[ad_1]

De combinatie van zonnepanelen op daken van (ook kleinere en oudere) distributiecentra en bedrijven én een eigen oplaadstation voor elektrisch vrachtvervoer heeft grote potentie, blijkt uit nieuw onderzoek van Natuur & Milieu. Met panelen op de daken van alle distributiecentra, kan al in de helft van de stroombehoefte voor alle elektrische vrachtwagenkilometers in Nederland worden voorzien. Als daar de daken van ‘utiliteitsgebouwen’ zoals fabriekshallen, kantoren en agrarische bedrijven bij komen, biedt dat  voldoende stroom voor de behoefte voor álle vrachtkilometers. Natuur & Milieu wil bedrijven bekend maken met de mogelijkheden en wijst lokale en landelijke overheden op de grote potentie op bedrijventerreinen om bij te dragen aan de opgave om meer duurzame energie in de regio’s op te wekken en tegelijkertijd het volle elektriciteitsnet te ontlasten.

De transitie naar schoon vrachttransport is een belangrijke stap in het omlaag brengen van de CO2- én stikstofuitstoot van het verkeer. In 2025 moeten in 30 tot 40 Nederlandse stadcentra ‘zero-emissie zones’ voor vrachtvervoer zijn. Dat betekent dat winkels en horeca bevoorraad móeten worden met vooral elektrisch aangedreven vervoer. Van leveranciers en distributeurs vraagt dit om een overstap naar elektrisch vrachtvervoer, maar hobbels zoals kosten, kennis en netcapaciteit staan dat nu nog te vaak in de weg. ‘Er is echter meer mogelijk en meer ondersteuning dan veel bedrijven weten. Met een slim energiesysteem kunnen bedrijven en distributiecentra veel geld op brandstof en elektriciteit besparen’, aldus directeur Programma’s Rob van Tilburg van Natuur & Milieu.

Financieel aantrekkelijk en geen overvol stroomnet

Juist de combinatie van het opwekken van stroom en eigen gebruik is technisch vrijwel altijd haalbaar en maakt de overstap naar zero-emissie transport aantrekkelijk. Zelf opgewekte stroom is relatief goedkoop en er kunnen extra inkomsten worden verkregen dankzij het verkopen van Hernieuwbare Brandstof Eenheden (HBE)-credits. De groene stroom kan ook deels verkocht worden én het vraagt minder vergaande aanpassingen aan de netaansluiting als je stroomopwek- en gebruik combineert. Door een vol stroomnetwerk is het moeilijk om voor voldoende laadpunten bij specifieke distributiecentra voor elektrische vrachtwagens te zorgen. Het lokaal gebruik helpt om dit probleem te omzeilen.

Rol voor lokale politiek

In de praktijk gebeurt het zelf opwekken en laden nog weinig. Ondernemers voelen nog niet altijd de urgentie, kennen de regelingen niet of lopen in de praktijk tegen belemmeringen aan. ‘We spreken met dit onderzoek dus de vervoerders zelf aan, maar zeker ook lokale overheden. Zij moeten hun regierol oppakken en de kansen voor de opwek én gebruik van hernieuwbare energie op bedrijventerreinen aanjagen en bedrijven actief op weg helpen. De landelijke politiek kan ook bijdragen door het beleid zo in te richten dat het gebruik van zelfopgewekte energie gestimuleerd wordt. Dit door bijvoorbeeld financiële prikkels voor iedereen die producten en diensten hiervoor wil aanbieden’, aldus van Tilburg.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Europese Investeringsbank (EIB) heeft vandaag de resultaten van de EIB Klimaatenquête gepubliceerd. De EIB Klimaatenquête 2021-2022 werd gehouden in september 2021. De EIB is de kredietverlenende instelling van de Europese Unie en wereldwijd een van de grootste multilaterale kredietverleners voor klimaatactieprojecten. De belangrijkste conclusies zijn:

  • 58% verwacht dat klimaatbeleid zal leiden tot verbetering van hun levenskwaliteit
  • 62% denkt dat klimaatmaatregelen meer nieuwe banen zullen creëren dan bestaande banen doen verdwijnen
  • 56% gelooft dat klimaatbeleid een bron is van economische groei
  • 25% van de Nederlanders houdt er rekening mee dat ze door de klimaatverandering in de toekomst misschien moeten verhuizen naar een andere streek of een ander land – bij de 20 tot 29-jarigen is dit 44%

Toename levenskwaliteit, ondanks afname koopkracht

Zijn beleidsmaatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan goed nieuws voor de economie? Een meerderheid van de Nederlanders (56%) is de mening toegedaan dat de groene transitie een bron van economische groei zal worden. Dit is in lijn met het gemiddelde voor heel Europa, dat eveneens 56% bedraagt.

Een meerderheid (58%) verwacht bovendien een toename van hun levenskwaliteit, met meer comfort in hun dagelijks leven en een positieve impact op de kwaliteit van hun voeding of gezondheid. Beleidsmaatregelen om de klimaatnoodtoestand aan te pakken, worden als goed nieuws gezien voor de arbeidsmarkt: 62% van de Nederlanders (6 procentpunt boven het Europees gemiddelde van 56%) denkt dat deze maatregelen netto een positieve impact zullen hebben op de werkgelegenheid in Nederland en dat ze meer nieuwe banen zullen creëren dan bestaande banen doen verdwijnen.

Meer dan de helft (59%) verwacht echter wel een daling van hun koopkracht naarmate de groene transitie zich doorzet.

Migratie naar andere regio’s en transitie naar nieuwe banen

Volgens de Nederlanders zullen de uitdagingen van de klimaatverandering van blijvende aard zijn. Ongeveer een kwart (23%) is van mening dat de klimaatnoodtoestand tegen 2050 onder controle zal zijn, terwijl 72% denkt dat er tegen die tijd nog steeds een ernstig probleem is.

De respondenten uit Nederland geven aan dat ze de klimaatverandering als bedreigend ervaren voor het gebied waar ze wonen. Wordt hen gevraagd naar de mogelijke impact van de klimaatcrisis op langere termijn, dan geeft een kwart van de Nederlanders (25%) aan er rekening mee te houden mogelijk naar een andere streek of naar een ander land te moeten verhuizen. Die bezorgdheid is veel groter bij twintigers: in de leeftijdscategorie van 20 tot en met 29 jaar geeft 44% aan zich zorgen te maken over een mogelijk gedwongen verhuizing door klimaatgerelateerde factoren. Veel Nederlanders, en met name jongeren, maken zich ook zorgen over het voortbestaan van hun eigen baan. 19% van de respondenten vreest zijn baan te kunnen verliezen doordat deze niet langer verenigbaar is met de strijd tegen de klimaatverandering. Bij de 20 tot 29-jarigen stijgt dit cijfer tot 36%.

Veranderende levensstijl op lange termijn

De Nederlanders zijn zich bewust van de gedragswijzigingen die noodzakelijk zijn om de klimaatverandering aan te pakken. Wijzigingen aan hun eigen levenswijze om de koolstofuitstoot te verlagen, zullen volgens hen in de komende 20 jaar aanzienlijk aan belang winnen. Een kwart van de respondenten (23%) denkt dat de meeste mensen over 20 jaar geen auto meer zullen bezitten en 58% denkt dat de meeste mensen tegen die tijd vanuit huis zullen werken om op die manier een bijdrage te leveren aan de klimaatactie. Tot slot denkt een derde van de respondenten (31%) dat de meeste mensen tegen die tijd een plantaardig dieet zullen aanhouden en 48% verwacht dat aan elke burger een energiequotum zal worden toegekend.

Wereldwijde vergelijking: verschillen tussen Europeanen, Britten, Amerikanen en Chinezen

Globaal bekeken zijn de Europeanen verdeeld over de vraag of de groene transitie een bron van economische groei zal worden. Ruim de helft van de respondenten (56%) meent dat dit wel degelijk zo zal zijn, wat vergelijkbaar is met de meningen van de Amerikanen en de Britten (57%). De Chinezen zijn hier optimistischer (67%). Een meerderheid van de Europeanen (61%) verwacht wel een toename van hun levenskwaliteit en een positieve impact op de kwaliteit van hun voeding of gezondheid. De Europeanen zijn op dit vlak pessimistischer dan de Chinezen (77%), Amerikanen (65%) of Britten (63%).

Kris Peeters, vicevoorzitter van de EIB: “De Nederlanders zien duidelijk kansen door de groene transitie als het gaat om hun levenskwaliteit en de arbeidsmarkt. Maar ze maken zich ook zorgen – en dan met name jonge mensen – over de gevolgen van de klimaatverandering op de lange termijn en de mogelijke noodzaak om te verhuizen naar andere regio’s. Als klimaatbank van de Europese Unie is het onze verantwoordelijkheid om naar die bezorgdheden te luisteren en ze samen met beleidsmakers en partners uit de bedrijfswereld concreet aan te pakken. Zo kunnen we bijdragen aan een groenere en meer welvarende toekomst waarbij niemand in de kou blijft staan.”

Meer informatie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Leefbaar inkomen voor de koffieboer, de beste kwaliteit koffie en minimale milieu impact zijn wat Boot Koffie betreft de drie essentiële pijlers onder verantwoord ondernemen in de koffie wereld. In samenwerking met de Climate Neutral Group reduceert Boot Koffie nu de klimaatimpact van de koffie tot nul!

In de jaren 2020 en 2021 heeft Boot Koffie samen met de boeren in de Kachalu coöperatie deelgenomen aan een pilot van het Future Proof Coffee Collective met True Cost Accouting (TCA). Het berekenen van de werkelijke kosten van de koffie.

De meeste koffieteelt veroorzaakt een enorme milieubelasting. Boot Koffie weet al jaren dat verbouwen van de hoogste kwaliteit koffie grote positieve effecten heeft op het inkomen van de koffieboer en de milieubelasting vermindert. De resultaten van de TCA-pilot waren echter nog veel beter dan Boot Koffie verwachtte: de koffieboer verdient een fatsoenlijk inkomen waar hij goed van kan leven en de klimaat impact op de plantage is zeer gering.

Nu zet Boot koffie de volgende stap. In samenwerking met de Climate Neutral Group reduceert Boot Koffie de klimaatimpact van de koffie tot nul!

Volgens de koffie calculator is de carbon footprint van een kilo 100% Colombia koffie (inclusief 16% ‘roasting loss’), 100 m3 aardgas, en 180 kWh stroom gebruik gemiddeld – van boer tot en met winkel – 3,877 kg CO2. Het overgrote deel komt daarbij van de koffieplantage.

De Colombia Kachalu koffie heeft echter ruim 90% minder CO2 uitstoot op de plantage dan de gemiddelde Colombiaanse koffie. Dat komt omdat de boeren biologisch verbouwen en dus geen kunstmest gebruiken. En men heeft schaduwbomen geplant: dat is beter voor de koffieplant én slaat juist CO2 op.

Daarmee is de klimaatimpact van de Colombia Kachalu koffie minimaal. De laatste emissies, voor branden en transport, compenseert Boot Koffie, in een mooi CO2-reductie project elders, op basis van de gegevens voor de gemiddelde Colombiaanse Koffie. Daarmee is de Kachalu koffie klimaatneutraal, en draagt uw kopje koffie dus niet bij aan het klimaatprobleem. Waarschijnlijk vermindert het zelfs de totale CO2- emissie door de acties van de boer.

Boot Koffie heeft gekozen de laatste emissies te compenseren via een project met een officieel Voluntary Carbon Standard certificaat dat bos beschermt tegen boskap en nieuwe bomen aanplant is samenwerking met de lokale bevolking.

Jos Cozijnsen, Climate Neutral Group: “Goed dat Boot Koffie investeert in goede biologische koffie met een goede beloning en die beter is voor het klimaat. Dat Boot bovendien de laatste CO2-emissies die er nog overblijven via ons compenseert in een ander gecertificeerd project bewijst dat Boot het klimaatprobleem serieus neemt en dat de koffiefan daar ook bewuster van wordt“.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Shell heeft hoger beroep ingediend tegen de uitspraak van mei 2021 door de rechtbank in Den Haag. In die uitspraak verplicht de rechtbank Shell om haar wereldwijde CO2-uitstoot met netto 45% terug te brengen in 2030, vergeleken met de hoeveelheid in 2019.

Toelichting Shell:

Voor alle duidelijkheid: we willen een koploper zijn in de energietransitie. We versnellen onze Powering Progress strategie om tegen 2050 een energiebedrijf te zijn met netto nul uitstoot, in lijn met de stappen die onze klanten zetten en de samenleving als geheel. Bovendien hebben we ons tot doel gesteld om de absolute CO2-uitstoot van onze activiteiten tegen 2030 met de helft te verminderen ten opzichte van 2016.

Daarnaast helpen we klanten de zogeheten Scope 3-emissies te verminderen die voortkomen uit het gebruik van onze producten. Denk daarbij aan investeringen in hernieuwbare energie om meer huizen en bedrijven te voorzien van wind- en zonne-energie, zoals recent in Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en in Australië. Denk daarbij ook aan het bouwen van een uitgebreid netwerk van laadpunten voor elektrische voertuigen. Momenteel exploiteert Shell wereldwijd bijna 90.000 laadpunten en we streven ernaar dit te vergroten tot meer dan 500.000 in 2025.

Schonere brandstoffen

Ook investeren we in schonere brandstoffen voor sectoren die niet eenvoudig kunnen overstappen op elektriciteit, zoals de luchtvaart of zwaar wegtransport. We werken bijvoorbeeld samen met luchtvaartmaatschappijen als KLM en creëren de infrastructuur die nodig is om waterstof uit hernieuwbare energiebronnen als brandstof te gebruiken. De waterstoffabriek die we recent hebben opgestart in China leverde tijdens de Winterspelen meer dan de helft van de benodigde waterstof voor waterstofvoertuigen op de wedstrijdlocatie Zhangiakou. We werken bovendien samen met anderen om innovatieve oplossingen te vinden voor sectoren die moeilijk koolstofvrij te maken zijn.

Onze klimaatdoelstellingen en de acties die we ondernemen om onze strategie te realiseren, ondersteunen niet alleen het Akkoord van Parijs, maar ze positioneren ons ook goed om aan de verplichtingen van de rechtbank te voldoen, ongeacht het beroep. Er zijn echter aspecten van het oordeel van de rechtbank die gewoon niet haalbaar – of zelfs redelijk – zijn om te verwachten van Shell, of een ander enkel bedrijf.

Energiekeuzes van klanten

De rechtbank baseerde haar uitspraak op een ‘ongeschreven zorgvuldigheidsnorm’ naar Nederlands recht. Als ongeschreven zorgvuldigheidsnorm zou het zo voor de hand liggend, algemeen bekend en begrepen moeten zijn dat iedereen – niet alleen landen en bedrijven, maar ieder persoon – weet en accepteert dat ze hun koolstofemissies tegen 2030 met 45% moeten verlagen. Het is niet duidelijk hoe Shell kan worden opgedragen om koolstofemissies te verminderen van klanten die Shell niet controleert, terwijl deze klanten niet een vergelijkbare wettelijke verplichting hebben om hun emissies te verminderen.

Shell wordt ook gevraagd om sneller en verder te gaan dan sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport.

Wij werken er continu aan om via de producten die wij verkopen onze klanten te helpen hun uitstoot omlaag te brengen. Maar ondanks het feit dat Shell een grote, wereldwijd opererende energieproducent is, hebben wij alleen geen directe invloed op de energiekeuzes van klanten. Het is aan overheden om met beleid het energieverbruik van de samenleving fundamenteel te veranderen.

Shell wordt ook gevraagd om verder en sneller te gaan dan sectoren zoals luchtvaart, scheepvaart en wegtransport die verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van onze gerapporteerde Scope 3-koolstofemissies. De uitspraak verplicht Shell in feite tot een doel dat verder gaat dan ’s werelds meest progressieve beleidstrajecten om elke bedrijfssector koolstofvrij te maken, inclusief het door de Europese Unie voorgestelde “Fit for 55”-pakket.

We zijn het er allemaal over eens dat we snel moeten handelen en samen moeten werken om als wereld over te stappen naar schonere energie. Maar Shell is tot op zekere hoogte beperkt door het tempo waarop klanten en bedrijfssectoren koolfstofvrij worden.

Piekende energieprijzen

Recente uitdagingen rond de energievoorziening en piekende energieprijzen tonen dat de energietransitie zich op meer moet focussen dan het verminderen van koolstofemissies, wil het eerlijk en geordend verlopen. Dit is een politieke balanceer-act, die effectief, door de overheid geleid beleid vereist. Deze uitdagingen kunnen niet worden opgelost via juridische geschillen tussen private partijen en vonnissen tegen individuele bedrijven. Het opdragen aan één bedrijf om zijn emissies én die van zijn klanten te verminderen is geen effectieve manier om klimaatverandering aan te pakken en tegelijk veilige, betrouwbare en betaalbare energie plus economische ontwikkeling voor eenieder te waarborgen.

Om deze redenen gaan wij in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. En laat duidelijk zijn; dit verandert niets aan onze stevige commitment om een leidende rol te spelen in de energietransitie, via onze investeringen, onze projecten, onze innovatie en onze partnerschappen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Internationaal advocatenkantoor Allen & Overy en Regreener, een onderneming gericht op het tegengaan van klimaatverandering en vergroenen van de wereld, kondigen op International Day of Forests een samenwerking aan om groene impact te realiseren. Deze samenwerking past bij de ambitie van beide organisaties om verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen klimaatverandering. A&O richt zich wereldwijd op een CO2-reductie van 50 procent in 2030 ten opzichte van 2019. Middels de samenwerking met Regreener zal A&O actief bijdragen aan het  realiseren van groene impact en steunt A&O Regreener bij duurzame projecten zoals herbebossing in Zambia en regenwoudbescherming in Ecuador. Verder koopt Regreener CO2-certificaten op en investeert in ontwikkeling van innovatieve en schaalbare oplossingen om  klimaatverandering tegen te gaan.

Paul Huisman, Head of Business Services bij Allen & Overy: “De samenwerking met Regreener is een mooie stap voor A&O om te laten zien welke acties we ondernemen om onze CO2-voetafdruk te verkleinen. Regreener laat onze kantoorgenoten op maandelijkse basis zien wat A&O  concreet bijdraagt. A&O draagt bij aan concrete projecten als (i) bomen planten, (ii) regenwoud beschermen en (iii) groene energieprojecten. Via onze interne mediakanalen kunnen we elke maand op een dashboard zien wat onze groene impact is.”

Job van Hooijdonk, mede-oprichter Regreener: “Wij zijn ontzettend blij dat Regreener deze mooie samenwerking aangaat met Allen & Overy, een van ’s werelds meest vooraanstaande advocatenkantoren. De focus van onze samenwerking zal liggen op de daadwerkelijke groene impact die wordt gerealiseerd. Zo zullen we op maandelijkse basis voor en namens de Allen & Overy bomen planten, regenwoud beschermen en projecten gericht op groene energie en renewables steunen. In de tijd dat ik zelf als advocaat werkzaam was (bij een concurrerend kantoor) heb ik A&O leren kennen als een kantoor dat staat voor kwaliteit en innovatie. Daarom ben ik blij datwij dit kantoor als partner mogen verwelkomen. Ik kijk uit naar een vruchtbare samenwerking en verheug mij op de groene impact die we samen zullen realiseren.”

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Solarge is trots om te kunnen melden dat nieuwe investeerders, waaronder Sytse Bouwer (Acquario, oprichter van GroenLeven) het bedrijf ondersteunen. Het betekent dat Solarge voldoende kapitaal aan boord heeft om te starten met de grootschalige productie van een nieuwe generatie zeer duurzame zonnepanelen. Naast Sytse Bouwer investeren nog drie informal investors een stevig bedrag in Solarge. Eerder, in 2021 al, besloot Daan van der Vorm, directeur-eigenaar van VORM, te investeren in het innovatieve Solarge.

Jan Vesseur, CEO Solarge: “We zijn trots dat Sytse Bouwer zich heeft aangesloten en we nu daadwerkelijk kunnen starten met grootschalige productie van onze zonnepanelen. We hebben weliswaar even moeten wachten op deze laatste investeringsronde, maar ons geduld is ruimschoots beloond. De inzet van zonne- energie zal in Nederland de komende 30 jaar met zeker een factor 10 groeien. Daarna zal de markt voor vervanging van zonnepanelen enorm zijn. We zijn blij dat we nu beginnen met het echte werk en onze productielijn kunnen inrichten op onze nieuwe productie locatie in Weert.”

Sytse Bouwer, investeerder namens Acquario: “In het verleden heb ik vaker de haalbaarheid onderzocht van productie van zonnepanelen in Nederland en dat bleek niet eenvoudig. Het is Solarge gelukt om een sluitende business case te maken voor zowel ontwikkeling als productie van volledig recyclebare zonnepanelen in Nederland. Ik ben overtuigd dat het bedrijf met haar producten het verschil kan maken in de zonne- energiesector en sluit mij daar graag bij aan. De lichtgewicht zonnepanelen, waar bij de productie tot wel 75 procent minder CO2 vrijkomt, kunnen praktisch en eenvoudig worden toegepast op daken, carports en in de offshore-industrie. Het bedrijf wordt maatgevend in de ontwikkeling en productie van zonnepanelen in Europa.”

Voortgang productielijn

Solarge zal de productielijn, besteld bij het Spaanse Mondragon Assembly, na de zomer 2022 installeren bij haar productielocatie in Weert. Vervolgens zal de productie van diverse orders van zonnepanelen naar verwachting in januari 2023 starten. Solarge zet in op de realisatie van een 100 megawatt zonnepanelenfabriek in Nederland, met de ambitie om dit uit te breiden tot meer dan 350 MW in de jaren erna. In 2023 verwacht Solarge al 100.000 zonnepanelen te produceren; voldoende om 12.500 huishoudens van elektriciteit te voorzien (en dat 25 jaar lang).

Solarge biedt oplossingen voor daken met een lichte constructie

Solarge startte in 2018 met de ontwikkeling van circulaire lichtgewicht zonnepanelen die geschikt zijn voor daken die beperkt belast kunnen worden*. In de ontwikkeling van haar zonnepanelen heeft Solarge gewaarborgd dat de energieopbrengst vergelijkbaar is met zonnepanelen die conventionele glasmodules bevatten. Daarnaast heeft het bedrijf een methode bedacht, die ervoor zorgt dat bij de productie van zonnepanelen aanzienlijk minder (tot 75 procent) CO2 vrijkomt. Solarge produceert haar, samen met Sabic ontwikkelde, zonnepanelen met thermoplastische polymeren, waardoor het bedrijf in staat is om ze aan het einde van hun levensduur eenvoudig te demonteren, en de onderdelen geschikt zijn voor hergebruik. Ook is het Solarge paneel PFAS vrij. Met haar innovatieve zonnepanelen won Solarge onder meer de Duurzame Dinsdag Energieprijs 2021 en BNR GreenQuest aanmoedigingsprijs 2021.

* Recent onderzoek in opdracht van Topsector Energie heeft aangetoond dat 45 procent van de daken in Nederland niet belast kan worden met reguliere zonnepanelen die zijn gemaakt van glas en aluminium (.https://www.topsectorenergie.nl/nieuws/met-kleine-aanpassing-85-van-de-nederlandse-grote-daken-geschikt-voor- zonnepanelen)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Marijn van Rooij, medeoprichter en technisch directeur van Ocean Grazer, is door de vakjury verkozen tot Ingenieur van het Jaar 2022. Zijn bedrijf ontwikkelde een technologie om energie op te slaan op de zeebodem. De publieksprijs ging naar Nikéh Booister, adviseur Waterveiligheid en Klimaatadaptatie bij Sweco, en de studentenprijs naar het team MSP Maastricht.

De bekendmaking door het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) vond online plaats in het virtuele bijzijn van prinses Beatrix en prinses Mabel.

De jury roemde de grote bijdrage van Van Rooij aan de oplossing van een belangrijk en maatschappelijk relevant probleem. Tevens kijkt de jury ernaar uit dat Van Rooij zich gaat inzetten voor de zichtbaarheid van het werk aan energie-opslag, onder andere door het enthousiasmeren van anderen – zoals hij had toegezegd te gaan doen als hij de Prins Frisoprijs zou gaan winnen.

Waterkrachtcentrale

Van Rooij en een partner richtten het bedrijf Ocean Grazer in 2018 op, als spinoff van de Rijksuniversiteit Groningen. De Ocean Battery, die deel uitmaakt van Ocean Grazer, is een soort waterkrachtcentrale op de zeebodem. De batterij slaat overtollige duurzame energie uit bijvoorbeeld zonne- of windkracht op als potentiële energie, gebruikmakend van de hoge druk die op de zeebodem heerst. Hiervoor pompt de Ocean Battery water uit een rigide reservoir naar grote flexibele zakken of balgen op de zeebodem, en laat het weer terugstromen als de energie nodig is.

Publieksprijs

De publieksprijs ging naar Nikéh Booister, adviseur Waterveiligheid en Klimaatadaptatie bij Sweco. Zij pleit voor een meer toekomstgerichte blik bij het inrichten van Nederland. De runner-up, Sjoerd Kerstens, is leading professional water bij Royal HaskoningDHV. Hij houdt zich bezig met het versnellen van toegang tot sanitatie overal ter wereld, bijvoorbeeld door afvalwater als grondstof te beschouwen. Kerstens kreeg de tweede prijs van de vakjury. Een van de uitvindingen genaamd Nereda waar hij aan meewerkte won eerder dit jaar De Vernufteling.

Studententeams

Voor het eerst dit jaar werd er ook een studententeam bekroond. De winnaar van de studentencompetitie is MSP Maastricht met het project MethaGone. Het team ontwikkelde een pil voor koeien, die maakt dat deze minder methaan uitstoten.

De prijs

Dit was de achtste editie van de Prins Friso Ingenieursprijs, die het KIVI jaarlijks uitreikt. Voor deze prijs komen ingenieurs in aanmerking die zich in hun werk onderscheiden in de vier competenties: expertise, innoverend vermogen, ondernemerschap en maatschappelijke impact. De prijs in vernoemd naar prins Friso, die ingenieur Luchtvaart- en Ruimtetechniek en lid van KIVI was. Hij overleed in 2013 ten gevolge van een ski-ongeval.

KIVI is de beroepsvereniging van ingenieurs in Nederland en bestaat dit jaar 175 jaar. KIVI zet zich in voor het ondersteunen van ingenieurs in hun beroepsuitoefening, het zichtbaar maken van hun werk en het leggen van verbindingen tussen ingenieurs en de samenleving. Ook mag alleen door KIVI in Nederland, de internationaal erkende titels Chartered en Incorporated engineer worden verstrekt, het kwaliteitsmerk voor topingenieurs.

Over de Prins Friso Ingenieursprijs

Een wereld zonder ingenieurs kunnen we ons op geen enkele wijze voorstellen. Zelfs in de oudste geschiedenis waren het uitvindingen van ingenieurs welke ten grondslag lagen aan innovaties. De ingenieur verbindt van oudsher zijn wetensschappelijke kennis met de praktische uitdagingen welke onze samenleving vraagt. Op steeds meer toepassingsgebieden is de ingenieur een essentiële factor. Voorbeelden zijn er vele.

Zo is de ingenieur in de gezondheidszorg met zijn scanners, bestralingssystemen, maar ook protheses, zelfs in moderne 3-D printers vervaardigd, van enorme waarde. De impact van de ingenieurs in de ruimtevaartsector zijn zichtbaar in de luchtvaart, maar ook in de ontwikkelingen van het klimaat, de voorspellende waarde van naderend natuuronheil, maar ook voor de irrigatie van droge gebieden en de bewaking van de kwaliteit van de dijken. Onze communicatie, welke geen grenzen kent, zou zonder satellietverkeer niet mogelijk zijn. Toch heeft het beroep van ingenieur in Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, België en Frankrijk, niet de waardering welke het vak verdient. KIVI beijvert zich daarom om de titel van Ingenieur te bewaren (in plaats van enkel Master of Science), en zoekt ieder jaar voor haar ‘Ingenieur van het Jaar′ naar Ingenieurs welke zich juist met hun kennis op een maatschappelijk probleem storten.

Foto: Joanne Meyboom, Prinses Beatrix, Prinses Mabel, Marijn van Rooij, Nikéh Booister, Sjoerd Kerstens en Miguel Delcour (KIVI/ Wendy van Bree)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Normative heeft met steun van Google.org een koolstofcalculator gelanceerd. Deze tool is gratis beschikbaar via de SME Climate Hub en helpt mkb-bedrijven om hun uitstoot te meten en zogenaamde ‘hot spots’ te identificeren. Hiermee wordt een uitgangswaarde bepaald op basis waarvan de uitstoot vóór 2030 kan worden gehalveerd en tegen 2050 tot nul kan worden teruggebracht. De tool stelt mkb’ers in staat duurzame en toekomstbestendige bedrijven op te bouwen die op de lange termijn tegen een stootje kunnen en die helpen wereldwijde klimaatdoelstellingen te realiseren.

Het mkb vertegenwoordigt 90% van het wereldwijde bedrijfsleven. Veel mkb-bedrijven zijn met elkaar verbonden en spelen een rol bij de productie van goederen en diensten voor grotere ondernemingen. De uitstoot van de waardeketen – ook wel Scope 3-emissies genoemd – is goed voor 90% van de totale uitstoot van een bedrijf, en deze waardeketens bestaan vaak uit mkb-bedrijven.

Veel van deze kleine bedrijven hebben echter niet de middelen om hun uitstoot nauwkeurig te meten en te beheren. In een recent onderzoek van de SME Climate Hub gaf 63% van de respondenten aan niet over de juiste vaardigheden te beschikken om de meest effectieve klimaatmaatregelen te nemen.

De Business Carbon Calculator stelt mkb’ers in staat hun CO2-voetafdruk te meten en hot spots te identificeren. Bedrijven kunnen via een simpel formulier gemakkelijk toegankelijke data invoeren, zoals de grootte van hun gebouwen of de kosten voor elektriciteit, verwarming en benzine. De uitkomst van hun CO2-voetafdruk vormt de basis van waaruit actie kan worden ondernomen via de diverse tools en stimulansen op de SME Climate Hub.

De Business Carbon Calculator is ontwikkeld met behulp van een team van twaalf Google.org Fellows, bestaande uit softwareontwikkelaars, UX-ontwerpers en product managers. Zij hebben Normative zes maanden full-time kosteloos ondersteund. De tool is een uitbreiding van de Industry CO2 Insights-tool die tijdens de Klimaatconferentie van Glasgow werd gelanceerd door Normative en de SME Climate Hub. Normative zet nu de volgende stap en wil de waardeketens aanspreken door het mkb in staat te stellen hun CO2-voetafdruk te berekenen en te bepalen waar de uitstoot kan worden verminderd.

Bedrijven en hun waardeketens spelen een belangrijke rol bij het bereiken van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Het meest recente klimaatonderzoek maakt duidelijk dat, om de ergste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen, de wereldwijde temperatuurstijging moet worden beperkt tot 1,5°C. Dat betekent dat de wereldwijde uitstoot tegen 2030 moet worden gehalveerd en vóór 2050 een netto uitstoot van nul moet zijn bereikt. Dit is alleen mogelijk als de uitstoot nauwkeurig en systematisch wordt gemeten en verminderd.

“Het moment om te handelen is nu. Het klimaat wacht niet tot wij er klaar voor zijn”, zegt Kristian Rönn, CEO en medeoprichter van Normative, ’s werelds eerste rekenmodel voor koolstofuitstoot en de data- en softwareleverancier voor de door de VN gesteunde SME Climate Hub. “We willen het voor iedereen makkelijk maken om de koolstofuitstoot te meten en een netto uitstoot van nul te bereiken. Deze nieuwe tool is onze volgende stap om waardeketens over de hele wereld bij het proces te betrekken, en we zullen onze technologie verder ontwikkelen om bedrijven te helpen klimaatactie te ondernemen”, besluit Kristian Rönn.

Kleine bedrijven die hun uitstoot op de korte en lange termijn willen terugdringen, kunnen profiteren van allerlei zakelijke voordelen. Voorbeelden hiervan zijn verhoogde efficiëntie en lagere bedrijfskosten, meer merkvoordelen, minder bedrijfsrisico, naleving van de wetgeving en betere toegang tot kapitaal.

“Bedrijven, ongeacht hun omvang, zien steeds vaker in dat goed omgaan met onze planeet essentieel is voor zakelijk succes. Maar voor kleine en middelgrote bedrijven kan het ontzettend lastig zijn om te bepalen waar de uitstoot vandaan komt – en hoe ze deze kunnen terugdringen. De nieuwe gratis koolstofcalculator van Normative, speciaal ontworpen voor het mkb, is fantastisch – en we zijn er trots op om met hen samen te werken,” zegt Matt Brittin, voorzitter van Google EMEA.

Normative ontwikkelde de Business Carbon Calculator na te zijn geselecteerd voor een Google.org Fellowship en een subsidie van 1 miljoen euro. Het doel van de samenwerking is om technologie te ontwikkelen waarmee bedrijven klimaatverandering kunnen aanpakken.

“Kleine bedrijven hebben de kans om het fundament van hun bedrijf te verstevigen door klimaatactie te ondernemen”, zegt María Mendiluce, CEO van de We Mean Business Coalition, een van de oprichtende partners van de SME Climate Hub. “Het is van het grootste belang dat bedrijven van alle groottes over de nodige tools beschikken zodat ze prioriteit kunnen geven aan het terugdringen van de uitstoot. We zijn er trots op dat de SME Climate Hub kan helpen deze kloof te overbruggen met behulp van tools zoals de Normative Business Carbon Calculator.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bewust van de huidige uitdagingen in verband met klimaatverandering, wil Elis Group zich inzetten voor een proces om haar uitstoot te verminderen in overeenstemming met de akkoorden van Parijs en om bij te dragen aan het onder de 1,5°C houden van de temperatuurstijging in vergelijking met het pre-industriële niveau.

Met deze aanpak wil Elis:

  • Zorgen voor het juiste ambitieniveau in haar klimaatstrategie
  • Bijdragen aan de wereldwijde doelstelling om temperatuurstijging te beperken

Elis gaat de eerste van de vier fasen van het Science Based Target (SBT) initiatief in door de toezeggingsbrief te ondertekenen waarin wordt bevestigd dat de groep zal werken aan een wetenschappelijk onderbouwde doelstelling voor de vermindering van broeikasgassen.

Volgende stappen die volgen:

  • ontwikkeling van een SBT binnen 24 maanden
  • Elis’ doel indienen voor validatie
  • het doel aankondigen

Op deze manier zal de Groep tegen eind 2022 haar klimaatdoelstellingen presenteren die zijn afgestemd op de methodologie van het Science Based Target (SBT) initiatief.

Wat zijn de op wetenschap gebaseerde doelen (Science Based Targets)?

Science-Based Targets (SBT’s) zijn doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen die organisaties een traject bieden dat is afgestemd op klimaatwetenschap. Het definiëren van een SBT is een integraal onderdeel van de klimaatstrategie van Elis. Deze aanpak omvat de scopes 1, 2 en 3.

  1. Scope 1-emissies komen overeen met emissies gerelateerd aan thermisch energieverbruik (gas, stookolie, enz.)
  2. Scope 2 met emissies gerelateerd aan elektriciteitsverbruik
  3. Scope 3 met andere indirecte emissies (aankoop van goederen en diensten, woon-werkverkeer, enz. )

Eind 2022 zal Elis haar doelen presenteren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In 2021 lag de uitstoot van broeikasgassen 2,1 procent hoger dan in 2020. Daarmee zette de sterke reductie van de uitstoot in 2020 niet door. Toen was er een daling van 8,8 procent. Door de hogere uitstoot in 2021 is de reductie ten opzichte van 1990 op 23,9 procent uitgekomen. Dat is onder de Urgenda-doelstelling van minimaal 25 procent reductie, die in 2020 net gehaald was. De stijging van de emissies in 2021 komt vooral door meer aardgasverbruik in de gebouwde omgeving. In het eerste halfjaar van 2021 was het kouder dan een jaar eerder. Dit blijkt uit een eerste raming van het CBS en het RIVM/Emissieregistratie over de uitstoot van broeikasgassen in 2021 volgens de IPCC-richtlijnen.

Meer aardgasverbruik in de gebouwde omgeving

In de gebouwde omgeving (woningen, kantoren, scholen, zorginstellingen etc.) was de toename van de emissies het grootst. Ten opzichte van 2020 is 10 procent meer uitgestoten. Dit komt vooral doordat het in de eerste helft van 2021 kouder was dan in dezelfde periode een jaar eerder, waardoor er meer aardgas werd gestookt. In de tweede helft van het jaar was de uitstoot in de gebouwde omgeving vrijwel gelijk aan het jaar daarvoor.

Ook meer uitstoot door elektriciteitssector en landbouw

De elektriciteitssector heeft vorig jaar 2 procent meer broeikasgassen uitgestoten dan in 2020. De elektriciteitsproductie was echter 2 procent lager. De aardgasgestookte centrales hebben vooral vanaf het tweede kwartaal van 2021 minder geproduceerd door de gestegen aardgasprijs. De prijs voor kolen steeg minder sterk waardoor er relatief meer elektriciteit is geproduceerd uit kolen. Bij de inzet van kolen voor de elektriciteitsproductie komt meer CO2 vrij dan bij de inzet van aardgas. Daardoor was de uitstoot alsnog hoger dan een jaar eerder.

De productie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen groeide in 2021. Dat drukte de totale uitstoot van de elektriciteitssector iets, maar te weinig om de hogere CO2-uitstoot door de toegenomen productie uit kolen helemaal te compenseren.

In de landbouw lag de uitstoot van broeikasgassen ook 2 procent hoger dan in 2020. Net als in de gebouwde omgeving is dat vooral toe te schrijven aan het relatief koude en minder zonnige eerste half jaar. Hierdoor hebben bijvoorbeeld tuinders meer aardgas ingezet voor de verwarming van de kassen. In het vierde kwartaal van 2021 was het aardgasverbruik in de landbouw door de hoge aardgasprijzen echter een stuk minder dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder.

Uitstoot mobiliteit en industrie gelijk gebleven

De emissies door de sector mobiliteit waren in 2021 ongeveer even groot als in 2020. In 2020 waren de emissies fors lager dan een jaar eerder. Die daling zette in 2021 niet door. Gemiddeld genomen was de verkeersintensiteit op de weg ongeveer hetzelfde als in 2020.

Ook in de industrie bleef de uitstoot vrijwel gelijk. In het tweede kwartaal van 2021 waren de emissies flink hoger doordat de industrie meer produceerde dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Daarentegen was de uitstoot in het vierde kwartaal fors lager. Door de hogere aardgasprijzen in het tweede helft van het jaar is minder gas afgenomen door industriële gebruikers.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering