[ad_1]

Bedrijven kunnen jaarlijks maar liefst 1 miljard kuub aardgas en 5 miljard kWh elektriciteit besparen. Deze maatregelen verdienen zich binnen vijf jaar terug dus ze zijn ook economisch verstandig. Bovendien bespaart het circa vier Mton CO2-uitstoot. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) doet negen aanbevelingen voor verbetering van de bestaande energiebesparingsplicht om dit voor elkaar te krijgen, op basis van een analyse van adviesbureau Common Futures. Olof van der Gaag, voorzitter NVDE: “Deze energiebesparing is hard nodig vanwege klimaat, onafhankelijkheid van het buitenland en de hoge energieprijzen.”

 De Wet Milieubeheer is een bestaande verplichting voor bedrijven om energiebesparende maatregelen te nemen wanneer die zich binnen vijf jaar terug verdienen. Die wet wordt maar beperkt nageleefd en is nu actueler dan ooit. De wet wordt per 1 januari 2023 vernieuwd en dat is een gouden kans om hem zo effectief mogelijk te maken. Met actieve handhaving, uitbreiding naar grote bedrijven en actuele energieprijzen wordt de wet veel effectiever. Door de uitbreiding naar grote bedrijven valt drie keer zoveel energie onder de maatregelen. Door te rekenen met actuele energieprijzen, worden veel meer maatregelen rendabel. Dat scheelt een slok op een borrel maar dat vraagt wel een actieve inzet van de bedrijven zelf en van de handhavers van Omgevingsdiensten.

Kees van der Leun, Common Futures: “De vergroting van de reikwijdte van de energiebesparingsplicht, verbeteringen in de uitvoering, en de veel hogere energieprijzen zullen naar verwachting leiden tot een groot besparingspotentieel.” Als de besparingen bij de grootste (ETS-)bedrijven tien procent bedragen en bij de overige milieuvergunning-plichtige bedrijven twintig procent, dan leidt dat tot een jaarlijkse besparing van ruim 1 miljard m³ (36 PJ) aardgas en 5 miljard kWh (18 PJ) elektriciteit.

Per 1 januari 2023 worden de regels voor de energiebesparingsplicht vernieuwd en zal deze maatregel gaan over drie keer zoveel energiegebruik. Dat komt doordat de plicht ook voor grotere bedrijven gaat gelden. Álle bedrijven vanaf een jaarverbruik van 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgasequivalent worden verplicht om maatregelen door te voeren die binnen vijf jaar terugverdiend worden. Met de inmiddels veel hogere energieprijzen komt een heel arsenaal aan nieuwe maatregelen onder de besparingsplicht te vallen. Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen van de NVDE om de energiebesparingsplicht maximaal effectief te maken:

  • Reken met de energieprijzen van de toekomst (gebaseerd op futures, prijsvoorspellingen), niet die van het verleden. Dat scheelt zo een factor twee of drie, waardoor meer verduurzamingsmaatregelen rendabel worden.
  • Kijk niet alleen naar bedrijfsgebouwen, maar ook naar processen, juist nu de energiebesparingsplicht ook gaat gelden voor grote industriële bedrijven. Met een verplicht energiebesparingsonderzoek (inclusief proces-efficiency, duurzame energie en onderhoudsmaatregelen) kan hierop gehandhaafd worden.
  • Verbeter én vereenvoudig de monitoring van energieverbruik. Uit ervaring van technici blijkt dat ze bij ieder bedrijf waar ze langs komen minstens vijftien procent extra energiebesparing kunnen realiseren door het goed inregelen van installaties. Voor milieuvergunning plichtige bedrijven kan dit gecombineerd worden met het energiebesparingsonderzoek, wat voor grote bedrijven al verplicht is in het kader van de Europese Energie-Efficiency Richtlijn EED. Zo hoeven bedrijven geen dubbele rapportages te leveren.
  • Zorg voor uniforme handhaving door de omgevingsdiensten, dankzij certificering en een landelijk orgaan om de kwaliteit van de controles te checken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Europees Parlement stemde vandaag voor een belasting op CO2-uitstoot voor industrie die naar Europa importeert in een stemming over het wetsvoorstel CBAM. Met een krappe meerderheid nam de Milieucommissie in het Europees Parlement de voorstellen van Mohammed Chahim (PvdA) in het rapport over dit wetsvoorstel aan. Chahim: “De vervuiler betaalt, binnen en buiten Europa. Deze stemmingsuitslag is een grote steun in de rug om de industrie te laten vergroenen. Het signaal is duidelijk: we willen een ambitieus en toekomstbestendig klimaatbeleid.”

CBAM staat voor Carbon Border Adjustment Mechanism, in het Nederlands vertaald met koolstofgrenscorrectie. In feite breidt de EU het bestaande emissiehandelssysteem (ETS) uit naar de rest van de wereld. Dit is een essentiële maatregel om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De aluminium, staal-, cement-, kunstmest en elektriciteitssector gaan onder dit mechanisme vallen. Chahims voorstel om ook andere sectoren te laten betalen voor hun uitstoot van broeikassen, behaalde vandaag een meerderheid. Tegelijkertijd stemden de parlementariërs in de Milieucommissie in met Chahims voorstel om de gratis emissierechten die de Europese industrie nu nog krijgt (om oneerlijke concurrentie met landen buiten Europa tegen te gaan) sneller af te bouwen.

Mohammed Chahim: “CBAM is het enige instrument dat we hebben om onze handelspartners te stimuleren hun productie koolstofarm te maken. Tegelijkertijd wordt het alternatief afgebouwd voor onze huidige CO2-lekkagemaatregel, namelijk de gratis emissierechten. De oprichting van de CBAM zal ons dus eindelijk in staat stellen om de vervuiler te laten betalen en de industrie buiten Europa te stimuleren klimaatactie te ondernemen.”

Dit zijn de punten uit waar de Milieucommissie mee instemde:

  • Het decentrale systeem met 27 bevoegde autoriteiten wordt vervangen door een centraal systeem met één EU CBAM-autoriteit. Een gecentraliseerd systeem zal efficiënter zijn, schaalvoordelen bieden en forumshopping voorkomen vanwege verschillen tussen lidstaten.
  • Indirecte emissies  worden vanaf het begin in de CBAM-scope opgenomen. Voor veel goederen komt een groot deel van de industriële emissies voort uit de productie van elektriciteit die voor die industriële processen wordt gebruikt. Voor de klimaatimpact van CBAM is het heel goed dat er rekening wordt gehouden met indirecte emissies.
  • Uitbreiding van het sectorale scope. Alle EU-ETS-sectoren zullen vóór 2030 aan CBAM worden toegevoegd, prioriteit zal worden gegeven aan de sectoren met goederen die het meest zijn blootgesteld aan koolstoflekkage en het meest koolstofintensief zijn. Verder vragen we de Commissie om de opname van eindproducten tijdig te onderzoeken. Daarnaast wordt de initiële scope van CBAM uitgebreid naar de organische chemicaliën, polymeren en waterstof.
  • De inkomsten uit de verkoop van CBAM-certificaten vloeien als eigen middelen naar de EU-begroting. De inkomsten zullen worden gebruikt voor het functioneren van de CBAM-autoriteit van de EU en ten minste een equivalent van de totale inkomsten zal worden gebruikt om de getroffen ontwikkelingslanden te ondersteunen. Dit is om ervoor te zorgen dat ontwikkelingslanden niet onevenredig worden getroffen door CBAM.
  • CBAM zal geleidelijk de gratis emissierechten (vastgesteld in EU ETS) vervangen als koolstoflekkage maatregel. De Milieucommissie heeft overeenstemming bereikt over een geleidelijke uitfasering vanaf 2025 en eindigend in 2030. Verder zal de Europese Commissie de impact op de export grondig monitoren. Zij zullen na 2025 met een jaarlijks rapport komen, waarin specifiek wordt toegezien op de doeltreffendheid van CBAM ter voorkoming van koolstoflekkage voor in de Unie geproduceerde goederen voor uitvoer. Deze rapporten kunnen – indien van toepassing – vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel om dit potentiële probleem aan te pakken.

Aan het einde van de dag stemt de Milieucommissie over het gehele rapport van Chahim. Op 7 juni stemt het Europees Parlement plenair over CBAM. Nadat het Europees Parlement haar positie heeft ingenomen, gaat het in onderhandeling met de lidstaten (de Europese Raad) om tot een finale wettekst te komen. Naar verwachting treedt het mechanisme vanaf 2023 in werking.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De doelstelling om de CO2-uitstoot tegen 2050 tot ‘netto nul’ te hebben teruggebracht, vereist een radicale heroverweging van bedrijfsstrategieën en bedrijfsmodellen. Voor de wereldwijde adviesorganisatie Bain & Company worden deze nieuwe uitdagingen een steeds belangrijker onderdeel van haar dienstverlening. Thema’s als Sustainability & Responsibility staan centraal in een steeds groter aantal opdrachten, van low-carbon strategieën tot circulaire bedrijfsmodellen, en wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen zijn steeds meer de norm.

De complexiteit van het klimaatvraagstuk en de snelle technologische veranderingen betekenen dat de consultants van Bain hun expertise op die gebieden moeten blijven ontwikkelen om hun klanten te kunnen voorzien van de meest recente kennis en inzichten. Om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van klimaatwetenschap, nemen alle Bain consultants, van Associate tot Partner, deel aan permanente educatie over dit onderwerp.

Daarom heeft Bain & Company samen met de TU Delft, een vooraanstaande universiteit in Europa met een wereldwijde reputatie op het gebied van klimaat- en energieonderzoek, een diepgaand en uniek opleidingsprogramma ontwikkeld dat alle consultants van het Amsterdamse kantoor voor het einde van het jaar zullen hebben afgerond. In deze op maat gemaakte Sustainability Masterclass wordt een serie van vijf cruciale thema’s behandeld: Climate & Change and Carbon transition; Energy transition; Circularity transition; Food transition and sustainable value chains; Mega trends – consumers, regulators, investors.

Bain & Company is van plan soortgelijke opleidingsprogramma’s op te zetten voor al haar teams wereldwijd. Het programma in Frankrijk in samenwerking met de HEC Business School is eerder dit jaar al ingevoerd.

“De ESG-uitdagingen van vandaag zijn een echte urgentie geworden voor onze klanten en blijven een topprioriteit voor Bain als strategisch adviseur voor ’s werelds toonaangevende bedrijven in alle sectoren. Ieder van ons streeft ernaar om op de hoogte te blijven van de laatste trends, technologieën en nieuwe oplossingen te doorgronden. In deze snel veranderende context zijn we van plan onze ESG-vaardigheden verder aan te scherpen door permanente educatie voor al onze mensen, om zo onze klanten te helpen ‘het juiste te doen’ en tegelijk methoden te vinden om waarde te creëren door te bouwen aan een duurzamere toekomst”, zegt Veronique Pauwels, Managing Partner van het Amsterdamse kantoor van Bain.

“We hebben voor de TU Delft gekozen vanwege haar sterke verbintenis als academische instelling met de klimaatuitdaging en energietransitie,” zegt Alejandro Navarro, Partner en hoofd van de Sustainability & Responsibility praktijk in Nederland. “Zij bieden de nieuwste wetenschappelijke inzichten op het gebied van ESG, en werken aan innovatieve technische oplossingen die bedrijven, overheden en individuen verder kunnen helpen”.

Zwanet van Lubek, Hoofd Corporate Innovation van TU Delft, voegt daaraan toe: “De TU Delft draagt door middel van toonaangevend onderzoek en innovatie bij aan de oplossingen voor de grote uitdagingen waar we als samenleving voor staan. Dit loopt uiteen van onderzoek naar nieuwe energiebronnen en duurzaam materiaalgebruik tot aan klimaat adaptieve vastgoedprojecten en de rol van technologieën als quantum computing en AI. De TU Delft gelooft in de kracht van samenwerking met overheden, het bedrijfsleven en andere kennisinstellingen. We zijn blij dat we via dit partnerschap onze kennis kunnen delen en door informatie-uitwisseling een gezamenlijke bijdrage leveren aan een duurzame wereld.”

 

 

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

evofenedex, Transport en Logistiek Nederland (TLN) en Topsector Logistiek hebben de website www.co2meter.nu gelanceerd. Via deze website bieden de samenwerkende organisaties bedrijven een laagdrempelige manier om de CO₂-uitstoot van hun transportactiviteiten te berekenen.

Er liggen grote doelen op het gebied van klimaat en duurzaamheid. Nederland wil in 2030 55 procent minder CO₂ uitstoten. “Die uitdaging geldt voor ons allemaal, dus ook voor bedrijven in het transport en de logistiek”, aldus Aad Veenman, boegbeeld van Topsector Logistiek. ‘We willen met deze nieuwe website bedrijven in de logistieke keten stimuleren om inzicht te krijgen in hun CO₂-uitstoot en mogelijkheden aanbieden om die uitstoot terug te dringen.’

Ketenoplossing

Met elektrische of waterstofvrachtauto’s is het CO₂-probleem voor de logistiek grotendeels opgelost. Alleen is de techniek nog lang niet zo ver dat alle goederentransport met dit soort voertuigen kan worden uitgevoerd.

Wel kunnen ondernemers op kortere termijn winst halen uit efficiency. Door eerst goed te kijken naar verbetermogelijkheden in de keten kunnen vervoerders en opdrachtgevers komen tot transporten met minder kilometers en/of een betere belading. Minder kilometers en betere belading betekenen minder CO₂-uitstoot. Veenman: ‘Daarom is het goed dat evofenedex en TLN gezamenlijk als ketenpartijen optrekken om dit probleem van CO₂ te tackelen.‘

Berekenen, terugdringen en vergelijken

Via de nieuwe website www.co2meter.nu kunnen bedrijven op drie manieren hun CO₂-uitstoot bepalen. Als eerste door eenvoudig te starten met een CO₂-berekening van alle vervoersactiviteiten. De tweede manier is het toewijzen van CO₂-uitstoot naar een specifieke klant of zending. De derde mogelijkheid is een anoniem vergelijk van CO₂-uitstoot met andere bedrijven.

Workshops

evofenedex, TLN en Topsector Logistiek willen zo veel mogelijk bedrijven ondersteunen in de aanpak van hun CO₂-uitstoot en organiseren daarom kosteloos workshops. Daarin kunnen ondernemers leren hoe ze hun CO₂-uitstoot kunnen berekenen en verminderen. Ook worden ze begeleid en leren ze de tool te gebruiken. Daarnaast krijgen ze uitgebreid uitleg over de nodige gegevens voor een betrouwbare berekening en hoe deze in de praktijk werkt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het maken van duurzame keuzes is voor ruim de helft van de consumenten van belang bij het doen elektronica-aankopen maar blijkt bij het daadwerkelijk doen van deze aankopen voor slechts 1 op 5 doorslaggevend. Hiernaast zijn Nederlanders zich niet altijd bewust van de uitstoot van CO2 als gevolg van hun aankoop, hoewel dit wel verschilt per productgroep. Zo is slechts 1 op 5 Nederlanders (20%) zich niet bewust van de CO2-uitstoot als het gaat om energie en brandstof maar is 1 op 3 van de ondervraagden niet op de hoogte dat er sprake is van CO2-uitstoot bij het doen van elektronica-aankopen. Dit blijkt uit een onderzoek van HP uitgevoerd door het onafhankelijke onderzoeksbureau DirectResearch onder meer dan 1000 Nederlanders tussen 25 en 50 jaar oud. HP lanceert een nieuwe productlijn: de HP ENVY Inspire om consumenten duurzame keuzes te bieden. Deze veelzijdige allround printer voor thuis bestaat bijvoorbeeld voor 45% uit gerecycled plastic en met HP+ investeert HP voor elke geprinte pagina in bossen.

Belang duurzame keuze voor helft Nederlanders groot

Bij het doen van aankopen als elektronica zijn er voor consumenten overduidelijk twee doorslaggevende factoren. De prijs speelt voor 70% van de ondervraagden een belangrijke rol, gevolgd door kwaliteit (64%). Opvallend is dat duurzaamheid zowel bij het doen van elektronica-aankopen als andere aankopen voor 1 op 5 (20%) Nederlanders behoort tot 1 van de belangrijkste aandachtspunten. Specifiek gevraagd naar het belang van het maken van duurzame keuzes bij het doen van elektronica-aankopen blijkt 53% dit belangrijk te vinden.

Duurzaamheid speelt een grotere rol na krijgen van kinderen

Duurzaamheid speelt een grotere rol bij de opvoeding bij ouders tussen 25 – 35 jaar (50%) dan ouders van 36-45 (47%) en ouders van 45-50 jaar (44%). Daarnaast geeft 1 op 3 (34%) van de ouders aan dat duurzaamheid een grotere rol speelt in het doen van aankopen sinds zij kinderen hebben. Opvallend is dat het bewustzijn van ouders over de CO2-uitstoot die gepaard gaat met hun aankopen in alle productcategorieën groter is dan van Nederlanders die geen kinderen hebben.

Rob Idink: “Duurzaamheid is een belangrijk onderwerp voor consumenten. Ruim de helft stelt bijvoorbeeld dat zij dit belangrijk vinden bij het doen van elektronica-aankopen. Toch is dit op het moment van de aankoop zelf minder doorslaggevend. Het geeft aan hoe belangrijk het is duurzaamheid continue aandacht te blijven geven en de consument blijvend te informeren over de relatie tussen aankopen, de consequenties voor het milieu en wat we daar bijvoorbeeld vanuit HP in investeren.”

Klimaatcompensatie is de verantwoordelijkheid van de producent

Over het algemeen zijn Nederlanders positief over de mogelijkheid tot klimaatcompensatie bij het doen van aankopen. Ruim 2 op 5 (41%) van de Nederlanders waarderen merken die dit aanbieden meer dan merken die dit niet aanbieden, 38% staat hier neutraal tegenover. 1 op 3 van de ondervraagden geeft daarnaast aan eerder een product te kopen als een dergelijke compensatie mogelijk is. Bij ouders is deze aankoopbereidheid zelfs 46%.

Gevraagd naar een top 3 van productgroepen waarbij de ondervraagden de mogelijkheid tot CO2-compensatie willen hebben geeft bijna een kwart (22%) van de jongere generatie (25-35 jaar) aan de uitstoot van CO2 bij een aankoop van elektronica te willen compenseren. Elektronica komt hiermee op de derde plek na energie/brandstof (34%) en vakanties/reizen (37%), voor deze leeftijdsgroep. De oudere leeftijdsgroepen 35-45 en 46-50) geven aan liever eten en drinken (18% en 19%) en kleding (15 en 20%) te willen compenseren.

Ruim 4 op 5 Nederlanders is van mening dat de verantwoordelijkheid voor klimaatcompensatie van een aankoop deels of geheel bij de producent ligt.

Duurzaam printen

De doorslaggevende factor voor het aanschaffen van een printer blijkt overwegend de prijs en het gebruiksgemak te zijn. Gevraagd naar de redenen om geen printer aan te schaffen geeft ruim 1 op 10 aan de impact op het milieu als doorslaggevende factor te geven.

4 van de 5 Nederlanders (80%) is in het geheel onbekend met mogelijkheden tot klimaatcompensatie van geprinte pagina’s via een printer.

Rob Idink: “Het is interessant om te zien dat Nederlanders van mening zijn dat de verantwoordelijkheid voor klimaatcompensatie grotendeels bij de producent ligt en dat met name de jongere generatie veel vaker de mogelijkheid zou willen hebben om hun aankoop te compenseren op het gebied van CO2-uitstoot. Tegelijkertijd zien we ook dat het nog lang niet voor iedereen bekend is de mogelijkheid tot klimaatcompensatie bij printen. Maar deze mogelijkheden zijn er wel degelijk. Bij HP investeren wij al vele jaren in duurzaamheid, ook op het gebied van printing.”

HP ENVY Inspire

Hoewel de kennis over de mogelijkheid tot het compenseren van CO2-uitstoot dus beperkt is geeft een kwart (23%) wel aan dat deze mogelijkheid een doorslaggevende factor is bij de aanschaf van een printer. HP is zich bewust van de wens van de consument om duurzame keuzes te willen maken en voorziet daarin met HP+. Via HP+ kunnen consumenten op een duurzame manier printen.

Zo bevatten alle originele inktcartridges gerecycled materiaal, 80% van de cartridges bevatten zelfs 45 tot 70% gerecycled materiaal1. Met HP Instant Ink kunnen consumenten er daarom op vertrouwen dat zij met het aanschaffen van cartridges een duurzame keuze maken.

Naast duurzame cartridges zet HP zich ook in voor duurzame printers. Een voorbeeld hiervan is de onlangs aangekondigde HP ENVY Inspire. Deze veelzijdige allround printer voor thuis bestaat voor 45% uit gerecycled plastic en is geschikt voor HP+. Niet alleen betekent dit dat consumenten mogen vertrouwen op de levering van duurzame cartridges maar dat zij ook bijdragen aan een duurzame, groene toekomst door middel van het Forest First initiatief van HP. Forest First is het wereldwijde initiatief waar HP voor elke geprinte pagina in bossen investeert. HP werkt hierbij samen met betrouwbare milieu-ngo’s die experts zijn op het gebied van bosecosystemen. Op deze manier kan HP een bijdrage leveren aan het verantwoordelijk beheren, beschermen of herstellen van bossen. Onlangs werkte HP samen met de Nederlandse ngo Trees for All. Vanuit deze samenwerking worden 2.500 bomen aangeplant in Nederland en daarbuiten.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

A record number of companies are committing to and setting science-based climate targets, according to new research by the Science-Based Targets initiative (SBTi), the global body enabling businesses to set emissions reduction targets in line with science.  The SBTi today launches its third annual assessment of the initiative’s impact since its launch in 2015. The 2021 Progress Report ‘Scaling Urgent Corporate Climate Action Worldwide’ reveals that the SBTi has entered a period of exponential growth with SBTi companies now representing over a third of global market capitalization, worth $38 trillion USD – up from 20% in 2020.

In 2021, the number of SBTi companies doubled to 2,253, including 1,082 companies with approved targets and 1,171 that committed to set science-based targets. These companies cover 70 countries and 15 industries, with the growth rate averaging at 110 new companies per month in 2021 – compared to 31 in 2020. These figures include 117 financial institutions, which have committed to set science-based targets since 2015. Between January – March 2022, almost 500 companies have set or committed to set science-based targets. There are currently 31 Dutch companies with targets set.

Dr Luiz Fernando do Amaral, CEO of the SBTi, said: “The world today is faced with many challenges – there’s the devastating Russian war in Ukraine, the ongoing pandemic and the increasingly urgent climate crisis. At this critical time, we cannot let ourselves be divided. In the face of these existential crises, the SBTi will continue to work with governments, companies and NGOs, through strong collaboration, healthy debate and scientific research to reinforce 1.5°C corporate climate action as the new normal.  “The science is clear – we are already experiencing the impacts of climate change, and continuing on the current trajectory equals catastrophe. This report shows that the value the SBTi brings to society is more needed now than ever before – we must continue to drive the exponential growth of science-based targets and make them ‘business as usual’ for companies and financial institutions worldwide.”

As the first assessment of the SBTi’s progress since the COP26 climate summit in Glasgow, the report’s findings evidence a growing wave of international momentum towards science-based targets. The necessity of this momentum is reflected in the latest UN Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) WGIII report, which concluded that peak global emissions along with rapid and urgent reductions is required before 2025 to keep global heating under 1.5°C.

In October 2021, the SBTi launched the Net-Zero Standard, the world’s first framework for corporate net-zero target setting in line with climate science. It includes the guidance, criteria, and recommendations companies need to set science-based net-zero targets consistent with limiting global temperature rise to 1.5°C. The Standard has accelerated the shift towards 1.5°C aligned targets as the new normal for corporates. The report indicates almost 80% of 587 new targets approved in 2021 were aligned with a 1.5°C trajectory. In April 2022, the initiative celebrated a round of new, net-zero approved targets with the total number of companies committed to the Standard surpassing 1,000. The SBTi’s ‘ambition update’ also announced that the global initiative will only accept target submissions aligned with 1.5°C from July 2022, driving companies to go further and faster with their emissions reductions.

Lila Karbassi, Chair of the SBTi board and Senior Programme Officer at the United Nations Global Compact, said: “The global economy must halve emissions before 2030 to reach the Paris goal of 1.5°C – and it is currently not on track to do so. This goal is reflected in the most recent IPCC report, which poses a clear message – we must implement rapid and urgent emissions reductions or face planetary catastrophe. The climate action we’re seeing from companies is grounds for optimism, but we must all go further and faster to close the emissions gap.”

The Progress Report indicates that a critical mass (>20%) of high-impact companies3 have now joined the SBTi globally (27%). While across key regions (Europe, North America, Latin America and Oceania) more than a quarter high-impact companies have committed to science-based targets.

In addition, science-based targets have delivered the biggest emissions reductions to date with SBTi companies reducing emissions at an accelerating pace. The analysis shows that in 2020, SBTi companies have exceeded global trends and collectively achieved 12% scope 1 and 2 emissions reductions, compared to a 5% global emissions reduction due to COVID-19. These emissions reductions as a result of the pandemic were anomalous as by the end of 2021, emissions bounced back alongside the global economic recovery.

These numbers clearly show the appetite, and the potential, for companies to tackle the climate crisis via science-based targets – but the report shows more action is still required. A very high proportion of targets are from companies in Europe, North America and Japan, with relatively few elsewhere in Asia, Africa and Latin America. Sectorally, heavy-emitting industries continue to be under-represented.

The SBTi is launching its Progress Framework, a new project to provide a standardized mechanism to track organizations’ progress against science-based targets, in early 2023. This measurement, reporting and verification (MRV) framework will build on the SBTi annual Progress Reports to deliver increased transparency and accountability of companies’ progress against their sciencebased targets. Technical details will be released later this year.

The SBTi invites corporates to commit to the Net-Zero Standard- and set near- and long-term 1.5°C aligned targets – and make their critical contribution to limiting the worst impact of climate change.

The SBTi Progress Report 2021 can be accessed on the SBTi website. The Progress Report is released annually, previous reports can be accessed here.

High-impact sample methodology

The high-impact sample has been created following these criteria:

  • Companies with the highest scope 1,2 and 3 GHG emissions (being looked at separately) GHG emissions (>80th percentile of the total universe – where the total universe is the full investors requested sample of CDP companies).
    • Scope 1 + 2 <80th percentile: 1.364.309 GT
    • Scope 3 >80th percentile: 6.644.512 GT
  • MSCI ACWI constituents with the highest market capitalization (>85th percentile of the total universe – where the total universe is the full MSCI ACWI sample): $34.263.308.698. ● Companies meeting the dual criteria of:
    • Having among the highest market capitalization in its country of headquarters (>85th percentile by country) of total universe – where total universe is the CDP investor requested sample.
    • Having among the highest GHG emissions for its industry (>85th percentile by sector GICS) or above 70th percentile of all samples.
  • The 20 largest private US companies and the 15 largest private EU companies by revenue.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het voorjaar 2022 hoort nu al bij de 5% droogste jaren sinds we zijn begonnen met meten. Het is duidelijk: we krijgen in Nederland steeds meer last van hittestress, droogte, maar ook wateroverlast. Hoe houden we onze woningen, kantoren en andere gebouwen veilig en comfortabel? Het klimaat verandert en vraagt om verandering op elk schaalniveau, dus ook in de bouw. In het meest recente IPCC rapport is er voor het eerst een apart hoofdstuk opgenomen over de noodzaak van innovatie. Maar welke innovaties zijn nodig voor de bestaande bouw? Hoe kunnen we onze nieuwbouw klimaatadaptief ontwerpen? Om deze vragen te beantwoorden is vandaag het KlimaatKwartier officieel geopend: een proeftuin van de TU Delft en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, om innovaties op het gebied van klimaatadaptieve gebouwen te versnellen. Vanmorgen heeft Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge een werkbezoek gebracht om kennis te maken met de proeftuin en een aantal innovaties.

Innoveren in en op het gebouw

Er zijn recent al tien innovatieve experimenten en onderzoeken van start gegaan die potentiële oplossingen en kennis bieden om klimaatadaptieve gebouwen te realiseren. Wetenschappers van de TU Delft testen bijvoorbeeld hoe electrochroom glas als slimme zonwering ingezet kan worden om de temperatuur en daarmee het comfort binnen gebouwen te bevorderen. Een tweede innovatie kleurt de woningen groen met mosgevels; een bioreceptief betonproduct waarbij de natuur de mogelijkheid krijgt om zich op gevels en andere verticale oppervlakken te vestigen. Ook op het kantoordak van The Green Village zijn innovaties te vinden. Zo is deze deels bedekt met reflecterende witte tegels die als puzzelstukjes in elkaar klikken en voorkomen dat het dak opwarmt. Deze eerste tien projecten vormen het startschot voor de nieuwe proeftuin waar ondernemers en onderzoekers de ruimte krijgen hun innovaties te komen testen en verbeteren.

Startschot klimaatadaptatie op gebouwniveau

Na het succes van de proeftuinen WaterStraat en het HittePlein – waar innovaties worden getest om straten en wijken beter bestand te maken tegen extreme neerslag, hittestress en droogte – vormt het KlimaatKwartier een mooie aanvulling met een focus op gebouwniveau. Vandaag is het KlimaatKwartier officieel geopend en bracht Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge een werkbezoek onder begeleiding van TU Delft Rector Magnificus Tim van der Hagen en directeur van The Green Village Marjan Kreijns. Op deze zomerse dag, gedurende een exceptioneel droge periode, hebben ruim 200 bezoekers kennis gemaakt met de eerste ondernemers en onderzoekers en hun innovaties. Als ambassadeur voor weer, klimaat, duurzaamheid en gedrag, was Helga van Leur de ideale dagvoorzitter. Met twee paneldiscussies over hoe we het binnenklimaat comfortabel houden en uitdagingen om bestaande en toekomstige woningen tegen weersextremen te bewapenen werden belangrijke vraagstukken aan het licht gebracht. Ook gaf hoogleraar Climate Design en Sustainability Andy van den Dobbelsteen een keynote over de urgentie over klimaatverandering en hoe de TU Delft daar kennis over vergaart.  Spoken word artiest Elten Kiene sloot het evenement af met inspirerende en activerende woorden: “als we wat de meer de focus leggen op goede voorbeelden van hoe anders mogelijk, komen wij – en de volgende generatie – vanzelf daar waar we voor ogen hebben.”

Meer samenwerking, meer klimaatadaptatie

Directeur van The Green Village Marjan Kreijns spreekt van een bijzondere dag: “Fantastisch om na zo’n lange tijd weer zoveel mensen vanuit alle hoeken bij elkaar te zien. Innovatieve ondernemers, overheidsinstanties, de wetenschap, woningbouwcorporaties, alle relevante partijen die we nodig hebben om Nederlandse gebouwen klimaatadaptiever te maken. Het laat duidelijk het belang van verandering zien. Om dit probleem goed aan te pakken hebben we iedereen nodig. Ik nodig iedereen van harte uit om snel terug te komen, om nieuwe experimenten op te starten of om juist de resultaten toe te passen. Een proeftuin is pas een succes als de innovaties worden opgeschaald naar de openbare ruimte. Laat vandaag het startschot zijn voor meer samenwerking, meer klimaatadaptatie en meer innovatie!”

KlimaatKwartier

In het KlimaatKwartier werken kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden samen om gebouwen in Nederland klimaatadaptief te maken. Deze proeftuin biedt een plek voor dialoog en de ontwikkeling van nieuwe toepassingen om de gevolgen van klimaatverandering voor gebouwen tegen te gaan; zowel binnen als buiten, zowel in ontwerp als constructie. Samen ontwikkelen we bouwstenen voor de klimaatadaptieve buurt. KlimaatKwartier is een initiatief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, The Green Village en TU Delft innovatieprogramma VPdelta+, met ondersteuning van RVO.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als er niets gebeurt om het technicitekort op te lossen, is het volgens de meerderheid van de technici (56%) en HR-beslissers (52%) onmogelijk om de energietransitie binnen de gestelde tijd van het Klimaatakkoord te verwezenlijken. Dit blijkt uit de TechBarometer 2022 van technisch opleider ROVC, een onderzoek onder ruim 1.000 HR-beslissers in de technische branche, 2.500 technici en 1.000 potentiële zij-instromers. Zo vindt bijna de helft van de technici (44%) en HR-beslissers (46%) het onhaalbaar dat in 2030 27 procent van de energie uit duurzame bronnen komt. Ditzelfde geldt voor de doelstelling dat energie in 2050 bijna helemaal duurzaam moet zijn.

Economische en maatschappelijke gevolgen

De vertraging van de noodzakelijke verduurzaming in Nederland (39%) is volgens de respondenten een belangrijk maatschappelijk gevolg van het technicitekort. Ook komen er economische gevolgen naar voren uit de TechBarometer. Zo zegt driekwart (73%) van de HR-beslissers dat het de concurrentiepositie van Nederland negatief beïnvloedt. Daarnaast remt het technicitekort innovatie (45%) en maakt het Nederland minder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor productiebedrijven (38%).

Energietransitie biedt ook kansen

Toch biedt de energietransitie ook mogelijkheden. Zo vinden zes op de tien (58%) HR-beslissers dat het stoppen met fossiele projecten, waardoor personeel uit steenkool-, olie en gasprojecten beschikbaar komt, kansen biedt voor omscholing naar de techniek. Ook heeft de energietransitie een positief effect op potentiële zij-instromers. De helft vindt dat de energietransitie de techniek een aantrekkelijk vak maakt. Bovendien maakt het groeiende belang van duurzaamheid de technieksector voor twee derde van de potentiële zij-instromers aantrekkelijker.

John Huizing, directeur bij ROVC: “De energietransitie biedt zowel kansen als uitdagingen voor de technische sector en het terugdringen van het personeelstekort. Het heeft positieve effecten op het personeelstekort in termen van omscholingskansen en aantrekkelijkheid van de sector. Tegelijkertijd vraagt het om andere kennis en vaardigheden van technici. Wat echter als een paal boven water staat, is dat technische organisaties moeten inspelen op deze trend. Zorg dat je de juiste kennis en vaardigheden in huis hebt en communiceer met personeel en potentiële zij-instromers over wat de energietransitie betekent voor de branche en hun eigen ontwikkeling. Alleen met voldoende én gekwalificeerd personeel kan de energietransitie plaatsvinden. Dat vraagt niet alleen om ontwikkeling van huidige technici, maar ook om het zo snel mogelijk functioneel inzetbaar maken van zij-instromers.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

CO2ok, een Nederlandse marktleider in digitale oplossingen voor carbon footprinting en compensatie voor e-commerce, kondigt vandaag aan zich aan te sluiten bij South Pole, ’s werelds grootste leverancier van klimaatoplossingen en ontwikkelaar van klimaatbeschermingsprojecten.

Samen bieden CO2ok en South Pole online retailers en hun klanten de mogelijkheid om eenvoudig de CO2-voetafdruk van hun aankopen te meten, verminderen en compenseren door gebruik te maken van hun complementaire expertise in digitale oplossingen en verduurzaming. Het team van experts en software engineers van CO2ok versterkt de bestaande Digital Climate Solutions van South Pole om ervoor te zorgen dat klanten, waaronder eBay en Otto, evenals Nederlandse duurzame koplopers zoals Naïf Care en Pockies, volledig worden ondersteund bij elke stap van hun klimaattransitie, ofwel hun Climate Journey.

“We zijn heel enthousiast om deel uit te maken van de South Pole-familie. De expertise van South Pole op het gebied van product footprinting en hun wereldwijd erkende positie als klimaatexpert, versterkt de missie van CO2ok om consumenten te helpen milieubewustere aankoopbeslissingen te nemen. Daarnaast kunnen we de de aanpak van de verborgen klimaatimpact van onze dagelijkse consumptie hiermee nog meer versnellen,” zegt Milo de Vries, oprichter van CO2ok.

“We zijn blij CO2ok te mogen verwelkomen bij South Pole en kijken uit naar de verwezenlijking van onze gezamenlijke ambitie om klimaatactie met behulp van digitale oplossingen drastisch op te voeren. Het unieke vermogen van CO2ok om ‘plug and play’ duurzaamheidstoepassingen te ontwikkelen, past perfect bij de nadruk die South Pole legt op het gebruik van digitale technologie om klimaatactie op te voeren en meer mensen te bereiken en te betrekken,” zegt Renat Heuberger, CEO van South Pole.

CO2ok is de afgelopen jaren met 600% gegroeid met een team van 11 experts in Europa, VS en Azië. De Climate Neutral Checkout-app wordt wereldwijd dagelijks meerdere keren gedownload. CO2ok blijft zijn bestaande klanten bedienen terwijl het de komende maanden volledig wordt geïntegreerd binnen South Pole. Klanten van zowel South Pole als CO2ok kunnen dan gebruik kunnen maken van een reeks diensten, waaronder het inzichtelijk maken van hun klimaatvoetafdruk en South Pole’s Climate API Platform. De eerste duizend bedrijven die South Pole’s Climate Neutral Checkout downloaden, worden uitgenodigd om de premium versie de eerste drie maanden gratis uit te proberen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ben & Jerry’s zet zich ertoe om de uitstoot van broeikasgassen op vijftien melkveehouderijen tegen het eind van 2024 terug te brengen tot de helft van het sectorgemiddelde. Zodra de projectinitiatieven van ‘Mootopia’ zich hebben bewezen, worden de initiatieven uitgebreid naar boerderijen in de wereldwijde zuivel supply chain van Ben & Jerry’s.

‘De focus op een regeneratieve en meer circulaire melkveehouderij kan een doorbraak betekenen’, aldus Klaas Jan van Calker, Global Sustainable Sourcing Manager bij Unilever. ‘Dit project heeft de potentie om de uitstoot op melkveehouderijen aanzienlijk te verminderen en de gevolgen van klimaatverandering te helpen bestrijden. We moeten allemaal – maar met name bedrijven – actie ondernemen voordat het te laat is en de klimaatcrisis onze wereld onbewoonbaar maakt.’

De room en melk zijn verantwoordelijk voor meer dan 50 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen met betrekking tot Ben & Jerry’s-ijs, dus richt het bedrijf zich op melkveehouderijen om deze uitstoot te verkleinen. ‘Project Mootopia’, zoals het pilotproject wordt genoemd, zal samen met melkveehouders regeneratieve landbouwpraktijken en nieuwe technologieën inzetten om een bijdrage te leveren aan de volgende kwesties.

  • Methaanuitstoot – De methaanuitstoot wordt verminderd door middel van meer en betere weidegang, hoogwaardig ruwvoer en innovaties die helpen bij spijsvertering.
  • Mest – Door middel van kleinschalige vergisters en technologieën die kunstmest kunnen vervangen wordt methaanuitstoot en fossiel energiegebruik verminderd.
  • Voedergewassen – Het gebruik van regeneratieve landbouwpraktijken zal ertoe leiden dat er lokaal meer gras en andere voedergewassen worden geteeld, er een gezonde bodem in stand wordt gehouden, de koolstofvastlegging wordt vergroot, het gebruik van kunstmest verder wordt verlaagd, de biodiversiteit wordt bevorderd en het percentage voedergewassen van eigen bodem wordt verhoogd.

Het pilotproject stimuleert het gebruik van hernieuwbare energie op melkveebedrijven en zet de Ben & Jerry’s-traditie van het hanteren van hoge standaarden voor dierenwelzijn voort. De vijftien deelnemende boerderijen zijn verdeeld over Amerika en Nederland. In Nederland wordt samengewerkt met CONO Kaasmakers, de partner in het gezamenlijke duurzaamheidsprogramma Caring Dairy.

Nog te vaak kopen bedrijven elders klimaatcompensaties op om vervolgens te beweren ‘klimaatneutraal’ te zijn, zegt Taylor Ricketts van het Gund Institute for Environment aan de Universiteit van Vermont. ‘Ben & Jerry’s kiest voor een meer betekenisvolle en directe aanpak: door systemische oorzaken van klimaatverandering in de eigen bedrijfsketen aan te pakken om zo wetenschappelijk haalbare resultaten te boeken. Zoals vaker loopt Ben & Jerry’s voorop en geven zij het goede voorbeeld.’

‘De intensieve samenwerking tussen onderzoek, adviseurs en boeren is de sleutel tot het creëren van op maat gemaakte methoden die haalbaar, betaalbaar en veilig zijn’, zegt Theun Vellinga van Wageningen Research. ‘We hebben een beslistool ontwikkeld, waarmee melkveehouders voor hun individuele bedrijfssituatie kunnen nagaan welke wetenschappelijke gevalideerde reductiemaatregelen het beste op hun bedrijf passen. ‘We kunnen hierbij niet vasthouden aan slechts één reductiemaatregel, er is geen wondermiddel. Een combinatie van de opties zal ons helpen de beoogde reductie te behalen’, aldus Vellinga.

Ben & Jerry’s ontving een donatie van 9,3 miljoen dollar van het Climate and Nature Fund van moederbedrijf Unilever om de effectiviteit van regeneratieve landbouw voor zuivelproductie te bewijzen en op te schalen. Ben & Jerry’s hoopt met Project Mootopia te kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar heerlijk, fair en klimaatvriendelijk ijs.

Foto: Yaron Bindels

[ad_2]

Source link

Berichten paginering