[ad_1]

Het Moerdijkse bedrijf Sivomatic leverde al één van de zuinigste en milieuvriendelijkste kattenbakvulling op de markt. Nu zetten ze zelfs nog een stapje verder. Sivomatic wil klimaatpositief worden en doet dat door via Carbon Farming 250 ton CO2 uit de lucht op te slaan in de bodem bij een boer in de buurt. Dit staat gelijk aan 235.000 verpakkingen kattenbakvulling. Deze samenwerking is tot stand gekomen samen met boerenorganisatie ZLTO.

Carbon Farming biedt een innovatieve oplossing waarbij CO2 uit de lucht wordt gehaald en als organische stof wordt vastgelegd in de bodem. De planten en gewassen op het land van de boer zetten CO2 via fotosynthese om naar koolstofketens. De organische stof die zo wordt opgebouwd bevordert ook de bodemvruchtbaarheid en de groei van gewassen. Sivomatic omarmt Carbon Farming en werkt hierin samen met akkerbouwer Arjan Schrauwen uit Zevenbergschenhoek. Hij gaat de komende jaren aan de slag om CO2 te binden in de bodem van zijn akkers.

Bodembeheer en biodiversiteit om de hoek

Op basis van wetenschappelijke onderzoek is een set aan landbouwmaatregelen opgesteld waarmee een boer CO2 uit de lucht langdurig vastlegt in de bodem. Planten en gewassen zetten CO2 uit de lucht om in biomassa. Diverse maatregelen zorgen ervoor dat de koolstof, die zo wordt gebonden, ook daadwerkelijk wordt vastgehouden in de bodem. De gekozen maatregelen zijn praktisch uitvoerbaar en leveren zoveel mogelijk rendement. Maatregelen zoals groenbemesters en vanggewassen of minder grondbewerking zijn belangrijke maatregelen voor het bodemleven, bijvoorbeeld in de vorm van wormen. Een betere ondergrondse biodiversiteit leidt ook tot meer biodiversiteit boven de grond: voedsel voor vogels en andere dieren. Akkerranden met diep wortelende plantensoorten binden koolstof uit de atmosfeer in plant en bodem. Naast CO2 -binding zijn er nog extra voordelen: de biodiversiteit neemt toe en de landbouw is weerbaarder tegen klimaatextremen.

50 Ton CO2 per jaar

De komende vijf jaar gaat akkerbouwer Arjan Schrauwen op een steenworp afstand van de Sivomatic-vestiging in Moerdijk aan het werk. Hij ontvangt een financiële vergoeding per gemeten ton vastgelegde koolstof en wordt begeleid door experts op weg naar een optimaal resultaat. Elk jaar legt de akkerbouwer 50 ton CO2 vast in de bodem met behulp van de financiële bijdrage van Sivomatic. Met behulp van (bodem)metingen en jaarlijkse rapportages monitort ZLTO de voortgang.

Hendrik Hoeksema (bestuurder ZLTO): “De boer zorgt door koolstofvastlegging in zijn bodem voor een directe vermindering van CO2 in de atmosfeer. De hele wereld is op zoek naar nieuwe manieren om koolstof te binden, maar vergeet daarbij de kracht van lokale landbouwbodems. Vanuit ZLTO verbinden we bedrijven en boeren, om lokaal koolstof vast te leggen met zichtbaar resultaat voor de directe omgeving.”

Dit betekent dat in 5 jaar tijd maar liefst 250 ton CO2 wordt vastgelegd in de bodem, dat normaal in de lucht zou blijven hangen. Ter vergelijking: dit staat gelijk aan de CO2 -uitstoot bij de productie van 235.000 verpakkingen (6L) kattenbakvulling door Sivomatic.

Over Sivomatic’s duurzame ambities

Sivomatic investeert al jaren in duurzaamheid. Jeroen de Ridder, CEO Sivomatic: “We zijn er trots op een samenwerking aan te gaan met een koolstofboer in de buurt. We hopen hiermee een voorbeeld te zijn in Nederland, onze productielocaties elders in Europa en ons moederbedrijf in Amerika. Sivomatic heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel staan. De productielocaties in Moerdijk en Oostenrijk zijn al jaren klimaatneutraal en gecertificeerd volgens de Climate Neutral Certification standaard van Climate Neutral Group, geverifieerd door Ecocert. Dit betekent dat wij de berekende voetafdruk van de locaties en het product ieder jaar reduceren tot -50% in 2030 en 100% in 2050; het restant van onze uitstoot compenseren wij. Wij zien de stap naar klimaatpositief als een hele logische volgende stap in onze duurzaamheidsambities.”

Lokale CO2-kringloop

Steeds meer bedrijven zien de noodzaak tot een klimaatpositieve bedrijfsvoering. Dat kan zelden in één keer volledig. Compensatie van onvermijdbare CO2-uitstoot kan een overgangsmaatregel zijn. Compensatie wordt vaak gezocht ver van huis, zoals aanplant van bomen in Zuid-Amerika. Zou het niet nog mooier zijn als bedrijven de mogelijkheid hebben om de CO2-compensatie lokaal te organiseren? Vele boeren in Nederland staan te popelen aan de slag te gaan. Daarom verbindt ZLTO vraag en aanbod.

Maatschap Schrauwen-Deijkers is al jaren serieus bezig om duurzamer te gaan produceren. Akkerbouwer Arjan Schrauwen:” Wij nemen deel aan diverse projecten zoals Schoonwater voor Brabant, BodemUP en Duurzaam Praktijknetwerk Akkerbouw. Voor ons is alles zo`n beetje begonnen met het project Veldleeuwerik en naderhand uitgegroeid tot een uitdaging om steeds duurzamer te gaan werken. We dringen chemische gewasbescherming steeds verder terug door mechanische onkruidbestrijding. Bemesting doen we al jaren maximaal met ruige stalmest en groencompost, en steeds minder met kunstmest. We zijn enkele jaren geleden gestart met Niet Kerende Grondbewerking wat zorgt voor een rijker en beter bodemleven en een jaarrond begroeide bodem. Dit zorgt voor nog meer koolstofvastlegging in de bodem. Wij zien de samenwerking met Sivomatic als een mooie kans om een bijdrage te leveren aan hun klimaatambities. Het is mooi te zien dat twee heel verschillende bedrijven dezelfde ambities ambiëren”.

Sivomatic wil met deze stap aantonen dat de koolstofkringloop lokaal werkt met hulp van boeren en met zichtbaar resultaat in de directe omgeving. Hopelijk benutten veel meer bedrijven in de toekomst de kracht van een lokale CO2-kringloop! Meer informatie over koolstofboeren is te vinden op de website: www.go2positive.com.

Foto: Onthulling samenwerking carbon farming bij Sivomatic Moerdijk. Op de foto (van links naar rechts): Jeroen de Ridder (Sivomatic), Arjan Schrauwen (akkerbouwer), Pauline Joosten (gemeente Moerdijk) en Kathleen Goense (ZLTO).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven maken zich zorgen over de stijgende kosten voor energie. Ruim zestig procent (63%) geeft aan zich zorgen te maken over een steeds hoger wordende energierekening, waarbij 58% energierekening van de organisaties, die nog geen duurzame energie hebben, daardoor wil overstappen op duurzame energie. Bijna veertig procent (37%) geeft aan iets aan de bedrijfsvoering te willen veranderen om onafhankelijker te zijn van wereldwijde geopolitieke ontwikkelingen. Dat blijkt uit een online onderzoek over ‘duurzame energie bij organisatie’ van Kien Onderzoek, in opdracht van GroenLeven. GroenLeven is marktleider op het gebied van zonne-energie in Nederland en richt zich op het verlenen van groene energie-oplossingen.

Een ander belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat de belangrijkste redenen zijn om te verduurzamen zowel kostenbesparing als de maatschappelijke noodzaak dat het beter is voor het milieu is. Deze redenen wegen ongeveer even zwaar.

Elementaire ontwikkeling

Peter Paul Weeda (CEO): “GroenLeven ziet zich samen met andere bedrijven in Nederland verantwoordelijk voor het aanjagen van de energietransitie. Dit onderzoek laat gelukkig zien dat ook ondernemers erg bezig zijn hun bedrijfsvoering te vergroenen en een gedeelte ervan ook minder afhankelijk wil worden van fossiele energie. Dat is een elementaire ontwikkeling in de goede richting.”

Verantwoording

Voor het onderzoek “duurzame energie” is gebruik gemaakt van online onderzoek onder panelleden van het online onderzoekspanel PanelWizard Direct; met als doelgroep Nederlanders die (mede)beslissend of eindverantwoordelijk zijn op het gebied van algemeen management en/of inkoop bij een organisatie met 25 of meer personen en binnen de organisatie (mede)beslissend of eindverantwoordelijk zijn voor energie (de aankoop van energie of de keuze van energieleverancier). De bruto steekproef bestond uit 3126 Nederlanders die (mede)beslissend of eindverantwoordelijk zijn op het gebied van algemeen management en/of inkoop bij een organisatie met 25 of meer personen, representatief voor Nederland op geslacht, leeftijd, arbeidsparticipatie en opleiding. In totaal hebben van deze groep 1801 respondenten deelgenomen aan het onderzoek, een respons van 63%. Van hen vielen 411 binnen die doelgroep en hebben 410 alle onderzoeksvragen beantwoord. Daarmee valt met een betrouwbaarheid van 95% te concluderen dat de steekproefuitkomst maximaal 4,8% kan afwijken van de werkelijke situatie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bedrijven hebben in 2021 fors meer geïnvesteerd in innovatieve milieuvriendelijke technieken en bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor belastingvoordeel. Grote groeier in 2021 is het onderdeel circulaire economie (CE), met bijna drie keer zoveel gemelde investeringen ten opzichte van 2020. Dit blijkt uit het jaarverslag MIA/Vamil dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceert. Dit jaarverslag geeft een beeld van innovatieve milieuvriendelijke technieken en middelen waarin bedrijven in 2021 met fiscaal voordeel van de MIA/Vamil hebben geïnvesteerd en hoeveel er is geïnvesteerd in verschillende branches. De overheid wil investeringen in innovatieve bedrijfsmiddelen stimuleren. Via twee fiscale regelingen maakt de overheid het investeren in innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen extra aantrekkelijk: Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil).

Meer duurzame investeringen

In totaal hebben in 2021 14.000 ondernemers aanvragen ingediend. Er is in totaal over een investeringsbedrag van bijna 3.5 miljard euro MIA/Vamil aangevraagd. Dit is een stijging van 24% ten opzichte een jaar eerder. Het totaalbedrag dat ondernemers via belastingvoordeel met de MIA/Vamil ontvangen komt in 2021 naar verwachting uit op 119 miljoen euro. Dit netto fiscale voordeel was in 2020 nog 90 miljoen euro (een stijging van ruim 30 procent).

Milieulijst

Basis van de regelingen is de zogenoemde Milieulijst, een lijst met ruim 300 bedrijfsmiddelen en investeringen die in aanmerking komen voor fiscaal voordeel met de MIA/Vamil. Voorbeelden zijn investeringen in circulair bouwen, slimme afvalbakken voor buiten ter voorkoming van zwerfafval, software voor registratie en analyse van voedselverspilling en duurzame paardenstallen. De Milieulijst wordt jaarlijks aangepast door RVO. Of een bedrijfsmiddel nieuw op de Milieulijst verschijnt, hangt af van verschillende criteria: een bedrijfsmiddel moet een aanzienlijke milieuverdienste hebben (boven de wettelijke norm) en ook innovatief zijn (en daarmee vaak duurder ten opzichte van het gangbare alternatief in de branche).

Grote groeier in 2021: circulaire economie

Grote groeier in 2021 is het onderdeel circulaire economie (CE), met bijna drie keer zoveel gemelde investeringen ten opzichte van 2020. Circulair produceren en CO₂-reductie krijgen bij ondernemers steeds meer aandacht. In 2021 is de Milieulijst voor CE flink uitgebreid (147 CE-gerelateerde bedrijfsmiddelen in 2021 tegenover 93 in 2020). Circulaire economie op de Milieulijst draagt bij aan technieken en bedrijfsmiddelen die gericht zijn op onder meer hergebruik en recyling. Denk aan: het slimmer maken en slimmer gebruiken van producten en grondstoffen (refuse, rethink, reduce) en levensduurverlenging van producten (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose). Voorbeelden zijn apparatuur voor recycling, productieapparatuur waarmee grondstoffen kunnen worden bespaard en oplossingen voor afval(water)inzameling en -verwerking. Binnen het onderdeel circulaire economie lieten vooral investeringen in circulaire woningbouw en circulaire bedrijfsgebouwen een grote groei zien.

Ruim 1 miljard euro investeringen in circulaire economie

Op basis van de Milieulijst 2021 groeide het totaal gemelde investeringsbedrag binnen het thema circulaire economie tot 1.085 miljoen euro. Dit is bijna eenderde van het totaal gemelde investeringsbedrag op grond van de Milieulijst 2021. Het netto belastingvoordeel op investeringen op het onderdeel circulaire economie komt daarmee op bijna 45 miljoen euro. Dit is een stijging van bijna 150 procent ten opzichte van het netto fiscaal voordeel op grond van de Milieulijst 2020, goed voor 38% van het totaal berekend fiscaal voordeel in 2021 van alle gemelde investeringen op grond van de Milieulijst 2021 (totaal: 118,7 miljoen euro).

Hoe werkt het fiscale voordeel?

De Vamil biedt de mogelijkheid tot 75 procent van een investering op een willekeurig moment af te schrijven. Door af te schrijven in het jaar waarin dat het beste uitkomt, vermindert de fiscale winst. Ondernemers hoeven in het jaar dat zij meer afschrijven minder inkomsten- of vennootschapsbelasting te betalen. Met de MIA profiteren ondernemers van een extra aftrekmogelijkheid van de fiscale winst. De aftrekpercentages voor de MIA in 2021 bedroegen 13,5%, 27% en 36% (deze zijn voor 2022 verhoogd tot maximaal 45% ). Als een ondernemer naast de Vamil ook gebruik kan maken van de MIA kan het netto voordeel vanaf 2022 oplopen tot ruim 14 procent van het investeringsbedrag.

Andere branches

Duurzame mobiliteit en landbouw blijven belangrijke pijlers in het totaal aan milieu-investeringen. Voor duurzame mobiliteit zijn minder meldingen binnengekomen, maar het totaalbedrag aan belastingvoordeel voor ondernemers is nagenoeg gelijk gebleven. Wat betreft de landbouwinvesteringen valt op dat er minder is geïnvesteerd dan in 2020. Dit heeft mogelijk te maken met de stikstofmaatregelen en de gevolgen van de coronacrisis, waardoor het investeringsklimaat in 2021 minder aantrekkelijk was. Desondanks blijft verduurzaming en innovatie in de landbouw een belangrijk onderdeel waar jaarlijks MIA/Vamil-steun naartoe gaat.

Uitvoering

Het ministerie van lnfrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Financiën zijn verantwoordelijk voor de MIA/Vamil-regeling. De Belastingdienst en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voeren de regelingen uit. RVO ondersteunt de regeling met onder andere een helpdesk, technische controles van de meldingen, technisch inhoudelijke advisering van de Belastingdienst en de coördinatie van voorstellen voor de Milieulijst. De Belastingdienst besluit over de toekenning van MIA en/of Vamil.

Nieuwe aanvragen 2022

In december 2021 is de nieuwe Milieulijst 2022 gepubliceerd. Met daarin opgenomen nieuwe milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen en technieken. Aanvragen voor 2022 zijn het hele jaar mogelijk via RVO.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Goldman Environmental Foundation heeft vandaag zeven ontvangers bekendgemaakt van de Goldman Environmental Prize 2022, ‘s werelds belangrijkste prijs voor grassroots milieuactivisten. De prijs voor het continent Europa werd daarbij toegekend aan Marjan Minnesma, directeur van Urgenda.

De Goldman Environmental Prize wordt jaarlijks uitgereikt aan milieuhelden uit elk van ‘s werelds zes bewoonde continentale regio’s. Het eert de prestaties en het leiderschap van grassroots milieuactivisten van over de hele wereld, en inspireert ons allemaal om actie te ondernemen om onze planeet te beschermen.

De prijs werd in 1989 in San Francisco door filantropen en burgerleiders Rhoda en Richard Goldman opgericht. In 33 jaar heeft de prijs een onmetelijke impact op de planeet gehad. Tot op heden heeft de prijs 213 winnaars geëerd – waaronder 95 vrouwen – uit 93 landen.

“Hoewel de vele uitdagingen die voor ons liggen ontmoedigend kunnen aanvoelen en ons soms het geloof doen verliezen, geven deze zeven leiders ons een reden voor hoop en herinneren ze ons eraan wat er in het licht van tegenspoed kan worden bereikt,” zei Jennifer Goldman Wallis, vice-president van de Goldman Environmental Foundation. “De prijswinnaars laten ons zien dat de natuur het verbazingwekkende vermogen heeft om te regenereren als ze de kans krijgt. Laten we ons allemaal geïnspireerd voelen om hun overwinningen te kanaliseren in het regenereren van onze eigen geest en handelen om onze planeet voor toekomstige generaties te beschermen.”

Normaal gesproken krijgen prijswinnaars de prijs tijdens een ceremonie in het San Francisco Opera House in april persoonlijk uitgereikt. Dit jaar wordt de prijs vanwege de pandemie online op 25 mei 2022 virtueel uitgereikt.

De winnaars van dit jaar zijn:

AFRIKA

Chima Williams, Nigeria

In de nasleep van rampzalige olierampen in Nigeria werkte milieuadvocaat Chima Williams samen met twee gemeenschappen om Royal Dutch Shell verantwoordelijk te houden voor de resulterende wijdverspreide milieuschade. Op 29 januari 2021 oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat niet alleen de Nigeriaanse dochteronderneming van Royal Dutch Shell verantwoordelijk was voor de olielozingen, maar dat Royal Dutch Shell als moederbedrijf ook de verplichting had om de lekkages te voorkomen. Dit is de eerste keer dat een Nederlandse transnationale onderneming verantwoordelijk wordt gehouden voor de schendingen van zijn dochteronderneming in een ander land, waardoor Shell wordt blootgesteld aan juridische stappen van gemeenschappen in heel Nigeria die zijn verwoest door de minachting voor milieuveiligheid van het bedrijf.

AZIË

Niwat Roykaew, Thailand

In februari 2020 resulteerden Niwat Roykaew en de belangenbehartiging van de Mekong-gemeenschap in de beëindiging van het door China geleide stroomversnellingenproject op de Bovenste Mekong-rivier, dat 248 mijl van de Mekong zou vernietigen om navigatiekanalen te verdiepen voor Chinese vrachtschepen die stroomafwaarts zouden reizen. Het water stroomt 3.000 mijl (bijna 5.000 km) van de bergen van Tibet voordat het de Zuid-Chinese Zee bereikt. De visserijen, zijrivieren, wetlands en uiterwaarden van de Mekong-rivier zijn een vitale levensader voor meer dan 65 miljoen mensen. Dit is de eerste keer dat de Thaise regering een grensoverschrijdend project annuleert vanwege de milieuvernietiging dat het zou veroorzaken.

EUROPA

Marjan Minnesma, Nederland

In een baanbrekende overwinning maakte Marjan Minnesma gebruik van publieke inbreng en een unieke juridische strategie om een succesvolle uitspraak tegen de Nederlandse regering veilig te stellen, waarbij deze werd verplicht om specifieke preventieve maatregelen tegen klimaatverandering te nemen. In december 2019 oordeelde de Hoge Raad dat de overheid een wettelijke verplichting had om haar burgers tegen klimaatverandering te beschermen en beval haar eind 2020 om de uitstoot van broeikasgassen met 25% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. De uitspraak van de Hoge Raad is de eerste keer dat burgers erin slaagden hun overheid verantwoordelijk te houden voor haar falen om hen tegen klimaatverandering te beschermen.

EILANDEN EN EILANDNATIES

Julien Vincent, Australië

Julien Vincent leidde een succesvolle grassroots-campagne ter beëindiging van de financiëring van steenkool in Australië, een grote kolenexporteur, wat resulteerde in toezeggingen van de vier grootste banken van het land om de financiering voor kolenprojecten tegen 2030 te beëindigen. Vanwege het activisme van Julien hebben de grote verzekeringsmaatschappijen van Australië ook ingestemd nieuwe kolenprojecten niet langer te accepteren. Zijn organisatie heeft tot een uitdagend financieel landschap voor de Australische kolenindustrie geleid, een belangrijke stap in de richting van het verminderen van fossiele brandstoffen die klimaatverandering versnellen.

NOORD-AMERIKA

Nalleli Cobo, de Verenigde Staten

Nalleli Cobo leidde een gemeenschapscoalitie om in maart 2020, op 19-jarige leeftijd, een giftige olieboringslocatie in haar gemeenschap permanent te sluiten – een oliesite die ernstige gezondheidsproblemen voor haar en anderen veroorzaakte. De voortdurende organisatie van haar gemeenschap tegen stedelijke oliewinning heeft tot een grote beleidsbeweging geleid, binnen zowel de gemeenteraad van Los Angeles als de Los Angeles County Board of Supervisors, die unaniem stemden om nieuwe olie-exploratie te verbieden en bestaande locaties te sluiten.

ZUID- EN MIDDEN-AMERIKA

Alex Lucitante en Alexandra Narvaez, Ecuador

Alex Lucitante en Alexandra Narvaez leidden een inheemse beweging om het voorouderlijk grondgebied van hun volk tegen goudwinning te beschermen. Hun leiderschap resulteerde in een historische juridische overwinning in oktober 2018, toen de rechtbanken van Ecuador 52 illegale goudmijnconcessies annuleerden, die zonder de toestemming van hun Cofán-gemeenschap illegaal werden verleend. Het juridische succes van de gemeenschap beschermt 79.000 hectare ongerept, biodivers regenwoud in de bovenloop van de Aguarico-rivier in Ecuador, wat voor de Cofán heilig gebied is.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op alle nieuwe gebouwen met een oppervlak van meer dan 250 vierkante meter moeten vanaf 2025 zonnepanelen komen te liggen. Met deze verplichting, die niet geldt voor woningen, wil het kabinet de groei van het aantal zonnepanelen versnellen om zo het aangescherpte klimaatdoel voor 2030 te halen en de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen.

Het kabinet streeft ernaar om vanaf 2025 nieuwe utiliteitsgebouwen met een dakoppervlak groter dan 250 m2 een verplichting op te leggen om het volledige dak te gebruiken of laten gebruiken9 voor de opwek van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie (zonnestroom, zonnewarmte, of een combinatie daarvan). Dit moet dan passen naast andere van toepassing zijnde eisen en bovendien technisch, functioneel en economisch haalbaar zijn, wat onder andere betekent dat de installatie kan worden aangesloten op het elektriciteitsnet en dat de bijkomende kosten ook zorgen voor navenante baten. Met deze verplichting wordt dan ook geregeld dat de constructieve eisen aan gebouwen in den brede worden aangepast en dat alle utiliteitsgebouwen ‘solar prepared’ worden opgeleverd, waarbij voor de constructieve sterkte uitgegaan wordt van volledige benutting van het dak. Hiermee wordt mogelijk gemaakt dat bij gebouwen waar zon op dak bij oplevering niet mogelijk is, bijvoorbeeld door netcongestie, dit op een later moment wel kan worden gerealiseerd, omdat het dak dan in ieder geval al op de juiste wijze is geconstrueerd.

Voor de overige utiliteitsgebouwen met een dakoppervlak van minder dan 250m en voor de nieuwbouw van woningen kijkt het kabinet naar verdere aanscherping van de BENG-eisen. Voor ingrijpende renovatie wordt tevens gekeken naar de mogelijkheden om de eis voor hernieuwbare energie verder aan te scherpen. Voor beide is 2025 de streefdatum voor inwerkingtreding.

Lees hier de brief met de plannen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Van alle duurzame claims op voedselproducten blijven na onderzoek van Milieu Centraal 12 keurmerken als beste over in de Keurmerkenwijzer. De onafhankelijke voorlichtingsorganisatie maakt deze 12 topkeurmerken bekend om consumenten te helpen om duurzamer boodschappen te doen. Nieuwkomers in de lijst zijn Sustainable Rice Platform (SRP) voor rijst en Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) voor palmolie. Daarnaast is Climate Neutral Certified aangewezen als topkeurmerk klimaat.

Steeds meer consumenten stellen kritische vragen over keurmerken op voedingsmiddelen. Consumenten weten vaak niet welke claims op de verpakking te vertrouwen zijn. De Keurmerkenwijzer laat zien waar keurmerken voor staan. De meest betrouwbare en ambitieuze keurmerken krijgen het predicaat ’topkeurmerk’. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is subsidieverlener voor dit onderzoek.

Minister Henk Staghouwer: “Voor mij is het belangrijk dat consumenten eenvoudig de juiste duurzame en gezonde keuzes kunnen maken. Dus een pluim naar de topkeurmerken die daarbij helpen door ambitieus en transparant te zijn op aspecten als dierenwelzijn en milieu. Voor consumenten is de informatie nuttig als zij boodschappen doen, bedrijven kunnen de informatie gebruiken voor de keuzes die zij maken als producent, inkoper of verkoper van voedsel. Dit draagt bij aan een duurzaam voedselsysteem.”

Topkeurmerken voor voeding

“Van koffie tot chocolade, van zuivel tot vis, en van groente tot eieren, voor bijna alle boodschappen is een topkeurmerk te vinden,” zegt Paulien van der Geest, expert duurzaam voedsel bij Milieu Centraal. “Let bij de aankoop van voedingsmiddelen op dat je een product met topkeurmerk kiest. Wat topkeurmerken zijn kun je zien op keurmerkenwijzer.nl.”

Nieuw: topkeurmerk voor klimaatimpact van voeding

Dit jaar introduceert Milieu Centraal voor de klimaatimpact van voeding het label topkeurmerk klimaat. Er zijn keurmerken die zich specifiek op verlaging van klimaatimpact van voeding richten. Gezien de urgentie van de klimaatcrisis laat Milieu Centraal consumenten op keurmerkenwijzer.nl met een speciaal label zien welk keurmerk hierin heel ambitieus is. Van der Geest: “Het zou helemaal mooi zijn als er één topkeurmerk zou komen dat op alle vlakken duurzaam is. Een keurmerk dat top is op zowel klimaat, milieu, dierenwelzijn als eerlijke handel.”

De 12 topkeurmerken volgens Milieu Centraal:

· ASC voor kweekvis
· Beter Leven Keurmerk (2 en 3 sterren) voor zuivel, eieren en vlees
· Demeter voor bio-dynamische producten
· EKO voor biologische producten
· EU-biologisch voor biologische producten
· Fairtrade voor tropische producten
· MSC voor wilde vis
· On the way to PlanetProof voor zuivel, eieren, groente en fruit
· Rainforest Alliance (inclusief UTZ) voor tropische producten
· Roundtable On Sustainable Palm Oil (RSPO) voor palmolie
· Sustainable Rice Platform (SRP) voor rijst
· Climate Neutral Certified (speciaal voor klimaatimpact van voeding)

Proces van beoordeling voedingskeurmerken

Milieu Centraal baseert zich voor de beoordelingen van keurmerken op informatie die publiekelijk online beschikbaar is. Per productgroep worden alle voedingskeurmerken langs dezelfde lat gelegd, ten aanzien van hun betrouwbaarheid, transparantie en ambitie op de duurzaamheidsaspecten milieu, dierenwelzijn en mens & werk. Inspanningen voor het klimaat vallen in de Keurmerkenwijzer onder milieu. De scores voor individuele beeldmerken zijn relatief ten opzichte van de scores voor andere beeldmerken binnen één productgroep. Op die manier kunnen beeldmerken binnen een groep gemakkelijk vergeleken worden (benchmark). Beeldmerken worden altijd door twee onderzoekers van Milieu Centraal beoordeeld. Voor voedingsbeeldmerken doet een expertgroep nog een extra toetsing.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Al tien jaar werkt duurzame energieontwikkelaar GroenLeven uit Leeuwarden aan de energietransitie van Nederland. Het bedrijf startte in Heerenveen en verhuisde in 2020 naar een nieuw kantoor in Leeuwarden door de snelle groei die het doormaakte en nog steeds doormaakt. Op 23 mei j.l. werden beide mijlpalen gevierd en het nieuwe kantoor geopend door burgemeester mr. Sybrand van Haersma Buma van Leeuwarden, na speeches van Aniek Moonen van de Jonge Klimaatbeweging en directeuren van GroenLeven Peter Paul Weeda en Roland Pechtold.

In de tien jaar dat GroenLeven bestaat, heeft het bedrijf een grote impact op de energietransitie gerealiseerd. Meer dan 2 miljoen zonnepanelen, waarvan de meeste een dubbele functie hebben zoals op daken, als carport, boven fruit of drijvend op  voormalige zandwinplassen, leveren groene stroom voor 300.000 huishoudens. Dat is gelijk aan de provincie Friesland. Directeur Roland Pechtold, die na juni het stokje als algemeen directeur overdraagt aan Peter Paul Weeda, haalde deze cijfers met trots aan: “Ik ben ongelooflijk dankbaar dit prachtige bedrijf te hebben mogen leiden. Ik heb er gevonden wat ik zocht: een middel om daadwerkelijk aan de energietransitie invulling te geven. Samen met collega’s die vanuit een intrinsieke passie bezig zijn. En natuurlijk samen met onze relaties, omwonenden, overheden, financiers, netwerkbedrijven en adviseurs. Meerdere partijen, want alleen samen kunnen we de energietransitie laten slagen. Met GroenLeven laten we zien dat het wél kan.”

Aniek Moonen, voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging, riep op om moed te tonen om klimaatverandering tegen te gaan: “Nederland heeft meer moedige mensen nodig. Moedige mensen die elke minuut, elk uur en elke dag de status quo durven uit te dagen. Moedige mensen die anders durven zijn, anders durven doen, en anderen daarin meenemen. Moedige mensen zoals Greta Thunberg, maar ook zoals de mensen van GroenLeven.”

Peter Paul Weeda, algemeen directeur van GroenLeven ging in op de verbreding van de strategie van de duurzame energieontwikkelaar naar wind, opslag, waterstof en energielandschappen – slimme oplossingen – en gaf zijn visie: “De sleutel voor een
daadwerkelijke omslag naar een fossielvrije wereld zit ‘m niet in innovatie en techniek. Uiteindelijk zelfs niet in de slimme oplossingen die wij als GroenLeven aanbieden. Het zit ‘m in de realisatie dat we samen in hetzelfde schuitje zitten. Dat we met ingrijpende duurzame projecten bezig zijn die wat vragen van bewoners. Dus zeg ik: betrek wijken, buurten, gemeenten. We staan met elkaar aan de lat om die energiedoelen te behalen. Mensen mee te nemen en ook te inspireren om een bijdrage te leveren aan de energietransitie. Het mobiliseren van geloof en gedeeld eigenaarschap is voor mij een belangrijke missie de komende jaren, het goede doen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

 “Shell heeft vandaag laten zien dat het de klimaatcrisis niet serieus neemt en geen overtuigende plannen heeft om het vonnis van de rechter uit te voeren. Hierdoor brengt Shell mensenlevens in gevaar. De houding van het bestuur van Shell staat in schril contrast met de luide kritiek die zowel binnen de aandeelhoudersvergadering als als buiten te horen was”, dat zegt Nine de Pater, campagneleider van Milieudefensie dinsdag.

“Milieudefensie is blij om te zien dat zoveel aandeelhouders zich kritisch uitlieten over de vage en ontoereikende ambities van Shell. Maar helaas blijft Shell lijnrecht tegen het vonnis van de rechter ingaan. Daarmee brengt het bedrijf mensenlevens in gevaar“,  zegt Nine de Pater. Zij was in Londen om de Shell de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering te volgen en de druk op het bedrijf op te blijven voeren.

“Er is geen ruimte meer voor nieuwe olie en gasexploratie. De wetenschap laat dat al jaren zien en het Internationaal Energie Agentschap bevestigt dat. Stopt Shell de goedkeuring van nieuwe olie en gasproductie bijvoorbeeld in Argentinië, Zuid-Afrika, Suriname en in een veld diep in de zee bij Nigeria?

Echt ambitieus klimaatplan

Namens 17.000 mede-eiers en nog veel meer ondersteuners vraagt Milieudefendsie om een echt ambitieus klimaatplan met doelen voor de korte termijn. Plannen waarmee het bedrijf niet alleen aan het vonnis, de wetenschap en het beperken van de opwarming van de aarde met 1.5 graden voldoet, maar ook levens kan redden. Dat betekent niet alleen het terugbrengen van de uitstoot van het bedrijf zelf en de gekochte energie, zoals Shell voorstelt. Want dat plan levert nog geen 2,5 % minder uitstoot op. Shell moet van de rechter ook de uitstoot in de zogenaamde scope 3 reduceren, de uitstoot die wordt veroorzaakt door het gebruik van de producten na verkoop. En dat is de grootste boosdoener.

Mensenlevens in gevaar

Gevaarlijke klimaatverandering zorgt nu al voor meer overstromingen, bosbranden en extreme hitte. Iedere dag dat Shell onverminderd doorgaat met zijn gevaarlijke uitstoot, worden meer mensen in hun bestaan bedreigd en hun rechten geschonden”, zei Nine de Pater.

Shell ging in beroep tegen het vonnis, maar dat betekent niet dat ze mogen wachten tot de uitspraak. Milieudefensie en de mede-eisers uit de hele wereld zien dat beroep ook met vertrouwen tegemoet.

Wij rusten niet tot Shell stopt met vernietigen

We gaan dat beroep winnen en zullen niet rusten tot Shell stopt met het vernietigen van levens. Shell houdt vast aan een systeem dat geen toekomst heeft en dat weten zij“, zei de campagneleider in een speech voorafgaand aan de vergadering.

Zolang Shell willens en wetens gevaarlijke klimaatverandering blijft veroorzaken, zolang Shell ons leven en dat van de toekomstige generaties blijft bedreigen zijn wij hier. En beste bestuursleden: We will not back down.”

Ecologische schulden

Alagoa Morris, programmamanager van Friends of the Earth Nigeria: “Het maatschappelijk verantwoord ondernemen van Shell lijkt meer op maatschappelijk onverantwoord ondernemen. De ecologische schulden die het gevolg zijn van de negatieve milieupraktijken van Shell door de jaren heen, wachten op compensatie door Shell. In de Ikarama-gemeenschap in Nigeria sijpelt ruwe olie uit de grond op plaatsen waarvan Shell beweert die te hebben gesaneerd. Shell heeft nooit écht schoon gemaakt.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Fossielvrij NL stapt naar de rechter om KLM te laten stoppen met hun misleidende reclames over duurzaam vliegen. Dat kondigde de klimaatorganisatie vandaag aan in Parijs tijdens de aandeelhoudersvergadering van Air France-KLM. Het is de eerste rechtszaak wereldwijd over misleidende duurzaamheidsclaims van de luchtvaart. De milieurechtadvocaten van ClientEarth en de campagnegroep Reclame Fossielvrij ondersteunen Fossielvrij NL bij deze zaak. 

De rechtszaak gaat over de Fly Responsibly-campagne – waarin KLM zegt “een duurzamere toekomst” te creëren – en om de compensatieproducten die KLM hun klanten aanbiedt. Fossielvrij NL wijst erop dat die campagne en de producten zeer misleidend en daarom strijdig met het recht zijn. Ze wekken namelijk onterecht de indruk dat klanten bij KLM kunnen vliegen zonder de klimaatcrisis te verergeren. Fossielvrij NL eist dat KLM stopt met deze reclames en dat het bedrijf het eerlijke verhaal vertelt over zowel de klimaatontwrichtende gevolgen van vliegen als de noodzaak tot krimp van de luchtvaart.

Hiske Arts, campaigner bij Fossielvrij NL: “Duurzaam vliegen bestaat niet. Vliegen is een van de snelste manieren om de aarde te verhitten, en de oplossingen die KLM aanbiedt zijn niet in staat om dit te voorkomen. De marketing van KLM misleidt reizigers en leidt af van de dringende noodzaak om vliegverkeer te verminderen.”

KLM is van plan de komende decennia te blijven groeien. Die groei botst met de conclusie van het IPCC dat alle sectoren snel en veel emissies moeten terugdringen. De meest recente onderzoeken bevestigen dat de luchtvaart de klimaatdoelen niet kan halen zonder het aantal vluchten te verminderen. Johnny White, advocaat bij ClientEarth: “Het is nu of nooit voor klimaatactie. Het kan niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen met elkaar concurreren door in reclames te beweren dat ze de klimaatcrisis aanpakken, terwijl ze die juist aanwakkeren. KLM en de luchtvaartsector blijven zich richten op groei tegen elke prijs en ze lobbyen intensief tegen klimaatbeleid.”

KLM biedt klanten aan om via het CO2ZERO-programma hun ‘impact te verminderen’. Zo zouden klanten via herbebossingsprojecten hun deel van de uitstoot kunnen compenseren. Ook kunnen klanten extra betalen voor alternatieve brandstoffen. Maar deze producten zijn volgens Fossielvrij NL niet in staat om de schade van de luchtvaart aan het klimaat weg te nemen. Ze bieden slechts een schijnoplossing.

In april oordeelde de Reclame Code Commissie al dat KLM misleidde over CO2-neutraal vliegen. KLM maakte daarna beperkte aanpassingen in hun teksten, maar blijft hun CO2ZERO-marketing voorzetten. Beslissingen van de Reclame Code Commissie zijn niet bindend. Bedrijven krijgen een advies om de misleidende uitingen aan te passen, maar kunnen zelf kiezen of en hoe ze daaraan voldoen. Hiske Arts van Fossielvrij NL: “De boodschap van KLM aan de consument blijft hetzelfde: voor een beetje geld kun je klimaatschade afkopen, en daarmee blijft KLM zand in onze ogen strooien.”

De klimaatgroepen willen structurele oplossingen om de misleiding te stoppen. Zij starten daarom niet alleen deze rechtszaak, maar roepen ook samen met ruim 30 andere organisaties op tot een Europees verbod op fossiele reclame. Rosanne Rootert, campaigner bij Reclame Fossielvrij: “Om klimaatontwrichting en gezondheidsschade een halt toe te roepen, moeten overheden alle reclames van de luchtvaart verbieden, zoals dat eerder ook gebeurde bij de tabaksindustrie.” Arts: “Tot zo’n verbod er is, moeten we naar de rechter.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Four leading industrial clusters in the Netherlands (Brightlands Circular Space), Belgium (Port of Antwerp-Bruge) and the US today announced that they are working together with the World Economic Forum to reduce their carbon emissions faster through the Transitioning Industrial Clusters towards Net Zero initiative.

Launched at COP26 in November 2021, the initiative aims to accelerate the decarbonization of hard-to-abate industrial sectors, while maximizing job creation and economic competitiveness. The approach focuses on building cross-industry and cross-cluster partnerships to better implement low-carbon technologies – as in the case of the regionally developed Basque Hydrogen Corridor – and on accessing public funding and blended-finance options for clusters’ decarbonization projects.

Under this initiative, the World Economic Forum, working closely with Accenture and the Electric Power Research Institute (EPRI) as knowledge partners, connects private and public stakeholders to assess how to meet individual and collective decarbonization goals, fosters new enabling policies and provides guidance and support for local community engagement.

Industrial clusters are geographic regions where industrial companies are concentrated, making them an attractive target for impactful emissions reduction strategies. Since industrial assets are located in close proximity of each other, sharing of infrastructure (such as CO2 and hydrogen pipelines or renewable energy assets), financial and operational risks, and natural and human resources becomes possible. This also provides opportunities to deploy and scale new green technologies, such as hydrogen and the capture, utilization and storage of carbon for industrial applications, enabling a systemic approach to emissions reduction.

The clusters joining the initiative are:

  • Brightlands Circular Space, together with Brightlands Chemelot Campus, Chemelot, and the Chemelot Circular Hub in Geleen, Netherlands. It will help accelerate the energy transition and circular economy.
  • H2Houston Hub, formed through the Center for Houston’s Future and encompassing more than 100 organizations and companies. It will leverage the Houston area’s position as the US’s largest hydrogen producer and consumer, and use innovation and scale to reduce the cost of clean hydrogen and emissions.
  • Ohio Clean Hydrogen Hub Alliance, with approximately 100 corporate, governmental and community organization members. It will lead the region’s campaign to establish a clean hydrogen hub in the state of Ohio, US.
  • Port of Antwerp-Bruges, Europe’s second-largest port. It will drive the circular economy and energy transition.

These four large industrial emissions centres, involving oil and gas extraction and processing, shipping, heavy-duty transportation, chemicals and other sectors, currently account for CO2 emissions of 296 million metric tonnes per year – greater than the annual emissions of Poland. They employ more than 470,000 people and represent an annual gross domestic product (GDP) of $135 billion.

“Supporting industrial clusters and corporate partners in the development and implementation of their net-zero strategies is at the heart of what we do,” said Roberto Bocca, Head of Energy, Materials and Infrastructure Platform, World Economic Forum. “We are proud to leverage our collaborative platform and expertise in partnership building to grow the clusters initiative as well as other decarbonization efforts we support, such as the First Movers Coalition, Mission Possible Partnership and Clean Hydrogen Initiative.”

The four new clusters join four others in the UK (Zero Carbon Humber and Hynet North West), Australia (Kwinana Industries Council) and Spain (Basque Net-Zero Industrial Supercluster), which were part of the initial launch of the initiative. Based on metrics provided by each cluster, all eight clusters could potentially save more than 334 million tonnes of CO2 – more than the equivalent annual emissions output of France. They could also create and protect 1.1 million jobs and contribute $182 billion to regional GDP.

“The Ohio Clean Hydrogen Hub Alliance seeks to locate a clean hydrogen hub in the state of Ohio, leading to the eventual decarbonization of much of the transportation, electricity, industrial and heating sectors,” said Kirt Conrad, Co-Founder, Ohio Clean Hydrogen Alliance and Chief Executive Officer, Stark Area Regional Transit Authority. “Investment into a clean hydrogen hub in Ohio will help create massive economic, environmental and health benefits for the state and its citizens.”

“With our focus on becoming the premier circular ecosystem in Europe, it is of upmost importance that we foster competitive collaboration between the companies in our cluster as well as with other global clusters,” said Lia Voermans, Director Brightlands Circular Space, “We believe that this initiative provides a gateway to access the best practices and processes supporting industrial decarbonization.”

The new clusters are already actively advancing their decarbonization journey. For instance, the Port of Antwerp-Bruges is starting to convert hydrogen into sustainable raw materials and fuel for the port’s chemicals sector, whereas the Ohio Clean Hydrogen Hub Alliance has developed hydrogen fuel cell buses which tour around the US, educating transit authorities on the potential and viability of clean transportation. However, to achieve net-zero emissions, these efforts must be scaled up. Often, financial mechanisms, rather than technology, are the main roadblock, and policy frameworks to support valuable future technologies are lacking. As value chains are transformed, the creation of new partnerships will be key.

“The Houston region has the talent, expertise and infrastructure needed to lead the global energy transition to a low carbon world,” said Brett Perlman, CEO of the Center for Houston’s Future. “Clean hydrogen, alongside carbon capture, use and storage are among the key technology areas where Houston is set to succeed and can be an example to other leading energy economies around the world.”

“The Port of Antwerp-Bruges hosts Europe’s largest chemical cluster and supports the European Green Deal to become climate neutral by 2050,” said Jacques Vandermeiren, Chief Executive Officer, Port of Antwerp. “To reach this goal we will all have to work together with respect for individual company needs, industry characteristics and timing. The Transitioning Industrial Clusters towards Net-Zero initiative is a means to inspire and incentivize companies to share best practices in our common pursuit of staying well below 2°C.”

In addition to the eight clusters currently involved in the initiative, more than a dozen in the US, Europe and the Asia-Pacific region are also in the process of joining. The aim is to build a community of 100 global industrial clusters to accelerate industrial decarbonization.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering