Vandaag hebben Neptune Energy, ExxonMobil’s dochteronderneming XTO Nederland Ltd, Rosewood Exploration Ltd en EBN Capital B.V. aangekondigd dat zij een samenwerkingsovereenkomst hebben ondertekend voor de grootschalige opslag van CO2 (CCS) in lege gasvelden in het L10-gebied in het Nederlandse deel van de Noordzee.
De samenwerking brengt de benodigde technische en commerciële capaciteiten bij elkaar. Dit vormt de basis om een gedegen aanbod voor opslag te kunnen maken voor de Nederlandse industrie die CO2 wil opslaan. Deze groep is van plan om deze L10-CCS ontwikkeling nog dit jaar naar de ‘concept select’-fase te brengen, met als doel om aan het einde van dit jaar het project FEED*-gereed te hebben en tevens de opslagvergunning aan te vragen bij de Nederlandse autoriteiten.
De gesprekken met industriële emittenten gaan in de tussentijd door in aanloop naar de openstelling van de komende ronde voor de aanvraag van de SDE++- subsidie.
“Dit is een grote stap voorwaarts in de ontwikkeling van ons L10 CCS-project”, zegt Lex de Groot, Managing Director van Neptune Energy in Nederland. “CCS is cruciaal voor het behalen van de Nederlandse klimaatdoelen in 2030. CCS draagt ook bij aan onze ambitie om in 2030 meer CO2 op te slaan dan er wordt uitgestoten door onze activiteiten, – scope 1 – en verkochte producten ofwel scope 3.”
“Na de succesvolle haalbaarheidsstudie kunnen we nu samen met deze partijen onze kennis op het gebied van CCS bundelen. Deze volgende, belangrijke stap zorgt ervoor dat we samen één van de grootste CCS-faciliteiten in de Noordzee kunnen ontwikkelen. Het hergebruik van onze bestaande infrastructuur hierbij maakt dat we samen niet alleen de klimaatdoelen kunnen behalen, maar ook dat dit gedeelte van de energietransitie schoner, goedkoper en sneller wordt.”
Berte Simons, programmamanager van CCUS van EBN: “We zijn verheugd om samen te werken met onze joint venture-partners in dit CCS-project waarbij we bestaande infrastructuur kunnen hergebruiken. Met onze kennis van de ondergrond en ervaring op het gebied van opslag kunnen we een nog grotere bijdrage leveren aan de ontwikkeling van dit project. De offshore opslag van CO2 is cruciaal om de klimaatdoelen te behalen en EBN is vastbesloten om bij te dragen aan een CO2 -neutraal energiesysteem.”
“ExxonMobil is verheugd om samen te werken met partners uit de industrie en overheid bij dit L10-CCS project”, zegt Dan Ammann, president van ExxonMobil Low Carbon Solutions. “Het afvangen en opslaan van CO2 is een bewezen, gebruiksklare technologie die de CO2-uitstoot in een aantal sectoren met de meeste emissies kan helpen verminderen en kan bijdragen aan de net-zero klimaatdoelstellingen van de samenleving.”
Deze fase van het L10 CCS-project kan potentieel jaarlijks tussen 4 en 5 miljoen ton CO2 van industriële partijen opslaan in lege gasvelden rond de L10-A, B en E-gebieden. Neptune Energy is operator van deze gebieden. Het project is de eerste fase in de ontwikkeling van het grotere L10-gebied als grootschalig CO2 -opslagreservoir.
In een recente studie van het Öko-Institut e.V. en het Stockholm Environment Institute in opdracht van de Alliantie voor Ontwikkeling en Klimaat wordt de positieve bijdrage van CO2-compensatieprojecten aan duurzame ontwikkeling benadrukt. ClimatePartner richt zich niet alleen op CO2-besparing, maar ook op de effecten op duurzame ontwikkeling van CO2-compensatieprojecten en is daarmee een betrouwbare partner voor het bedrijfsleven.
Bij de selectie en ontwikkeling van CO2-compensatieprojecten let ClimatePartner niet alleen op de effectiviteit ervan, maar ook op de bijdrage die ze leveren aan de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. “Hoogwaardige CO2-compensatieprojecten hebben een veel groter effect dan het compenseren van CO2-uitstoot. Ze leveren ook altijd een belangrijke bijdrage aan het milieu, de lokale bevolking en de wilde dieren,” zegt Moritz Lehmkuhl, oprichter en CEO van ClimatePartner.
Moritz Lehmkuhl verwijst dan ook naar de recente studie van het Öko-Institut e.V. en het Stockholm Environment Institute in opdracht van de Alliantie voor Ontwikkeling en Klimaat, getiteld “Sustainable Development Impacts of Selected Project Types in the Voluntary Carbon Market”. In de studie wordt benadrukt dat CO2-compensatieprojecten in verschillende opzichten een belangrijke bijdrage leveren: naast de vermindering of opslag van CO2-emissies hebben zij belangrijke begeleidende effecten, zoals armoedebestrijding of de verbetering van de waterkwaliteit, voeding en gezondheid. Moritz Lehmkuhl licht toe: “We zijn blij dat steeds meer wordt erkend dat projecten op de vrijwillige koolstofmarkt belangrijke en duurzame ontwikkelingseffecten hebben in opkomende en ontwikkelingslanden die veel verder gaan dan de vermindering van de CO2-uitstoot. Deze lokale bijdrage voldoen aan de doelstellingen van de Verenigde Naties inzake duurzame ontwikkeling op sociaal, economisch en ecologisch gebied”.
Zowel voor bedrijven als voor consumenten zijn transparantie en informatie over wat met een CO2-compensatieproject wordt bereikt, van cruciaal belang. Bij ClimatePartner heeft elk CO2-compensatieproject daarom een eigen project-ID, waarmee zowel de CO2-compensatie als de bijdragen in termen van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling transparant kunnen worden bekeken. Een voorbeeld is het Social Impact Project met Project ID 1350 in India. De toekenning van micro-energiekredieten leidt niet alleen tot minder CO2-uitstoot, maar bevordert ook de lokale economie, het ondernemerschap en gelijke rechten voor vrouwen. Bovendien kunnen dankzij de micro-energiekredieten energie-efficiënte producten, zoals waterfilters of efficiënte kooktoestellen, tegen een betaalbare prijs worden aangeboden. Dit zorgt op zijn beurt voor verdere positieve effecten voor de plaatselijke bevolking en het klimaat.
Met de ID-tracking komt ClimatePartner al tegemoet aan de aanbeveling van de studie dat CO2-compensatieprojecten altijd informatie moeten verstrekken over hun bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen. “Met onze aanpak bieden we zekerheid voor alle betrokken partijen,” zegt Moritz Lehmkuhl. “We gebruiken uitgebreide middelen en know-how om dit te bereiken.” Een team van internationale deskundigen is verantwoordelijk voor de selectie en ontwikkeling van CO2-compensatieprojecten bij ClimatePartner. Telkens weer reizen projectontwikkelaars naar de regio’s in Zuid-Amerika, Azië of Afrika, inspecteren de situatie en beoordelen de voordelen en de bijdrage ter plaatse. Bovendien werkt ClimatePartner alleen met projecten die zijn gecertificeerd volgens internationaal erkende normen – met name de Gold Standard (GS) en de Verified Carbon Standard (VCS).
ClimatePartner stelt zich ten doel het bedrijfsleven zo goed mogelijk te adviseren en te ondersteunen bij zijn klimaatbeschermingsmaatregelen, aangezien het een centrale rol speelt bij het bereiken van de 1,5 graad-doelstelling: Dit kan niet worden bereikt zonder een substantiële bijdrage van het bedrijfsleven. Moritz Lehmkuhl benadrukt: “CO2-compensatieprojecten zijn een belangrijke bouwsteen als het erom gaat de resterende emissies te compenseren. Compensatie bij ClimatePartner is echter slechts één element van de holistische klimaatbeschermingsstrategie”. Het proces begint met de berekening van de CO2-uitstoot voor het opstellen van een CO2-voetafdruk van de onderneming of het product, gaat verder met vermijdings- en verminderingsmaatregelen, en eindigt met de compensatie van de resterende uitstoot door middel van CO2-compensatieprojecten en transparante communicatie. Een bedrijfseigen softwareoplossing vormt de geldige basis voor de procedure.
Renewi Organics heeft op haar locatie in Amsterdam een nieuwe over-de-datum producten (ODP) installatie in gebruik genomen. De nieuwe ODP lijn aan de Sardiniëweg verwerkt sneller als ook meer materialen, waarbij ook de kwaliteit van de gerecyclede materialen hoger ligt. Met de inzet van de nieuwe installatie verwerkt Renewi op jaarbasis ruim 65.000 ton organische reststromen tot nieuwe grondstoffen. Deze installatie ontvangt en verwerkt de over-de-datum producten met als doel er uiteindelijk BIO-LNG en BIO-CO2 van te produceren en warmte of elektriciteit mee op te wekken.
Renewi Organics richt zich op de verwerking van organische reststromen waaronder ook over-de-datum producten; producten die niet verkocht zijn voor de uiterste verkoopdatum. De nieuwe lijn verwerkt ook swill, etensresten, bijvoorbeeld uit restaurants en supermarkten. De nieuwe hypermoderne verwerkingsinstallatie verwerkt tot 60 ton voedselafval per uur.
Nieuwe locatie
De ODP-lijn is gebouwd in een nieuwe Renewi hal aan de Sardiniëweg 3 in Amsterdam en biedt ruimte om gericht op de toekomst in verwerkingsvolume te groeien. “Voor deze nieuwe lijn is een systeem ontwikkeld dat voldoende capaciteit heeft zodat het continu draaien kan”, aldus Erik Goldberg, Manager Organics van Renewi. “Continuïteit in productie is erg belangrijk om zo de aanvoer voor het vergistingsproces te waarborgen. De investering in de ODP-lijn past in ons eigen ambitieuze plan om het Renewi’s recyclingpercentage tegen 2025 te verhogen van 65% naar 75%. Het doel daarbij is om zoveel mogelijk waarde uit afval te halen en hiermee een substantiële bijdrage te leveren aan de circulaire economie.”
Extra duurzame voordelen
De verwerkte ODP-stroom wordt in een eigen vergistingsinstallatie op dezelfde locatie verder vergist. Tijdens dit vergistingsproces ontstaat er BIO-gas, waarvan een deel wordt terug geleverd aan het Amsterdamse elektriciteitsnetwerk. Dit voorziet ruim 12.000 huishoudens van elektriciteit en warmte. Een ander product dat hieruit wordt gemaakt is BIO-LNG, een duurzame transitie brandstof die gewonnen wordt uit het biogas van de organische reststromen. BIO-LNG zorgt voor een flinke reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van reguliere brandstoffen en wordt ingezet ter verduurzaming van onder andere het zware wegtransport.
Geuremissie
Om in de omgeving mogelijke geuremissie zo veel mogelijk te beperken is ODP-hal uitgerust met speciale geurfilters. Dit zijn actieve koolfilters die de lucht uit de hal afzuigen en filteren voordat het terug de buitenlucht in gaat.
Onlangs zijn de 6.228 zonnepanelen op het dak van het warehouse van abrdn in Veghel in gebruik genomen. Vanuit een nauwe samenwerking tussen Goossens, abrdn en Eneco was het mogelijk dit project te ontwikkelen. Voortaan levert de zonnestroominstallatie die Eneco heeft gerealiseerd jaarlijks zo’n 2.287.000 kWh duurzaam opgewekte zonne-energie. Daarmee schakelt het complex in één keer volledig over op groene energie.
Een belangrijke stap in de duurzaamheidsambitie van Goossens om voor 2030 geen negatieve milieu-impact meer te hebben als bedrijf. Het warehouse in Veghel kent een dakoppervlak van 31.000m2. Het pand, dat eigendom is van abrdn, is daarmee een perfecte plek om zonne-energie op te wekken. In een nauwe samenwerking hebben Goossens, abrdn en Eneco gekeken naar de optimale wijze om de zonnepanelen te plaatsen en voldoende energie op te wekken om de locatie van duurzame energie te voorzien. Het jaarlijkse verbruik is circa 1.300.000 kWh aan energie, dus met de opwek van 2.287.000 kWh blijft er energie over om ook andere locaties van Goossens energieneutraal te maken.
“Als derde generatie binnen ons familiebedrijf zie ik het als een kans om onze duurzame bedrijfsstrategie echt door te voeren; in de meubels die we leveren en de wijze waarop onze bedrijfsprocessen zijn ingericht. Daarom zijn we een samenwerking met Eneco aangegaan voor de realisatie en exploitatie van een zonnestroominstallatie. Zo kunnen we voortaan werken op CO2-neutrale energie van de zon,” aldus Bart Goossens, algemeen directeur Goossens.
De samenwerkingsovereenkomst die de drie partners hebben gesloten kent een looptijd van 20 jaar. Gedurende deze periode verzorgt Eneco het volledig beheer en onderhoud van de zonnestroominstallatie.
Dura Vermeer, SPIE en A.Hak slaan in 2022 de handen ineen om samen windparken te ontwikkelen en te realiseren door heel Nederland. Deze samenwerking maakt het mogelijk om de realisatie van een windpark van A tot Z te faciliteren. Zo worden ontwikkelaars en opdrachtgevers volledig ontzorgd, worden de financiën efficiënt besteed en worden windparken binnen de mijlpalen in gebruik genomen.
Krachtenbundeling
De samenwerking maakt het mogelijk om de civiele en elektrische infrastructuur van windparken op een efficiënte wijze te realiseren. De expertise van de drie partijen omvat, infra, civiel, parkbekabeling, elektronische installaties, inkoopstations en project- en omgevingsmanagement. Deze bundeling van verschillende expertises leidt tot reductie van kosten en realisatie binnen de gestelde mijlpalen en eenduidige communicatie naar stakeholders en belanghebbenden. De omgeving ondervindt tijdens de realisatie minder hinder van de werkzaamheden. De communicatie daarover verloopt via één kanaal. Het doel is de energietransitie in Nederland te versnellen nu we in mindere mate afhankelijk van derden voor de invulling van onze energiebehoefte willen zijn.
Voortborduren op een stabiele en langdurige samenwerking
Dura Vermeer, SPIE en A.Hak werken al ruim tien jaar samen en staan bekend om hun toonaangevende resultaten binnen de civiele sector. Ook hebben zij al een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de energietransitie. Zo hebben zij samen 322 turbines een voetstuk gegeven, die samen goed zijn voor een opbrengst van 1200 megawatt. Dat is ruim twintig procent van het totaal gerealiseerde windparkvermogen.
Nicolette Kluijver roept zakelijke beslissers op tot actie vanuit… een bubbelbad! Vandaag trapt Groendus een landelijke campagne af met presentatrice Nicolette Kluijver. Samen overtuigen zij zakelijk Nederland om aan boord te springen van de energietransitie en het heft in eigen hand te nemen. Want alleen een transparante en écht groene energiemarkt biedt een uitweg uit de huidige energiecrisis.
Geïnspireerd op een bekende scène uit de filmklassieker The Big Short stapte Nicolette in een bubbelbad. Daar geeft ze uitleg over de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt. “We moeten nú veranderen. Voor een leefbare planeet, maar ook omdat verduurzamen vaak eenvoudiger én lucratiever is dan de meeste bedrijven denken.”
Klimaatverandering gaat sneller dan gedacht
Groendus directeur René Raaijmakers: “Vorige maand nog presenteerde het IPCC een aanvulling op hun onderzoek; de gevolgen van klimaatverandering treden sneller aan dan gedacht. Tegelijkertijd is er nog veel mogelijk in het drastisch verlagen van onze gezamenlijke CO2-uitstoot. Maar dan moeten we nú aan de bak; het bedrijfsleven voorop. Juist daar zijn grote stappen te maken.”
Energiecrisis werpt bedrijven omver
Naast de klimaatcrisis is er een energiecrisis gaande. Die loopt inmiddels uit in een reële economische recessie. De toevoer van fossiele brandstoffen staat vanwege tekorten en ernstige politieke complicaties onder druk. De enorme kostenstijging voor fossiele energieproductie en de onbalans in vraag en aanbod leiden tot enorme prijsschommelingen. Dit is ook een van de drijvers van de torenhoge inflatie. Bedrijven hebben steeds meer moeite hier de bedrijfsvoering op af te stemmen. Sommigen zijn inmiddels in de problemen beland. Zij kunnen hun kostprijzen niet meer onder controle houden.
Raaijmakers: “Voor deze problemen levert verduurzaming een structureel antwoord. Een duurzame energiehuishouding zorgt voor voorspelbare, lagere en stabiele kosten van energie die essentieel is om de ondernemingen te laten draaien. Bovendien zorgt verduurzaming voor meer autonomie, zekerheid en voorspelbaarheid; grip op je energie-uitgaven door eigen opwekking van duurzame energie én onderlinge verhandeling ervan. De prijs van echt groene energie wordt dan niet meer bepaald door olie of gas, want wind en zon zijn gratis en in overvloed aanwezig. Energie is dus gepromoveerd van een operationele kostenpost op de jaarbegroting tot een uitdagend en strategisch investeringsvraagstuk.”
Verduurzamen is dé lucratieve oplossing
“Hoe je het ook wendt of keert, één ding is zeker: bedrijven moeten zelfredzaam worden in hun energievoorziening. Ze kunnen niet meer afwachten of de overheid het oplost, of naar elkaar blijven kijken hoe de ander het doet. In een veel te hoog tempo wordt de grond onder onze voeten – letterlijk – te warm. De economische consequenties van te lang afwachten zijn een reële bedreiging voor elke onderneming.
Het mes van verduurzamen snijdt echt aan twee kanten. We nemen hiermee de verantwoordelijkheid ons in te spannen voor het klimaat. Tegelijkertijd zorgen we voor een beheersbare energiehuishouding en dus een toekomstbestendig bedrijf. Het is nú tijd om het heft in eigen handen te nemen. Maar hoe bereik je beslissend Nederland met deze boodschap?”
Verduurzamen complex? Nicolette legt uit..
In The Big Short stevent de wereld af op een financiële crisis, veroorzaakt door een complex, verouderd, en niet transparant bancair systeem. Taaie materie. Gelukkig schakelt de film over naar de beroemde actrice Margot Robbie in een bubbelbad. Zij vertelt de kijker ondubbelzinnig hoe het verouderde systeem werkt en wat er misgaat.
Raaijmakers: “Ook nu kijken we in de koplampen van een naderende crisis. Onduidelijkheid, complexiteit en verkeerde beloftes houden velen van ons in de wachtstand. Daarom zijn we blij dat Nicolette Kluijver voor ons het bubbelbad instapte en zakelijk Nederland wakker schudt. Ze appelleert aan veelvoorkomende uitdagingen waar bedrijven door de energietransitie mee te maken hebben.”
Nicolette vanuit het bubbelbad: “Het energienetwerk loopt vast, zonnepanelen worden uitgezet als de zon te veel schijnt en groene stroomcertificaten blijken een stuk minder groen dan ze lijken. Terwijl de gas- en kolencentrales intussen op volle toeren blijven doordraaien.’ Op de website van Groendus geeft Nicolette advies: “Stop met het blind inkopen van zogenaamde groene stroom. Het maakt slechts een deel van je energieverbruik schoon, terwijl de rest nog hartstikke grijs is.”
Vanuit een positieve bril
Naast het duiden van complexe termen roept Nicolette het bedrijfsleven op om samen met Groendus te kijken naar wat wél kan. Zo heeft HAK met overheidssubsidie en in samenwerking met Rabobank en Groendus het voor elkaar gekregen om in een netcongestiegebied tóch hun dak vol te leggen met zonnepanelen én daar voldoende rendement uit te halen.
Raaijmakers: “De energietransitie is ingewikkeld en ligt genuanceerd. Juist dan is het eerlijke verhaal cruciaal. De overheid, netbeheerders, duurzame energieproducenten en het bedrijfsleven; we hebben iedereen nodig om de transformatie naar een duurzaam energiesysteem te laten slagen. Klanten als HAK, Makro en Deloitte grijpen de energietransitie aan als een kans. Met deze campagne willen we alle zakelijke beslissers oproepen om ook vanuit dat perspectief aan de slag te gaan.”
Groen, maar zeker geen groentje
Groendus is in maart 2021 ontstaan uit het samengaan van zes specialistische bedrijven, in onder andere zonnestroom, slimme meters en slimme, duurzame energiediensten. De naam Groendus is dus relatief nieuw in de markt, maar het bedrijf is met 130 werknemers en ruim 4.000 bedrijven, gemeenten en instellingen als klant zeker geen groentje.
Vorige maand, in mei 2022, kwam Groendus wereldwijd in het nieuws door een opvallende overname; grote pensioenuitvoerders APG en het Canadese OMERS Infrastructure nemen het bedrijf later deze zomer over van investeringsmaatschappij NPM Capital. Met de investeringskracht en langetermijnvisie van deze pensioenpartijen kan Groendus de inspanningen versnellen en de transitie naar een duurzaam energiesysteem krachtig voortzetten.
Wat we waardevol vinden moeten we beschermen en behouden, zodat we de wereld door kunnen geven van generatie op generatie. Vandaag werd er woord bij daad gevoegd en is het klimaatbestendige bos geopend door algemeen directeur Marlies van Wijhe, mede dankzij Wijzonol en haar ketenpartners; betrokken en bewuste ondernemingen die zich – net als Wijzonol – inzetten voor een duurzame toekomst. Dit klimaatbestendige bos beslaat ca. 3ha grond gelegen in Het Nationale Park De Hoge Veluwe.
Het Nationale Park De Hoge Veluwe ligt grotendeels op het grondgebied van de gemeente Ede en voor een klein deel in de gemeenten Arnhem en Apeldoorn. Het park beslaat ongeveer vijf procent van de Veluwe. Het maakt deel uit van het grootste laaglandnatuurterrein in Noordwest-Europa en bestaat uit naaldbos, loofbos, heide, zandverstuivingen en landbouwgronden. De laatste jaren hebben toenemende verzuring en klimaatverandering een grote impact gehad op onze natuur. De veranderingen gaan snel en hebben er o.a. al toe geleid dat op Het Nationale Park De Hoge Veluwe veel fijnsparren dood zijn gegaan.
Duurzaamheid in de genen
Wijzonol en partners hebben gemeen dat duurzaamheid in de genen zit. Samen gaan zij voor duurzamer vastgoedonderhoud. Vorig jaar ontvingen alle partners de certificaten van deelname van Wijzonol. Vandaag konden alle participanten eindelijk het bos bekijken en samen het glas heffen op dit unieke initiatief! Voor Wijzonol draagt de CO2 compensatie van de nieuw aangeplante bomen bij aan de ambitie om CO2 uitstoot de komende jaren drastisch te verlagen. Het totale bos telt uiteindelijk ongeveer 3.000 bomen, wat goed is voor een CO2 compensatie van 9.156 buitenschilderbeurten met de Wijzonol LBH SDT Ultra Hoogglanslak.
Duurzaam en toekomstgericht
Binnen het klimaatbestendige bos zijn ca. 10 boomsoorten aangeplant. Er is gekozen voor verschillende soorten, omdat een gevarieerd bos doorgaans sterker is en een hogere biodiversiteit heeft. Daarnaast zorgt het voor een betere bestandheid tegen warmte en droogte. De bloei op verschillende momenten, is van belang voor de van nectar levende insecten. De vruchten van de bomen leveren voedsel voor dieren en het blad zorgt voor een rijke strooisel laag, dat vocht beter kan vasthouden. Het gebruik van deze nieuwe soorten is een eerste stap om in te spelen op de klimaatverandering en draagt bij aan CO2 opname. Zo maken Het Nationale Park De Hoge Veluwe, Wijzonol en haar ketenpartners het nieuwe bos toekomstbestendig, veerkrachtig en duurzaam.
Provincie Gelderland en Wageningen University & Research starten samen de Gelderse Aanpak Zonnevelden met Omgevingskwaliteit (GAZO). Wetenschappers van de universiteit gaan een aantal gemeenten in Gelderland helpen bij het ontwerpen van zonnevelden die verschillende functies combineren en de omgevingskwaliteit verhogen.
Gedeputeerde Jan van der Meer:” We hebben zonnevelden nodig die goed te combineren zijn met landbouw of natuurontwikkeling en het landschap. Waarbij ook rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het hele gebied. Die ontwikkeling gaat nu nog niet vanzelf en niet snel genoeg. Daarom hebben we de wetenschap gevraagd om kennis en kunde beschikbaar te gaan stellen. Dat kan ook helpen om de energietransitie te versnellen“
Meer goede voorbeelden nodig
In Gelderland zijn al enkele voorbeelden van zonnevelden met meervoudig ruimtegebruik. Een van de meest aansprekende is Zonnepark De Kwekerij in Hengelo. Er zijn meer goede voorbeelden nodig van projecten die gebruik maken van actuele kennis. Zodat zonnevelden meer zijn dan een eenzijdig ontwerp van grote rijen panelen. Met aandacht voor landschap en natuur, gebruik van kennis uit de omgeving en betrokkenheid van omwonenden. Ook is er weinig (praktijk) kennis over de effecten van zonnevelden op de bodemkwaliteit en biodiversiteit. Die kennis brengt WUR in.
Jan van der Meer: We zien een ‘gat’ tussen kennis die onder andere bij WUR beschikbaar is en de kennis bij partijen die in Gelderland zonnevelden realiseren. Daarnaast zien we bij de gemeenten dat ze zoeken naar een balans tussen regie voeren en de inrichting overlaten aan de marktpartijen. Dit project gaat helpen om die balans te vinden met 6 praktijkvoorbeelden.”
GAZO
Ruimte is schaars. Daarom wil de provincie in lijn met het kabinetsbeleid meervoudig ruimtegebruik stimuleren. Met GAZO werken provincie en WUR samen om 6 voorbeeldprojecten van start tot uitvoering te begeleiden. De ambitie is 6 innovatieve multifunctionele voorbeeld zonnevelden in Gelderland, bij voorkeur in elke RES-regio één. Bedoeld om samen met partners te leren (=ontdekken), te onderzoeken (=weten), te ontwikkelen (=doen), te evalueren (=terugkijken) en te communiceren (=laten zien). WUR gaat dit kennistraject de komende vijf jaar ondersteunen met onderzoek en advisering. In het najaar van 2022 kunnen consortia hun project aanmelden. Wens is om uiteindelijk 6 aanmeldingen te selecteren die gebruik kunnen maken van de ondersteuning. Een ambitieuze gemeente, een zonproject in vroege planfase, participatie, meervoudig ruimtegebruik en aandacht voor omgevingskwaliteit zijn belangrijke selectiecriteria.
De klimaatplannen van het kabinet op het gebied van vastgoed zijn niet ambitieus genoeg. Het plan gaat niet verder dan de nu bestaande verwachtingen vanuit de Europese regelgeving en de bestaande marktontwikkelingen. Dat heeft CBRE Nederland, onderdeel van het beursgenoteerde CBRE Group, met meer dan 105.000 werknemers ’s werelds grootste adviesbureau voor vastgoed, laten weten in reactie op de publieke consultatie op de klimaatplannen van minister Jetten.
CBRE reageert middels de opengestelde publieke consultatie op het plan van de minister van Klimaat en Energie. Daaruit blijkt dat verduurzamingsplannen voor vastgoed veel doeltreffender kunnen: “Het einddoel is 2050. Het is belangrijk dat ieder natuurlijk moment tussen nu en 2050 optimaal wordt benut. je ziet dat elk gebouw, op basis van de technische levensduur van installaties en de gebouwschil, in die periode in principe maar één keer grootschalig gerenoveerd hoeft te worden. Die renovatie moet een voltreffer zijn, anders halen we het niet. Iedere stap die niet bijdraagt aan het einddoel moet van tafel,” aldus Tim Habraken, Director ESG & Sustainability bij CBRE.
Uit de reactie blijkt verder dat discussies over ‘iets meer CO2 besparen’ of ‘iets andere methodieken’ zowel verwarrend als marginaal zijn, omdat dat niet naar het einddoel toewerkt. Zo voldoen bijvoorbeeld de eisen aan nieuwbouw niet aan ‘Paris Proof’-eisen.
De Nederlandse kantorenmarkt voldoet al grotendeels aan de kabinetsambities voor 2030 uit het ontwerp-beleidsplan. Ten aanzien van de ambitie van een eindnorm in 2050 (wat dus ‘Paris Proof’ zou moeten zijn), loopt de markt zelfs vooruit: die heeft al lang gehanteerde normen zoals CRREM en de Paris Proof-definitie van de DGBC. Ondanks dat de formulering van deze overheidsambitie nog op zich laat wachten lijkt het van lager ambitieniveau te worden dan nu reeds gangbaar is en lijkt dus mosterd na de maaltijd te worden – en bovendien alleen onrust te veroorzaken in plaats van de huidige beweging te versterken.
In 2030 moet de CO2-uitstoot in Nederland met ten minste 55 procent zijn gedaald, als opmaat naar een klimaatneutraal Nederland in 2050. Daarom presenteerde het kabinet op 2 juni 2022 het beleidsprogramma klimaat en stelde daarbij een publieke consultatie open. Het beleidsprogramma is gericht op 60 procent CO2-reductie in 2030 en beschrijft de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren.
Havenbedrijf Rotterdam gaat zijn eigen CO2-emissies versneld terugdringen. De CO2-uitstoot van het Havenbedrijf is nu vooral afkomstig van de (patrouille)vaartuigen. Ook bij het gebruik van auto’s en gebouwen komt CO2 vrij. In totaal gaat het om ruim 4.000 ton per jaar.
Voor deze eigen emissies van het Havenbedrijf is het doel om in 2025 al 75% en in 2030 90% minder CO2 uit te stoten dan in 2019. Uiteindelijk wil het Havenbedrijf volledig emissieloos opereren. “We gaan onze eigen CO2-emissies zo snel mogelijk terugdringen. Wat we nog uitstoten compenseren we volledig. Het Havenbedrijf is daardoor feitelijk nu al CO2-neutraal. En omdat we de komende jaren steeds minder uitstoten, is er ook steeds minder compensatie nodig”, aldus Allard Castelein, CEO Havenbedrijf Rotterdam.
Het Havenbedrijf heeft het afgelopen jaar met zogenoemde science based targeting uitgewerkt welke emissiereductie van het Havenbedrijf nodig is om zijn bijdrage te leveren om wereldwijd niet boven de 1,5 graden celcius stijging te komen. Science based targeting is een manier om het Klimaatakkoord van Parijs per bedrijf te vertalen naar concrete doelen. Volgens deze methodiek moet het Havenbedrijf in 2030 minimaal 46,2% te reduceren (ten opzichte van 2019) maar omdat het technisch haalbaar lijkt, kiest het Havenbedrijf voor het versneld terugdringen van de eigen emissies met 90% in 2030. Dit betekent onder andere dat alle vaartuigen van het Havenbedrijf op korte termijn volledig overstappen op biobrandstof en dat het de ambitie is om nieuwe schepen vanaf 2025 emissieloos uit te voeren.
Het Havenbedrijf gaat ook op andere terreinen zorgen voor minder CO2-uitstoot. In 2025 moet de uitstoot door vliegreizen van medewerkers met 70% en in 2030 met 80% zijn afgenomen door minder te vliegen en door deelname aan een bio-kerosine programma. Ook voor opdrachten aan aannemers van het Havenbedrijf zijn reductiedoelstellingen geformuleerd. Hier gaat het in 2030 om een reductie van 45% bij het gebruik van brandstoffen (met name baggeren en grondverzet) en 20% voor de (bouw)materialen. Bij de bouw van bijvoorbeeld kademuren wordt veel staal gebruikt. De productie daarvan gaat vooralsnog gepaard met een flinke CO2-uitstoot. Vandaar dat deze 20% in 2030 het maximaal haalbare lijkt.
Aanleiding voor deze aanscherping van de klimaatdoelen zijn onder andere de recente klimaatstudies van IPCC, de plannen van de Europese Commissie ‘Fit for 55’ en de Klimaattop in Glasgow waar de maximale temperatuurstijging van 1,5 graden celcius als doel is bevestigd.
Industrie en scheepvaart
Ook voor emissiereductie van scheepvaart en industrie spant het Havenbedrijf zich in, hoewel dit niet direct beïnvloedbaar is door het Havenbedrijf. Deze aanpak is gebaseerd op twee studies van het Duitse Wuppertal Institut uit 2017 en 2018 naar de emissies van industrie en scheepvaart en de mogelijke transitiepaden voor beide sectoren.
Voor de scheepvaart in het havenbeheersgebied (tot en met 60 km uit de kust) is het doel om de emissies in 2030 met 20% terug te dringen. Ontwikkelingen waar aan gewerkt wordt zijn onder andere het vergroten van de efficiency (door logistieke processen te optimaliseren), het toepassen van walstroom (waardoor schepen aan de kade hun generatoren uitzetten en aan de stekker gaan) en het bunkeren van schone brandstoffen (zoals LNG, biobrandstoffen en methanol) door de scheepvaart.
Voor de industrie is staan projecten op stapel op het gebied van onder andere CO2-afvang en -opslag onder de Noordzee (Porthos), aanleg van leidingen voor waterstof en restwarmte, en het aantrekken van innovatieve ontwikkelingen, zoals de productie van groene waterstof en biobrandstoffen. Al die projecten samen tellen op tot zo’n 23 miljoen ton CO2-reductie in de haven en daarbuiten (door gebruik van bijvoorbeeld biobrandstoffen die hier gemaakt worden). Dat is 35% van de Nederlandse CO2-reductie doelstelling voor 2030.