[ad_1]

Nederland heeft grote klimaatambities. In 2030 moet de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55% zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Om dit te bereiken presenteert het kabinet het beleidsprogramma klimaat. Het beleidsprogramma is gericht op 60% CO2-reductie in 2030 en beschrijft de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren. Hiermee geeft het kabinet richting aan de transities die nodig zijn voor klimaatneutraliteit in 2050.

Met het oog op de klimaatdoelen en de rechterlijke uitspraak in de Urgendazaak wil het kabinet de CO2-uitstoot fors verlagen en de noodzakelijke transities richting klimaatneutraliteit aanjagen. Het beleid is gericht op de verduurzaming van de vijf sectoren: elektriciteit, mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving en landbouw & landgebruik. Om de omslag die nodig is in elk van deze sectoren te laten slagen is ook inzet op thema’s zoals circulariteit, innovatie, burgerbetrokkenheid en werkgelegenheid noodzakelijk. Het beleid in elke sector is gestoeld op een mix van instrumenten die ervoor zorgen dat Nederland gaat overstappen op duurzame alternatieven: subsidiëren (zoals subsidies voor isolatie in woningen, de opwek van duurzame energie en de aanschaf van een elektrische auto), normeren (zoals de verplichte installatie van hybride warmtepompen vanaf 2026 en zonnepanelen op grote daken vanaf 2025) en beprijzen (zoals de aanscherping van de CO2-heffing voor de industrie en de verhoging van de vliegbelasting). Met deze beleidsmix worden duurzame technieken (financieel) aantrekkelijker gemaakt en worden huishoudens, bedrijven en maatschappelijke organisaties gestimuleerd en geholpen om te kiezen voor het duurzame alternatief.

Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie: “Onze ambitie is helder: we willen uiterlijk in 2050 leven in een klimaatneutraal, fossielvrij en circulair Nederland. Maar om dat te bereiken kunnen we nu geen tijd meer verliezen. We zullen op een fundamenteel andere manier moeten produceren, consumeren, reizen, wonen en energie opwekken. De keuzes die daarvoor nodig zijn, moeten bovendien nú worden gemaakt. Dit beleidsprogramma gaat ervoor zorgen dat noodzakelijke transities in de komende jaren op tempo komen, we strakker sturen op de uitvoering van afspraken en vervuilende activiteiten een eerlijkere prijs krijgen.”

Regie

Het kabinet heeft besloten de regie op het klimaatbeleid te versterken. Voor alle sectoren stelt het kabinet een restemissiedoel vast, wat duidelijk maakt hoeveel emissies die sector in 2030 nog maximaal mag uitstoten. Betrokken ministers worden verantwoordelijk voor het behalen van dit doel in hun eigen sector en de coördinerend minister voor Klimaat en Energie bewaakt de voortgang en samenhang van de uitvoering van het gehele klimaatbeleid. Ook benoemt het kabinet nog dit najaar een Klimaatraad, naar voorbeeld van de Climate Change Committee in het Verenigd Koninkrijk. Deze onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad gaat bestaan uit 8-10 leden die het klimaatbeleid beoordeelt en er over adviseert. De Klimaatraad zal in de tweede helft van 2023 haar eerste advies over klimaatneutraliteit in 2050 opleveren. Omdat de klimaattransitie gevolgen heeft voor toekomstige generaties, werkt het kabinet een generatietoets uit waarmee de impact van maatregelen en beleidsvoorstellen op de leefomstandigheden van generaties in het heden én in de toekomst inzichtelijk wordt gemaakt. Voor de zomer is een versie beschikbaar die wordt getest aan de hand van één van de maatregelen uit het beleidsprogramma.

Beleid Industrie

De basisindustrie heeft een strategische positie aan het begin van vele industriële waardeketens van onder meer maakindustrie, voedingsmiddelen en fijn-chemie. Daarmee staat deze industrie aan de basis van vele producten die wij dagelijks gebruiken, van voedingsmiddelen tot medicijnen en van auto’s tot meubels. De industrie is essentieel voor de leveringszekerheid van deze producten. Productie van staal, plastics en brandstoffen door Europese bedrijven speelt daarom een belangrijke rol in onze bestaanszekerheid en draagt bij aan de open strategische autonomie van de EU. De noodzaak om klimaatverandering tegen te gaan, de impact op de leefomgeving te verminderen en toekomstig, duurzaam economisch potentieel op te bouwen, zal de basisindustrie blijvend veranderen.

Nederland is goed gepositioneerd voor een klimaatneutrale en circulaire industrie door haar stevige kennisbasis, geografische ligging aan de Noordzee, de beschikbaarheid van diepzeehavens voor aan- en afvoer van groene grondstoffen en energiedragers, de aanwezigheid van bestaande gasinfrastructuur en lege gasvelden voor transport en opslag van waterstof en door de synergievoordelen van bedrijven in industrieclusters. Door eerder dan anderen de noodzakelijke transitie te starten, kunnen bedrijven een koploperspositie innemen en zich blijvend onderscheiden bij het duurzaam produceren. Dit vergroot ook de exportkansen voor maakindustrie en dienstverleners die dit mede mogelijk maken. Het indicatieve restemissiedoel voor de industrie is 34,4 Mton, eventueel opgehoogd door maatwerkafspraken. Dat is een aanscherping van 5,9 Mton ten opzichte van de huidige doelstellingen. In de KEV 2021 heeft PBL geconstateerd dat de industrie op koers ligt om het doel uit het Klimaatakkoord te behalen, vooral dankzij de borging door de CO2-heffing.

Het klimaat is er niet bij gebaat als bedrijvigheid en uitstoot worden verplaatst naar het buitenland. De verduurzaming van de industrie zal hier plaats moeten vinden. Bedrijven die willen verduurzamen worden daarom door de overheid indien nodig ondersteund om de transitie te maken. Dat gebeurt met subsidies voor verduurzaming en innovatie, door in te zetten op het tijdig beschikbaar maken van hernieuwbare energie en de daarvoor benodigde infrastructuur. Dat betekent niet dat alle bedrijven de verduurzaming zullen mee maken. We accepteren dat bedrijven die deze transitie niet willen of kunnen maken, op termijn zullen verdwijnen. De overheid creëert de randvoorwaarden waarmee bedrijven de transitie kunnen maken

Vervolg

Het kabinet vindt het belangrijk om ideeën uit de samenleving te horen. Daarom start in juni een publieke consultatie. Mensen kunnen vanaf vandaag reageren op het beleidsprogramma via www.internetconsultatie.nl/beleidsprogramma_klimaat. Ook de Raad van State wordt om advies gevraagd. Na het doorlopen van deze stappen wordt het beleidsprogramma vastgesteld. De doorrekening van het Planbureau voor de Leefomgeving in de Klimaat- en Energieverkenning 2022 die in het najaar verschijnt, moet uitwijzen of het beleidsprogramma de ten minste 55% CO2-reductie in 2030 met een grote mate van zekerheid realiseert. Het kabinet zal in de komende maanden alvast in kaart brengen welke aanvullingen op het beleidsprogramma denkbaar zijn en opties voorbereiden voor nadere besluitvorming door het kabinet.

 

Foto: Rijksoverheid/Martijn Beekman

[ad_2]

Source link

[ad_1]

RWE gaat de gasgestookte elektriciteitscentrale genaamd ‘Magnum’ overnemen van Vattenfall. Deze gasgestooktecentrale staat in de Eemshaven in de provincie Groningen. De twee bedrijven zijn dit met elkaar overeengekomen. De centrale, die sinds 2013 in werking is, is een ultramoderne gascentrale en heeft een vermogen van 1.4 gigawatt. Dankzij het specifieke ontwerp van de Magnumcentrale, is deze geschikt om op groene waterstof te gaan draaien.

De Magnumcentrale staat dicht bij de reeds aanwezige elektriciteitscentrale van RWE in de Eemshaven. Dit is een met steenkool en biomassa gestookte elektriciteitscentrale met een capaciteit van 1.560 megawatt. Een voordeel van het dichtbij elkaar staan van de centrales is dat ze de bestaande infrastructuur kunnen delen.

Gascentrale is geschikt voor waterstof

Dankzij het specifieke ontwerp van de Magnumcentrale, is deze geschikt om op groene waterstof te gaan draaien. De centrale kan technisch geschikt gemaakt worden om waterstof mee te stoken (tot 30%) of zelfs volledig over te gaan op deze brandstof als vervanging van aardgas. Zodoende zal de Magnumcentrale een belangrijke speler zijn bij het CO2-vrij maken van de Nederlandse energiesector. Bovendien wordt hiermee de waterstofinfrastructuur in de provincie Groningen verder uitgebreid. RWE is hier ook al actief met het project ‘Eemshydrogen’.

Sopna Sury, COO Waterstof van RWE Generation SE: “Met de overname van de Magnumcentrale in de Eemshaven versterken wij het project Eemshydrogen. Hier willen we grootschalige productie van groene waterstof mogelijk maken zodat het betaalbaar wordt. Groene waterstof speelt een belangrijke rol in het decarboniseren van de industrie en is dan ook onmisbaar voor het doen slagen van de energietransitie.”

RWE ontwikkelt sinds 2020 Eemshydrogen, een innovatief project in de Eemshaven voor de milieuvriendelijke productie van waterstof. Als onderdeel van de tender voor het offshore windpark Hollandse Kust West VII, wil RWE ook elektrolysers bouwen met een totale capaciteit van 600 megawatt. Daarmee geeft dit de provincie Groningen een stevige positie binnen de Nederlandse waterstofeconomie.

Eemshavengebied kan CO2 negatief worden

Met behulp van nieuwe technieken is in de toekomst de afvang en opvang van koolstof (Carbon Capture Storage, CCS) mogelijk, doordat de Magnumcentrale en de Eemshavencentrale dicht bij de Noordzee en de voormalige aardgasvelden liggen. Dit zal zorgen voor een neutrale CO2-uitstoot in het gebied, waarschijnlijk zelfs voor een negatieve CO2-uitstoot. RWE hoopt dan ook de vereiste steun van de overheid te krijgen om dit technisch, politiek en economisch haalbaar te maken.

Momenteel ontwikkelt Gasunie in hetzelfde gebied LNG terminals (vloeibaar aardgas). Deze kunnen extra worden ondersteund door bijvoorbeeld warmte die wordt geleverd door de elektriciteitscentrales van RWE.

Door al deze slimme technieken en oplossingen te combineren, maakt RWE van de Eemshaven één van de meest toonaangevende energie- en waterstofhubs in Noordwest-Europa.

Afronding overname eind september 2022

De verwachting is dat de overname rond eind september 2022 is afgerond. De overeengekomen koopprijs bedraagt 500 miljoen euro. Een ander onderdeel van de overname betreft een zonne-installatie met een capaciteit van 5.6 megawatt die op hetzelfde terrein is gevestigd. RWE neemt het al het personeel dat werkt bij de Magnumcentrale over van Vattenfall. De overname moet onder meer nog worden goedgekeurd door de ondernemingsraad van Vattenfall.

RWE ondersteunt de Nederlandse overheid al vele jaren bij de energietransitie. Nederland is één van de belangrijkste markten waar RWE haar portefeuille van hernieuwbare energie verder wil uitbreiden. Momenteel exploiteert RWE hier zeven onshore windparken met een totaal geïnstalleerd vermogen van meer dan 330 MW (RWE’s pro rata aandeel) en er zijn nog meer projecten in ontwikkeling en aanbouw. Ook exploiteert en ontwikkelt RWE hier zonneparken, zoals het drijvende zonnepark bij de Amercentrale. Naast het project Eemshydrogen werkt RWE ook aan de ontwikkeling van onshore en offshore waterstofprojecten, zoals H2opZee, NortH2 en FUREC, die allen bijdragen aan het koolstofvrij maken van de industrie.

Foto: Vattenfall

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bierbrouwerij AB InBev neemt een zonnepark ter grootte van een voetbalveld in gebruik, op het dak van de Horeca Technische Service in Gilze. De zonnepanelen zijn geplaatst door eigenaar Schroders Capital (namens Real Estate Gateway Fund). Het zonnepark levert 190.000 kWh per jaar, genoeg om de volledige horecaoperaties in Gilze oftewel ruim 50 huishoudens een jaar lang te voorzien van hernieuwbare elektriciteit. Met de ingebruikname zet de brouwer van onder meer Bud, Jupiler en Corona de volgende stappen qua CO2-reductie. Onlangs kondigde de brouwer de CO2-ambitie aan om de vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen.

Michele van Spilbeeck, Horecadirecteur AB InBev: “We zijn trots dat we in samenwerking met de eigenaar van ons gebouw, Schroders Capital (namens Real Estate Gateway Fund), Zoncoalitie (adviseur) en Sun Projects (installateur) onze horecaoperaties in Gilze verder kunnen verduurzamen. De Horeca Technische Service is het kloppende hart van onze horecaoperaties in Nederland en was al volledig gasloos. Vanuit Gilze bedienen we de Nederlandse horeca en evenementen met tapinstallaties, mobiele barren, onderhoud en soms ook bierbelevering. Aan de start van het evenementenseizoen, kunnen we nu al onze elektrische voertuigen in Gilze nu opladen met hernieuwbare elektriciteit, opgewekt met elektriciteit van de zonnepanelen.”

“We zijn trots op het resultaat dat we voor Schroders Capital en AB InBev hebben neergezet. Door middel van onze expertise en strakke projectmanagement hebben we het zonnepark binnen de SDE deadline met alle betrokken partijen over de streep getrokken.”, aldus Adriaan Copper, Commercieel Directeur Zoncoalitie.

Ambitie ‘net zero’

CO2 reductie is een van de pijlers in de duurzaamheidsstrategie AB InBev, wereldwijd. Onlangs kondigde de brouwer de CO2-ambitie aan om haar vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen. Deze Europese aankondiging is onderdeel van de ambitie om wereldwijd in 2040 in de gehele waardeketen ‘Net Zero’ te realiseren. Afgelopen maand lanceerde de brouwer met het biermerk Bud in Nederland een grote TV-campagne. De campagne benadrukt dat elk blikje, flesje en fust van Bud in Nederland wordt gebrouwen met honderd procent hernieuwbare elektriciteit.

Als onderdeel van deze ‘net zero’ ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, verder versnellen als het gaat om CO2-reductie. De brouwerij in Dommelen brouwt al 100% met hernieuwbare elektriciteit en is deels zelfvoorzienend door eigen biogas op te wekken uit afvalwater. Daarbij rijdt de brouwer al met diverse elektrische vrachtwagens in Nederland. De komende jaren wordt dit aantal gestaag uitgebreid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

HAK profiteert binnenkort niet alleen van de zon bij het verbouwen van haar gewassen, maar ook via de grote zonnecentrale die Groendus realiseert op het dak van de productielocatie in Giessen. De komst van deze zonnecentrale is een belangrijke stap binnen de duurzaamheidsstrategie van HAK. En zeker geen vanzelfsprekende. Het gebied waar deze locatie is gevestigd kampt met netcongestie; het elektriciteitsnet is op veel plekken overbelast. HAK en Groendus gaan de uitdagingen die dit met zich meebrengt graag aan. Rabobank zorgt voor de financiering van het vooruitstrevende project.

Netcongestie een groeiend probleem

Netcongestie houdt in dat er lokaal te weinig ruimte is op het elektriciteitsnetwerk om energie die huishoudens of organisaties zelf niet gebruiken terug te leveren. Deze overbelasting is voor zowel levering als teruglevering van elektriciteit een probleem. Als na plaatsing van een zonnecentrale niet alle geproduceerde energie direct wordt gebruikt, worden er zonder teruglevering inkomsten misgelopen die veelal nodig zijn om een positief rendement op de investering te realiseren. Projecten in netcongestie-gebieden worden om die reden vaak geannuleerd of uitgesteld, totdat de capaciteit op het net is vergroot. De verwachting is dat de netcongestie in Giessen in Noord-Brabant pas over 3 tot 5 jaar wordt opgelost.

Samen op zoek naar oplossingen

Zowel HAK als Groendus zijn gewend om slim en innovatief om te gaan met uitdagingen en laten zich dan ook niet uit het veld slaan door de ligging van het bedrijf. De oplossing is gevonden door de risico’s die het project met zich meebrengt over beide bedrijven te verspreiden. Groendus neemt de investering van de zonnecentrale voor haar rekening, HAK betaalt hiervoor een maandelijkse leasevergoeding, waarbij zij ten minste 80% van de opgewekte zonnestroom vergoedt. Daarmee is Groendus in staat om het project te ontwikkelen en financieren.

Financiering van Rabobank

Rabobank zet zich in om de energietransitie bij haar klanten, leden en partners te versnellen: van investeren in duurzame energieprojecten en het helpen van bedrijven bij het overstappen op hernieuwbare energiebronnen, tot het verstrekken van aantrekkelijke leningen met rentekorting voor duurzame klanten.

Groendus werkt onder andere met Rabobank samen om sneller en efficiënter duurzame zonne-projecten te realiseren. Begin 2020 stelde de coöperatieve bank al ruim 20 miljoen euro beschikbaar voor duurzame zonnecentrales. De samenwerking is recent uitgebreid met nog eens 33 miljoen euro. Dankzij deze financieringen liggen er zonnepanelen op onder andere de daken van Makro, Praxis en straks dus ook bij HAK.

Een vruchtbare samenwerking

HAK is een mooi voorbeeld van een organisatie die haar verduurzamingsplannen ondanks grote uitdagingen doorzet. “Bij HAK werken we iedere dag aan een toekomst die meer plantaardig, duurzamer en lokaal is. Deze filosofie zit al sinds de oprichting in 1952 verankerd in ons bedrijf. We hebben deze duurzame ambities vastgelegd in ons Maatschappelijk Impact Rapport. Naast de verduurzaming van de teelt is het verduurzamen van onze productielocatie een belangrijke pijler. Op het moment dat wij het bericht kregen dat wij niet konden terugleveren vanwege congestie in het gebied, wilden we het project niet zomaar stopzetten. Samen met Groendus hebben we hierop doorgepakt zodat het project alsnog gerealiseerd kon worden.” Aldus Maikel Jongenelis, CFO van HAK.

Marc van Putte, commercieel directeur Groendus: “HAK is in de kern al een prachtige, duurzame organisatie. Met deze zonnecentrale laat HAK zien dat zij bereid is om risico’s te nemen om haar groene missie kracht bij te zetten. Daarbij wil Rabobank graag duurzaam investeren. Wij krijgen er energie van om op innovatieve wijze dit soort samenwerkingen en projecten te realiseren. Júist als het complex wordt. Met onze totaalaanpak hebben we alles in huis om een passende oplossing te vinden.”

Ivan Das, director bij Rabobank Project Finance: ’Rabobank wil per 2025 55% van de financieringsbehoefte in de energietransitie realiseren. De samenwerking tussen Groendus en HAK laat zien dat we dit samen voor elkaar kunnen krijgen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 31 mei 2022 werd op de Bodemdag 2022 de Nationale Bodemagenda gepresenteerd. Die richt zich op Nederlandse beleidsmakers en bewindslieden en beschrijft hoe een duurzaam beheerde bodem onze grootste bondgenoot kan zijn in de strijd tegen klimaatverandering en herstel van de biodiversiteit.

Een gezonde bodem met een rijk bodemleven zorgt voor een gezonde, toekomstbestendige openbare ruimte. Dankzij dat bodemleven vervult de bodem waardevolle functies zoals het vasthouden en zuiveren van water, het opslaan van koolstof en het recyclen van voedingsstoffen voor planten en gewassen. Hierdoor helpt een vitale bodem in de strijd tegen klimaatverandering en is die van groot belang voor de verduurzaming van voedselproductie.

‘Er is gelukkig steeds meer aandacht voor de rol van het bodemleven,’ vertelt projectleider van Onder het Maaiveld Fanny Verkuijlen. ‘In verschillende sectoren zijn de afgelopen jaren initiatieven opgestart om de bodem slimmer te beheren. Rijksoverheid, provincies en gemeenten kunnen dit momentum gebruiken om het bodemleven te beschermen en te herstellen. Het behoud van een vitale bodem is een randvoorwaarde voor een duurzame, toekomstbestendige samenleving. Een vitale bodem die nu en voor toekomstige generaties haar diensten levert.’

Praktische aanbevelingen

Nederland staat voor een grote ruimtelijke opgave: we moeten de klimaat- en biodiversiteitsdoelen halen, onze voedselproductie en energieopwekking verduurzamen, en een miljoen huizen bouwen. En dat alles in een grilliger wordend klimaat waarbij we steeds vaker te kampen hebben met wateroverlast, aanhoudende droogte, hittestress en andere weersextremen. Willen beleidsmakers en bewindslieden deze uitdagingen op een slimme manier aanpakken, dan kan niet voorbij worden gegaan aan de rol van de bodem. De Nationale bodemagenda geeft hen hiervoor praktische aanbevelingen.

Econoom Barbara Baarsma reikte de Nationale Bodemagenda uit aan Erik Jan van Kempen, programma-directeur-generaal Omgevingswet bij Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Baarsma spreekt zich regelmatig uit over het belang van gezonde bodems met een rijk bodemleven en dat is hard nodig volgens haar, want de Nederlandse bodem staat onder zware druk. ‘Laat de bodem niet het kind van de rekening worden,’ zei ze tijdens de uitreiking van de Bodemagenda.

Erik Jan van Kempen was verheugd de Bodemagenda in ontvangst te mogen nemen. Hij gaf aan dat in het regeerakkoord bodem als leidend staat. Ook is hij zich zelf steeds meer gaan realiseren wat het belang van een gezonde bodem is. ‘Al het leven komt voort uit de bodem,’ vertelde hij. ‘Iets waar wij overheen lopen en iets wat wij als het ons niet bevalt vol leggen met tegels. Dat is datgene waar wij uit voortkomen en waar we alles in onze hele wereld uithalen. We moeten daarom zuinig zijn op de grond en deze goed behandelen.’

Bodemdag 2022

De Bodemdag 2022 vond plaats in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. De dag werd georganiseerd door Onder het Maaiveld, een programma waarin maatschappelijke – en wetenschappelijke organisaties hun krachten bundelen om het bodemleven in Nederland te herstellen. Naast de uitreiking van de Nationale Bodemagenda bestond de Bodemdag uit een combinatie van praktische inspiratiesessies en de uitwisseling van de laatste (wetenschappelijke) inzichten op het gebied van bodembiodiversiteit en beleidsontwikkeling voor de openbare ruimte.

Onder het Maaiveld

De Nationale Bodemagenda werd opgesteld vanuit Onder het Maaiveld, een programma van IUCN NL, De Vlinderstichting, het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Wageningen Plant Research en het Centrum voor Bodemecologie. Het programma werkt aan een structurele verandering in de omgang met de bodem, die herstel van het bodemleven mogelijk maakt en het bodemleven echt op waarde schat. Meer informatie op: www.onder-het-maaiveld.nl.

Foto: Barbara Baarsma overhandigt de Nationale Bodemagenda aan Erik Jan van Kempen

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vanaf maandag 30 mei kunnen docenten en studenten van TU Delft gebruik gaan maken van het duurzame onderwijsgebouw Echo. Na de zomer zullen alle zalen in gebruik zijn en is de horeca volledig in bedrijf. Het energieleverende gebouw op TU Delft Campus draagt bij aan de duurzaamheidsambitie van TU Delft: een CO2-neutrale en circulaire campus in 2030.

De duurzaamheidsambitie van TU Delft vraagt een grote betrokkenheid en deelname van de hele organisatie, van inkoop tot gebouwbeheer tot gebruikers. Projectmanager Bouw TU Delft Kübra Öztürk: “Onze bouwprojecten kunnen eraan bijdragen dat we in 2030 een CO2-neutrale en circulaire campus zijn. Echo is hier een voorbeeld van. Het is het eerste energieleverende gebouw op TU Delft Campus. Met behulp van zonnepanelen wordt alle energie voor het stroomgebruik van laptops, verlichting en horeca opgewekt, en blijft er onder aan de streep nog over.”

Inrichting en materialen

Een duurzaam onderwijsgebouw vraagt ook om duurzaam materiaalgebruik en een duurzame inrichting. Öztürk: “Als bouwmaterialen werden onder meer bamboe en gerecyclede petflessen gebruikt. En maar liefst negentig procent van het meubilair in het pand is hergebruikt.” Om ook het duurzame vervoer naar het gebouw te faciliteren is er onder Echo een fietsenkelder met meer dan 600 plekken.

Bekijk de interactieve afbeelding op https://campus-echo.nl/ om te zien welke duurzaamheidsmaatregelen zijn genomen.

Flexibiliteit

Aanleiding voor de bouw is het groeiend aantal studenten en de behoefte aan grotere maar ook flexibelere onderwijsruimtes en verschillende typen onderwijs. Echo bestaat uit vier bouwlagen. Er komen in totaal zeven onderwijszalen die grotendeels flexibel zijn in te delen. Zo kunnen drie aparte zalen worden gemaakt van de grootste collegezaal van 700 plekken. Groepswerk en zelfstudie is mogelijk op de ruim 350 studieplekken. Voorzieningen als stopcontacten zijn in de vloer verwerkt om het anders indelen van ruimtes te vergemakkelijken. Die grote aanpasbaarheid is ook een vorm van duurzaamheid: daarmee kan het gebouw blijven voldoen aan de wensen van telkens nieuwe generaties gebruikers.

Klimaatactie

Het verduurzamen van de TU Delft Campus is een belangrijk onderdeel van het Climate Action Programma, dat voorziet in extra investeringen in Climate Action onderzoek en onderwijs. Bij klimaatuniversiteit TU Delft zetten onderzoekers zich dagelijks in voor oplossingen voor het klimaatprobleem. We vergaren de kennis die we nodig hebben om het klimaat van regionaal tot wereldwijd niveau beter te begrijpen. Ook werken we aan innovatieve oplossingen om klimaatverandering zoveel mogelijk te beperken (mitigatie) en ontwikkelen aanpassingen waar dit niet kan (adaptatie). TU Delft trekt de komende tien jaar in totaal 22 miljoen euro uit om dit programma vorm te geven.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zes bedrijven in de regio Midden- en West-Brabant hebben samen met de provincie Noord-Brabant een intentieverklaring ondertekend. Het doel is CO2-reductie te realiseren en de energietransitie te versnellen. De bedrijven Shell, Attero, Cosun, Ennatuurlijk, RWE en SABIC zijn lid van de Industrietafel Midden- en West-Brabant. Met het tekenen van de intentieverklaringen stellen zij allereerst te willen werken aan CO2-reductie. Volgens de zes bedrijven is er meer CO2-winst te behalen dan uit een eerdere inventarisatie in het kader van het Cluster Energie Strategieën (CES-en) bleek. Er zijn verschillende plannen ontwikkeld voor CO2-afvang en -gebruik, een warmtenet en elektrificatie, die in totaal jaarlijks tot een CO2-besparing van 8,5 Mton kunnen leiden.

CO2-reductie

De bedrijven zeggen intensief met de overheid en netbeheerders in gesprek te willen over de benodigde infrastructuur. Het gaat daarbij om buisleidingen voor het transport van CO2 en waterstof, warmtenetuitbreidingen en aanpassingen aan het elektriciteitsnet in de regio. Volgens de bedrijven is het ‘nadrukkelijk de bedoeling dat kleinere ondernemingen kunnen verduurzamen en profiteren dankzij de investeringen en inspanningen van de samenwerkende industriële partners. “De provincie juicht het toe dat de industrie in Midden- en West-Brabant in onderlinge samenwerking de klimaatproblemen helpt aanpakken”, verklaart gedeputeerde Anne-Marie Spierings (Energie).

Er liggen plannen klaar van de bedrijven voor o.a. CO2-afvang en -benutting, elektrificatie van productieprocessen en de productie van groene waterstof. Samen kunnen deze projecten zelfs leiden tot een negatieve CO2-emissie. Voor de realisatie van deze verduurzaming is de aanleg van nieuwe infrastructuur noodzakelijk. Die negatieve CO2-emissie kan onder meer worden bereikt door de afvang, het hergebruik en de opslag van CO2 uit biogrondstoffen. Daarnaast kan er door de bedrijven warmte worden geleverd aan omliggende gemeenten die gelijkstaat aan het verbruik van 200.000 woningen en wordt de productiecapaciteit van waterstof verhoogd. Ten slotte wordt circulair werken bij het gebruik van grondstoffen verder ontwikkeld.

Intentieverklaring

De provincie Noord-Brabant en de samenwerkende bedrijven in de Industrietafel Midden- en West-Brabant – Attero, Cosun, Ennatuurlijk, RWE, SABIC en Shell – hebben op 12 mei een intentieverklaring ondertekend. Het is de gezamenlijke intentie om duurzame projecten te realiseren die de CO2-uitstoot terugdringen en de energietransitie versnellen. De bedrijven werken intensief samen om de verbinding te zoeken met netbeheerders en de overheid om duidelijkheid te bieden over de benodigde infrastructuur voor de ambitieuze plannen. Het gaat daarbij om buisleidingen voor het transport van CO2 en waterstof, uitbreidingen van het warmtenet, en versterking van het elektriciteitsnet in de regio. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat kleinere ondernemingen kunnen verduurzamen en profiteren dankzij de investeringen en inspanningen van de samenwerkende industriële partners.

Aanleg nieuwe infrastructuur

De Industrietafel Midden- en West-Brabant is een regionaal initiatief voor en door bedrijven. De regio realiseerde de afgelopen jaren al een CO2-emissiereductie van 35% ten opzichte van 1990 door energiebesparing en slimme koppelingen tussen de bedrijfsprocessen. De verdere verduurzaming vraagt om de aanleg van nieuwe infrastructuur. De Industrietafel laat zien dat de potentie voor verdere besparing en verduurzaming van de productieprocessen in de regio zo groot is, dat een snelle realisatie van deze infrastructuur gewenst is.

De komende weken gaan de betrokken partijen in overleg met het Rijk, netbeheerders en gemeenten in de regio aan de slag om de plannen en de daarmee beoogde CO2-besparing en energietransitie de komende jaren te realiseren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

RVO-partner Platform Duurzame Huisvesting verhoogt de ambities van het Klimaatakkoord voor de utiliteitsbouw (gebouwen zonder woonbestemming). Het wil een extra vermindering van 2,1 megaton CO2-uitstoot realiseren en komt met instrumenten om de sector hierbij te ondersteunen. Dit staat in hun Position paper Renovation Wave. Utiliteitsgebouwen, zoals scholen en ziekenhuizen, kunnen een belangrijke extra bijdrage leveren aan de klimaatdoelen, stelt het platform.

De utiliteitsbouw moet volgens het Klimaatakkoord 1 megaton CO2-uitstoot reduceren. De extra 2,1 megaton die Platform Duurzame Huisvesting wil realiseren, is een bijdrage aan de Europese Fit For 55-ambitie. Teun Bokhoven, voorzitter uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord gebouwde omgeving, nam het position paper op 10 mei in ontvangst.

Position paper Renovation Wave

Het paper legt uit hoe eigenaren in de periode 2022-2030 hun gebouwen kosteneffectief en toekomstbestendig verduurzamen. Hierbij worden 2 doelen gesteld: het behalen van 3,1 megaton CO2-reductie en rekening houden met koppelkansen op het gebied van gezondheid, circulariteit, biodiversiteit en klimaatadaptiviteit. Om deze doelen te halen én gebouwbezitters te ontzorgen, heeft het platform een aantal kernpunten: datagedreven verduurzaming en een totale ontzorging bij de utiliteitssector. Hierbij is het pleidooi: alleen subsidie voor kosteneffectieve maatregelen die tijdig worden uitgevoerd.

Sneller en beter inzicht in energieverbruik

Volgens de Europese EPBD-richtlijn moeten alle gebouwen energiezuiniger worden en zullen slechte energielabels worden uitgefaseerd. Sneller en beter inzicht in het energieverbruik is daarom belangrijk. Het datastelsel utiliteit, dat naar verwachting eind dit jaar live gaat, zorgt hiervoor. Gebouweigenaren, aanbieders en handhavers krijgen hiermee toegang tot volledige energie- en gebouwdata.

Lees ook: Wat weet jij al over groen wonen

Platform Duurzame Huisvesting

Platform Duurzame Huisvesting is de samenwerking van branche-, kennis- en koepelorganisaties voor het versneld verduurzamen van Nederlandse utiliteitsgebouwen. Naast RVO zijn dit onder meer bouwbedrijven, onderhouds- en beheerbedrijven, investeerders, en beleggers.

Meer weten

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag introduceert Berkvens Deursystemen symbolisch de eerste CO2-neutrale binnendeuren en –kozijnen, waarvan de restuitstoot gecompenseerd wordt. In samenwerking met de Climate Neutral Group worden de organisatie en een deel van het assortiment door een onafhankelijke partij in juli getoetst aan de standaard Climate Neutral Certification standaard. Naar verwachting is een groot deel van het assortiment vanaf dit najaar gecertificeerd leverbaar. Een mijlpaal die de duurzaamheidsambities van het bedrijf onderstreept. “We nemen samen de verantwoordelijkheid voor toekomstige generaties”, aldus commercieel directeur Pepijn Kokke. “Dat maken we graag concreet, tastbaar en meetbaar.  ”

Stevige ambities noodzakelijk

De ambities van Berkvens Deursystemen zijn helder als het gaat om de reductie van CO2: in 2025 zijn alle producten CO2-neutraal door het compenseren van de restuitstoot. Voor de certificering werkt het bedrijf samen met de Climate Neutral Group. “Daarbij doorlopen we drie stappen”, aldus Pieter Fritz, productmanager Duurzaamheid. “We hebben eerst onze huidige footprint in beeld gebracht. Vervolgens is een reductieplan opgesteld waarmee we aan onze doelen gaan voldoen. Ten slotte compenseren we onze CO2-restuitstoot tot het moment dat we volledige neutraliteit hebben bereikt.”

Fritz: “De grootste restuitstoot van onze producten ligt momenteel in de keten, met name afkomstig uit materialen en grondstoffen. We willen natuurlijk niet blijven compenseren: ons doel is om in 2030 minimaal 50% van onze restuitstoot gereduceerd te hebben. Als organisatie maken we dan ook meetbaar hoe onze producten bijdragen aan de uitdagingen in de bouw van morgen. Dit doen we door o.a. levenscyclusanalyses (LCA’s) te maken en te laten valideren. Op deze manier leren we hoe wij met onze producten bijdragen aan o.a. de milieuprestaties in de gebouwde omgeving (MPG). Ongeveer 60% van de milieu impact indicatoren betreft de uitstoot van CO2. Daarmee vormt CO2-reductie voor Berkvens en voor de sector het smeermiddel om te verduurzamen. Zowel om een actieve en positieve bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen en ook als aanjager van versnelde circulariteit en het gebruik van schone en herbruikbare materialen.”

Hele keten klimaatneutraal

“Het einddoel is dat zowel de hele productie als de complete keten daaromheen CO2-neutraal wordt”, aldus Fritz. “Op die manier kunnen we bewezen CO2-neutrale producten gaan leveren. De eerste producten zijn naar verwachting vanaf dit najaar op klantaanvraag gecertificeerd leverbaar.” Kokke vult aan: “In eerste instantie geldt nog een kleine toeslag op de CO2-neutrale deursystemen. Dat heeft alles te maken met onze wens om bewustwording te creëren. Ook bij onze klanten. We willen graag het gesprek aan gaan. We zijn namelijk allemaal samen verantwoordelijk voor de toekomstige generaties.” Fritz vult aan: “In 2025 gaan wij ons gehele assortiment standaard CO2 neutraal aanbieden en hopen we dat er nog maar heel weinig CO2 gecompenseerd hoeft te worden.”

Bewijsvoering

Dankzij de certificering via het Climate Neutral Certified programme is de bewijsvoering voor de producten gegarandeerd, naar verwachting vanaf het najaar. “We willen het nadrukkelijk niet alleen bij woorden houden. We willen kunnen bewijzen dat onze producten CO2-neutraal zijn”, aldus Kokke. “Ik hoop eerlijk gezegd dat we er de hele branche mee uitdagen en dat het een extra motivatie is voor innovatie. De bouw is volop op zoek naar manieren om uitstoot te verminderen. Met onze deuren en kozijnen bieden we een passende oplossing die echt kan bijdragen in dat streven.”

Brede duurzaamheidsambitie

Het streven naar CO2-neutraliteit staat overigens niet op zichzelf. Het is een onderdeel van de organisatiebrede duurzaamheidsambitie die het bedrijf al sinds jaar en dag in de praktijk brengt. “CO2-reductie staat bijvoorbeeld al sinds 2015 hoog op de agenda. Sinds die tijd hebben we al 90% reductie bereikt binnen onze productieprocessen”, verduidelijkt Fritz. “Dit doen we onder meer door een derde van onze energie op te wekken met eigen zonnepanelen. En onze fabrieken worden voor 70% verwarmd door houtmot die overblijft uit het productieproces. Om maar wat te noemen. De lat ligt heel hoog.” Kokke vult aan: “We nemen echt onze verantwoordelijkheid. Duurzaamheid moet je gewoon doen. De introductie van deze CO2 neutrale producten is niet de eerste stap, wel de eerste grote mijlpaal in CO2-reductie en zéker niet de laatste

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Energieneutrale huizen en gebouwen voor iedereen in Rivierenland én genoeg vakkrachten uit de regio die helpen dat mogelijk te maken: S-TEC gaat ervoor. Met het Smart Technology Experience Centre (S-TEC) heeft Rivierenland in Tiel een nieuw platform dat helpt om woningen en (bedrijfs)gebouwen in de regio te (laten) verduurzamen door belemmeringen in de markt aan te pakken. Maandagmiddag 30 mei is S-TEC geopend door 150 ondernemers, bestuurders, politici en leden van regionale energiecoöperaties.

S-TEC, gevestigd aan de Teisterbantlaan 1a in Tiel, is een regionaal initiatief waarin Bouwmensen Rivierengebied, Energie Samen Rivierenland, Installatiewerk Midden, Lingecollege, ROC Rivor, WoonWijzerWinkel en vele andere partijen, samenwerken aan een aanpak om de energietransitie in Rivierenland te versnellen.

In gesprek met regionale marktpartijen is afgelopen winter verkend wat er nodig is om meer vaart te maken in de energietransitie. De markt geeft aan dat grote innovaties nodig zijn. Om meer snelheid in de regionale energietransitie te brengen, moeten kennis, kunde en middelen gebundeld worden.

Volgens S-TEC directeur Stefan van Tongeren gaat zijn organisatie aan de slag met vier opdrachten. Van Tongeren: “Door regionaal bouw- en installatiebedrijven, onderwijs- en kennisinstituten en overheid beter met elkaar te verbinden, vinden ze samen betere antwoorden op de grote vraagstukken. Dat is het idee. S-TEC is de makelaar die partijen samenbrengt. Allereerst werken we aan het vergroten van kennis in de bouwketen en tussen schakels in die keten. In juni starten we bijvoorbeeld met een leercirkel voor bedrijfsleven en overheid. Hiernaast ontwikkelt S-TEC zich als expertisecentrum en zullen we ketensamenwerking aanjagen. Onze vierde opdracht is het vergroten van de beschikbaarheid van technisch talent voor de energietransitie. Het gaat hierbij zowel om het stimuleren van de reguliere instroom van jong talent, als de zijinstroom. Hiervoor werkt S-TEC samen met onderwijspartijen, overheid en bedrijfsleven.”

Centraal tijdens het openingsevent op 30 mei stond een talkshow waarin presentatrice Sofie van den Enk met spraakmakende gasten sprak over de energietransitie in Rivierenland. Aan tafel kwamen onder andere Doekle Terpstra (Techniek Nederland), Floris Alkemade (oud-Rijksbouwmeester) en Astrid Huitink-Jacobs (Rabobank).

 

[ad_2]

Source link

Berichten paginering