[ad_1]

De Nederlandse industrie is ontzettend belangrijk voor onze economie. Het staat ook aan de basis van veel producten die wij dagelijks gebruiken: van voedingsmiddelen tot medicijnen en van auto’s tot meubels. Daarbij verbruikt de industrie veel energie en stoot veel CO2 uit. Nederland heeft grote ambities op klimaatgebied. Dat heeft ook gevolgen voor de verduurzaming van de industrie, die nog belangrijker is geworden door de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne. Verstoring van de aanvoer van energie, grondstoffen en producten kan tot kwetsbaarheden leiden. Daarom willen we voor onze energievoorziening minder afhankelijk zijn. De industrie moet ruim 20 Mton CO2 per jaar minder uitstoten, zodat de emissies 60% verminderd worden ten opzichte van 1990, dat is 5 – 5,9 Mton meer dan in het Klimaatakkoord was afgesproken.

Het kabinet zet voor de verduurzaming van de industrie in op 4 lijnen. Zo wordt de CO2 heffing aangescherpt en komt er een CO2 minimum prijs voor de industrie. Daarnaast worden bestaande subsidies voor de verduurzaming van de industrie en het mkb geïntensiveerd en uitgebreid. Er komen bindende maatwerkafspraken met de 20 grootste industriële uitstoters van broeikasgassen. We maken wederkerige afspraken met bedrijven over extra en snellere CO2 reductie in 2030, het versnellen van kritische infrastructuur, mogelijkheden voor financiële ondersteuning en het faciliteren van snelle en efficiënte vergunningverlening. Ook werkt het kabinet aan een uitvoeringsprogramma circulaire economie. Slim omgaan met grondstoffen en het vervangen van fossiele grondstoffen door hernieuwbare grondstoffen is essentieel voor de industriële verduurzaming.

Minister Micky Adriaansens (Economische Zaken en Klimaat): “Onze industrie is sterk, en dat willen we zo houden. De huidige ontwikkelingen maken het nog duidelijker dat het verduurzamen van de industrie niet langer op zich kan laten wachten. We moeten die verduurzamingsslag nu maken. Als we het goed doen, levert dat ook weer nieuwe economische kansen op. Overheid en industrie moeten hier samen in optrekken en hun verantwoordelijkheid nemen. Ik ga me keihard inzetten om de verduurzaming van de industrie te helpen realiseren.”

De overheid creëert de randvoorwaarden waarmee bedrijven de omslag kunnen maken en maakt keuzes die gericht zijn op de lange termijn. De noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan en toekomstig, duurzaam economisch potentieel op te bouwen, zal de basisindustrie blijvend veranderen. De industrie is zelf verantwoordelijk voor haar verduurzaming.

Kansen

Deze verduurzaming biedt bovendien nieuwe economische kansen voor de Nederlandse industrie en dienstensectoren. Bedrijven kunnen een koploperspositie innemen en zich blijvend onderscheiden door eerder dan anderen de noodzakelijke energieomslag te maken. Het kabinet wil helpen om fundamenteel nieuwe duurzame technologieën te realiseren. Het Klimaatfonds gaat daar een belangrijke bijdrage aan leveren voor bijvoorbeeld groene waterstof.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Wilt u als ondernemer in het midden- en kleinbedrijf uw bedrijf minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen als olie en gas en duurzaam ondernemen? En heeft u daarbij advies en ondersteuning nodig? Dan kan u gebruik maken van de Subsidieregeling Verduurzaming MKB.

Met de Subsidieregeling Verduurzaming MKB (SVM) wil de overheid ondernemers stimuleren een steentje bij te dragen aan een schonere wereld. Met de subsidie kan de ondernemer een adviseur inhuren voor een energieadvies op maat en ondersteuning bij de uitvoering.

Subsidie voor bedrijven met relatief laag energieverbruik

De subsidie is voor mkb-bedrijfspanden met een relatief laag energieverbruik (minder dan 50.000 kWh elektriciteit en 25.000 m3 aardgas) die niet onder de Energiebesparingsplicht vallen. Voor deze mkb’ers is nog weinig ondersteuning beschikbaar.

Advies en ondersteuning voor energiebesparing

De energiekosten stijgen en zullen blijven stijgen. Nu is het moment om te investeren in energiebesparende maatregelen. De investeringen zijn vaak snel terug verdiend. Ondernemers kunnen zich laten adviseren over energiebesparende maatregelen en de investeringen die hierbij horen. Dit kan gaan om aanpassingen aan het pand, gebruiken van duurzame technieken of andere energiebesparende maatregelen, zoals het vervangen van bedrijfswagens. Met het advies kan de energieadviseur de ondernemer ook ondersteunen bij de uitvoering en van één of meer energiebesparende maatregelen. Bijvoorbeeld door het opstellen van een financieringsplan of subsidieaanvraag voor een andere regeling. De ondernemer kan nu, met steun van de overheid, expertise in huis halen om zijn bedrijf te verduurzamen.

Aanvragen kan tot en met 30 september 2022

Aanvragen van de subsidie kan tot en met 30 september 2022. De maximale subsidie is 2.500 euro per bedrijfspand. Meer informatie over voorwaarden, subsidiebedrag en hoe u de subsidie kunt aanvragen leest u op www.rvo.nl/svm.

 

Foto: Carel de Groot

[ad_2]

Source link

[ad_1]

‘De klimaatcrisis en de huidige energiecrisis – met verdubbelde energieprijzen – maken het urgenter dan ooit dat we de gebouwde omgeving snel(ler) verduurzamen en meer energie besparen. Kom daarom met slim beleid dat aansluit bij de verschillende typen bedrijven en dat ondernemers helpt snel stappen te zetten in de praktijk.’ Dat zeggen VNO-NCW en MKB-Nederland in een brief aan de Tweede Kamer in de aanloop naar het debat over verduurzaming van gebouwen op 6 april as. De ondernemingsorganisaties doen daarin voorstellen om de uitvoering van alle plannen te versnellen.

Uitvoeringsproblemen

Volgens VNO-NCW en MKB-Nederland loopt de verduurzaming van de gebouwde omgeving aan tegen uitvoeringsproblemen. Het wreekt zich onder meer dat de wijkaanpak voor het gebiedsgericht verduurzamen van woningen en bedrijfspanden zeer traag loopt, en kleine bedrijven daar niet automatisch in worden meegenomen. Ook zijn veel van de regionale en lokale plannen nog niet concreet genoeg, bijvoorbeeld waar het gaat om warmte en de nodige uitbreiding van elektriciteitsnetten. Verder is er nog geen aanpak voor bedrijfsgebouwen en zijn er grote tekorten aan vakmensen.

Flinke schep bovenop

Er moet een flinke schep bovenop op om de transitie te versnellen, aldus de ondernemingsorganisaties. Zij bepleiten onder meer dat ook bedrijfspanden die qua energiegebruik en dergelijke lijken op woningen, voor alle technieken gebruik kunnen maken van de bestaande regeling voor het verduurzamen van gebouwen. Ook is volgens de ondernemersorganisaties gericht beleid nodig dat aansluit bij de verschillende doelgroepen in het bedrijfsleven. Want een middelgroot kantoorpand is immers iets anders dan een kleine bakkerij. Zij stellen voor om kleine bedrijven met een vergelijkbaar energieverbruik als huishoudens standaard te laten meedoen met de regelingen voor huiseigenaren, zoals het nationaal isolatieprogramma.

Financiering

Bedrijven met een relatief laag energieverbruik zoals ambachten of de maakindustrie kunnen met gestandaardiseerde pakketten in afstemming met brancheorganisaties worden ondersteund in de stappen die zij kunnen zetten om versneld te verduurzamen. Bedrijven met een groter energieverbruik hebben vaak moeite met de financiering van verplichte energiebesparingsmaatregelen. Die zijn geholpen met borgstellingen (BMKB-Groen) en initiatieven als Bespaargarant, waarmee zij balansneutraal kunnen financieren.

Achtergronden

VNO-NCW en MKB-Nederland wijzen erop dat de CO2-reductiedoelen voor de gebouwde omgeving (kantoren, woningen, bedrijfspanden, etc.) in het Coalitieakkoord flink zijn opgehoogd: van iets meer dan 3,4 Megaton naar 10 Megaton CO2. Bovenop de nationale plannen heeft de Europese Commissie ook een pakket voorstellen gedaan om gebouwen te verduurzamen. Zo komt er een emissiehandelssysteem en moet de 30 procent slechtst presenterende gebouwen in 2030 zijn gerenoveerd.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Energieleverancier Vattenfall en De Rijke Noordzee zijn een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor natuurversterking in windparken. Waar eerder onderzoek zich richtte op natuurversterking rondom de turbines, kijken de organisaties nu hoe het ontwerp van de windturbine zélf bij kan dragen aan natuurontwikkeling in de parken. In de fundering van de turbines zijn openingen aangebracht, die ervoor zorgen dat vissen en ander zeeleven de turbines in en uit kunnen bewegen. De vraag is nu of de dieren de binnenkant van de turbines gaan benutten als nieuw leefgebied, om te schuilen of om voedsel te vinden. Het onderzoek vindt plaats in windpark Hollandse Kust Zuid.

Innovatie

Binnen de wind- en energiesector wordt met belangstelling uitgekeken naar de resultaten. Het is voor het eerst dat onderzoek gedaan wordt naar wat de ‘waterverversingsopeningen’ kunnen betekenen voor het zeeleven. ‘Als onze verwachtingen uitkomen, betekent dat een boost voor de biodiversiteit onder water. Bouwen met natuur heeft de toekomst. Ik ben er trots op dat we samen met Vattenfall werken aan dit soort innovatieve oplossingen, waarmee we enerzijds ons land voorzien van duurzame energie en tegelijkertijd de natuur versterken’, aldus Erwin Coolen, programmadirecteur van De Rijke Noordzee. Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ).

Blauwdruk voor toekomstige parken

De ellipsvormige openingen bevinden zich boven de zeebodem en vlak onder het wateroppervlak, en hebben een omvang van ongeveer 30 cm bij 1 meter. De komende jaren worden diverse metingen uitgevoerd in en rondom de turbines om te kijken hoe de biodiversiteit zich ontwikkelt. Afgelopen winter voerden onderzoekers van de Rijke Noordzee de eerste metingen uit. De Rijke Noordzee neemt de kennis en ervaring die hiermee wordt opgedaan, op in haar Toolbox Natuurontwikkeling in Windparken. De Toolbox is open-source zodat toekomstige projecten eenvoudig en kostenefficiënt kunnen worden opgestart.

Bouwen met natuur

Vattenfall wil de biodiversiteit in het windpark vergroten en daarover ook meer kennis opdoen. Gijs Nijsten, verantwoordelijk voor de duurzaamheid van Hollandse Kust Zuid: ‘Wind op zee groeit op dit moment razendsnel en zal de komende jaren flink blijven uitbreiden. We zoeken voortdurend naar manieren om de gevolgen voor het ecosysteem zo beperkt mogelijk te houden. Door te blijven vernieuwen en onze windturbines aan te passen, lukt het om een steeds betere combinatie te vinden tussen duurzaam geproduceerde elektriciteit en een gezond ecosysteem.’

Over Hollandse Kust Zuid

Vattenfall is samen met haar partner BASF eigenaar van windpark Hollandse Kust Zuid. Het windpark ligt op 18 kilometer van de kust tussen Den Haag en Zandvoort en heeft een totaal oppervlak van ongeveer 225 km2. Het totale geïnstalleerde vermogen bedraagt 1.500 MW. Het windpark is naar verwachting in 2023 volledig operationeel. Op dat moment is dat het grootste windpark op zee ter wereld en het eerste subsidievrije offshore windpark van Europa. Meer informatie is te vinden op Vattenfall Hollandse Kust.

De Rijke Noordzee

Het onderzoek met Vattenfall is één van de projecten die De Rijke Noordzee uitvoert naar natuurontwikkeling in offshore windparken en het verbeteren van biodiversiteit. De Rijke Noordzee werd vier jaar geleden opgericht door milieuorganisatie Natuur & Milieu en Stichting De Noordzee. Omdat in de parken niet over de bodem gevist mag worden, krijgt de natuur kans zich te herstellen en opnieuw te floreren. Dankzij een bijdrage uit het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij kan de Rijke Noordzee deze ambitie tot uitvoer brengen.

Foto: windturbine met de waterverversingsopeningen, credits: Vattenfall

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het doel van het klimaatakkoord van Parijs – het streven om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden – raakt buiten zicht, tenzij landen gezamenlijk meer ambitie tonen en onmiddellijk in actie komen. Dat stellen de vijf Nederlandse klimaatexperts die aan het vandaag verschenen IPCC-rapport hebben bijgedragen. Een dergelijke versnelling en versterking van beleidsmaatregelen is nog mogelijk – maar vereist een verregaande transformatie van de systemen die ten grondslag liggen aan onze economie, zoals energie, industrie, transport en landbouw. De komende jaren zijn daarbij doorslaggevend. Dit zijn enkele van de belangrijkste conclusies van het IPCC-rapport dat vandaag is gepubliceerd.

Stijgende mondiale uitstoot van broeikasgassen

Vergeleken met eerdere decennia, was in het afgelopen decennium (2010-2019) sprake van de grootste absolute toename van de mondiale uitstoot van broeikasgassen, ook al vlakte de procentuele toename af. Ondanks een afname van de energie-intensiteit (de uitstoot per verdiende euro) en een koolstofarmere energieproductie (de uitstoot per geproduceerde energie-eenheid), zorgde de groei van industrie, transport, energieproductie, landbouw en de gebouwde omgeving voor een stijgende uitstoot.

De regionale verschillen zijn daarbij groot. Economisch ontwikkelde landen waren verantwoordelijk voor 24 procent van de uitstoot en de allerarmste landen voor 3 procent in 2019. Wel daalde van een groeiend aantal – vooral rijke – landen in de afgelopen tien jaar de uitstoot, zowel dankzij beleid als vanwege autonome trends.

Huidige toezeggingen van landen volstrekt onvoldoende

De huidige toezeggingen van landen over beperking van hun uitstoot zijn onvoldoende om de temperatuurstijging onder de 1,5 graden te houden. Zonder aanscherping van de huidige plannen stevent de wereld volgens het IPCC af op circa 3,2 graden opwarming in 2100. Voor 1,5 graden geven de meeste berekeningen aan dat de mondiale uitstoot vóór 2025 zijn hoogste punt bereikt moet hebben, rond 2030 al bijna gehalveerd moet zijn en rond 2050 op nul moet uitkomen, om daarna negatief te worden, dat wil zeggen dat er grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer worden gehaald. Om ruim onder de 2 graden te blijven is er iets meer ruimte, maar ook hier moet de uitstoot in de komende jaren fors dalen en enkele decennia later op nul uitkomen. Het huidige klimaatbeleid is nog volstrekt onvoldoende en levert in 2030 hooguit een stabilisatie van de uitstoot op.

Prof. dr. Detlef van Vuuren: “Het nieuwe IPCC-rapport laat zien dat de komende jaren cruciaal zijn om aan het Parijsakkoord te voldoen. De weg naar het doel is een smal paadje geworden. Alleen als we de mondiale uitstoot vóór 2030 fors kunnen reduceren, liggen de Parijsdoelen nog binnen bereik. Cruciaal is om rond het midden van de eeuw op een uitstoot van netto nul uit te komen. Dat betekent dat bij investeringen nu reeds dit doel centraal moet staan.”

Transformaties in sectoren

Het verminderen van de uitstoot vraagt een verregaande transitie van belangrijke economische sectoren waaronder energie, transport en landbouw. Bij energie gaat het bijvoorbeeld om het verminderen van het energieverbruik, efficiënter omgaan met energie, en het gebruik van koolstofarme energiebronnen, in onder meer industrie en de gebouwde omgeving. In sommige industriële sectoren is het niet mogelijk nul uitstoot van CO2 te bereiken. Om de restuitstoot te compenseren, is verwijdering van CO2 uit de lucht nodig. In steden bieden onder meer renovatie en herbestemming van gebouwen, stedelijke inrichting, en fietsen, lopen en openbaar vervoer kansen om de uitstoot efficiënt te verminderen. Landbouw en bosbeheer kunnen de uitstoot van broeikasgassen rechtstreeks verminderen, extra CO2 vastleggen en daarnaast bijdragen via vervanging van energie- en broeikasgas-intensieve grondstoffen en materialen. Daarbij moet gelet worden op eventueel nadelige effecten voor voedselzekerheid en biodiversiteit.

De kosten van verschillende uitstoot-arme technologieën, zoals die voor duurzame energie, zijn sinds 2010 scherp gedaald door onder meer innovatiebeleid en leereffecten. Ook hebben een stringenter mitigatiebeleid en nationale klimaatwetten geleid tot meer investeringen in koolstofarme technologieën en infrastructuur, en is er veel private interesse voor bosherstel.  Echter, er gaan nog altijd meer publieke en private investeringen naar fossiele brandstoffen dan naar mitigatie en adaptatie.

Een pakket aan beleidsinstrumenten met zowel regelgeving als marktinstrumenten is nodig om de uitstoot aanzienlijk te verminderen en innovatie stimuleren. Met maatregelen die minder dan 100 US dollar per gereduceerde ton CO2 kosten kan de mondiale uitstoot in 2030 gehalveerd worden ten opzichte van 2019. Ook gedragsverandering, zoals energiebesparing, duurzame energie en vervoer, en vermindering van vlees- en zuivelconsumptie in rijke landen kunnen op korte en langere termijn een grote bijdrage aan de uitstootvermindering leveren (40-70 procent in 2050) en tegelijkertijd bijdragen aan welzijn en gezondheid.

Prof. dr. Heleen de Coninck: “Nieuw in dit rapport is dat het de mogelijkheden schetst om de ernstigste klimaatverandering nog te voorkomen: mogelijkheden in gedragsverandering, politieke actie, innovatie en internationale samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van financiering en investeringen.”

Landgebruik en CO2-vastlegging

Landgebruik wereldwijd (ontbossing en landbouw) is verantwoordelijk voor 13 tot 21 procent van de totale broeikasgasuitstoot. Het IPCC-rapport laat zien dat verbeterd landgebruik en extra CO2-vastlegging zeer belangrijk zijn om bij te dragen aan het halen van de klimaatdoelen, juist om uitstoot die niet te voorkomen is snel te compenseren, en om hernieuwbare grondstoffen te produceren. We zien dat in dit rapport de voorziening met hernieuwbare grondstoffen en energie (biotextiel, bouwen met hout, biobrandstoffen, biochemie) verweven is met sectoren als transport, industrie, en energie. Dit is een grote stap vooruit, maar vraagt ook om goed land- en bosbouwbeleid en uitvoering met aandacht voor biodiversiteit. Dit is volgens het IPCC in veel scenario’s nodig om de opwarming van de aarde weer tot 1,5 graden terug te brengen na overschrijding daarvan.

Prof. dr. ir. Gert-Jan Nabuurs: “Tezamen kunnen alle maatregelen in landbouw en bosbouw (bescherming van bos en veen, bosaanleg, verminderde uitstoot van methaan en lachgas, beter bosbeheer en bouwen met hout, biomassa, vermindering van voedselverspilling, en landbouwbodembeheer) zo’n 15 procent aan de hele oplossing bijdragen, ofwel 8-14 gigaton minder CO2 uitstoot in 2030. Deze extra vastlegging is belangrijk om ook op termijn moeilijk vermijdbare uitstoot te compenseren en om te komen tot negatieve uitstoot.”

Klimaatactie en duurzame ontwikkeling

Een andere belangrijke conclusie van het rapport is dat duurzame ontwikkeling niet zonder klimaatmitigatie mogelijk is, en klimaatmitigatie niet zonder duurzame ontwikkeling. Voor een groot deel gaan klimaatmaatregelen hand in hand met het realiseren van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s), maar soms staan doelen ook op gespannen voet met elkaar. Beperkte economische, sociale en institutionele middelen in lage- en middeninkomenslanden leiden vaak tot een hoge mate van kwetsbaarheid en een gering aanpassingsvermogen. Zo heeft de scherpe daling van kosten van technologieën voor zonne-energie en elektrische auto’s positieve gevolgen voor het terugdringen van de uitstoot, maar negatieve gevolgen voor het milieu en mensen – denk aan de winning van grondstoffen voor batterijen in lage- en middeninkomenslanden. Rechtvaardigheid is daarom een belangrijke randvoorwaarde voor gebruikmaking van deze technologieën, binnen landen, maar ook over landsgrenzen heen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zes maanden na de aftrap van het platform 100 Months to Change (100MTC), werd stilgestaan bij de opbrengsten van het klimaatwerk van de 100e tot de 94e maand. Op vrijdag 25 maart kwamen krachtteams van 100MTC partners samen tijdens het Changemakers Event. Er werd teruggeblikt, vooruitgekeken en samen geleerd. Na zes maanden staat er, ondanks een forse lockdown, een sterk netwerk van ambitieuze klimaatprofessionals o.a. van ABN AMRO, EY, Savills, diverse ministeries en onderwijsinstellingen. In de komende zes maanden gaan zij gezamenlijk 10.000 professionals inspireren en versterken in het klimaatwerk. Twee duidelijke versnellers zijn in korte tijd geïnventariseerd, waarmee direct versnelling in de klimaattransitie kan worden gerealiseerd.

100MTC is met haar partners halverwege de eerste sprint en er is veel gebeurd en geleerd in de eerste partnerschappen. Ondanks de lockdown is er gestart met ruim 15 krachtteams en werden ruim 40 100MTC Experiences uitgevoerd. Dit zijn succesvol bewezen inspiratiesessies met een filmvertoning Beyond Zero en een oproep tot extra klimaatacties. Vele klimaatacties werden tijdens deze inspiratiesessies vastgesteld en vervolgens samen met krachtteams tot uitvoering gebracht. De

Call for Action data, die worden opgehaald tijdens de afsluiting van Experiences, bieden waardevolle inzichten over de bijdrage en het vermogen van professionals om bij te kunnen dragen aan de klimaatdoelen van organisaties in hun werk. Ook draagt deze tool bij aan de ontwikkeling van focus en collectieve wijsheid van de professionals uit de organisatie in slechts 2 x 10 minuten.

Balans bij ‘94 months to go’

In totaal zijn er in de eerste zes maanden meer dan 3000 professionals bereikt met deze Experiences en de forecast voor de komende maanden laat zien dat de 10.000 gehaald gaat worden. Het online platform bereikt daarnaast een grote groep professionals en studenten met haar berichtgeving. De maandelijkse berichtgeving met onder meer de maandelijkse ‘afteller’ van de maanden, bereikte maandelijks gemiddeld 50.000 professionals per maand in een groeiende community. Belangrijkste lessen zijn dat er direct en snel meer bereikt kan worden op klimaatactie door wenkend perspectief op de toekomst en slimme procesontwerpen te organiseren. Hier gaan krachtteams dan ook -waar nodig met hulp uit het platform- mee aan de slag. Er melden zich momenteel dagelijks experts en nieuwe potentiele partners om samen te werken op de missie.

Meerwaarde

De meerwaarde van het platform 100 Months to Change wordt als positief ervaren. Zo ervaart Savills dat het fijn is dat zij via het platform aansluiting hebben met andere organisaties en daardoor van elkaar kunnen leren. Het krachtteam van Dura Vermeer is blij dat de Experts van 100MTC hun helpt om de visie te bepalen; waar wil je staan als bedrijf in 2030? En daarnaast scherp te houden hoe je daar gaat komen. ABN AMBRO ziet een grote meerwaarde in het gemeenschappelijke verhaal en taal, dat geeft de juiste inspiratie en motivatie om samen met de professionals uit de organisatie de schouders eronder te zetten. In overheid wordt aangegeven dat de manier van werken focus en verantwoording mogelijk maakt.

What’s Next

Het thema van het Changemakers Event luidde ‘What’s Next’. Centraal stond de vraag: Wat leren we van de afgelopen maanden met elkaar en hoe kunnen krachtteams versnellen in hun klimaatwerk in de komende sprint? Inspiratie en concrete handvatten voor actie volgden uit het uitwisselen van 100MTC ervaringen, de resultaten uit de datatool, een What’s Next Powertalk van Interface en een expertbijdrage uit verfrissende hoek. ‘Met die inzichten kunnen changemakers nog sneller en effectiever professionals in hun organisatie of keten inspireren en versterken in het klimaatwerk. En daarmee halen ze sneller hun duurzame doelen dan peers,’ aldus Charlotte Extercatte, mede-oprichter van het wereldwijde platform 100MTC en tevens expert in de Nederlandse organisatie.

Klimaatwerkers

De lancering van het boek Klimaatwerkers vond plaats bij de afsluiting van het programma. Het boek bevat toegankelijke verhalen over inzichten uit theorie, praktijkverhalen van pioniers en een simpel stappenplan voor elke professional met klimaatambitie. Het is ook bedoeld voor directies en bestuurders om het gesprek te starten in organisaties en zo het onderbenutte potentieel te benutten van de vele medewerkers, klanten en leveranciers om samen te werken aan een toekomstbestendige organisatie.

90 Months to go: Leiders aan zet

De komende tijd staan er diverse activiteiten op stapel, waaronder publieke experiences in onder meer Museon Omniversum, een speciaal programma voor docenten en studenten in het onderwijs en een online academie. Op 1 juli vindt het vervolg op deze bijeenkomst plaats. Dan komen de C-level leiders van de partners van 100MTC samen tijdens de C-Table. Voor hen liggen er nog kansen het potentieel van hun medewerkers, klanten en leveranciers direct te benutten dankzij de inzichten uit de Datatool en de contacten van het platform.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Brancheorganisaties Dutch Data Center Association (DDA) en NLdigital hebben vandaag een gezamenlijk sector-initiatief aangekondigd omtrent het terugdringen van het energieverbruik van in datacenters opgestelde servers. Het landelijke initiatief heeft als doel de energie-efficiëntie van servers te verbeteren door gebruikers te wijzen op de wettelijke verplichting om gebruik te maken van optimale powermanagement instellingen.

De brancheorganisaties en hun achterban zien de stap naar efficiëntere server instellingen als een logische aanvulling op de vele energiebesparende maatregelen die datacenters al jaren succesvol nemen op eigen koel- en elektriciteitsdistributie systemen. “Als datacenter sector nemen we onze verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid. Met dit initiatief willen we ons inspannen om onze klanten, die de eigenaar zijn van de servers, te informeren over de verdere energie-efficiëntie mogelijkheden van hun computerapparatuur”, zegt Stijn Grove, Managing Director Dutch Data Center Association.

Lotte de Bruijn, directeur NLdigital, “De hele keten van hardware- en softwareleveranciers, IT-beheerders en datacenters gaat door dit initiatief samen nog efficiënter om met energie voor digitale diensten, op weg naar een klimaatneutrale digitale sector”.

Sector doorbreekt impasse

De optimalisatie van powermanagement instellingen op servers is een maatregel op de Erkende Maatregelen Lijst (EML) voor datacenters. Echter is alleen de eigenaar van de server bij machte om de maatregel te nemen. Na twee jaar overleg met de overheid heeft de sector een handreiking opgesteld die binnenkort beschikbaar zal zijn op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Met dit initiatief doorbreken de datacenters deze impasse.

De datacenters die zijn aangesloten bij het initiatief zullen hun klanten persoonlijk attenderen op de noodzaak tot het nemen van deze maatregelen. Ook zullen zij hun klanten vragen een Energie Efficiëntie Verklaring (EEV) te ondertekenen. In deze EEV geeft de klant aan bewust te zijn van deze maatregel, inventariseert hoe de instellingen staan en waar nodig deze aanpast.

Rob Stevens, directeur en mede-eigenaar Interconnect: “Daar waar techniek en innovatie ons in de gelegenheid stelt op betrekkelijk eenvoudige wijze een bijdrage te leveren aan verduurzaming laten wij geen enkele kans liggen. De huidige energietarieven zijn bovendien een extra argument onze relaties actief te informeren over de mogelijkheden die apparatuur biedt.” Ook Jan-Joris van Dijk, Managing Director van Bytesnet is positief over het initiatief: “We zijn op vele fronten bezig om de digitale innovatie op een duurzame wijze te faciliteren. Energiebesparing met behulp van powermanagement zien wij als een welkome aanvulling om onze klanten te helpen zich te verbeteren op gebied van duurzaamheid.”

Verdere stappen

Ook roepen de branches op om nieuwe servers bij installatie gelijk in balanced mode te zetten en zien zij graag dat alle server fabrikanten en ICT-dienstverleners hun nieuwe apparatuur default afleveren en installeren in deze optimale energie-instellingen. Voor configuratie naar balanced mode kan de ‘Happyflow manual’ van het LEAP-programma worden geraadpleegd op de website van RVO.

Tevens biedt de huidige wetgeving momenteel weinig duidelijkheid over wat er van de eigenaar en beheerder van de apparatuur wordt verwacht, en wat er van het datacenter wordt verwacht. De branches pleiten dan ook voor een fundamentele herziening van de wetgeving, waarbij de eigenaar en beheerder van de servers direct kan worden aangesproken op de energiebesparende maatregelen die genomen moeten worden.

De volgende organisaties ondertekenen onder andere het initiatief:

  • Bytesnet
  • Data Center Fryslân
  • Datacenter Almere
  • Datacenter Groningen
  • Dataplace
  • Digital Realty – Interxion Nederland
  • Edgeconnex
  • Equinix
  • FCA
  • Global-e Datacenters
  • Interconnect
  • Iron Mountain Data Centers
  • NorthC Datacenters
  • Previder
  • Serverius
  • Switch Datacenters
  • Systemec

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Eneco treedt als investment partner toe tot het groene waterstof consortium NortH2. Groene waterstof is een belangrijke stap in de uitvoering van Eneco’s One Planet Plan, dat voorziet in klimaatneutraal zijn in 2035, voor Eneco en haar klanten. Onderdeel van het plan is het uitfaseren van aardgas bij klanten en bij elektriciteits- en warmteproductie. Eneco is van plan om naast NortH2 verder te investeren in groene waterstof. Met NortH2 kan waterstof in de toekomst op grote schaal beschikbaar worden gemaakt in Nederland.

As Tempelman, CEO van Eneco zegt: ”Eneco streeft ernaar om in 2035 klimaatneutraal te zijn. Naast grootschalige elektrificatie gaan we investeren in de productie en levering van groene waterstof om dit doel te realiseren. Onze participatie in NorthH2 is een belangrijke stap, met dit project hebben we de kans om samen met onze consortium partners de groene waterstofproductie in Nederland snel op te schalen.”

NortH2

In NortH2 ziet Eneco volop kansen voor de verdere verduurzaming van haar productie en belevering van industriële klanten. NortH2 wil namelijk een stevige bijdrage leveren aan de Nederlandse en Europese klimaatdoelen door de snelle ontwikkeling van een integrale waterstofketen van windenergie op zee en de productie en opslag van groene waterstof. De waterstof wordt gemaakt voor industriële sectoren die moeilijk kunnen elektrificeren, of waar waterstof een noodzakelijke grondstof vormt. NortH2 wil in 2030 tot 4GW aan electrolysers en bijpassende capaciteit aan wind op zee realiseren. Op projectbasis zorgt dit voor een vermindering van het gebruik van aardgas met ongeveer 1,5 miljard kubieke meter per jaar. Afhankelijk van de toepassing, zorgt de groene waterstof voor een vermindering van uitstoot 2,9 tot 3,6 megaton CO2 per jaar. NortH2 wil verder doorgroeien naar een productie van 1 miljoen ton groene waterstof per jaar in 2040.

NortH2 heeft onlangs de tweede fase van de haalbaarheidsstudie afgesloten, die toont dat een geïntegreerde aanpak – van windparken op zee, productie, opslag en distributie tot uiteindelijk het gebruik van de groene waterstof – technisch en economisch uitvoerbaar is. Aanvullend is nodig dat de overheid het juiste beleidskader creëert.

Partners

Tijdens de huidige studiefase bestaat NortH2 uit Shell, Equinor, RWE en Gasunie met Groningen Seaports als support partner. Eneco treedt hier nu dus in toe. Shell, Equinor, RWE en Eneco hebben de ambitie om na de studiefase met de steun van Groningen Seaports verder te gaan en samen een grootschalig aanbod aan groene waterstof te produceren voor de industrie.

Vandaag wordt ook bekend gemaakt dat NortH2 een samenwerkingsafspraak heeft gemaakt met OCI N.V., voor het geïntegreerd ontwikkelen van 1GW groene ammoniak en groene methanol waardenketens op basis van groene waterstof van NortH2.

Investeringen

De NortH2-partners zijn bereid tot flinke investeringen. Voor Eneco gaat het om honderden miljoenen euro’s. Om een concrete investeringsbeslissing te kunnen nemen en de Nederlandse en Europese klimaat- en waterstofdoelen voor 2030 te halen moet op korte termijn nog aan enkele belangrijke beleidscondities worden voldaan:

Uitrolpad van gecombineerde tenders voor ‘wind voor waterstofproductie’ met voldoende schaal. Dit verhoogt de investeringszekerheid en versnelt de kostenreductie;
Snelheid bij het realiseren van aanlandingslocaties en infra voor stroom van windparken.
Snelle concretisering van beleid dat de industrie moet helpen om waterstof in te zetten (zoals de “maatwerkafspraken” uit het regeerakkoord en de waterstofmaatregelen in het Europese Fit-for-55 pakket) .
Eneco en groene waterstof

Naast de investering in NortH2 is Eneco bezig met de ontwikkeling van andere groene waterstof projecten. Het doel is een groene waterstofportfolio van 1,5 tot 2 GW. Ongeveer de helft van de projecten richt zich op productie van groene waterstof voor industriële klanten. De andere helft richt zich op groene waterstof voor andere sectoren, zoals de gebouwde omgeving.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Stedin start een flexchallange op Schouwen-Duiveland, Tholen en in Spijkenisse en roept bedrijven op om hun elektriciteitsvermogen flexibel in te zetten. De energietransitie heeft enorme gevolgen voor het elektriciteitsnet. De toename van lokaal opgewekte duurzame zonne- en windenergie aan de ene kant en de stijgende vraag naar elektriciteit aan de andere kant, vraagt steeds meer capaciteit van het elektriciteitsnet. Op sommige piekmomenten – bijvoorbeeld als de zon veel schijnt – raakt het net tijdelijk overbelast. Daar kunnen (lokale) ondernemers bij helpen in de vorm van flexoplossingen en tegelijk geld verdienen. Deze zogenaamde energieondernemers kunnen zich tot en met woensdag 4 mei 2022 aanmelden.

Stedin Flexchallenge

Zet je flexibel elektriciteitsvermogen in voor Schouwen-Duiveland, Tholen en Spijkenisse. Ben je een energieondernemer: energieleverancier, grootverbruiker (zoals een tuinder of agrariër met veel zonnepanelen), aanbieder van zonnedaken/zonne-installaties, logistiek bedrijf, (vastgoed)ontwikkelaar van bedrijfspanden voor zon op dak, aanbieder van windenergie of andere marktpartij? En kun je tijdelijk meer of minder elektriciteit gebruiken? Kun je de energieproductie uitstellen of vervroegen? Of kun je ons regelvermogen aanbieden met behulp van een grote batterij, koelinstallatie of elektrische boiler? Doe dan mee aan de ‘Stedin Flexchallenge’. Samen kunnen we de kansen in de regio beter benutten en het elektriciteitsnet optimaal gebruiken.

Waarom meedoen?

Meedenken- en doen is niet alleen maatschappelijk relevant, het levert ook daadwerkelijk wat op. Op de eilanden Schouwen-Duiveland en Tholen en in Spijkenisse en omgeving moet sneller ruimte op het elektriciteitsnet gecreëerd worden voor duurzame opwek (zon- en windenergie), voor het leveren van meer elektriciteit en voor economische groei. Als energieondernemer kun je hier dus aan bijdragen en daarmee iets teruggeven aan de omgeving. Tegelijk geef je richting aan mogelijke oplossingen die we in de vervolgfase van de netuitbreiding inzetten. Je helpt hiermee de energietransitie te versnellen. En niet onbelangrijk: met het inzetten van flexibel vermogen kan geld verdiend worden.

Oplossingen elektriciteitsnet Schouwen-Duiveland en Tholen (Noordring)

Stedin werkt aan verzwaring van het Zeeuwse elektriciteitsnet, maar het duurt nog een aantal jaren voordat dit is gerealiseerd. Voor de zogenoemde Noordring op Schouwen-Duiveland en Tholen zijn we op zoek naar flexibel vermogen voor energie productie – om in de tussentijd toch nieuwe, duurzame zon- en windinitiatieven aan te kunnen sluiten.

Oplossingen elektriciteitsnet Spijkenisse (Heemraadlaan)

Het elektriciteitsnet in en rondom Spijkenisse wordt enkele uren per jaar flink belast door een hoge energievraag. Op die momenten komt de grens van wat het net aankan in zicht. Het merendeel van de tijd is er echter volop netcapaciteit beschikbaar. Energieondernemers kunnen hier hun flexibele vermogen inzetten voor genoemde hoge energie vraag .

Hoe doe je mee?

Tot en met woensdag 4 mei 2022 kunnen geïnteresseerde energieondernemers zich aanmelden via Tenderned. Alle informatie, inclusief de link naar Tenderned met de nodige zaken, is te vinden op: www.stedin.net/stedinflexchallenge

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Grolsch heeft de ambitie om een volledig CO2 neutrale brouwerij te zijn in 2025: een brouwerij waarbij alle ingezette energie op duurzame wijze wordt opgewekt. Nadat in 2021 de benodigde vergunningen werden afgegeven kunnen Grolsch en Twence dit jaar officieel van start met de aanleg van de ondergrondse leiding, waarmee Twence in 2022 duurzame warmte gaat leveren aan Grolsch. Deze duurzame vorm van warmtelevering reduceert de CO2-emissie van Grolsch met 72% (5.500 ton) per jaar. Dit staat ongeveer gelijk aan de hoeveelheid uitstoot van zo’n 1.800 huishoudens per jaar.

Koert van ’t Hof, Corporate Affairs Director bij Koninklijke Grolsch‘Bij Grolsch blijven we onverminderd werken aan onze duurzame ambitie. De afgelopen twee jaar waren door de pandemie niet makkelijk, toch hebben we onze ambitie als het gaat om duurzaam ondernemen nooit losgelaten. Ik ben dan ook ontzettend trots op de resultaten die we ook in 2021 behaald hebben en kijk uit naar alles wat voor dit jaar op de agenda staat!’.

Highlights 2021

Naast de introductie van de TopClip blikverpakking en de vergunningen voor de duurzame warmtelevering, heeft Grolsch nog een aantal mooie resultaten bereikt op het gebied van Duurzaam & Verantwoord Ondernemen. Een paar highlights:

  • Grolsch heeft afscheid genomen van de kartonnen draagtrays en is volledig overgeschakeld op herbruikbare draagtrays van gerecycled plastic. Grolsch levert hiermee een bijdrage aan het reduceren van de hoeveelheid afval op festivals, het maximaliseren van circulaire verpakkingen én het creëren van duurzame bewustwording onder festivalbezoekers.
  • Het aandeel recycled blikfolie is gestegen naar 74% en 49% van al het palletfolie is inmiddels van recycled plastic. Ook is er een pilot gestart om het ‘piepschuim’ in de exportcontainers te vervangen door karton met veelbelovende eerste resultaten.
  • Een proef met overschakeling naar HVO brandstof voor 2 pallettrucks heeft een CO2 reductie opgeleverd van 145ton CO2 en er is een afstand van 381.284 km over water afgelegd in 2021.
  • Grolsch heeft een beleid omtrent flexibel werken ingevoerd, ter bevordering van een betere werk/privé balans. Er zijn thuiswerkplekken geïnstalleerd bij kenniswerkers voor goede ergonomie.
  • Grolsch heeft in 2021 een nieuwe Grolsch alcoholvrij campagne gelanceerd. Met deze televisie commercial, diverse online video’s en activatie brengt Grolsch haar volledige range 0.0 bieren onder de aandacht. En 87% van alle boarding rond de sportvelden is vervangen door 0.0%.

Resultaten online beschikbaar

Benieuwd naar de resultaten en activiteiten van Grolsch op het gebied van duurzaam en verantwoord ondernemen in 2021, of naar de doelstellingen voor 2022? Bekijk dan het online jaaroverzicht 2021.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering