[ad_1]

Verschillende Noord-Hollandse gemeenten willen duurzame energie afnemen én het opwekken van schone energie in de regio stimuleren. Daarom gaan de gemeenten Haarlem, Zandvoort, Haarlemmermeer, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Ouder-Amstel vanaf 2023 hun stroombehoefte op een vernieuwende manier inkopen. Regionale ondernemers die groene stroom opwekken, kunnen deze stroom rechtstreeks aan de gemeenten verkopen via een alternatief handelsplatform. De gemeenten streven naar zo lokaal mogelijke bronnen.

Transparant, duurzaam en lokaal inkopen

Gemeenten zijn voor de inkoop van hun energie aanbestedingsplichtig. Wat voorheen niet kon, kan nu wel: dynamisch energie inkopen van ondernemers uit eigen regio. De gemeenten werken hiervoor met een zogenaamd ‘Dynamisch Aankoopsysteem (DAS)’. Het platform dat gebruikt wordt, is de Groendus Energiemarktplaats. Op dit alternatieve handelsplatform komen vraag en aanbod van lokale, duurzame energie samen.

Lokale opwek en afname stimuleren

Zoals in elke aanbesteding voor energie weegt de prijs erg zwaar. Om lokale opwek en afname extra te stimuleren, wordt in deze specifieke aanbesteding een fictieve toeslag berekend op basis van afstand. Dat vergroot de kans voor producenten uit de buurt om aan de gemeente te mogen leveren.

Op 2 september starten de samenwerkende Noord-Hollandse gemeenten via TenderNed deze aanbesteding voor schone energie. Producenten die voldoen aan de selectiecriteria krijgen toegang tot de Energiemarktplaats. Groot voordeel voor de deelnemende producenten is dat zij profiteren van betere prijzen, omdat zij geen afdracht meer aan een traditionele energieleverancier hoeven te betalen. Daarbij kunnen zij gunstige prijsafspraken maken voor de langere termijn. Bovendien dragen zij bij aan de verduurzaming van de eigen regio.

Aanjagers van de energietransitie

Nog niet eerder kochten gemeenten energie op deze vernieuwende manier in. Naast de betrokken gemeenten sluiten onderhoudspartner Spaarnelanden, het Noord-Hollands Archief en het Frans Hals Museum zich aan. Ook zij kopen vanaf volgend jaar op deze manier hun energie in. Veel andere gemeenten volgen de ontwikkelingen op de voet en kijken over de schouders van het Noord-Hollandse Samenwerkingsverband mee.

De gemeenten hopen dat lokale producenten enthousiast zijn om zich aan te melden.

Eva de Raadt, wethouder Bedrijfsvoering gemeente Haarlem: “We zijn trots dat we meedoen aan deze nieuwe vorm van energie-inkoop. We roepen lokale energieproducenten dan ook op om zich aan te melden voor onze aanbesteding. Zo dragen we samen bij aan de verduurzaming van onze regio en het behalen van de landelijke klimaatdoelstellingen.”

René Raaijmakers, CEO Groendus: “De huidige energiemarkt en ontwikkelingen in de wereld maken nog eens duidelijk hoezeer het nodig is om zo snel mogelijk over te gaan op een duurzaam energiesysteem. We zijn daarom enorm blij dat deze groep gemeenten en instellingen onze Energiemarktplaats betreden. Zij pakken daarmee het voortouw en geven heel mooi gestalte aan hun verantwoordelijke rol als regionale verbinder en inspirator. Bovendien bouwen zij mee aan een écht duurzaam en toekomstgericht energiesysteem. Wij kijken ernaar uit nog vele andere gemeenten, instellingen en bedrijven op de Energiemarktplaats te mogen verwelkomen!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Siemens Smart Infrastructure and South Pole are partnering to offer a full range of solutions and financing models for companies with the aim of reducing energy-related emissions. Corporate leaders can now tap into an end-to-end service offering that covers all essential steps in developing and implementing a credible decarbonisation roadmap, which is a key pillar of a broader corporate net zero emissions strategy.

“We are excited to be joining forces with South Pole to offer clients joint, unrivalled know-how in developing and rolling out ambitious energy efficiency and decarbonisation solutions and services, at a facility level. Together with South Pole, we are enhancing our capabilities to help clients across the world accelerate their journey towards net-zero emissions, bringing a complete solution to the market by combining advanced decarbonisation strategies with proven energy solutions and services,” says Constantin Ginet, Global Head of Energy & Performance Services at Siemens Smart Infrastructure.

“South Pole has been championing corporate renewable energy procurement and decarbonisation strategies for well over a decade – we know how valuable renewable energy solutions are in saving costs, hedging against rising energy prices, and improving brand leadership. Today we are delighted to be partnering with Siemens, an industry leader whose expertise will further broaden the range of innovative climate solutions we can propose to our clients, particularly at a site level,” says Renat Heuberger, CEO of South Pole“Clients will benefit from working with two trusted, experienced partners who can help them move from strategy to implementation faster, with solutions that perfectly fit their needs.”

Drawing on their respective areas of expertise, Siemens Smart Infrastructure and South Pole will provide companies with best-in-class advisory services – from setting emission reduction targets, and developing strategies to get there, to monitoring and reporting on compliance, renewable energy procurement, as well as support with implementing company or site-level plans, including the financing and delivery of decarbonisation projects. Companies are particularly interested in understanding the business case of implementing various solutions that will reduce their carbon footprint the most at the least cost, and where the biggest return on investment will be, starting at a higher global operations level and then drilling down towards specific markets and sites.

The MoU between South Pole and Siemens comes against the backdrop of soaring energy prices across the globe and a push for radical decarbonisation among private sector companies, who are asked by investors and customers to show – not just tell – how they are improving their sustainability performance and contributing to global net zero targets.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

ClimatePartner is een leider in het ondersteunen van organisaties om hun klimaatactie te versnellen, en nu is het tijd om zelf daad bij woord te voegen met een verbintenis tot continue emissiereducties op basis van Science Based Targets.

Tot voor kort werden in het kader van het Science Based Targets Initiative (SBTi) alleen toezeggingen goedgekeurd van bedrijven met meer dan 500 werknemers. De methodes voor kleine en middelgrote bedrijven zijn pas onlangs in april 2022 ingevoerd. Nu ClimatePartner in 2022 meer dan 500 werknemers heeft bereikt, is het een consequente stap om toezeggingen voor emissiereductie op te stellen op basis van de door SBTi verstrekte richtlijnen.

Klimaatvriendelijke en emissiearme bedrijfsvoering is al vanaf het begin een speerpunt bij ClimatePartner. Op het gebied van zakenreizen, kantoorbenodigdheden, catering, technologie en energie zijn er al gerichte processen en regelingen. Resterende uitstoot wordt gecompenseerd via gecertificeerde projecten. Met de inzet op SBT’s zal emissiereductie een nog belangrijker verbeterproces worden.

De wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen van ClimatePartner zijn in lijn met de meest recente klimaatwetenschap voor het behalen van de doelstelling van het Akkoord van Parijs – het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5°C boven het pre-industriële niveau. Om dit doel te ondersteunen en te bereiken, zal ClimatePartner specifieke reductiedoelstellingen vaststellen en een reductieplan opstellen.

Moritz Lehmkuhl, Founder, en CEO van ClimatePartner legt uit: “Het terugdringen van emissies op korte, middellange en lange termijn is de belangrijkste stap in klimaatactie. Afstemming op SBT’s zorgt ervoor dat we emissies op de meest effectieve manier terugdringen om de klimaatdoelen te halen die in het Akkoord van Parijs zijn vastgelegd. Aangezien de oproep aan elk bedrijf en elke organisatie is om verantwoordelijkheid te nemen, is het niet meer dan een logische stap dat we er ook voor zorgen dat klimaatactie volledig geïntegreerd is in onze bedrijfsvoering.”

De verbintenis van ClimatePartner tot science-based targets te stellen is in augustus 2022 officieel goedgekeurd door de SBTi en staat nu op de SBTi’s target dashboard.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Om alle huidige wegvoertuigen in Nederland CO2-neutraal op elektriciteit te laten rijden, is een windmolenpark ter grootte van de provincie Utrecht nodig. Energiedragers zoals waterstof, synfuels en biobrandstoffen kosten veel meer ruimte, maar hebben specifieke voordelen die vooral voor scheepvaart en luchtvaart over lange afstand belangrijk zijn. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Energieketens voor CO2-neutrale mobiliteit’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) en TNO.

In hun onderzoek ‘Energieketens voor CO2-neutrale mobiliteit’ beschrijven KiM en TNO wat CO2-neutrale mobiliteit aan energie, geld en ruimte vergt. Daarbij namen ze 4 vormen van energie voor auto’s, vrachtauto’s, schepen en vliegtuigen onder de loep: elektriciteit, waterstof, synfuels en biobrandstoffen. Voorwaarde was dat niet alleen het voertuig zonder CO2-uitstoot rijdt, maar ook dat de energie CO2-neutraal is geproduceerd, zoals met zonnepanelen of windmolens. Voor wegverkeer is elektrisch rijden een goede manier om mobiliteit CO2-neutraal te krijgen, vanwege relatief lage kosten en ruimtegebruik.

Waterstof, synfuels en biobrandstoffen

Alternatieven voor elektrisch vervoer zijn vervoer op waterstof, synthetische brandstoffen (synfuels) en biobrandstoffen. Voor het produceren van waterstof en synfuels is elektriciteit nodig. Door energieverliezen bij de productie, en bij waterstof ook bij transport en distributie, is de behoefte aan die elektriciteit 2 tot 5 keer zo hoog als bij puur elektrische voertuigen. Hierdoor zijn ook de kosten en de benodigde ruimte voor het opwekken van energie – bijvoorbeeld in windparken – veel hoger. Om voldoende synfuels te produceren voor de vliegtuigen en schepen die momenteel in Nederland tanken, is een windmolenpark met een oppervlak van 9 keer de provincie Utrecht nodig. Dit komt overeen met een kwart van het Nederlandse gedeelte van de Noordzee.

Voordelen van waterstof, synfuels en biofuels zijn dat ze makkelijker dan elektriciteit opgeslagen en vervoerd kunnen worden, bijvoorbeeld per buisleiding of schip. Dit betekent dat je minder afhankelijk bent van de plek waar de energie wordt opgewekt. Die plek kan dus ook in het buitenland liggen, al vergt dat dan wel meer transportkosten. Biobrandstoffen zijn een alternatief. Het kost weinig ruimte als ze worden geproduceerd uit afvalstromen of landbouwresiduen. Bij productie op basis van energiegewassen neemt die productie veel ruimte in.

Hogere kosten

Synfuels en biobrandstoffen kunnen chemisch identiek zijn aan de huidige brandstoffen gebaseerd op aardolie: benzine, diesel en kerosine. Het voordeel is dan dat voor de distributie naar de afnemers de huidige infrastructuur kan worden gebruikt en voertuigen niet hoeven te worden aangepast. Ondanks dat zijn de kosten van synfuels over de hele keten inclusief de aanschafkosten van het voertuig (veel) hoger dan die van elektrisch vervoer. Dit komt vooral door de hoge kosten van de grondstoffen, waterstof en CO2 (die uit de lucht moet worden afgevangen), en van de productie. Wat ook kostenverhogend werkt ten opzichte van elektrisch rijden is dat bij de verbranding van synfuels in de motor meer dan de helft van de energie niet wordt gebruikt voor voortstuwing, maar als warmte verloren gaat.

Bijdrage aan discussie

Voor CO2-neutrale mobiliteit zijn CO2-neutrale energiedragers cruciaal. Maar waar halen we die vandaan? Is de Noordzee groot genoeg om energie te produceren voor CO2-neutrale mobiliteit? Welke criteria zijn belangrijk bij het maken van keuzes voor energiedragers voor voer-, vaar- en vliegtuigen? Moeten we energie voor mobiliteit gaan importeren? Met dit onderzoek wil het KiM een bijdrage leveren aan het bij elkaar brengen van feiten over CO2-neutraal verkeer en vervoer om zo beleidsmakers te ondersteunen in het maken van keuzes voor CO2-neutrale mobiliteit.

Foto: KIM

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De energie opwekkende vliegers van Kitepower zijn na een jarenlange doorontwikkeling een toepasbaar energieopwekkend systeem geworden. Bekende Nederlandse duurzaamheidsexperts wijlen Wubbo Ockels en wijlen Henk Hutting zagen al vroeg de potentie van vliegers die energie kunnen opwekken. Uiteindelijk zette de gerenommeerde kitedesigner Bryan van Ostheim in samenwerking met TU Delft Alumni het idee om in de praktijk. Bryan bouwde een betrouwbaar systeem dat ook bij weinig wind energie kon opwekken. Drie succesvolle pilots – in samenwerking met onder andere Defensie – en 9 ontwikkelde versies later is de Delftse startup klaar voor de volgende fase: het op de markt brengen van het eerste mobile airborne windsysteem (AWES). Om de droom van Wubbo en Henk te realiseren is Johannes Peschel, CEO en co-founder van Kitepower een pan-Europese crowdfunding gestart. Inmiddels zijn er 337 investeerders ingestapt en is ruim €400.000 opgehaald van de benodigde €700.00.

Founding fathers

De tocht naar de toekomst van windenergie begon in 1993 toen de Nederlandse astronaut Wubbo Ockels startte met zijn onderzoek naar energie opwekken met vliegers. Aan de TU Delft heeft hij samen met studenten jarenlang aan deze innovatie gewerkt. De potentie was al snel duidelijk, maar het verwezenlijken bleek lastiger dan gedacht. In 2007 was de eerste werkende kite (20kw) een feit en werd de potentie van het idee duidelijk. Twee jaar na het overlijden van Ockels in 2014 werd Kitepower opgericht door co-founders Johannes Peschel, CEO Kitepower en Roland Schmehl, Associate Professor Delft Universiteit van technologie. Het bedrijf zette Ockels prototype om in een kite die 100 kW produceert, genoeg om 150 huishoudens te voorzien van energie. In de komende jaren willen ze uitbreiden naar kites van 200, 300 en 500 kW.

Goeroe van de windenergie: Henk Hutting

Mede dankzij Wubbo Ockels kreeg de Nederlandse Willy Wortel van de windenergie, Henk Hutting, te horen over Kitepower. Henk was een bekende naam in de wereld van duurzame energie en zag meteen potentie in deze duurzame vorm van energie opwekking. Zodoende werd Hutting werkzaam als adviseur bij Kitepower. Mede door de adviezen van Hutting is Kitepower gegroeid tot de positie waar ze nu staan. Johannes Peschel, CEO Kitepower geeft aan:

“Huttings vertrouwen en advies waren een enorme motivatie boost voor het team. Er is een gemeenschappelijke moraal gecreëerd om de wereld duurzamer te maken met het gebruik van vliegers. Henk werd onze meester in volharding en doorzettingsvermogen. Henk was een van onze grootste supporters – onze eigen persoonlijke Churchill. Wij zetten met het team de erfenis van Henk en Wubbo voort en brengen hun droom om energie op te wekken door middel van vliegers in praktijk. Hiermee streven we naar een energieneutrale wereld.” Aldus Peschel

Van kitesurfer tot wereldverbeteraar

Toch moest Kitepower nog een aantal uitdagingen overwinnen. Een grote stap daarin was het aannemen van kitedesigner Bryan van Ostheim, zegt CEO Johannes Peschel: “Zonder Bryan waren we nooit zover gekomen. De succesratio was een combinatie van inspanningen, simulatie FSI, CFD, samen met de nieuwste kennis en de praktijkervaringen van kitedesigners Pepijn Smit, Roland Verheul en Bryan van Ostheim. Bryan was al acht jaar bezig met het ontwikkelen van kites die te gebruiken waren bij weinig wind; een probleem waar wij bij Kitepower ook vaak tegenaan liepen.” Door de expertise van Bryan zijn de kites een stuk efficiënter geworden. Ook voor Bryan was de overstap naar Kitepower een droom die uitkwam.

“Het combineren van mijn passie voor kitesurfen en tegelijkertijd meehelpen aan het verduurzamen van de wereld is een droom die uitkomt. Er wordt geluisterd naar de kennis die ik vanuit mijn hobby heb kunnen vergaren. Dat maakt mij ontzettend trots. Mijn input wordt gewaardeerd en daardoor heb ik het gevoel echt bij te kunnen dragen.” Aldus Bryan van Ostheim

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vanaf 1 september levert Jaguar The Fresh Company gecertificeerde klimaatneutrale sinaasappelen jaarrond aan Albron, een van Nederlands grootste ondernemingen gespecialiseerd in foodservice en foodconcepten in Nederland, en HMSHost Nederland, marktleider in de food- en hospitality branche voor reizigers onderweg op vliegvelden, stations en winkelcentra. Het inkoopproces staat onder beheer van inkooporganisatie Victoria Trading, waarmee Jaguar al een aantal jaar succesvol samenwerkt. Met klimaatneutrale sinaasappels ontstaat er nu een mooie vervolgstap.

Mathieu Hirdes, Retail Manager van Jaguar: ‘Het klimaatakkoord van Parijs 2030 vereist krachtige en impactvolle acties van alle partijen. Sinaasappelen is een belangrijk segment binnen de categorie onbewerkt fruit (circa 10%), dus het was voor ons absoluut zinvol om als eerste speler het speelveld opnieuw te definiëren. Dit bereiken wij door de CO2-uitstoot in de toeleveringsketen voor sinaasappelen substantieel te verminderen’.

Bastiaan van Asten, SVP Commercial bij HMSHost International: “Als wereldwijde voorloper op het gebied van hospitality willen we ons leiderschap ook op het gebied van duurzaamheid toepassen. We zoeken dus steeds innovatieve manieren om duurzame voedselervaringen te bieden en onze zorg voor de planeet te tonen. Hoewel deze stap naar CO2-neutrale sinaasappelen misschien klein klinkt, is het een enorme stap voor duurzaamheid en onderstreept het het belang van het baanbrekend collectieve werk van Victoria Trading. We zijn er trots op dat we nu als één van de eersten in Nederland onze gasten het hele jaar door klimaatneutrale sinaasappelen kunnen aanbieden.”

Tjeerd Nuijen, Senior Inkoper van Albron: “Albron staat voor lekker, gezond, duurzaam en betaalbaar eten en drinken voor iedereen. Dat betekent dat we continu innoveren en zoeken naar de beste oplossingen binnen alle productgroepen. Zo gingen wij eerder dit jaar al over op 100% duurzame vis (in samenwerking met SmitVis en Good Fish Foundation) en stapten wij als eerste grote cateraar volledig over op biologische melk, karnemelk en yoghurt van Weerribben Zuivel. Met de klimaatneutrale sinaasappels van Jaguar kunnen we onze impact opnieuw verder uitbreiden. Het beheersen van emissies in de groente- en fruitketen heeft onze volle aandacht. Dat maakt deze samenwerking zo leuk!”

Het hele proces om klimaatneutraal te worden bestaat uit drie delen. De eerste fase is het in kaart brengen van bestaande emissies, gebruikmakend van primaire data uit de keten. De tweede fase bestaat uit het verminderen van de CO2-uitstoot met 35% (!) binnen 10 jaar. De resterende uitstoot wordt gecompenseerd via goedgekeurde projecten. Jaguar streeft ernaar de resterende uitstoot zoveel mogelijk te compenseren door middel van eigen projecten, zoals de implementatie van zonne-energie op boerderijniveau via zusterbedrijf Jaguar New Energies.

Vincent van Kuijen, Algemeen Directeur van Jaguar: “Jaguar ziet het als toonaangevend importeur en marketingbedrijf van (pers)sinaasappels als haar morele verantwoordelijkheid om een ​​bijdrage te leveren door de CO2-uitstoot in de toeleveringsketen te verminderen. De eerste stappen zijn gezet. Ons commerciële team zal zich nu verder richten op de introductie van klimaatneutrale sinaasappelen in Nederland, Scandinavië, België, Duitsland en Frankrijk, in samenwerking met toonaangevende, op duurzaamheid gerichte retailers en foodservicebedrijven. Ons team is ook beschikbaar om een toelichting te geven tijdens Fruit Attraction van 4-6 oktober in Madrid”.

Het voorlopige certificeringsproces bij Jaguar werd begeleid door Pré Sustainability en de Climate Neutral Group. Dit heeft geleid tot een succesvolle audit, die voldoet aan de Climate Neutral Standard 1.0.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Yara en Northern Lights hebben ’s werelds eerste commerciële overeenkomst voor grensoverschrijdend CO2-transport en -opslag ondertekend. Dit is baanbrekend voor het koolstofvrij maken van de Europese zware industrie, omdat de markt wordt opengesteld voor grensoverschrijdend CO2-transport en -opslag als een dienst. Het is ook een belangrijke mijlpaal op weg naar de verwezenlijking van Yara’s eigen Net Zero-doelstellingen.

Yara en Northern Lights hebben overeenstemming bereikt over de belangrijkste commerciële voorwaarden voor het vervoer van CO2 dat wordt afgevangen bij Yara Sluiskil, een ammoniak- en kunstmestfabriek in Nederland, en de permanente opslag ervan onder de zeebodem voor de kust van West-Noorwegen. Wanneer de laatste contractuele details zijn uitgewerkt, zal dit de allereerste grensoverschrijdende overeenkomst voor CO2-transport en -opslag zijn. Het zal de standaard zetten voor andere industriële bedrijven in heel Europa die Northern Lights – en andere opkomende CO2-transportopties en -opslagplaatsen in de Noordzee – willen gebruiken als een belangrijk onderdeel van hun decarbonisatiestrategieën.

Zware industrie koolstofvrij maken met CCS om klimaatdoelstellingen te halen

Yara Sluiskil heeft sinds 1990 al 3,4 miljoen ton CO2-uitstoot per jaar bespaard bij de productie van ammoniak en meststoffen. Aanzienlijke hoeveelheden kooldioxide worden hergebruikt bij de productie van kasplanten, als ingrediënt voor koolzuurhoudende dranken en voor andere doeleinden, zoals ureum en AdBlue, een zeer zuivere oplossing op basis van ureum voor dieselmotoren. Vanaf begin 2025 zal 800.000 ton zuivere CO2 in Nederland worden afgevangen, gecomprimeerd en vloeibaar gemaakt, om vervolgens te worden getransporteerd naar de opslagplaats van het Noorderlicht op 2.600 meter onder de zeebodem voor de kust van Øygarden.

“Er moet dringend actie worden ondernomen om de industrie koolstofvrij te maken en Yara is een koploper. Ik ben erg blij te kunnen aankondigen dat we nu op weg zijn om de CO2-uitstoot van onze productiefaciliteit in Sluiskil te verwijderen. Dit brengt ons een stap verder op weg naar een koolstofvrije voedselproductie en versnelt de levering van schone ammoniak voor brandstof- en energieproductie”, aldus Svein Tore Holsether, CEO Yara International ASA.

“Yara is onze eerste commerciële klant en vult onze beschikbare capaciteit in Northern Lights. Hiermee creëren we een markt voor transport en opslag van CO2. Vanaf begin 2025 verschepen we de eerste tonnen CO2 van Nederland naar Noorwegen. Dit zal aantonen dat CCS een klimaatinstrument is voor Europa”, aldus Børre Jacobsen, algemeen directeur van Northern Lights.

Veilige en bewezen afvang, transport en opslag van CO2

Northern Lights is het transport- en opslaggedeelte van het Longship-project, dat voor 80% wordt gefinancierd door de Noorse regering. Voortbouwend op meer dan 20 jaar offshore CO2-opslag in Noorwegen, heeft de regering nauw samengewerkt met Noorse industriële uitstoters en Northern Lights om ’s werelds eerste open-toegang CCS-model met volledige waardeketen tot stand te brengen. Als onderdeel van haar financiering heeft de regering bepaald dat Northern Lights een commercieel bedrijfsmodel moet ontwikkelen en haar dienst aan de rest van Europa moet aanbieden.

Het Longship-model toont aan dat CCS haalbaar, veilig en kosteneffectief is. Het heeft ook bijgedragen tot de ontwikkeling van een commercieel model en een markt om het te ondersteunen. Longship biedt Noorse bedrijven en dienstverleners een platform om te innoveren, door gebruik te maken van hun ervaring, hun pioniersvoordeel en hun aanzienlijke offshore-opslagcapaciteit – en het biedt de Europese industrie een cruciale optie en oplossingen om koolstofarm te worden.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het energietransitiecongres Recharge Earth staat weer voor de deur: op 7 en 8 september 2022 wordt de tweede editie gehouden in Rotterdam Ahoy. Tijdens dit duurzame energiecongres komen bedrijfsleven, overheden en wetenschap bij elkaar om kennis te delen, oplossingen te bedenken om de energietransitie te versnellen en samenwerkingen te realiseren. Onder de aanwezigen bevinden zich onder andere beleidsmakers, hoogleraren, professionals uit het bedrijfsleven, klimaatwetenschappers en andere energiedeskundigen. Het evenement lanceert dit jaar een aantal nieuwe initiatieven, zoals de presentatie van duurzame innovaties en de Coalitions of the Willing; een startpunt voor langdurige samenwerkingen.  

Actueel

Klimaat en energie vullen dagelijks de nieuwsbulletins. Enerzijds zijn er zorgen over leveringszekerheid, afhankelijkheid en energie-armoede. Tegelijkertijd is de noodzaak voor CO2-reductie en een klimaatneutrale toekomst actueler dan ooit. Tijdens Recharge Earth gaat dagvoorzitter Remco de Boer over deze onderwerpen in gesprek met verschillende energiedeskundigen, waaronder hoogleraar Kornelis Blok, tevens medeauteur van de IPCC-klimaatrapporten, Robert Swaak, CEO van ABN AMRO Bank , Aniek Moonen, voorzitter van De Jonge Klimaatbeweging en Maxine Tillij, de nieuwe directeur Strategie Energiesysteem bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Coalitions of the Willing – Samenwerken vanuit gedeelde ambitie

Een nieuw initiatief tijdens Recharge Earth is Coalitions of the Willing, een samenwerkingsvorm die partijen bij elkaar brengt vanuit een gedeelde ambitie. Binnen het principe gaan verduurzaming en organisatiebelang nadrukkelijk hand in hand. Uitgangspunt is de formulering van een gemeenschappelijke droom, die fungeert als baken voor een langdurige samenwerking. Om de droom te realiseren worden coalities gevormd door bedrijven, overheden en kennisinstellingen, waarbij elke deelnemer iets toevoegt, het geheel verder brengt en er zelf baat bij heeft. Tijdens Recharge Earth worden samenwerkingen gestart rondom vijf onderwerpen:
·      Schoon zeetransport van en naar Rotterdam
·      Duurzame warmtevoorziening voor de gebouwde omgeving
·      Aantrekkelijke, hoogwaardige opleidingen energietransitie op elk niveau
·      CO2-neutrale bestaande woningbouw
·      Waterstof als belangrijkste energiedrager in het nieuwe energiesysteem

Nieuw initiatief: Innovation Stage

Ook nieuw dit jaar is de Innovation Stage waar organisaties de kans krijgen hun innovaties te tonen aan een breed scala van belanghebbenden. Innovatiekracht wordt alom gezien als randvoorwaarde voor een succesvolle energietransitie. Initiatiefnemer van de Innovation Stage is Smart Energy Systems, een programma van de gemeente Rotterdam dat zich richt op duurzame innovaties die bijdragen aan de verregaande ambities van de stad.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het klimaatbeleid van de Nederlandse regering is niet voldoende om de wereldwijde opwarming te beperken tot 1,5°C. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het NewClimate Institute in opdracht van Greenpeace, Milieudefensie en Natuur & Milieu. De regering wil de opwarming van de aarde beperken tot 1,5°C en heeft in de voorgestelde Klimaatwet een klimaatdoel opgenomen van minimaal 55% CO2-reductie in 2030. Ook wil Nederland klimaatneutraal zijn in 2050. Maar de onderzoekers concluderen dat deze beide doelen tekortschieten. Uit het onderzoek blijkt dat het kabinet de klimaatdoelen moet bijstellen om binnen het Nederlandse CO2-budget voor 1,5°C te blijven.

CO2-budget

Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft berekend wat de maximale wereldwijde uitstoot mag zijn om binnen 1,5°C te blijven. Elk land kan hier maar een deel van uitstoten: het nationale CO2-budget. Nederland heeft als rijk land economisch veel voordeel gehad van een relatief hoge CO2-uitstoot en profiteert er vandaag de dag nog steeds van. Daarom moet Nederland, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord van Parijs, het voortouw nemen in de aanpak van de wereldwijde CO2-uitstoot. Dit betekent een eerlijke verdeling van het CO2-budget.

In het onderzoek wordt door het NewClimate Institute de eerlijke verdeling, ook wel het ‘fair share’-principe, voor het eerst toegepast om een CO2-budget voor Nederland te berekenen. Ook is gekeken naar een verdeling per land, zonder fair share-principes. Het CO2-budget is in alle gevallen kleiner dan wat Nederland zich toebedeelt. Dat betekent dat Nederland sneller broeikasgassen moet reduceren.

Fair share en klimaatbeleid

Dit is de eerste keer dat er berekend is of het doel van de Nederlandse regering past bij de doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs om de opwarming tot 1,5°C te beperken. Dit doel werd recent ook weer vastgelegd in het  coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en CU. Voor zowel Duitsland als Finland zijn dergelijke berekeningen voor een CO2-budget uitgevoerd en de regeringen van die landen hebben recentelijk hun klimaatambities opgevoerd.

Dewi Zloch, klimaatexpert bij Greenpeace Nederland: “Het is tijd voor Nederland om woorden om te zetten in actie. Op deze manier blijft Nederland nog veel te lang, veel te veel CO2 uitstoten. De regering lapt dan niet alleen het Klimaatakkoord van Parijs aan zijn laars, maar ook het eigen streven om het Nederlandse klimaatbeleid in lijn te brengen met maximaal 1,5 graad wereldwijde opwarming. Luister naar de wetenschap.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Na een succesvolle crowdfundingactie begint startup Charged volgende week met de productie van de eerste thuisbatterij van Nederlandse makelij. Door de slimme software zorgt deze Sessy ervoor dat bezitters van zonnepanelen meer eigen zonnestroom gebruiken en dat mensen met een dynamisch energiecontract zelfs geld kunnen verdienen met hun thuisbatterij.

Batterijen zijn essentieel in de energietransitie. Ze slaan tijdelijk groene stroom op voor periodes dat er weinig wind of zon is. Daarmee voorkomen ze ook netcongestie op momenten dat er teveel groene stroom aan het elektriciteitsnet wordt geleverd en de spanning te hoog oploopt. Bijna alle thuisbatterijen worden momenteel gefabriceerd in Azië of Amerika (Tesla), al werkt Europa aan een eigen batterij-industrie. Charged is daarin een voorloper. ,,We hebben jarenlang geïnvesteerd in het opdoen van kennis, zodat we weten waar we het over hebben. Behalve de hardware, vinden we ook de slimme software van belang. Die zorgt ervoor dat de batterij op de goede momenten gaat laden en ontladen, zodat hij bij mensen thuis de nul op de meter houdt of maximaal geld kan besparen”, zegt directeur en medeoprichter Roeland Nagel van Charged.

Lees ook: Wat weet jij al over groen wonen

In vergelijking met andere batterijen heeft de Sessy diverse voordelen. Hij kan werken met alle merken zonnepanelen en omvormers, terwijl de meeste batterijen alleen op omvormers van hetzelfde merk werken. Hij past in een zogeheten open ecosysteem van apparaten die via het internet met elkaar communiceren, zoals laadpalen of huishoudelijke apparatuur. Mensen met een dynamisch energiecontract kunnen dankzij de slimme energiemanager zelfs geld verdienen door stroom op te slaan als de prijzen laag zijn en terug te leveren als ze hoog zijn. De Sessy schakelt de zonnepanelen zelfs af bij negatieve stroomprijzen, als de geleverde elektriciteit geld kost in plaats van opbrengt. Verder verhoogt de Nederlandse batterij de eigen stroomconsumptie van zonnepanelen met 30 procent: van gemiddeld 30 tot 40 naar 60 tot 80 procent.

In Nederland is de markt voor thuisbatterijen nog niet zo ontwikkeld, onder meer omdat consumenten hun overtollige zonnestroom kunnen terugleveren aan het net en van hun eigen verbruik mogen aftrekken. Deze salderingsregeling wordt echter tussen 2025 en 2031 afgebouwd . Om zijn kleine plug & play batterij op de markt te kunnen brengen, startte Charged daarom eerst een crowdfundingsactie om de animo te peilen. In drie maanden tijd werden ruim 600 Sessy’s besteld. ,,Mensen hebben massaal ingetekend voor de voorverkoop. Dat gaf ons het duwtje dat we nodig hadden”, zegt Nagel.

Charged kan daarom volgende week de productie opstarten. Eerst zullen de testbatterijen van de band rollen en in het najaar de Sessy’s voor de consument. Die worden in het eerste kwartaal van 2023 geleverd. Omdat veel consumenten tijdens de actie wel belangstelling toonden, maar toch wilden afwachten, denkt Charged snel te kunnen opschalen. Daarvoor zoekt de startup investeerders.

Het bedrijf in de Achterhoek is opgericht door Roeland Nagel en Twan Vooijs, twee techneuten die een bijdrage willen leveren aan de energietransitie. ,, De thuisbatterij staat op doorbreken in Nederland. De markt wordt nu nog gedomineerd voor buitenlandse bedrijven, dus is een Nederlandse producent vrij bijzonder”, weet Nagel.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering