeren waardoor ook de noodzakelijke CO2 besparing vertraagt. In aanloop naar het Tweede Kamerdebat vandaag over de kilometerheffing voor vrachtwagens, doet RAI Vereniging een aantal voorstellen om de transitie naar een zero emissiewagenpark voor zware bedrijfswagens alsnog te versnellen.

Vandaag debatteert de Tweede Kamer over de kilometerheffing voor vrachtwagens. De invoering van deze kilometerheffing is van groot belang voor de overgang naar zero emissie (ZE) wegtransport. De opbrengsten van de heffing, circa 260 miljoen euro per jaar, vloeien namelijk terug naar de transportsector en worden aangewend voor verduurzaming van het wagenpark. De invoering van de kilometerheffing staat echter nu pas voor 2026 gepland in plaats van 2023. Dit betekent dat de opbrengsten pas veel later beschikbaar komen. Volgens RAI Vereniging zijn de bestaande subsidies niet toereikend om dit tekort op te vangen en de wagenparkverduurzaming voldoende in gang te zetten. RAI Vereniging pleit daarom voor een aantal maatregelen die de verduurzaming van het wegtransport alsnog moet versnellen.

Kilometerheffing alsnog eerder invoeren

RAI Vereniging roept het kabinet op om alles op alles te zetten om de heffing per 2024 in te voeren. In 2025 gaan namelijk een groot aantal steden over naar zero emissie stadzones. Hierdoor zijn in 2025 al zo’n 5.000 ZE trucks nodig en in 2030 zo’n 10.000 stuks. Mocht eerdere invoering niet haalbaar zijn, dan pleit RAI Vereniging ervoor dat het kabinet de geplande opbrengsten uit de heffing naar voren haalt via een zogenaamde voorfinanciering. Hierdoor kunnen ondernemers toch eerder investeren in verduurzaming van het wagenpark.

Invoeringskosten

De invoeringskosten van de kilometerheffing voor vrachtwagens zijn gestegen tot inmiddels circa €400 miljoen euro. De overheid heeft in haar plannen opgenomen dat de sector de invoeringskosten over een periode van 5 jaar terugbetaalt. Nu de invoeringskosten fors stijgen, is er de eerste jaren na invoering van de heffing minder geld beschikbaar voor de noodzakelijke investeringen in zero emissie trucks. RAI Vereniging doet een oproep om de terugbetalingsperiode van 5 jaar te verdubbelen naar 10 jaar. Hierdoor worden de kosten over een langere periode gespreid en is jaarlijks direct meer geld beschikbaar voor het verduurzamen van de sector.

Inzetten op alle zero emissietechnieken

Voor een maximale CO2 besparing doet RAI Vereniging een dringende oproep aan het kabinet om ook in te zetten op een zogenaamd techniek neutraal beleid. Laat het aan truckfabrikanten en de markt om met innovaties invulling te geven aan zero-emissie logistiek. Dat is ook van belang aangezien fabrikanten onder Europese (CO2) wet- en regelgeving produceren en daarvoor inzetten op een breed pallet van verschillende ZE-technieken. De markt is gebaat bij een speelveld met handvatten voor alle relevante ZE-technologieën zoals batterij elektrisch, waterstof en (plug-in) hybride technologie.

Laadinfrastructuur

Voor een succesvolle overgang naar een ZE wagenpark is voldoende laad- en tank infrastructuur, inclusief waterstof, cruciaal. Zowel in de steden als op bedrijventerreinen en langs de hoofdwegen. De beschikbaarheid van laad- en tankinfra voor het zware transport zijn nog volstrekt ontoereikend. Ook moet het onderliggend netwerk komende jaren verzwaard worden om aan de energiebehoefte te kunnen voldoen. Dit alles vraagt om een Deltaplan 2.0

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Dankzij flinke groeiambities en een duidelijke behoefte in de markt voor tijdelijke en schone stroomoplossingen, heeft de Amsterdamse scale-up Greener Power Solutions de volgende stap gezet in de uitbreiding van haar mobiele batterijvloot. De order van 20 extra mobiele batterijsystemen bij Alfen, een specialist in slimme energieoplossingen gevestigd te Almere, illustreert de groei van de markt voor mobiele batterijen, evenals de groei van het bedrijf Greener Power Solutions. Greener Power Solutions verhuurt deze batterijen en met haar eigen EMS-software om een efficiënte en duurzame stroomvoorziening te garanderen voor bouw-, evenementen- en infrastructuurprojecten.

Vorig jaar nog werd een soortgelijke deal gesloten tussen de twee partijen voor 30 extra mobiele batterijen. Met deze nieuwe uitbreiding stijgt het totaal van de batterijvloot naar meer dan 60 stuks, waarmee Greener de positie als marktleider voor mobiele batterijoplossingen weer bevestigt. Greener heeft gepland om later dit jaar de vloot verder uit te breiden tot 80 mobiele batterijen tegen het einde van het jaar en de vloot ook te diversifiëren naar kleinere en grotere systemen.

Deze 20 nieuwe eenheden leveren 422 kWh in capaciteit en tot 318 kVA in vermogen. Dit betekent dat ze een hogere capaciteit hebben dan de mobiele batterijen die Greener Power Solutions momenteel bezit met 338 kWh. Door de hogere capaciteit zijn de nieuwe batterijen geschikt voor evenementen of infraprojecten, waar een stand-alone inzet van de batterij gewenst is. Daarnaast zijn ze bijzonder geschikt voor projecten in de stedelijke omgeving om te voorkomen dat er ’s nachts een dieselgenerator moet draaien.

De groei die de nieuwe order van 20 batterijen laat zien, is ook zichtbaar in de omzet van Greener in 2021, die ten opzichte van 2020 met 3,5 is vermenigvuldigd. Ook heeft Greener vorig jaar in totaal 1 miljoen liter diesel bespaard met haar mobiele batterijen. Sinds het begin van het jaar zijn er bovendien vijf nieuwe medewerkers bij het bedrijf gekomen,

Dieter Castelein, de CEO van Greener Power Solutions, vertelt over de toekomst van Greener: “Greener is blij met de order van 20 extra batterijen als eerste mijlpaal in ons groeiplan van 2022. Het is onze ambitie om onze vloot later in het jaar nog verder uit te breiden en om onze activiteiten in het buitenland verder uit te breiden. We zijn vastbesloten om onze groei voort te zetten en de gevestigde orde van de energiemarkt verder uit te dagen.”

Greener Power Solutions is een Amsterdamse scale-up die sinds 2018 de tijdelijke energiemarkt opschudt. Ze verhuren mobiele batterijen met eigen software aan verschillende markten, zoals evenementen-, bouw-, EV-laad- of netverzwaringsmarkt. Door het verhuren van batterijen wil Greener Power Solutions de efficiëntie en duurzaamheid van stroomvoorzieningen voor on- en off-grid projecten vergroten. Om de stroomvoorziening volledig te optimaliseren, heeft Greener een eigen plannings-, monitorings- en EMS-software ontwikkeld. Op deze manier versnelt Greener de energietransitie met als missie om de CO2 voetafdruk zo klein mogelijk te houden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

O My Bag, het in Amsterdam gevestigde merk dat eco-vriendelijke en ethisch geproduceerde leren handtassen en accessoires produceert, slaat de handen ineen met het wereldwijd eerste duurzame cargo-initiatief GoodShipping om de toeleveringsketen van het bedrijf koolstofvrij te maken door fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame alternatieven. De gecertificeerde B Corp, bekend om zijn sterke focus op fair trade en duurzaam geproduceerde tassen en accessoires, is het nieuwste bedrijf dat zich aansluit bij GoodShipping in een poging om een CO2-vrije toeleveringsketen te bereiken.

In het kader van de samenwerking zal GoodShipping een overstap naar biobrandstof vergemakkelijken voor de vrachtzendingen van het bedrijf, zowel inkomend als uitgaand. Deze overstap biedt O My Bag een eenvoudige, gemakkelijke en betaalbare oplossing om hun Scope 3-uitstoot te verminderen. Het gebruik van duurzame biobrandstof uit de zee stelt O My Bag in staat om een 100% CO₂-emissiereductie te bereiken binnen haar toeleveringsketen.

Dit partnerschap is de laatste in een reeks van op duurzaamheid gerichte initiatieven waarin O My Bag investeert als onderdeel van hun 2025 Visie, gericht op drie pijlers: ethische toeleveringsketen, milieuvriendelijke productie, en bewustmaking. Andere prioriteiten zijn het uitrollen van leefbare lonen in de volledige toeleveringsketen, het bevorderen van de carrière van vrouwen in de fabrieken door het opzetten van langlopende opleidingsprogramma’s en het voortdurend innoveren met duurzame materialen (zoals hun recente appelleercollectie). Het bedrijf is in 2011 opgericht als een sociale onderneming en heeft in 2021 de officiële B Corp-status bereikt.

Biobrandstoffen voor niet-scheepseigenaren

GoodShipping stelt bedrijven uit alle sectoren en van alle groottes in staat om hun zeevrachtvervoer koolstofvrij te maken door over te schakelen van fossiele brandstoffen op duurzame alternatieven – een innovatief concept dat carbon insetting wordt genoemd. Met behulp van de GoodShipping insetting service kunnen vrachteigenaren zoals O My Bag hun toeleveringsketen koolstofvrij maken ondanks het feit dat ze de schepen die hun vracht vervoeren niet bezitten of charteren.

De biobrandstoffen die voor dit partnerschap worden gebruikt, worden geleverd door de pionier op het gebied van mariene biobrandstoffen, GoodFuels. Alle biobrandstoffen van GoodFuels zijn van duurzame oorsprong en volledig afgeleid van reststoffen en afvalolieproducten. De biobrandstoffen worden ook gecontroleerd door een onafhankelijke duurzaamheidsraad van vooraanstaande academici en ngo’s in de vervoersector.

Femke Lotgerink, Sustainability Manager bij O My Bag, zegt over de samenwerking het volgende: “We zijn ons zeer bewust van de voetafdruk van onze internationale verzendingen. Daarom zijn we verheugd om samen te werken met GoodShipping om de milieu-impact van onze transportactiviteiten te verminderen. We streven er voortdurend naar om onze impact op het milieu te verlagen, en onze positieve sociale impact te vergroten. Deze nieuwe samenwerking stelt ons in staat om te handelen naar onze 2025 Vision doelstelling om onze ecologische voetafdruk te minimaliseren. Bovendien hopen we onze collega’s in de mode-industrie te inspireren door te laten zien dat we vandaag al een grote impact kunnen maken door te kiezen voor oplossingen van duurzaamheidspioniers zoals GoodShipping.”

Katarin van Orshaegen, Commercial Lead bij GoodShipping zegt: “De carbon insetting service die GoodShipping heeft gepionierd past perfect bij de mode-industrie. Het is des te meer de moeite waard om te zien dat een koploper als O My Bag voor onze oplossing kiest. We zijn er trots op samen te werken met een organisatie die bekend staat om haar hoge standaarden en die de grenzen van verantwoord ondernemen blijft verleggen. De toezegging van O My Bag om hun CO2-voetafdruk door transport te verminderen door fossiele brandstoffen te vervangen door duurzame, geavanceerde biobrandstoffen maakt hen een echte koploper op het gebied van CO2-vrij transport.”

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De circulaire economie en de energietransitie zijn twee verschillende vormen van systeemverandering. Op sommige terreinen kunnen ze elkaar versterken. Maar er zit ook spanning tussen beide transities, zo schrijven SER-beleidsmedewerkers Ton van der Wijst en Alexander van der Vooren in deze column.

We moeten naar een circulaire en klimaatneutrale economie toe om onze planeet leefbaar te houden. En de overheid moet regie nemen en richting geven. Dat is de kernboodschap van Lidewijde Ongering, de Secretaris-Generaal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, in het jongste Nieuwjaarsartikel in economenblad ESB. Het Nieuwjaarsartikel van de SG past in een lange traditie waarin de hoogste EZ-ambtenaar aan het begin van het jaar een aantal hoofdrichtingen van het beleid schetst, los van de dagelijkse politieke hectiek. Dit jaar ging het over de rol van de overheid in een wereld die volop in beweging is en sturing nodig heeft.

Hoe vertalen we de klimaatopgave naar concreet beleid?

De vraagstukken die Ongering aansnijdt, houden natuurlijk ook de SER bezig. Lees het middellangetermijnadvies (mlt-advies) van afgelopen voorjaar er maar op na. Een circulaire en klimaatneutrale economie is onontbeerlijk en snelheid is geboden. Vanuit een breed welvaartsperspectief is bovendien van belang dat niet alleen wijzelf maar ook onze (klein)kinderen hiervan kunnen profiteren, en niet alleen hier maar ook elders in de wereld. De vraag is natuurlijk hoe je deze enorme opgave vertaalt in concreet en richtinggevend beleid. En vooral hoe je handelingsperspectieven ontwikkelt waar burgers, ondernemers, werknemers of bestuurders mee uit de voeten kunnen. Daarbij is het ook de kunst om geen mensen buiten te sluiten en een rechtvaardige transitie tot stand te brengen. Voor deze grote transitieopgaven moeten we ook als SER antwoorden aandragen.

Dat doen we onder meer in de commissie Duurzame Ontwikkeling. In deze commissie constateerden we in de voorbereiding van het mlt-advies dat de energietransitie terecht in een hogere versnelling komt om de aangescherpte klimaatambities mogelijk te maken. Tegelijkertijd vraagt de leefbaarheid van onze planeet ook om enorme investeringen in behoud en herstel van biodiversiteit en in een hogere natuurkwaliteit. Dit vereist onder meer ingrijpende veranderingen in de landbouwsector en voedselketen.

Spanning tussen circulaire economie en energietransitie

Kortom, om het tij te keren zijn op meerdere fronten grote systeemveranderingen nodig. De hoofdlijnen hiervan hebben we onlangs in een artikel in het eerder genoemde economenblad ESB beschreven. Daarin pleiten wij ervoor de grote duurzaamheidsopgaven meer integraal te benaderen. De noodzaak om de energietransitie te versnellen staat niet ter discussie. Maar de aanscherping van de klimaatdoelstelling heeft wel als risico dat deze ambitie, indien louter ingevuld als ‘tonnenjacht’ (kosteneffectieve reductie van CO₂-uitstoot), ten koste gaat van de omslag naar een circulaire economie en de kwaliteit van de leefomgeving. En dat terwijl volgens berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving een duurzamer gebruik van grondstoffen en materialen in Nederland een directe CO₂-winst van ten minste negentien procent oplevert.

Door energiebesparing en een groeiende inzet van hernieuwbare in plaats van fossiele energiebronnen neemt de uitstoot van broeikasgassen en milieuvervuilende stoffen weliswaar af. Maar een versnelling van de energietransitie werkt niet automatisch positief uit voor de omschakeling van een lineaire naar een circulaire economie. Ook is het van de vormgeving van het klimaatbeleid afhankelijk of dit resulteert in een hogere kwaliteit van de natuurlijke omgeving. Omdat niet alles tegelijk kan, is er sprake van (beleids)concurrentie tussen de verschillende transities op diverse terreinen: het ruimtebeslag, het beschikbare budget, de politieke aandacht, voldoende arbeidskrachten en het maatschappelijke draagvlak.

Pak kansen van een groeiende circulaire economie

Zonder groeispurt van de circulaire economie worden kansen gemist om de energietransitie veel duurzamer tot stand te brengen. De snelle groei van het aantal windmolens, elektrische auto’s en elektronica (digitale transitie) gebeurt nu nog grotendeels met de inzet van primaire grondstoffen. De winning hiervan vereist veel energie en gaat gepaard met CO₂-uitstoot en milieuvervuiling. Ook zijn de arbeids- en leefomstandigheden in de winningsgebieden veelal ondermaats. Verder is maar een klein deel van de grondstoffen en materialen die voor deze apparaten nodig zijn aan het eind van de gebruiksfase weer – zonder groot waardeverlies – herbruikbaar.

In de winning-, productie- en consumptieketens is dus nog veel duurzaamheidswinst te behalen. Ook in de SER is hier aandacht voor. Ondersteund door de Programmadirectie Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen onderhandelen partijen in de hernieuwbare energiesector (wind en zon) met de overheid en maatschappelijke organisaties over een internationaal MVO-convenant hernieuwbare energie. Het proces bevindt zich in de afrondende fase (zie: https://www.imvoconvenanten.nl/nl/hernieuwbare-energie).

De sleutel naar een duurzame economie ligt bij het circulair en modulair ontwerpen van nieuwe producten en effectieve retoursystemen om de producenten-consumentenketens te sluiten. Zo kan veel intensiever gebruik worden gemaakt van secundaire en hernieuwbare grondstoffen en materialen en vindt minder verspilling en vervuiling plaats. Zeker in tijden van geopolitieke spanningen is een grotere strategische autonomie een ander belangrijk voordeel van circulaire energietechnologieën: de Nederlandse (en Europese) economie wordt minder afhankelijk van landen als China voor de aanvoer van essentiële grondstoffen, zoals kritieke aardmetalen.

Ook kunnen de effecten van klimaat- en stikstofmaatregelen samenvallen door de verduurzaming van de landbouw serieus ter hand te nemen, bijvoorbeeld door boeren te belonen als zij inspelen op de maatschappelijke vraag naar natuur- en landschapswaarden (‘groene diensten’) en naar een goed waterbeheer (‘blauwe diensten’). De SER-verkenning Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw van afgelopen voorjaar biedt hier handvatten voor.

Meer behoefte aan voorspelbaar, coherent duurzaamheidsbeleid

Met een betere coördinatie en regie is dus nog veel duurzaamheidswinst te behalen. Een eenzijdige en nauwe focus op de noodzakelijke energietransitie is daarom onverstandig. En waar duurzaamheidsopgaven botsen, is het zaak om de afwegingen en de keuze voor het een of het andere uit te leggen en daarbij duidelijkheid te schetsen over de fasering en prioritering.

Het beeld van de samenhang tussen de grote duurzaamheidsopgaven verdient een systematische verdiepingsslag. Beleidsmakers hebben behoefte aan een hanteerbaar afwegingskader dat een beter inzicht geeft in de synergie-effecten en afruilen tussen de beleidsterreinen met hun eigen doelstellingen en instrumenten.

Ook consumenten en ondernemers hebben behoefte aan meer eenduidige handelsperspectieven voor duurzaam gedrag. Moet ik als consument vanuit duurzaamheidsoogpunt kiezen voor de maximale levensduur van witgoed en elektrische apparaten of is energie-efficiëntie de kritieke factor? En hoe moet ik als ondernemer omgaan met de plicht om nu in energie-efficiëntie te investeren terwijl ik met dezelfde investering over enkel jaren veel meer milieuwinst en duurzaam grondstoffengebruik kan bereiken? Het uiteindelijke doel is dan ook dat we allemaal in onze vele rollen voor onze belangrijkste koop- en investeringsbeslissingen over handelingsperspectieven gaan beschikken, die aanzetten tot maatschappelijk verantwoord en duurzaam gedrag.

Ton van der Wijst (SER-secretaris Duurzame Ontwikkeling) en Alexander van der Vooren (SER-secretaris Duurzame Ontwikkeling)

Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van de SER

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In opdracht van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) en PHB heeft Buck Consultants International de kansen voor energietransitie op alle bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in kaart gebracht. Conclusie is dat er op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland al het nodige gebeurt, maar ook dat nog heel veel winst te behalen valt. Voor ieder terrein (in totaal 380 terreinen) zijn op basis van databronnen de kansen inzichtelijk gemaakt. Daarnaast zijn maatregelen en instrumenten uiteengezet waarmee ondernemers en gemeenten aan de slag kunnen om die kansen te benutten.

Ondernemers(verenigingen) en gemeenten willen over het algemeen graag aan de slag met de energietransitie op bedrijventerreinen, maar weten vaak niet hoe en waarmee het beste kan worden begonnen. Voor ieder bedrijventerrein in Noord-Holland is nu op basis van databronnen inzichtelijk gemaakt wat de kansen zijn voor energietransitie. Voorbeelden van deze databronnen bij ondernemers(verenigingen) zijn o.a.: het energieverbruik, de aanwezigheid en de potentie van zonnepanelen op daken, aanwezige restwarmtebronnen en energielabels van gebouwen. Op basis van deze informatie zijn voor iedere werklocatie de vijf meest kansrijke maatregelen opgesteld.

Ideeën over energietransitie concreet maken

De databronnen zijn toegevoegd aan de Atlas Plabeka, een dashboard met veel data over werklocaties. Het dashboard geeft inzicht en biedt een basis voor een goed onderbouwd plan van aanpak om met de energietransitie aan de slag te gaan. Ontwikkelingsbedrijf NHN en PHB zijn beschikbaar om bedrijven(terreinen) te ondersteunen vanuit een neutrale rol. In deze rol zullen ze kosteloos adviseren en ondersteunen. Ook zal worden geholpen met concrete voorbeelden, subsidies en het maken van business cases. De twee organisaties hebben veel ervaring op het gebied van energietransitie en kunnen hierdoor ideeën concreet maken gericht op uitvoering.

Nico Meester, projectleider bij Ontwikkelingsbedrijf NHN: “Voor bedrijven wordt het steeds belangrijker om aandacht aan hun energiehuishouding te besteden. De maatschappelijke druk om de CO2-uitstoot terug te dringen groeit. De energieprijzen stijgen enorm en de leveringszekerheid, ook wel bekend als netcongestie, is niet altijd meer zeker. Dit maakt dat bedrijven steeds meer op zoek zijn naar duurzame opwek en opslag van energie, individueel en collectief. De technieken zijn er en de business cases worden steeds aantrekkelijker.”

Elektriciteitsnet ontlasten door energietransitie bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen spelen een grote rol in het energieverbruik van Noord-Holland. De vraag naar energie overtreft het aanbod dat het elektriciteitsnet aankan en energietransitie van bedrijventerreinen biedt hierbij kansen.

Frans van der Beek, programmamanager PHB: “Bedrijventerreinen zijn onmisbaar in de energietransitie. De energietransitie op bedrijventerreinen biedt grote kansen voor Rijk, provincies en gemeenten. Het gaat dan onder andere om forse stappen die gezet kunnen worden met betrekking tot energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Maar bedrijventerreinen zijn ook cruciaal om de problemen rond het elektriciteitsnet op te lossen. Door met slimme oplossingen energie op te slaan en onderling uit te wisselen kan het elektriciteitsnet ontlast worden en kunnen bedrijven hun duurzame ambities realiseren. Al deze maatregelen leveren daarnaast een grote bijdrage in het reduceren van CO2.”

Koplopers

Op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de MRA zijn al grote stappen gezet om energie te besparen, duurzame energie op te wekken, uit te wisselen en op te slaan. Deze koplopers dienen als voorbeeld in de regio. Bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar is zo’n voorbeeld waar energietransitie op stoom is. Op dit terrein is een groot aantal zonnepanelen geplaatst, is een warmtenet aanwezig en er wordt groengas geproduceerd. Ook kan waterstof worden getankt en is een expertisecentrum aanwezig waar bedrijven energieopslag in accu’s realiseren en waterstof produceren en opslaan. Een ander voorbeeld is GreenBiz IJmond. Vanuit dit initiatief is een Lokale Energie Markt (LEM) opgezet en wordt op meerdere bedrijventerreinen in de IJmond grootschalig geïnvesteerd in energiebesparing en duurzame opwek door middel van zonnepanelen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met een druk op de knop is onlangs één van de grootste batterijen officieel in gebruik genomen. Essent en SemperPower plaatsten de 9,9 MWh batterij – bestaande uit drie opslageenheden ter grootte van een zeecontainer – bij windmolenpark Koegorspolder in Terneuzen. Voor Essent is dit de eerste opslagbatterij die zij in gebruik neemt. Dit soort slimme batterijen slaat duurzame energie op momenten van overvloed op, en laat deze weer vrij op momenten dat de markt daar om vraagt. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de opgewekte duurzame stroom.

“De energieprijzen zijn ontzettend hoog en een daling is nog niet in het vooruitzicht. Eén van de oplossingen is het opslaan van energie op momenten van overschot,” zegt Stephan Segbers COO, van Essent. “Hoe zorgen we ervoor dat duurzaam opgewekte energie niet verloren gaat? De oplossing is het tijdelijke overschot aan energie op te vangen in een batterij. Op het moment dat het nodig is, laat de batterij de reeds opgewekte stroom vrij om huishoudens alsnog van de eerder opgewekte duurzame stroom te voorzien. Dit maakt de energierekening weer betaalbaarder,” vervolgt hij.

Tweede project samen

Ondanks dat SemperPower een nieuwe speler op de markt is, ontwikkelt zij al meerdere grootschalige batterijprojecten. De samenwerking met Essent is erg veelbelovend. De afspraak is om ook een tweede project nabij Vlissingen te realiseren. SemperPower heeft als missie de energietransitie te versnellen, een missie waar Essent volledig achter staat. “We zijn enorm trots op ons contract met een gerenommeerd bedrijf als Essent,” zegt Bart de Brouwer Trading director van SemperPower. “Bij SemperPower ontwikkelen, financieren en realiseren we nieuwe, innovatieve Energie Opslag Systemen (EOS). De samenwerking met Essent is voor ons belangrijk, omdat we daarmee de kans krijgen aan te tonen hoe onze oplossingen bijdragen aan het versnellen van de energietransitie. Door het teveel aan opgewekte energie tijdelijk op te slaan in slimme batterijen, Energie Opslag Systemen (EOS), zorgen we ervoor dat de windturbines kunnen blijven draaien en voorkomen we verspilling van duurzame energie. Een tijdelijk overschot aan windenergie kan in de batterijen worden opgeslagen en op een later tijdstip aan het energienetwerk worden geleverd.”

Slimme oplossingen klant

Essent streeft er naar om duurzame opgewekte stroom te matchen met de stroomvraag van haar klanten. Hiervoor zijn slimme oplossingen nodig. Grootschalige batterijopslag is er daar een van. De samenwerking met SemperPower zorgt ervoor dat de grootschalige batterijopslag in Terneuzen direct ingezet kan worden in het klantenportfolio van Essent. Dat levert op korte termijn al belangrijke inzichten op voor verdere ontwikkeling richting een 100% hernieuwbare energievoorziening.
Het in balans houden van het elektriciteitsnet is één van de grootste uitdagingen voor de overgang naar een 100% hernieuwbare energievoorziening in Nederland. Essent richt zich met EIS (Energy Infrastructure Solutions) op duurzame initiatieven in de markt voor duurzame energie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als de grootste uitstoters van koolstof in Europa hun achterstand op klimaatvoorlopers goedmaken, kunnen de bedrijfsemissies in Europa halveren, zo blijkt uit een nieuw rapport van CDP, een non-profitorganisatie die een wereldwijd milieu-informatiesysteem beheert, en het wereldwijde managementadviesbureau Oliver Wyman.  Uit het rapport blijkt dat Europese bedrijven wereldwijd weliswaar vooruitgang boeken op het gebied van science based targets (SBT’s), maar dat zij vaak nalaten iets te doen aan algemene milieueffecten.

Now For Nature: The Decade of Delivery – vandaag gepresenteerd op het toonaangevende jaarlijkse CDP-evenement met Euronews TV – komt tot de bevinding dat het aantal bedrijven met goedgekeurde science-based targets vorig jaar met 85% is toegenomen. Het rapport omvat nu bedrijven die verantwoordelijk zijn voor een derde van de gerapporteerde emissies.[1] Slechts 16% van de ondernemingen heeft targets afgestemd op de 1,5°C-doelstelling van het Parijsakkoord, en het bedrijfsleven boekt hiermee tot dusver trage vooruitgang. COVID-19 leidde tot een daling van 13% van gerapporteerde bedrijfsemissies, maar er is weinig bewijs van echte reducties. Na correctie voor COVID-19 liggen de reducties in de buurt van de pre-pandemische trend van 1,5% per jaar – ver onder de 4,2% die bedrijven nodig hebben om zich aan te passen aan het 1,5°C-traject van klimaatakkoord van Parijs.[2]

De analyse is wel reden tot optimisme, aangezien naar schatting 450 miljoen ton CO2 zal worden “opgeslagen” en afkomstig is van bedrijven met doelstellingen die via het SBTi worden vastgesteld.[3]

Ook financiële dienstverleners lijken beter te presteren. Met een jaarlijkse toename van 50% rapporteert nu bijna de helft (44%) van de Europese financiële instellingen “gefinancierde emissies” – emissies die verband houden met investeringen, leningen en verzekeringsactiviteiten. Bij een minderheid (27%) bestaan gefinancierde emissies uit minimaal de helft van hun portefeuille. Ondertussen rapporteert een derde (32%) van de financiële instellingen cijfers die erop wijzen dat zij ondernemingen in hun portefeuille specifiek aansporen om emissiedoelstellingen te formuleren in overeenstemming met 1,5°C.

Het rapport komt tot de bevinding dat in algemene natuurkwesties niet dezelfde vooruitgang wordt geboekt. Beleggers beoordelen in hun portefeuille klimaatrisico’s bijna 2x vaker dan op ontbossing (88% vs 46%). 

Minder dan een kwart van de bedrijven met toeleveringsketens in landen met een hoog ontbossingsrisico zet zich in om ontbossing volledig tegen te gaan. Minder dan de helft van de bedrijven die rundvlees, soja en palmolie gebruiken heeft een volledig traceerbaarheidssysteem. Wat waterzekerheid betreft, meldt 77% van de bedrijven dat zij de wateronttrekking beperken of op peil houden, maar slechts 14% heeft een doelstelling om de waterverontreiniging aan te pakken.

Slechts 1 op de 20 (5%) ondernemingen die aan het CDP informatie over klimaat, bossen en water verstrekt, heeft een robuuste emissiedoelstelling (een SBT), een doelstelling voor de vermindering van wateronttrekkingen, en een best-practice inzet voor bossen, inclusief zero-ontbossing.[4] Het wijst op een trend waarbij bedrijven hun algemene – maar significante – milieueffecten op natuur en biodiversiteit onderwaarderen.

Indirecte (scope 3) emissies van bedrijven vertegenwoordigen 86% van hun totale emissies – of 6x wat zij direct produceren, aldus het rapport. Toch maakt slechts 53% van de bedrijven gegevens bekend over de belangrijkste bronnen van deze indirecte emissies – die meestal ontstaan via toeleveringsketens en het gebruik van hun producten. Dit kan dit erop wijzen dat bedrijven duidelijke bedrijfsrisico’s negeren. Het gemiddelde risico in verband met klimaatverandering werd gewaardeerd op 355 miljoen euro, 10 keer meer dan de gemiddelde impact van waterrisico’s, en 5 keer meer dan risico’s in verband met ontbossing, zoals aankomende EU-regelgeving die invoer die verband houdt met ontbossing verbiedt.

Een terugkerende bevinding slechts enkele ondernemingen een voortrekkersrol spelen. Dit geldt voor maatregelen op het gebied van klimaat, bossen of waterzekerheid, en vooral betrokkenheid bij waardeketens. Als alle bedrijven zich zouden meten met de besten in hun sector, zou elk jaar de uitstoot van het VK en Ierland kunnen worden vermeden.

Maxfield Weiss, uitvoerend directeur van CDP Europa, zei: “Ik vind het bemoedigend dat de beleidsmakers in het financiële stelsel en de reële economie van Europa de handen ineenslaan. Maar de voortrekkersrol is echt beperkt – we moeten dit verbreden tot de hele markt. Het is hoog tijd dat alle bedrijven en financiële instellingen met een enorme, wereldwijde ecologische voetafdruk dringend actie ondernemen om hun waardeketens af te stemmen op de natuurlijke grenzen van onze planeet. We moeten een werkelijke transformatie zien te bewerkstelligen om zowel een netto-nuluitstoot als een volledig herstel van de natuur te realiseren.”

Cornelia Neumann, Partner bij Oliver Wyman, voegt hieraan toe: “Er is een enorme versnelling in klimaatambities gaande, nu meer bedrijven wetenschappelijk onderbouwde doelen stellen. Hoewel dit een wereldwijd fenomeen is, loopt Europa hierin voorop. De vooruitgang bij het terugdringen van de emissies is minder duidelijk. Er zal nu een focus komen op de resultaten. Het is belangrijk om rekening te houden met de wisselwerkingen tussen klimaat en milieu (water, bossen, biodiviersiteit). Financiële instellingen dienen daarom te inventariseren in hoeverre hun portefeuille is blootgesteld aan milieurisico’s en hoe ze hun klanten kunnen steunen om de impact op het milieu te verkleinen.”

Het rapport van CDP Europe analyseerde gegevens van meer dan 1220 Europese bedrijven die in 2021 hun impact op klimaatverandering, bossen en waterzekerheid bekendmaakten via het bekendmakingssysteem van CDP.

Het wordt vandaag gelanceerd door Oliver Wyman tijdens de CDP Europe Awards: Now For Nature, een evenement met de VN-secretarissen voor klimaat en biodiversiteit Patricia Espinosa en Elizabeth Mrema, EU-klimaatchef Frans Timmermans, eminent wetenschapper op het gebied van planetaire grenzen Dr. Johan Rockstöm, en de Litouwse premier Ingrida Šimonytė.

Noten

[1] Verwijst naar de 1228 bedrijven die aan het CDP informatie hebben verstrekt en die in dit verslag worden geanalyseerd. De analyse is gebaseerd op beursgenoteerde bedrijven die in 2021 via het CDP gegevens aan beleggers hebben verstrekt.

[2] De gemiddelde reducties hebben betrekking op Scope 1- en Scope 2-emissies, gerapporteerd op -1,5% per jaar voor 2017-2019. Het verslag

[3] Het Science Based Targets-initiatief (SBTi).

[4] 198 Europese bedrijven werd gevraagd om via CDP-gegevens bekend te maken over 2021; 83 (41%) hebben dat gedaan, wat doet vermoeden dat het werkelijke aantal bedrijven met robuuste doelstellingen voor hun volledige impact nog lager ligt.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering