[ad_1]

Bij bedrijven die werken met de CO2-Prestatieladder komt de energietransitie in de volle breedte op gang. Er is een sterke toename in de opwek van energie en de elektrificatie van mobiliteit en mobiele werktuigen. Ook zijn maatregelen om kantoren van het gas af te krijgen in opkomst. Dat en meer blijkt uit de Rapportage Maatregellijst 2021 van de CO2-Prestatieladder (een initiatief van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO)). Maar of het nu snel genoeg gaat, dat blijft nog de vraag.

Bijna 1 op de 5 organisaties die de CO2-Prestatieladder heeft geïmplementeerd, maakt inmiddels werk van eigen opwek bij bedrijfspanden. Bij kantoren is dit inmiddels zelfs 1 op de 3. In praktisch alle gevallen gaat dit om zonnepanelen. Deze groei is hard gegaan de afgelopen jaren. Gijs Termeer, directeur bij SKAO: “We zien ook dat een CO2-managementsysteem zoals de CO2-Prestatieladder werkt. Het wordt tijd dit breder in Nederland te stimuleren. Zo wordt het écht onderdeel van hun beleid en besparen we energie op die plekken waar het ertoe doet. Dus een bouwbedrijf zet vooral in op emissieloos materieel, zo’n 80 tot 90% van die CO2-footprint (het kantoor zit vaak rond de 5%). Een productiebedrijf kijkt vooral naar zijn productieproces. De motivatie is dan dus niet alleen om een overheidsmaatregel af te kunnen vinken, maar om samen na te denken waar we het verschil kunnen maken.”

Toename elektrificering mobiliteit en mobiele werktuigen

Voor mobiliteit, transport en andere bouwactiviteiten is elektrificatie een belangrijke reductiestrategie. In de Maatregellijst begint dit zichtbaar op gang te komen. Het aantal organisaties dat tenminste één mobiel werktuig in gebruik heeft, is in 2021 meer dan verdubbeld. Ongeveer 1 op de 5 organisaties die mobiele werktuigen heeft, heeft nu tenminste één elektrische machine. Bijna een derde van de organisaties heeft inmiddels tenminste 5% van hun auto’s elektrisch, een toename van 45%. Bij meer dan een tiende is dit al meer dan 15%.

Opkomst gasloze kantoren, maar Label C blijft achter

Een nieuwe maatregel op de Maatregellijst in 2021 is het gasloze kantoor. Al 140 organisaties gaven aan daar werk van te maken. Volgens de wet moeten op 1 januari 2023 alle kantoren Energielabel C hebben. Implementatie van deze maatregel neemt langzaam toe, maar volgens de Maatregellijst heeft op dit moment nog slechts 33% van de organisaties een gemiddeld Energielabel C of beter voor hun gebouwen. Dit aantal groeide dan wel met 25% in 2021, maar het betekent ook dat er nog zeker twee derde niet aan de wettelijke verplichting van 1 januari 2023 voldoet. Termeer: “Het is natuurlijk ook de vraag of hier de grootste winst te behalen valt. Het kantoor is nu eenmaal niet de plek waar een groot aantal organisaties de meeste reductie kunnen halen. De focus moet liggen op het primaire proces, waar de meeste energie gebruikt wordt. We verwachten wel dat er door de oorlog in Oekraïne nog meer drang komt naar energiebesparing en elektrificatie.”

Over de Maatregellijst

De ruim 1.200 certificaathouders op de CO2-Prestatieladder (in totaal ruim 5.000 organisaties) rapporteren jaarlijks over de genomen en geplande maatregelen om CO2 te reduceren. Gezamenlijk gaat het inmiddels om bijna 30.000 maatregelen. Gemiddeld zo’n 25 per organisatie. De Maatregellijst geeft een basis waarmee organisaties zich kunnen vergelijken met andere organisaties met vergelijkbare bedrijfsactiviteiten. Voor organisaties die beginnen met de CO2- Prestatieladder kan de lijst ook ideeën opleveren voor mogelijk te nemen maatregelen.

Over de CO2-Prestatieladder

De CO2-Prestatieladder is het duurzaamheidsinstrument van Nederland dat bedrijven en overheden helpt bij het reduceren van CO2 en kosten. Binnen de bedrijfsvoering, in projecten én in de keten. De Ladder wordt als CO2-managementsysteem en als aanbestedingsinstrument gebruikt. De CO2-Prestatieladder is oorspronkelijk in 2009 ontwikkeld door ProRail en sinds 2011 in eigendom en beheer van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

IKEA Hengelo plaatst 3.460 zonnepanelen op de parkeerplaats en wekt daarmee ongeveer 75% van zijn eigen stroomverbruik op. De vestiging creëert extra oppervlakte voor de panelen met zogenoemde zonnecarports boven de parkeerplaatsen. IKEA heeft wereldwijd als doel om in 2025 al zijn panden 100% op hernieuwbare energie te laten draaien. Alle IKEA vestigingen en het distributiecentrum in Nederland hebben zonnepanelen op of rondom de winkels geplaatst. De in totaal meer dan 50.000 zonnepanelen wekken samen 30 tot 40% van het energieverbruik van IKEA Nederland op.

De zonnepanelen van IKEA Hengelo wekken 1.8 megawattpiek per jaar op. Dat is ongeveer 75% van het stroomverbruik van de vestiging en staat gelijk aan het gemiddelde jaarlijkse verbruik van 650 huishoudens. Hermen Schutte, Market manager IKEA Hengelo: “We zijn er trots op dat we zonnecarports gebruiken om energie op te wekken. We laten hiermee zien dat je niet beperkt bent tot het plaatsen van zonnepanelen op een dak en hopen andere bedrijven in de omgeving hiermee te inspireren. We nodigen hen graag uit om bij ons langs te komen zodat we onze ervaringen kunnen delen en in gesprek kunnen gaan over het verduurzamen van onze regio.”

Het plan voor de plaatsing van deze zonnepanelen is samen met de gemeente Hengelo tot stand gekomen en sluit aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Wethouder van Duurzaamheid en Milieu, Claudio Bruggink: “Ons doel is om in 2050 als gemeente alleen nog energie te verbruiken die in Hengelo is opgewekt. We zijn blij dat bedrijven als IKEA zich binnen onze gemeente inzetten om sterk te verduurzamen. Dit innovatieve project is een mooi voorbeeld van wat er allemaal mogelijk is op dat vlak.”

Klimaatpositief

In 2021 plaatste IKEA Amersfoort als eerste vestiging wereldwijd zonnepanelen op de gevel van het gebouw en IKEA Eindhoven zonnecarports op de parkeerplaats – dit omdat de daken al vol lagen met zonnepanelen. Daarnaast was Amsterdam de tweede stad ter wereld waar IKEA uitstootvrij bezorgt. Door het veiligstellen van een zo kort mogelijke rijafstand naar klanten kan IKEA de ambitie waarmaken om in 2025 100% emissievrij te bezorgen in het hele land. In 2030 heeft IKEA de ambitie volledig van het gas af te zijn, en draaien ook de leveranciers in de keten op groene energie.

De stappen die IKEA Nederland zet op het gebied van hernieuwbare energie dragen bij aan de doelstelling van het Zweedse woonwarenhuis om in 2030 honderd procent circulair en klimaatpositief te zijn. De totale CO2-uitstoot van IKEA is mede door het gebruik van hernieuwbare energie in 2021 wereldwijd met 1,6 miljoen ton gedaald. Dit is een afname van 5,8% ten opzichte van 2016.

Foto: Claudio Bruggink (Wethouder Duurzaamheid en Milieu gemeente Hengelo) en Hermen Schutte (Market Manager IKEA Hengelo) 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Shell heeft een definitieve investeringsbeslissing genomen voor de bouw van Holland Hydrogen I, de grootste groene waterstoffabriek van Europa. Naar verwachting is de fabriek in 2025 operationeel.  De 200 MW elektrolyser wordt gebouwd op de Tweede Maasvlakte in de Rotterdamse haven en produceert 60.000 kilogram hernieuwbare waterstof per dag.

De hernieuwbare stroom voor de elektrolyser komt van Hollandse Kust (noord), het windpark op zee dat deels eigendom is van Shell.

De groene waterstof bevoorraadt het Shell Energy and Chemicals Park Rotterdam straks via de HyTransPort-pijpleiding. In de raffinaderij vervangt het een deel van het grijze waterstofgebruik, waarmee de productie van energieproducten zoals benzine, diesel en kerosine gedeeltelijk koolstofvrij wordt. Naarmate er meer waterstoftrucks op de markt komen en het netwerk van waterstofvulpunten voor zwaar vervoer groeit, kan de levering van groene waterstof ook hierop worden gericht om te helpen bij het koolstofvrij maken van het wegvervoer.

“Holland Hydrogen I laat zien hoe nieuwe energieoplossingen kunnen samenwerken om te voldoen aan de maatschappelijke behoefte aan schonere energie. Het is ook een ander voorbeeld van Shells eigen inspanningen en toewijding om tegen 2050 een netto-emissievrij bedrijf te zijn”, stelt Anna Mascolo, Executive Vice President Emerging Energy Solutions bij Shell. “Hernieuwbare waterstof speelteen cruciale rol spelen in het energiesysteem van de toekomst en dit project is een belangrijke stap om dat potentieel te benutten.”

Shell wil bijdragen aan de ontwikkeling van een wereldwijde waterstofeconomie door kansen te ontwikkelen in de productie, opslag, transport en levering van waterstof aan eindklanten. De start van de bouw van Holland Hydrogen I is een belangrijke mijlpaal op die reis, niet alleen voor Nederland, maar voor Shell wereldwijd.

Foto: Credit: Plotvis

[ad_2]

Source link

[ad_1]

29 grote bedrijven, waaronder ING, Schiphol en Unilever, schieten ernstig tekort als het gaat om hun klimaatplannen. Dit blijkt uit de vandaag gepresenteerde Klimaatcrisis-Index, een onderzoek van NewClimate Institute in opdracht van Milieudefensie. ¨Dit onderzoek laat zien dat deze bedrijven op ramkoers liggen met het klimaat en klimaatafspraken bij lange na niet halen¨, aldus Donald Pols, directeur van Milieudefensie.

De milieuorganisatie had om de plannen gevraagd, nadat de rechter in de rechtszaak tegen Shell bepaalde dat vervuilende bedrijven een grote verantwoordelijkheid dragen in het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering. Om aan de doelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming van de aarde te voldoen, moet in de klimaatplannen staan hoe bedrijven 45% CO2-reductie realiseren voor 2030. Uit het onderzoek van NewClimate Institute blijkt dat deze 29 bedrijven gemiddeld niet verder komen dan 19% CO2-reductie voor 2030.

Geen transparantie

Het onafhankelijke onderzoeksbureau NewClimate Institute heeft onder andere onderzocht hoe transparant bedrijven zijn als het gaat om hun absolute uitstoot. Ook is gekeken naar de kwaliteit van de klimaatplannen. Geen enkel bedrijf in de Klimaatcrisis-Index geeft een volledig beeld van al hun uitstoot. Scope 3, de uitstoot van de diensten of producten die een bedrijf in- of verkoopt, is nauwelijks in beeld terwijl het gemiddeld 80% van de uitstoot is. Doordat bedrijven geen volledig beeld hebben van de uitstoot in de gehele keten, schuiven ze een overgroot deel van hun verantwoordelijkheid onder het tapijt. ¨De klimaatcrisis vraagt om concrete en haalbare plannen. De tijd van groene praatjes is voorbij, het gaat nu om de uitvoering. We zien duidelijk dat deze bedrijven de doelen uit het klimaatakkoord van Parijs niet halen. Ze moeten zich nog hard inspannen om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen¨, aldus Pols.

Belastinggeld

Milieudefensie is blij dat het kabinet miljarden uittrekt om te investeren in het tegengaan van klimaatverandering, maar dit geld mag volgens de milieuorganisatie niet terecht komen bij bedrijven die doorgaan met het vervuilen van de wereld. Pols: ¨Er moet geen cent van ons belastinggeld naar deze bedrijven zonder een goed klimaatplan. Nu investeren in deze vervuilende bedrijven is als geld gooien in een bodemloze put.¨ Daarbij moeten bedrijven ook oog hebben voor de toekomst van hun werknemers. Klimaatmiljarden moeten volgens Milieudefensie rechtvaardig worden geïnvesteerd in onder andere het tegengaan van energiearmoede en het verduurzamen van woningen.

Financiële instellingen

In de Klimaatcrisis-Index zijn ook de klimaatplannen van acht financiële instellingen doorgerekend. Het blijkt dat de uitstoot van hun investeringen gemiddeld 700 keer groter is dan de uitstoot van hun kantoren. Pols: ¨Voor een bank of pensioenfonds is het vele malen makkelijker om hun vervuilende uitstoot te verkleinen. Ze produceren en verkopen geen eigen producten, dus voor hen geldt: doe geen zaken meer met bedrijven die gevaarlijke klimaatverandering blijven veroorzaken.¨ Ook tegenover de klanten van pensioenfondsen en banken is dit onverantwoord. ¨Als ze ons geld blijven investeren in fossiele projecten, zien we dat straks nooit meer terug¨, aldus Pols.

Juridisch onderzoek

Over een jaar presenteert Milieudefensie opnieuw de Klimaatcrisis-Index. Bedrijven moeten tot die tijd vaart maken met het verbeteren en uitvoeren van hun klimaatplan, maar er is meer nodig. Pols: ¨Daarom starten we nu met juridisch vooronderzoek en blijven we met hen in gesprek.¨ Milieudefensie hoopt dat bedrijven zelf eindelijk het belang inzien van een toekomstbestendig klimaatplan. Een rechtszaak voeren is voor hen een middel, geen doel. ¨Wij zijn er niet om rechtszaken te voeren, maar om gevaarlijke klimaatverandering te stoppen. Als het nodig is zijn we wel degelijk bereid en in staat nieuwe rechtszaken te starten¨, aldus Pols.

Download de Nederlandse samenvatting en de factsheet

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Scandinavische energieleverancier Tibber heeft de Nederlandse markt betreden. Tibber werkt met dynamische prijzen, waarmee de consument zijn energieverbruik kan afstemmen op de energieprijs van het moment. De energieleverancier helpt met het verminderen van stroomverbruik door slimme oplossingen in een eigen app.

Tibber is afkomstig uit Noorwegen en Zweden en is sinds 2020 ook actief in Duitsland. Na een testperiode, begin dit jaar, rolt de energieleverancier zijn diensten uit over heel Nederland.

Bestaande model op energiemarkt omdraaien

Met dynamische prijzen betaalt de consument de inkoopprijs van stroom die dat uur geldt. Het is een alternatief voor variabele of vaste prijzen, die op dit moment gemiddeld erg hoog liggen en je niet de mogelijkheid bieden om te profiteren van prijsverschillen gedurende de dag. Rens Schoorl, Country Manager Nederland van Tibber: ‘Die fluctuaties kunnen flink oplopen. Het grootste prijsverschil binnen één dag in mei was bijvoorbeeld 37 cent. De gemiddelde stroomprijs bij Tibber lag de afgelopen zes maanden dan ook 41 procent lager dan de tarieven die grote spelers op de energiemarkt momenteel aanbieden. Bij Tibber draaien we het bestaande model op de energiemarkt om. Wij verdienen niet aan stroom, maar bieden de consument de inkoopprijs per uur. De slimste, goedkoopste en groenste energie is de energie die je niet verbruikt. Daarom geven wij constant inzicht in het verbruik en stimuleren wij consumenten om hun stroomverbruik te verminderen. Daarmee bieden wij een eerlijk en voordelig alternatief voor de oplopende prijzen van veel andere leveranciers.’

Besparen op stroomverbruik en energierekening

Naast groene stroom tegen inkoopprijzen levert Tibber slimme oplossingen in een app. Zo kun je bijvoorbeeld een elektrische auto koppelen aan de app, die automatisch bepaalt wanneer het het voordeligst is om op te laden. Daarnaast laten de inzichten en analyses in de app je zien hoe je stroomverbruik zich verhoudt tot dat van andere huishoudens, wat de meeste stroom verbruikt in je huis en waar je op kunt besparen. Hiermee krijgt de consument zelf controle en inzicht in zijn stroomverbruik. Schoorl: ‘Door de oplopende energieprijzen en de noodzaak om de komende jaren meer groene stroom van eigen bodem op te wekken, moeten we op een andere manier met stroom omgaan. We zien in Zweden, waar we al een aantal jaar actief zijn, dat consumenten gemiddeld 64 procent besparen op hun stroomkosten wanneer ze hun stroomverbruik sturen van de duurste naar de goedkopere uren. Bewuster omgaan met stroom en er tegelijkertijd minder voor betalen, gaan hier hand in hand.’

 Over Tibber

Tibber is een digitale energieleverancier die huishoudens helpt hun stroomverbruik te verminderen met slimme technologie. Tibber verandert de energiesector door geen winst te maken op de stroom die zij levert. In plaats daarvan levert Tibber groene stroom tegen de inkoopprijs per uur via een slimme app. De Tibber-app en slimme digitale oplossingen helpen klanten om volledige controle over hun stroomverbruik te krijgen. Tibber levert alleen stroom, omdat zij gelooft in een toekomst zonder gas. Bij Tibber betaalt de consument maandelijks een vast bedrag van 3,99 euro. Voor dat bedrag krijg je een slim energiecontract, kun je producten in de Tibber Store met korting aanschaffen en slimme apparaten integreren in de Tibber-app om je stroomverbruik te verminderen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen wordt uitgebreid en er gaan meer bevoegdheid en middelen naar de omgevingsdiensten om hierop te kunnen toezien. Dat schrijft minister Rob Jetten in een brief aan de Tweede Kamer.

De energiebesparingsplicht is het belangrijkste instrument voor het stimuleren van energiebesparing bij bedrijven. Het besparingspotentieel van de uitbreiding van de doelgroep in 2023, bij de aanscherping van de energiebesparingsplicht, bedraagt circa 19 PJ aardgas- en 7 PJ elektriciteitsbesparing in 20303. Dit is circa 1,2 megaton CO₂ reductie. Dat besparingspotentieel is exclusief complexe vergunningplichtige en EU ETS bedrijven. De uitbreiding naar EU ETS-bedrijven leidt daar bovenop tot 2 megaton CO₂ reductiepotentieel. Hierbij zit het geschatte effect van de extra inzet op toezicht en handhaving zoals in het coalitieakkoord aangekondigd nog niet. De combinatie van de in deze brief benoemde maatregelen leidt naar verwachting tot meer en snellere CO2-reductie. De komende Klimaat- en Energie Verkenning zal een volledigere inschatting van het effect en het besparingspotentieel van de aanscherping van de energiebesparingsplicht geven.

Acties:

  • De aanscherping van de energiebesparingsplicht. De minister zal deze zomer enkele onderdelen hiervan, waaronder de geactualiseerde Erkende Maatregelenlijsten (EML), ter consultatie publiceren.
  • Extra middelen voor meer capaciteit voor toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht.
  • Het voornemen om voor netbeheerders de mogelijkheid te introduceren om op aanvraag energiegebruiksgegevens met de toezichthouders te delen. De verkenning naar het uitbreiden van de doelgroep waarop de energiebesparingsplicht van toepassing is met de sector glastuinbouw.
  • De verkenning van het potentieel aan energiebesparing dat ontsloten kan worden door het maken van bovenwettelijke afspraken met middelgrote bedrijven en de gesprekken die, in lijn met de motie Grinwis c.s. (Kamerstuk 29826, nr. 138), hierover gevoerd worden.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om beter inzicht te geven in wat de industrie doet om de klimaatdoelen te halen is er sinds 4 juli de nieuwe website industrieaanbodaannederland.nl

Veel mooie industriebedrijven

Nederland heeft door haar historie en ligging veel mooie industriële bedrijven die nieuwe oplossingen verzinnen en ons elke dag voorzien van producten die we gebruiken. Van papier, dakpannen tot voedingsmiddelen, kunstmest, staal, brandstoffen en verf. Tegelijk is de industrie ook verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de uitstoot van broeikasgassen in ons land. Hoe werkt de Nederlandse industrie aan een klimaatneutrale, circulaire en groene toekomst? Dat en meer vind je op de nieuwe website, samen met voorbeelden en reacties op de actualiteit.

ETS-overleg

Industrieaanbodaannederland.nl is een initiatief van alle deelnemers aan het zogeheten ETS-overleg van VNO-NCW en de VNCI. In dit overleg komen de belangrijkste brancheverenigingen en bedrijven die in Nederland onder het Europees emissiehandelssysteem vallen bijeen. Doel is gezamenlijk overleg over de verduurzamingsopgave waar de industrie voor staat en de kansen en dilemma’s die daarbij om de hoek komen kijken. De problematiek is daarbij voor grote industriële bedrijven in grote clusters als Chemelot of Moerdijk weer anders dan bijvoorbeeld een baksteen- of voedingsmiddelenfabrikant elders in het land.

Nieuws, reacties en projecten

Op de site zijn vanaf vandaag nieuws, reacties en een overzicht van (nieuwe) projecten te vinden. Dit met als doel beter inzicht te geven in wat de brede industrie in Nederland allemaal doet op het terrein van klimaatbeleid. Daarnaast vindt u er relevante events en informatie uit alle takken van de industrie waar het gaat om verduurzaming.

Verder ontwikkelen

De website wordt komende periode verder gevuld met meer voorbeelden en informatie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De top uit het bedrijfsleven en de kenniswereld hebben op 29 juni 2022 tijdens de vierde bestuurlijke rondetafel ‘Waterstof en Groene Chemie’ verdere afspraken gemaakt over de opschaling van technologie en de intensivering van onderzoek en innovatie. Dit gebeurde onder het voorzitterschap van het ministerie van Economische Zaken & Klimaat. ‘Het geeft enorm veel energie om te zien dat we eensgezind met zoveel partijen, industrie en kenniswereld, nu echt van start zijn om in hoog tempo onze doelstelling van 3 tot 4 GW in 2030 te gaan halen’, stelt directeur-generaal Klimaat en Energie Sandor Gaastra.

Nederland wordt een waterstofhub door drie functionaliteiten te integreren: waterstofproductie, een waterstofrotonde en waterstofconsumptie en groene chemie. Met die stip op de horizon nam het programmabestuur van GroenvermogenNL dat dit voorjaar aangetreden is, de rondetafel mee in haar visie op een ecosysteem voor waterstof en groene chemie in Nederland. Marjan Oudeman, voorzitter van het bestuur: ‘Met € 838 miljoen uit het Nationaal Groeifonds hebben we met GroenvermogenNL ook echt knoppen om aan te draaien. We willen de middelen inzetten om te versnellen, sterktes in Nederland te verbinden en de vorming van een ecosysteem tot stand helpen brengen.’

Directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie Focco Vijselaar kon daar direct de heuglijke openstelling aan toevoegen van de eerste subsidieregeling waarmee demonstratieprojecten voor de opschaling van waterstof en groene chemie ondersteund kunnen worden. De bijna € 30 miljoen is afkomstig uit GroenvermogenNL.

Drie sleutelprojecten

De rondetafel presenteerde een gezamenlijk voorstel om een drietal sleutelprojecten versneld mogelijk te maken. Er gebeurt ontzettend veel op dit moment op het gebied van waterstof en groene chemie. Vanuit dat overzicht heeft de rondetafel drie projecten geselecteerd waarvan de urgentie breed wordt gedeeld aan tafel. Het gaat om een expertisecentrum op het gebied van waterstofveiligheid, een project gericht op importinfrastructuur en een portfolio-aanpak voor nationale pilot- en demoprojecten. ‘Met deze sleutelprojecten brengt de rondetafel versnelling aan rondom een drietal essentiële randvoorwaarden voor een toekomstig waterstofecosysteem’, stelt Marco Waas, een van de trekkers van de rondetafel.

Financiering in de markt

Om nieuwe technologie op te schalen tot commerciële fabrieken is naast publieke financiering van de onrendabele top ook kapitaal uit de markt nodig om investeringsbeslissingen rond te krijgen. De rondetafel ging in gesprek met Barbara Baarsma, CEO Rabo Carbon Bank en hoogleraar Marktwerking- en mededingingseconomie aan de Universiteit van Amsterdam, om het Nederlandse investeringsklimaat te bespreken. Wat kan Nederland doen om banken, verzekeraars en pensioenfondsen meer te laten investeren in verduurzaming in Nederland? De rondetafel wil deze dialoog met de financiële sector een vervolg geven.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In 2040 zijn alle 22 Westfriese bedrijventerreinen energieneutraal. Dat is het streven van Rabobank, ING, ABN AMRO, de Westfriese Bedrijvengroep (WBG) en het Duurzaam Ondernemersloket. De partijen tekenden donderdag 30 juni de Green Deal Duurzame bedrijventerreinen, waarmee ze zich committeren aan het ondersteunen bij het verduurzamen van de 3.000 bedrijven die gevestigd zijn op de Westfriese bedrijventerreinen.

Inzicht geven

“Ongeveer een kwart van het totale energieverbruik in Nederland komt voor rekening van bedrijventerreinen”, geeft Bashar al Badri, Directeur bij het Duurzaam Ondernemersloket, aan. “Hier kunnen we door verduurzaming dus grote besparingen behalen, ook in Westfriesland. Dat is niet alleen goed voor de regio, maar uiteindelijk ook voor de portemonnee en vooral de bedrijfscontinuïteit van de ondernemer.”

Samen verder komen

Donderdag trapten de partijen de samenwerking af door gezamenlijk een boom te planten op bedrijventerrein Industrieweg in Westwoud. Al Badri: “De energietransitie is een enorme uitdaging en die kan niemand alleen aan. Het is dan ook heel mooi dat Rabobank, ING en ABN AMRO met elkaar aan de slag gaan en daarbij ook gaan samenwerken met de WBG, gemeenten, omgevingsdienst, de provincie, milieufederatie, Parkmanagement Hoorn en Liander. Eigenlijk met iedereen die ertoe doet op de bedrijventerreinen. Zo leveren we gezamenlijk een bijdrage aan toekomstbestendige groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijven en bedrijventerreinen.”

Geboden hulp

“We willen ondernemers vooral helpen inzicht te krijgen in de mogelijkheden om zelf een stap te zetten in de energietransitie. Samen zorgen we ervoor dat ondernemers slim kunnen investeren in maatregelen. De drie banken doen dat door hun kennis te delen met de ondernemers; vanuit ervaringen met andere klanten weten zij goed wat er werkt. Daarnaast beschikken ze over heel wat kennis en ervaring die ons kan helpen de ondernemers beter te ontzorgen bij energiebesparing. Zij kunnen ons ook helpen de ondernemers te bereiken via hun netwerk en kanalen. Zo kunnen we tijdens bijeenkomsten meer ondernemers informeren over kansen. Als laatste ondersteunen de drie banken het Duurzaam Ondernemersloket financieel en staan zij natuurlijk klaar om de ondernemers op financieel vlak te adviseren en verder te helpen.”

Gratis scan

“Ondernemers die hulp willen, kunnen bij het Duurzaam Ondernemersloket met al hun vragen terecht. En ze kunnen een laagdrempelig adviestraject aanvragen: de Slimme Energiesprong. We brengen in kaart hoeveel energie een ondernemer verbruikt en waarop hij/zij kan besparen. Uiteindelijk krijg je een onafhankelijk advies over besparende maatregelen. We regelen daarna subsidies voor je en vragen offertes op. Je wordt zoveel mogelijk ontzorgt. De banken hebben specialisten die ondernemers verder kunnen helpen bij de investering van de verduurzaming van hun onderneming, te starten met hun bedrijfspand. Zo maken we met elkaar West-Friesland een betere plek.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Holland Food Service zet in op verduurzaming. Op de productielocatie in Wijchen is een zonnecentrale in gebruik genomen en vervangt Groendus de energiemeters voor slimme meters. Ook oriënteert Holland Food Service zich om gebruik te gaan maken van de Groendus Energiemarktplaats. Om op momenten dat er niet voldoende eigen groene stroom beschikbaar is toch écht groene stroom te gebruiken.

Tijd om te verduurzamen

Holland Food Service is een authentiek familiebedrijf met een rijke historie. Het bedrijf is in 1892 begonnen als kruidenier en is inmiddels uitgegroeid tot een toonaangevende horecaleverancier voor zorginstellingen. Elke keer wanneer het bedrijf van vader op zoon overging, werd er iets aan toegevoegd. Een nieuwe service. Een nieuwe visie. Met de vierde generatie aan het roer werd het tijd voor verregaande verduurzaming.

Frank Kampschreur, algemeen directeur Holland Food Service: “Als bedrijf heb je naar mijn mening de plicht om je steentje bij te dragen om de huidige klimaat- en energiecrisis tegen te gaan. Ik heb aan den lijve ondervonden dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. Alleen al de zonnecentrale plaatsen bleek een uitdaging door zowel netcongestie als uitbreiding van ons pand. Ik ben blij dat we samen met Groendus een succesvolle zonnecentrale hebben weten te realiseren.”

Teruglevering mogelijk maken

We wekken in Nederland steeds meer duurzame energie op. Een prachtige ontwikkeling, maar het zorgt inmiddels ook voor problemen op het elektriciteitsnet. De overbelasting van het elektriciteitsnet, ook wel netcongestie genoemd, komt op steeds meer plekken voor. In Wijchen is er nog beperkt plek op het net. De maximale capaciteit om terug te leveren is 300KW, terwijl de zonnecentrale met 1610 panelen 500KW kan opwekken.

Om ervoor te zorgen dat de capaciteit van het dak en de centrale optimaal benut worden heeft Groendus een dynamische vermogensregeling toegepast. De regeling zorgt ervoor dat Holland Food Service de eigen stroomopwek volledig kan gebruiken. Zodra het eigen verbruik daalt zorgt de regelaar ervoor dat de maximale netcapaciteit niet wordt overschreden.

Gunnar Larsen, key accountmanager Groendus: ‘We denken in mogelijkheden en kijken graag samen met de klant naar wat wél mogelijk is. In de praktijk blijkt dat we voor nagenoeg alle uitdagingen wel een oplossing kunnen vinden. Het mooie van deze constructie is dat het de verbruiker triggert om heel bewust met energie om te gaan. Met inzicht vanuit de slimme meters kunnen we erop sturen om zoveel mogelijk stroom te verbruiken op de momenten dat deze wordt opgewekt. De centrale wordt daarmee optimaal benut en er worden zoveel mogelijk kosten bespaard. Bovendien kan de teruglevercapaciteit eenvoudig worden aangepast op het moment dat de congestieproblemen zijn opgelost.’

Op naar 100% écht groene stroom

De zonnecentrale moet Holland Food Service zoveel mogelijk van zelf opgewekte energie voorzien. Om op de momenten dat er geen eigen opwek beschikbaar is ook echt groene stroom te gebruiken verkent Holland Food Service de mogelijkheden om na het aflopen van de huidige energiecontracten de Groendus Energiemarktplaats op te gaan.Groene stroom uitwisselen op de Energiemarktplaats

Op de Groendus Energiemarktplaats worden vraag en aanbod van groene stroom aan elkaar gekoppeld. Voor Holland Food Service is het logisch om de eigen opwek aan te vullen met windenergie. Op momenten dat er geen zonne-energie beschikbaar is, bijvoorbeeld ’s nachts, is windenergie er namelijk vaak wel. Holland Food Service kan op zijn beurt zonne-energie die zij over hebben via de marktplaats verkopen aan organisaties in de buurt. Ook deze regionale uitwisseling van energie draagt bij aan het voorkomen van netcongestie.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering