[ad_1]

ENGIE, wereldwijd referentiepunt voor duurzame waterstof en CO2-arme energie en diensten, OCI, de grootste methanolproducent van Europa en EEW, een toonaangevend bedrijf voor de productie van elektriciteit en warmte uit de thermische verwerking van afval, maken vandaag bekend een samenwerking aan te gaan met de ambitie het HyNetherlands (HyNL) project uit te rollen.

HyNetherlands is erop gericht om een van de eerste grootschalige industriële waardeketens in Europa voor de productie van e-methanol op basis van de combinatie van duurzame waterstof en biogeen CO2 te ontwikkelen, te bouwen en te exploiteren in Noord-Nederland (provincie Groningen).

Waterstof en e-methanol zijn duurzame en hoogwaardige energiedragers met vergelijkbare kenmerken als hun fossiele tegenhangers: hoge energiedichtheid, goed te bunkeren en te vervoeren, en gebruik van bestaande voorzieningen en infrastructuur.

De eerste fase van het project bestaat uit een nieuwe elektrolyse-installatie van 100 MW om waterstof te produceren voor de productie van e-mehthanol en waterstof op hernieuwbare basis te leveren aan de lokale mobiliteits- en industriële sectoren.

Het HyNL-project verbindt afzonderlijke industrieterreinen op drie verschillende locaties.

  • De productiefaciliteit voor waterstof van ENGIE wordt gevestigd op de locatie van de Eems elektriciteitscentrale in de Eemshaven. De 100 MW elektrolyse-installatie wordt aangedreven met een capaciteit van 200 MW uit offshore windturbines.
  • De installatie voor het vastleggen van koolstof van EEW wordt geïntegreerd met de bestaande waste-to-energy installatie in Farmsum. Hier zal biogeen CO2 uit de verbrandingsgassen van de productielijnen van de installatie worden gehaald. De CO2 logistiek en infrastructuur wordt geleverd door Groningen Seaports.
  • De BioMCN productiefaciliteit voor methanol van OCI, gevestigd in het Delfzijl chemiepark in Farmsum, beschikt over de mogelijkheid waterstof en biogeen CO2 te combineren voor de productie van e-methanol.
  • De installaties van ENGIE (productie) en OCI / BioMCN (afname) worden aangesloten op het waterstofnetwerk dat de Gasunie ontwikkelt door heel Nederland en Noord-Duitsland. Het overgrote deel van het nationale netwerk voor waterstof bestaat uit pijpleidingen die momenteel gebruikt worden voor het transport van aardgas.

Het verkrijgen van de benodigde financiële ondersteuning en vergunningen van overheidswege voor het project behoort tot de kernprioriteiten. Hiertoe heeft het project al subsidies aangevraagd bij de Europese instellingen (Innovatiefonds).

De langetermijnvisie voor HyNL is om een steeds grotere rol te vervullen in de decarbonisatie van de industriële en transportsectoren in de regio en omvat plannen om de productiecapaciteit van de elektrolyse-installatie op te schalen van 100 MW in 2025 naar 1,85 GW in 2030 of kort daarna.

“We zijn verheugd samen met EEW en OCI onderdeel uit te mogen maken van HyNL. Het project levert een aanzienlijke bijdrage aan het halen van de doelstellingen voor vermindering van de CO2-uitstoot op landelijk niveau. De routekaart voor HyNL baant de weg voor een effectieve Europese hub voor hernieuwbare energie en zal een oplossing vormen voor decarbonisatie in diverse industriesectoren met een hoge koolstofvoetafdruk.” Cedric Osterrieth – Managing Director ENGIE Thermal Europe

 “Methanol is een van de meest effectieve groene waterstofdragers en is cruciaal voor de ontwikkeling van de waterstofeconomie in Nederland en Europa. De flexibiliteit van de productiemiddelen van OCI om over te schakelen op groene waterstof kan een versnelde en schaalbare decarbonisatie van de industrie mogelijk maken en tegelijkertijd bijdragen aan het verlagen van de afhankelijkheid van Europa van ingevoerd aardgas.” Ahmed El-Hoshy – CEO OCI N.V.

  “Het project bevordert niet alleen de circulariteit door het gebruik van biogeen CO2 uit niet-herbruikbaar afval, maar zal tegen eind 2025 in totaal 140 kiloton CO2 per jaar besparen door de productie van e-methanol en waterstof op basis van renewables in plaats van fossiele brandstoffen.” Bernard Kemper – CEO EEW

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om de ontwikkeling van energiewinning op wegen te versnellen slaan de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant en Zuid-Holland de handen ineen. Er worden 2 fietspaden bedekt met zonnepanelen. De provincies willen hiermee meer leren over deze veelbelovende techniek voor duurzame opwekking van zonne-energie.

De CO2-uitstoot in Nederland moet omlaag. Zonnefietspaden kunnen daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Een voordeel van zonnepanelen integreren in het wegdek is dat het geen extra ruimte kost. Het fietspad krijgt namelijk een dubbele functie; mobiliteit en het genereren van zonne-energie.

Op 2 fietspaden worden zonnepanelen aangebracht; het fietspad langs de N232 ter hoogte van Vijfhuizen (Noord-Holland) en het fietspad langs de N285 bij Wagenberg (Noord-Brabant). Voor het fietspad in Zuid-Holland zijn geen aanbiedingen ontvangen. De fietspaden worden elk circa 400 meter lang en moeten minimaal 80.000 KwH per jaar opleveren. BAM Infra verzorgt de uitvoering, de werkzaamheden zijn naar verwachting medio 2023 afgerond.

Leren als doelstelling

De 3 provincies trekken gezamenlijk op en eerder opgedane kennis wordt meegenomen in deze doorontwikkeling zodat van elkaar geleerd kan worden: wat betekent het voor de aanleg en het onderhoud, hoeveel energie kan er worden opgewekt en hoe kan met deze nog relatief kostbare techniek op termijn een sluitende businesscase worden gemaakt? Provincie Zuid-Holland gaat tevens met marktpartijen evalueren waarom het fietspad geen inschrijvers heeft opgeleverd om hiervan te leren voor toekomstige aanbestedingen. De 2 zonnefietspaden worden gedurende 5 jaar gemonitord en de resultaten worden gedeeld.

Duurzame ambities

Door te investeren in en ruimte te maken voor duurzame energieopwekking dragen de provincies Noord-Holland, Noord-Brabant en Zuid-Holland bij aan de ambitie van het Klimaatakkoord; het verminderen van de uitstoot van CO2 met 95% in 2050. Het is daarom belangrijk dat nieuwe manieren van duurzame energiewinning worden ontwikkeld. De provincies zien daarin de doorontwikkeling van zonnefietspaden als belangrijke stap.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Koninklijke BAM Groep nv kende in het eerste kwartaal van 2022 een sterke operationele prestatie, inclusief de afwikkeling van zeesluis IJmuiden (OpenIJ) en een buitengewone bijdrage van de ppsjoint venture. De kaspositie en orderportefeuille van BAM blijven solide. Voor 2022 verwacht BAM een verbetering van de gecorrigeerde EBITDA-marge ten opzichte van de marge over geheel 2021 van 3,8 procent.  BAM versnelt de klimaatdoelstellingen met zeven jaar.

Ruud Joosten, CEO van Koninklijke BAM Groep: ‘We zijn in het tweede jaar van ons driejarige strategische plan om een meer voorspelbaar, winstgevender en duurzamer bedrijf te vormen, en ik ben verheugd over de voortgang tot nu toe. Om onze vastberadenheid te onderstrepen om een koploper te blijven in onze branche op het gebied van duurzaamheid, hebben we doelstellingen bijgesteld om versneld onze CO2-uitstoot te verminderen.’

Sinds 2015 heeft BAM de CO2-intensiteit van scope 1 en 2 met 47 procent verminderd en heeft het de oorspronkelijke Science Based-reductiedoelstellingen voor 2030 vrijwel gerealiseerd. Daarom versnelt BAM de doelstellingen met zeven jaar en zet zich nu in voor:

  • 50 procent reductie van de CO2-intensiteit in 2023 (vergeleken met 2015);
  • 80 procent reductie van de CO2-intensiteit in 2026 (vergeleken met 2015).

Tevens heeft BAM de scope 3-emissievoetafdruk herzien ten opzichte van de niveaus gemeten in 2017. Na de volledigheid van de scope 3-beoordeling in de tussenliggende jaren te hebben verbeterd, streeft BAM nu naar een reductie van 50 procent in 2030 ten opzichte van 2019 (voorheen 20 procent reductie in 2030).

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Door de steeds groter wordende impact van energiekosten op de winst wordt aan energie-efficiëntie een hogere prioriteit toegekend, maar kosten en stilstand zijn nog wel belangrijke obstakels voor investeringen. Dit blijkt uit een wereldwijde enquête in opdracht van ABB. Het onderzoek geeft inzicht in de huidige en toekomstige plannen van bedrijven waarin inves­teringen in energie-efficiëntie zijn opgenomen om Net Zero te realiseren. In de komende vijf jaar wil 90 percent zijn uitgaven verhogen, 52 percent wil in dezelfde periode Net Zero realiseren.

Investeringen opschroeven

De wereldwijde industrie zal in de komende vijf jaar steeds meer investeren in energie-efficiëntie in een cruciale poging om Net Zero zo snel mogelijk te realiseren. De Energy Efficiency Investment Survey 2022 is opgezet naar aanleiding van een recent rapport van de VN, waarin landen werden opgeroepen gezamenlijk actie te ondernemen om de uitstoot van broeikasgassen sneller te verminderen.
Het rapport belicht ook zorgwekkende aandachtspunten. De helft van de respondenten beschouwt kosten als het groot­ste obstakel om energie-efficiëntie te verbeteren, en voor 37 percent is stilstand een hinderpaal. Reden tot ongerustheid is ook dat slechts 41 percent van de respondenten het gevoel had over voldoende informatie te beschikken met betrek­king tot energie-efficiënte maatregelen.

Elektrische motoren cruciaal

De wereldwijde enquête werd uitgevoerd door Sapio Research en richtte zich tot 2294 ondernemingen in 13 landen, met personeelsbestanden variërend van 500 tot 5000 en meer medewerkers. Ze schetst een actueel beeld van hoe de industriële wereld plannen maakt om te investeren in energie-efficiënte maatregelen om Net Zero te realiseren. Een belangrijke constatering is dat meer dan de helft (54 procent) van de ondernemingen al investeert in de verbetering van energie-efficiëntie terwijl 40 procent plannen heeft om dat dit jaar te doen.

Vooral industriële motor-aangedreven systemen bieden veel mogelijkheden voor energie-efficiënte maatregelen. Bijna twee derde van de respondenten wil versneld upgraden naar apparatuur met de beste efficiëntiescores, zoals zeer efficiënte elektrische motoren die worden aangestuurd door aandrijvingen met variabele snelheden. Motoren zijn misschien niet altijd zichtbaar, maar ze zijn wel cruciaal: voor het verwerken van voedsel en water tot het aandrijven van transport en de koeling van datacenters. De elektrische motoren van vandaag verbruiken meer dan 45% van de elektriciteit in de wereld. En met een groeiende bevolking en economie, zal het aantal motoren in 2040 zijn verdubbeld. Het upgraden van 300 miljoen motor- aangedreven industriële systemen wereldwijd, door geoptimaliseerde, efficiënte apparatuur, kan het mondiale elektriciteits­verbruik met maximaal 10% verminderen. Dat is meer dan 90% van het jaarverbruik van de hele EU.

Net Zero is niet gelijk aan net cost

“Als de overheden en de industrie hun inspanningen niet verhogen, zal een aanzienlijke groei van de bevolking en de economie de klimaatverandering versnellen tot een kritiek punt wordt bereikt. De groeiende verstedelijking en de stijgende geopolitieke spanningen zullen ervoor zorgen dat energievoorziening en duurzaamheid nog belangrijker worden,” zei Tarak Mehta, Voorzitter van ABB Motion. “Het verbeteren van de energie-efficiëntie is een essentiële strategie om deze potentiële crisissen aan te pakken. Daarom zijn de versnelde investeringen die in de enquête worden vermeld goed nieuws.”
Mehta vervolgt: “Het is van cruciaal belang dat belanghebbenden in de industriële wereld beseffen dat Net Zero niet alleen gaat over netto kosten. Zowel leveranciers als overheden hebben een rol te spelen in de communicatie dat het gebruik van energie-efficiënte technologie de CO2-uitstoot beperkt en bovendien deze investeringen sneller laat renderen. We kunnen constateren dat energie-efficiëntie goed is voor het zakenleven en goed is voor het milieu”.

Overige belangrijke uitkomsten:

Respondenten geven aan dat gemiddeld 23 percent van de jaarlijkse operationele kosten zijn toe te wijzen aan energieverbruik; Negen op tien respondenten zien de stijgende energiekosten op zijn minst als een kleine bedreiging voor hun winstgevendheid, terwijl meer dan de helft (53 procent) ze beschouwen als een matige tot substantiële dreiging; Ondanks dat de hogere kosten een belangrijke belemmering vormen voor investeringen in het verbeteren van de energie-efficiëntie, waren kostenbesparingen de belangrijkste reden om te investeren (59 procent).

Energy Efficiency Movement

De enquête maakte deel uit van #energyefficiencymovement, een initiatief dat ABB in 2021 samen met andere belanghebbenden in gang heeft gezet. De beweging sluit aan bij de strategie omtrent duurzaamheid, Sustainability 2030, waarin de onderneming zich engageert om de klanten van ABB te ondersteunen in hun streven naar een gezamenlijke jaarlijkse daling tegen 2030 van de CO2-voetafdruk met 100 megaton, wat overeenkomt met jaarlijks 30 miljoen wagens met verbrandingsmotoren van de weg halen. De Energy Efficiency Movement heeft zich daarom tot doel gesteld het bewustzijn te verhogen en initiatieven te starten om de klimaatverandering te bestrijden via beperking van het energieverbruik en vermindering van de CO2-uitstoot. Er wordt aan ondernemingen gevraagd om deel uit te maken van de beweging en zich publiek te engageren zodat ze anderen inspireren en aanzetten tot actie. 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het merendeel van de beursgenoteerde ondernemingen in Nederland geeft inzicht in het deel van hun bedrijfsactiviteiten dat grote invloed heeft op het klimaat. Volgens de Europese taxonomieregelgeving moeten deze bedrijven dit volgens dezelfde groene taal classificeren. Echter, de manier waarop dat gebeurt, loopt sterk uiteen. Daarmee is vergelijking van Nederlandse bedrijfsinspanningen voor het klimaat nauwelijks nog mogelijk. Dat blijkt uit het KPMG rapport ‘Setting the baseline towards transparency’ waarin voor het eerst beursgenoteerde bedrijven langs de meetlat zijn gelegd van de in juli 2020 ingevoerde Europese taxonomie wet- en regelgeving waar deze organisaties aan moeten voldoen.

Het verduurzamen van gebouwen, investeringen in duurzame energie-opwekking en het opleiden van boeren om hun gewassen te beschermen tegen klimaatverandering; Dit zijn slechts een paar voorbeelden van bedrijfsactiviteiten die de Europese Unie aanmerkt als inspanningen die een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan klimaatbescherming of aanpassing aan klimaatverandering. Afgelopen jaar moesten grote Nederlandse beursgenoteerde bedrijven voor het eerst een EU-taxonomie klimaatrapportage publiceren.

14 van de 34 onderzochte beursgenoteerde ondernemingen realiseren een deel van hun omzet met potentieel klimaatvriendelijke activiteiten volgens de taxonomieverordening. 23 bedrijven doen investeringen in dit domein. Tegelijkertijd geeft een derde van de bedrijven in hun jaarverslagen niet expliciet aan welke activiteiten onder de taxonomieregelgeving vallen. 15 bedrijven gebruiken de terminologie uit de verordening. De overige organisaties geven een eigen invulling aan hun taxonomieverslaglegging. Slechts zes bedrijven rapporteren specifiek aan welke milieudoelstelling wordt bijgedragen. Ook de lengte van de taxonomierapportages varieert aanzienlijk. Van 241 woorden tot meer dan 3000 woorden. Dat is overigens geen indicatie voor de kwaliteit van de verslaglegging omdat bedrijven eveneens beschrijven wat de EU-taxonomie betekent zonder uitgebreid inzicht te geven in de resultaten. Tevens ontbreekt vaak de toelichting op de berekening van de resultaten.

Wat verder opvalt, is dat het merendeel van de beursgenoteerde bedrijven geen relatie legt tussen de EU-taxonomierapportages en hun Environmental, Social & Governance (ESG) strategie op weg naar een volledig duurzame bedrijfsoperatie. Slechts zeven van de 34 ondernemingen beschrijven in hun jaarverslag hoe inspanningen op het vlak van duurzaamheid aansluiten op de regelgeving. Daarmee lijkt voldoen aan wet- en regelgeving vooralsnog de belangrijkste drijfveer voor de taxonomierapportages.

“Ons onderzoek leert dat de kersverse Europese taxonomieverordening voor veel bedrijven nog lastig te implementeren is. De wil om langs de lijnen van de groene taal te rapporteren, is aanwezig. Tegelijkertijd is de zoektocht naar de juiste gegevens en het interpreteren van de wet- en regelgeving voor veel organisaties nog een flinke uitdaging. Dat zorgt ervoor, dat ieder bedrijf een eigen invulling geeft aan de EU-taxonomie. Daarmee is vergelijking van de inspanningen voor het klimaat onder beursgenoteerde bedrijven nauwelijks nog mogelijk. Er is grote behoefte aan meer duidelijkheid zodat de EU-taxonomie een effectief instrument wordt voor het stimuleren van activiteiten die bijdragen aan klimaatbescherming”, vertelt Gijs de Graaff, Director Accounting Advies bij KPMG.

Over EU-taxonomie

De EU-taxonomieregelgeving is in het leven geroepen om de transitie naar een klimaatneutraal Europa te ondersteunen door meer kapitaal naar duurzame activiteiten te laten stromen. De verordening moet voor meer transparantie zorgen over duurzame bedrijfsinvesteringen om zowel greenwashing te voorkomen als de samenleving betrouwbaar inzicht te geven in de omvang van duurzame activiteiten als onderdeel van omzet, kapitaal- en operationele uitgaven van ondernemingen.

Beursgenoteerde bedrijven met meer dan 500 medewerkers moeten aangeven welk deel van hun activiteiten bijdraagt aan het voorkomen van of aanpassen aan klimaatverandering. Deze Europese regelgeving is in juli 2020 van kracht gegaan en wordt voortdurend uitgebreid. Zo moet vanaf volgend jaar toegevoegd worden welk deel van de inspanningen de circulaire economie bevordert, vervuiling voorkomt of biodiversiteit beschermt en herstelt. Het duurzaam gebruik en bescherming van water en andere maritieme bronnen wordt dan eveneens meegenomen in de taxonomieverordening.

Over het onderzoek

 Met de lancering van dit rapport geeft KPMG voor het eerst in Nederland inzage in het aantal beursgenoteerde bedrijven dat weet welk deel van de omzet en investeringen invloed heeft op het klimaat. Zo heeft KPMG in de afgelopen maanden jaarverslagen van 34 beurgenoteerde bedrijven zoals Akzo, ASML, Heineken, Ahold, DSM, KPN, Philips, PostNL, Vopak, Boskalis, BAM, TomTom en Nedap onderzocht en met elkaar vergeleken om te beoordelen in hoeverre de EU-taxonomieregelgeving wordt nageleefd. De complete lijst van de 34 onderzochte ondernemingen is toegevoegd aan het KPMG rapport.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Hoe verduurzaamt zakelijk Nederland? Met deze vraag ging Greenchoice vanaf afgelopen jaar in gesprek met haar zakelijke achterban. Het doel? De duurzame, slimme, creatieve, innovatieve en impactvolle voorbeelden en inzichten verzamelen én delen, zodat bedrijven die nu een eerste stap willen zetten met de energietransitie ook aan de slag kunnen. Niet met hoogdravende theoretische plannen, maar met échte maatregelen.  

En toen, toen veranderde de wereld. Wederom. Want corona zorgde eerder al voor een mondiale ontwrichting van de maatschappij; de oorlog in Oekraïne schudt nu ook het complete energiesysteem op. De prijzen voor gas en elektra stijgen op een grillige markt. En we maken ons collectief zorgen over de afhankelijkheid van Russisch gas voor ons energiesysteem.  

Blijven Nederlandse klimaatdoelen overeind?

Veranderen deze onzekere tijden het verduurzamingsvraagstuk voor zakelijk Nederland? Ja en nee. Nee, want de Nederlandse klimaatdoelen blijven overeind. En we moeten aan de slag om de energietransitie te laten slagen. En ja, omdat de actuele situatie in de wereld blootlegt hoe afhankelijk we als maatschappij zijn van fossiele bronnen. Nog niet zo lang geleden was energie voor de meeste organisaties een bijproduct, niet een hoofdactiviteit of een grote kostenpost. Dat is momenteel wel anders. Het raakt bedrijven, die meer en meer worden afgerekend op wat ze gebruiken, en op welk moment. 

Duurzame voorbeelden

Duurzame voorbeelden zijn er van allerlei ondernemingen uit uiteenlopende sectoren en van verschillende omvang. Zo neemt Strukton, een groot bouw- en infrabedrijf, de Sustainable Development Goals als kompas richting een groene toekomst. En brengt het Van Gogh Museum haar energiegebruik fors terug met doeltreffende maatregelen, stap voor stap én superlogisch bovendien. Net als uitvaartorganisatie DELA, die weet dat de grootste uitstoot wordt veroorzaakt door hun gasovens. Die vervangen door elektrische ovens zorgt voor een reductie van het gasgebruik tot wel 90%.  

Maatschappelijk relevanter dan ooit

Je zou kunnen zeggen dat de verhalen van deze 11 zakelijke vooroplopers actueler en maatschappelijk relevanter zijn dan ooit. Deze organisaties hebben de energietransitie omarmd en maken werk van het besparen van energie en het vergroenen van hun energievoorziening.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Provincies zetten zich gezamenlijk in voor een circulaire industrie. De gedeputeerden van alle provincies in Nederland zoeken via een brief aanknopingspunten met Stichting OPEN. In december 2021 publiceerde de stichting de Roadmap Circulaire Fotovoltaïsche Industrie, waarin ze hun visie voor een circulaire markt voor zonnepanelen beschrijven.

De provincies benadrukken in de brief – geschreven op mede-initiatief van de provincie Zuid-Holland – 3 onderdelen die van belang zijn voor de ontwikkeling van een circulaire markt en aanpak voor zonnepanelen. Het hoogwaardig terugwinnen van grondstoffen uit panelen aan het einde van de levensduur; oude panelen zo lang mogelijk gebruiken (eventueel tweedehands) en nieuwe panelen circulair ontwerpen. De provincies zien een rol voor zichzelf weggelegd in de ontwikkeling van infrastructuur voor hergebruik van zonnepanelen, maar ook in het bevorderen van circulaire (markt)ontwikkelingen rondom zonnepanelen. Het gesprek met Stichting OPEN