[ad_1]

Vandaag kondigt Rituals Cosmetics aan klimaatneutraal te willen worden. Dat doet het merk onder meer door de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk te verminderen. Het bedrijf heeft hiervoor concrete doelen gesteld die aansluiten op het Science Based Targets-initiatief (SBTi) en het Klimaatakkoord van Parijs. Voor Rituals is dit, na eerder dit jaar B Corp gecertificeerd te zijn, een belangrijke volgende stap in zijn continue reis naar duurzaam welzijn.

Bijdragen aan een betere wereld

Als merk zet Rituals zich niet alleen in voor het welzijn van zijn consumenten, het bedrijf wil ook zorgen voor het welzijn van de wereld en haar grondstoffen. Rituals heeft zich met zijn Clean, Conscious & Caring-strategie toegelegd op het verkleinen van zijn ecologische voetafdruk en wil daarmee een bijdrage leveren aan het welzijn van onze planeet.

Om dit voor elkaar te krijgen, is het nemen van klimaatmaatregelen cruciaal. Rituals is vastbesloten om op twee manieren bij te dragen aan een vrijwel uitstootvrije toekomst: door het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen die in het productieproces en binnen de waardeketen gegenereerd worden en door het steunen van natuurherstelprojecten buiten de waardeketen.

Gerealiseerde reductie-inspanningen

De laatste jaren heeft Rituals al meerdere acties ondernomen om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen:

  • Meer dan 20% van de omzet komt uit de verkoop van navulproducten en bijbehorende navullingen. Hiermee werd een uitstoot van meer dan 4,5 miljoen kg CO2 bespaard.
  • Het merk heeft met de introductie van gerecyclede plastics voor het overgrote deel van zijn PET-verpakkingen meer dan 397.598 kg aan nieuw plastic bespaard. Bovendien heeft Rituals het gewicht van de aluminium verpakking van zijn iconische doucheschuim met bijna 10% verminderd.
  • Binnen twee jaar is bijna 80% van de productformules overgegaan tot het gebruik van minstens 90% bestanddelen van natuurlijke oorsprong.
  • Alle winkels zijn overgestapt naar groene-energiecontracten en overal zijn er energiebesparende apparaten geïnstalleerd.

De volgende stappen op weg naar klimaatneutraal

Rituals gaat in de komende jaren zijn reductie-inspanningen verder versnellen door zich te richten op zijn hotspots:

  • In nauwe samenwerking met leveranciers de bestaande formules voorzien van duurzame bestanddelen.
  • Het assortiment met navulverpakkingen en het navullen verder uitbreiden.
  • Overgaan tot gebruik van nog meer gerecyclede en recyclebare verpakkingsmaterialen.
  • Zorgen voor een lage milieugerelateerde impact binnen de logistieke keten door lokale sourcing, efficiënte distributie en uitstootarm transport.
  • Overgaan tot gebruik van milieuvriendelijkere marketing- en winkelmaterialen.

Om dit te kunnen bewerkstelligen, blijft Rituals actief op zoek naar partnerships met leveranciers en andere spelers binnen de beauty-sector. Dit is een van de redenen waarom Rituals, net als andere B Corp-bedrijven, onderdeel is geworden van de B Beauty Coalition en dat Rituals zich heeft aangesloten bij het EcoBeautyScore Consortium dat als doel heeft om een sectorbreed beoordelingssysteem te ontwikkelen voor het meten van de milieu-impact van cosmetica.

Afgestemd op de wetenschap

De ambitieuze reductie-doelstelling die Rituals heeft opgesteld komt overeen met de Net-Zero-norm van het Science Based Targets-initiatief; de toonaangevende norm die bedrijven aanzet tot het nemen van ambitieuze klimaatmaatregelen en doelen te stellen die aansluiten bij het ambitieniveau van het Klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C.

Hiermee sluit Rituals zich aan bij de Business Ambition for 1.5°C en de Race to Zero-campagne van de UNFCCC2. De doelen zijn inmiddels opgesteld en worden op dit moment ingediend bij de SBTi, waarna Rituals ze gaat bekrachtigen.

Voor de toekomst: bijdragen aan wereldwijde ‘ontkoolstoffing’

Rituals wil niet alleen reduceren, maar ook buiten het bedrijf bijdragen aan de ‘ontkoolstoffing’. Op dit moment is het merk bezig met het verwerven van CO2-compensatieprojecten waardoor zijn scope 1- & 2-emissies worden gecompenseerd.

Bovendien steunt het merk projecten die natuurlijke ecosystemen in stand houden en herstellen en tegelijkertijd de levensomstandigheden van mensen proberen te verbeteren. Daarom heeft Rituals besloten om een boom te planten voor iedere navulling die wordt verkocht met als doel om aan het eind van 2022 vijf miljoen bomen te hebben geplant. Samen met gerenommeerde partnerorganisaties steunt Rituals de aanplant, de bescherming en het herstel van mangrovebossen in India en Kenia. Het hele jaar door gaat Rituals samenwerkingen aan met nog meer organisaties die bij kunnen dragen aan zijn ambities met betrekking tot herbebossing.

1 T.o.v. 2021, 50% vermindering uitstoot broeikasgassen per verkocht product

2 United Nations Framework Convention on Climate Chang

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tata Steel heeft contracten afgesloten met drie bedrijven – McDermott, Danieli en Hatch – voor de verdere technische voorbereidingen van de waterstofroute. Tata Steel wil zo snel als kan groen staal maken in een schone omgeving. Alle drie de bedrijven hebben hun eigen expertise en zullen Tata Steel helpen om de waterstofroute gedetailleerder vorm te geven. Met alle inspanningen voor deze volgende fase is een bedrag gemoeid van 65 miljoen euro.

McDermott is samen met de mensen van het interne ingenieursbureau en duurzaamheidsteam van Tata Steel verantwoordelijk voor het technische projectmanagement. Danieli maakt het technisch ontwerp voor de DRI-fabriek waar de Direct Reduced Iron-technologie wordt toegepast en Hatch heeft alle kennis van de elektrische ovens (REF) die aan de DRI-fabriek worden gekoppeld.

Klimaatneutraal voor 2045

“Wij hebben onlangs samen met twee ministeries en de provincie Noord-Holland afspraken gemaakt over onze toekomst. Daarbij hebben we aangegeven dat we voor 2045 CO2-neutraal willen zijn en al vóór 2030 tussen de 35 en 40% CO2 minder willen uitstoten. Dat zal grotendeels gebeuren via de waterstofroute. Hierbij vervangen we de hoogovens door een moderne technologie die waterstof of aardgas gebruikt in plaats van kolen”, aldus Hans van den Berg, CEO van Tata Steel Nederland.

Een unieke operatie op Tata Steel terrein

“Wat we doen, is een ingewikkelde en unieke operatie, vertelt Annemarie Manger, duurzaamheidsdirecteur van Tata Steel Nederland. “De nieuwe fabrieken komen op ons terrein terwijl alle huidige fabrieken in bedrijf blijven tot het moment dat de nieuwe installaties goed draaien. Dat betekent een hele goede en intensieve samenwerking tussen alle partijen en onze mensen. De samenwerking met McDermott, Danieli en Hatch is de start van de basic engineering om  onze plannen concreter te kunnen invullen.”

Veel gebeurd in één jaar

De overstap naar groen staal is de grootste verandering in de ruim 100-jarige geschiedenis van het bedrijf. Het gaat om een technologisch hoogstandje en heeft veel gevolgen. Het afgelopen jaar is op verschillende vlakken hard gewerkt om deze transitie voor te bereiden. Zo heeft Tata Steel een overeenkomst met de landelijke netbeheerder TenneT getekend voor een directe aansluiting op het landelijk elektriciteitsnet om groene stroom te kunnen gebruiken in de toekomst. Ook is een plattegrond gemaakt van het terrein met daarin de nieuwe fabrieken getekend. Samen met de vakbonden zijn gesprekken gestart met de werknemers van de fabrieken die in de toekomst verdwijnen want voor hen zal veel veranderen en Tata Steel wil dat niemand buiten de boot valt. In de zomer is een bedrijvendag georganiseerd voor meer dan 80 bedrijven en leveranciers. Zij nemen een groot deel van het operationele onderhoud op ons terrein in IJmuiden voor hun rekening. En ook zij moeten weten wat er gaat gebeuren en wat dat voor hun bedrijf betekent.

De Tata Steel Academy (het eigen opleidingsinstituut) is aan de slag gegaan om te kijken welke competenties en kwalificaties onze medewerkers moeten hebben en ontwikkelt nieuwe lesmodules. Ook is de opleiding bezig met het voorbereiden van lessen voor leerlingen van middelbare scholen uit de regio door een praktijkmodule aan te bieden hoe je waterstof maakt.

Over de technologie

DRI-technologie (direct reduced iron) is een relatief nieuwe productietechnologie, waarbij ijzererts direct wordt gereduceerd met behulp van aardgas of waterstof en niet meer met kolen. De reductie van ijzererts vindt in een DRI-fabriek plaats in een schachtoven bij een relatief lage temperatuur tot ongeveer 1000°C. Het gereduceerde ijzer wordt vervolgens, met toevoeging van koolstof, in een elektrische oven (REF) verder verwerkt tot vloeibaar ruwijzer.

De DRI-REF technologie biedt verschillende voordelen. Door de inzet van groene elektriciteit en zo veel mogelijk waterstof, is de CO2-uitstoot van het proces fors lager dan bij het gebruik van hoogovens. Ook kan in het nieuwe proces schroot worden gebruikt en dat betekent meer circulariteit. Daarnaast biedt productie met DRI-technologie flexibiliteit, want het proces is eenvoudig op te starten en te stoppen. Ten slotte kan met DRI-technologie staal worden geproduceerd van dezelfde hoge kwaliteit als waar IJmuiden nu al om bekend staat.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Oostenrijkse luchtvaartmaatschappij Austrian Airlines heeft een berisping gekregen van de Oostenrijkse reclamewaakhond AAC (Austrian Advertising Counsil) voor een misleidende reclame over CO₂-neutraal vliegen. Opvallend is dat de klacht werd ingediend door een Nederlander.

Deze zomer maakte Austrian Airlines online reclame om CO2-neutraal van Wenen naar Venetië te vliegen om daar de wereldberoemde kunstbeurs Biennale te bezoeken. Dit deed Austrian Airlines met de slogan ‘CO₂-neutral zur Biennale fliegen? Für uns keine Kunst!’ De Oostenrijkse luchtvaartmaatschappij claimde dat dit mogelijk was door gebruik te maken van 100% SAF, oftewel Sustainable Aviation Fuel.

Eric Stam uit Rotterdam vond dit misleidend. Stam is in het dagelijks leven docent aan de Rotterdam The Hague Airport College en wist dat deze claim niet klopte: “Austrian Airlines maakt gebruik van biobrandstof en die brandstof zelf is niet CO₂-neutraal. Niet in theorie en niet in de praktijk. Austrian Airlines dacht dit te kunnen oplossen met een slimme boekhoudtruc, maar ik voerde aan (bij de Oostenrijkse reclamewaakhond) dat dit voor een gemiddelde consument niet begrijpelijk is. De reclame suggereert dat SAF zelf CO₂-neutraal is, gelet op de woorden ‘100% SAF’. Daarom voerde ik aan de term Sustainable Aviation Fuel hier niet volstaat: de consument heeft recht om te weten om wat voor brandstof het gaat en welke netto CO₂-reductie hiermee mogelijk is. Het is namelijk zeer misleidend om te suggereren dat het mogelijk is om CO₂-neutraal te vliegen door middel van zogenaamde ‘duurzame’ kerosine.”

De Oostenrijkse reclamewaakhond ging hierin mee. Een meerderheid van de commissie oordeelde dat deze reclame niet voldeed aan de standaarden van de Oostenrijkse reclamecode. Met name de principes van eerlijkheid en zorgvuldigheid werden geschonden. Daarom beval de reclamewaakhond Austrian Airlines aan om de reclame aan te passen:

“In tijden waarin duurzaamheid en klimaatbescherming speciale aandacht genieten van burgers en consumenten, is transparante, duidelijke en passende communicatie nodig. Aangezien deze advertentie misleidend kan zijn met betrekking tot klimaatneutraal vliegen, wat (thans) niet mogelijk is, wordt een meer aangepast ontwerp en vooral een preciezere formulering van de advertentie aanbevolen”, staat te lezen in het besluit van de Oostenrijkse reclamewaakhond.

Het is niet de eerste keer dat Stam wint bij een reclamewaakhond. In Nederland was hij al eerder succesvol met twee klachten over reclames van KLM over het gebruik van biobrandstof en CO₂-neutraal vliegen. Ook won hij al eens van Lelystad Airport, Groningen Aiport Eelde en de Duitse luchtvaartmaatschappij Green Airlines.

Austrian Airlines is onderdeel van de Lufthansa Group en alle merken die hieronder vallen, maken op agressieve wijze reclame voor CO2-neutraal vliegen door middel van herbebossingsprojecten, het gebruik van zogenaamd ‘duurzame’ kerosine of een combinatie hiervan. De suggestie dat je kunt vliegen zonder klimaatschade is schadelijk omdat dit de illusie in stand houdt dat we onze mobiliteitssystemen en ons gedrag niet hoeven aan te passen. De Belgische reclamewaakhond JEP eiste onlangs ook dat Lufthansa haar ‘Make change fly’-campagne wijzigt.

Dergelijke uitspraken zullen door luchtvaartmaatschappijen wereldwijd angstvallig bestudeerd worden. In juli werd KLM door Fossielvrij NL i.s.m. Reclame Fossielvrij en Client Earth als eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld gedagvaard vanwege misleidend adverteren. In die rechtszaak speelt reclame voor ‘duurzame’ kerosine ook een grote rol.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zijne Majesteit de Koning heeft vandaag een werkbezoek gebracht aan diverse locaties op de Noordzee waar aan de toekomst van het energiesysteem wordt gewerkt, met offshore wind, zon en groene waterstof. Tijdens dit werkbezoek kreeg de Koning onder meer een rondleiding langs twee offshore platformen, van TenneT en van Neptune Energy. Ook bekeek de Koning het windpark op zee Hollandse Kust (zuid) van Vattenfall. Tot slot bracht de Koning een bezoek aan de pilot met drijvende zonnepanelen van Oceans of Energy.

Volledig CO₂ neutraal in 2050

De energietransitie moet ervoor zorgen dat ons energiesysteem in 2050 vrijwel volledig CO2 neutraal is. Het energiesysteem van de toekomst wordt gekenmerkt door de systeemintegratie van elektronen – van windturbines en zonneparken – en duurzame moleculen, zoals groene waterstof. De Noordzee speelt hierin een belangrijke rol, aangezien op zee een groot deel van de Nederlandse energie opgewekt kan worden. Nederland verkeert in de bijzondere positie dat er, naast de aanwezigheid van een uitgebreide infrastructuur voor gas, tevens op het Nederlandse deel van de Noordzee grote hoeveelheden windenergie geoogst kunnen worden; hoeveelheden die ook internationaal van belang zijn. Wind en zonne-energie kunnen direct in het elektriciteitsnet worden gebruikt als elektriciteit of worden omgezet in groene waterstof op de Noordzee. Deze groene waterstof kan vervolgens puur of gemengd met het aardgas via de bestaande infrastructuur naar land gebracht worden voor bijvoorbeeld afnemers in de industrie, de mobiliteitssector en de gebouwde omgeving.

Constructieve samenwerking

De systeemintegratie van offshore energie vraagt om een constructieve samenwerking van alle partijen en leidt tot een versnelling van de energietransitie; tegen zo laag mogelijk maatschappelijke kosten en een efficiëntere benutting van de ruimte op zee. Door simultaan gebruik van reeds bestaande infrastructuur en aanlandingen, wordt de druk op kwetsbare natuurgebieden, zoals Natura 2000, duingebieden en de Waddenzee, beperkt.

Onderdelen werkbezoek

Het werkbezoek begon langs het Q13a-A platform van Neptune Energy, waar de groene waterstofpilot PosHYdon in voorbereiding is. Hier wordt op een bestaand platform offshore wind, offshore gas en groen waterstofproductie uit zeewater geïntegreerd. De groene waterstof wordt via een bestaande pijpleiding naar land getransporteerd. TNO is hierbij betrokken als kennispartner en voert het testprogramma uit. De lessen die hier worden geleerd, kunnen gebruikt worden in de verdere uitrol en opschaling van offshore waterstofproductie uit offshore wind op de Noordzee.

Vervolgens bezocht de Koning één van TenneT’s transformatorplatformen van het Net op Zee project Hollandse Kust Zuid (HKZ). Dit zogenaamde stopcontact op zee transporteert de in het gelijknamige windpark opgewekte stroom via een kabel in de zeebodem naar land. Het HKZ-windpark, dat op dit moment wordt gebouwd door Vattenfall en eigendom is van Vattenfall, BASF en Allianz, werd daarna ook aangedaan. Dit is het eerste windpark dat zonder subsidie wordt gebouwd; het is recent gestart met het leveren van groene stroom.

Niet ver van het Q13a-A platform lag de volgende stop, waar Oceans of Energy drijvende zonnepanelen test. Dit offshore solar farm systeem is de eerste en enige in de wereld en doorstaat hier al meerdere jaren achtereen zware winterstormen met hoge golven. Nederland heeft op land niet genoeg geschikte ruimte beschikbaar om de energie van de zon te benutten die nodig is voor de toekomstige energiemix van elektronen en moleculen. De pilot van Oceans of Energy is een stap richting grootschalige uitrol op zee. In de toekomst kunnen drijvende zonneparken geïntegreerd worden in windparken en waterstoffabrieken op de Noordzee.

Tot slot ging de Koning in gesprek met vertegenwoordigers van bij de energietransitie op zee betrokken partijen en organisaties, waaronder NVDE, NWEA, Stichting De Noordzee, EBN, Gasunie, ministerie van Economische Zaken en Klimaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Noordzeeoverleg. Hierin werd het belang van systeemintegratie, en nationale en internationale samenwerking tussen verschillende stakeholders nogmaals benadrukt. Partijen onderstrepen daarbij het belang van de ontwikkeling van energieopwekking in een goede balans met de natuurwaarde van de Noordzee.

Een duurzame energie-economie

Nederland heeft een toppositie om de omslag naar een duurzame energie-economie te leiden. We hebben de Noordzee voor de productie van wind, zon en gas, de havens als logistieke hubs, de industrieclusters die de overstap willen maken naar groene moleculen én een uitstekende infrastructuur die er al ligt en offshore en onshore verbindt. Daarbij zijn er al internationale verbindingen, waardoor er vele mogelijkheden voor transport en opslag ontstaan. Dit alles komt op een unieke wijze op het Nederlandse deel van de Noordzee samen, zoals de Koning vandaag tijdens het werkbezoek heeft mogen ervaren.

Foto: Van links naar rechts: Lex de Groot – Neptune Energy, Zijne Majesteit de Koning, Manon van Beek – TenneT, René Peters – TNO. Fotograaf: Marieke van der Velden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In Flevoland wordt hard gewerkt aan het grootste windproject van Nederland: Windplan Groen. Maar liefst 90 windmolens worden hier gebouwd. Om te voorkomen dat het jaren duurt voordat alle windmolens aangesloten kunnen worden op het hoofdnet heeft Pure Energie gekozen voor een bijzondere oplossing: een eigen gesloten distributiesysteem (GDS). Het stroomnet onder het projectgebied met aan het eind één centrale aansluiting op het stroomnet.

Windmolens en een netaansluiting

In Nederland staan veel windmolens die zorgen voor groene energie. Om deze energie van de windmolens naar het stopcontact bij jou thuis te krijgen moeten ze worden aangesloten op het stroomnet. Het is ook geen geheim dat het Nederlandse stroomnet onder druk staat: het net is in steeds meer gebieden ‘vol’. Het aansluiten van een megaproject als Windplan Groen is dan ook een enorme uitdaging. Als de 11 windparken die in totaal bestaan uit 90 windmolens allemaal moeten wachten op een eigen netaansluiting zal dit jaren gaan duren.

Een innovatieve oplossing

In de toekomst kan het probleem van het volle stroomnet grotendeels worden opgelost met duurzame energie opslag, denk aan thuisbatterijen en grootschalige opslag bij wind- en zonprojecten. Tot die tijd wordt er creativiteit gevraagd van ontwikkelaars. In dit geval heeft dit geresulteerd in een eigen gesloten distributiesysteem (GDS). Pure Energie is middels deelname van drie lijnen Windpark Hoge Vaart-Zuid B.V. Windpark Hondtocht B.V. en Windpark Oldebroekertocht B.V.  samen met Windpark Hanze B.V., Olsterwind B.V., Windpark Flevo Ventum, Windpark Ansjovistroom B.V. en Windpark XY Wind B.V. eigenaar van het GDS.

Een GDS is in feite een eigen stroomnet met aan het eind één kabel die wordt aangesloten op het grotere Nederlandse stroomnet. “We koppelen in feite alle windmolen aan elkaar en sluiten dit als geheel aan op het bestaande stroomnet. In dit geval een elektriciteitsmast. Het voordeel hiervan is dat we slechts één netaansluiting nodig hebben en niet tientallen. Hierdoor boeken we vooral tijdwinst. Het hele traject van aanvraag tot vergunning voor zo’n aansluiting kan namelijk jaren duren.”

Gesloten Distributiesysteem Pure Energie

Naast producent en leverancier nu ook netbeheerder

“Energie produceren doet Pure Energie al sinds 1995, in 2013 werden we ook leverancier van die groene stroom. En nu, een kleine tien jaar later, zijn we officieel gezien ook netbeheerder. Waar we voorheen altijd afhankelijk waren van andere netbeheerders, zijn we nu zelf eigenaar geworden. Hiervoor was een ontheffing nodig van de Autoriteit Consument en Markt (ACM).”

Feiten en cijfers

Windplan Groen bestaat in totaal uit 90 windmolens. Van deze 90 windmolens worden er 56 aangesloten op het GDS. Die gezamenlijk circa 1,5 miljard kWh opleveren De overige 34 windmolens maken gebruik van de bestaande aansluitingen. Er worden namelijk veel oude windmolens vervangen door nieuwere, grotere types. Waarom dat belangrijk is, lees je in de blog over de hoogte van windmolens. Deze oude windmolens hebben al netaansluitingen en het zou jammer zijn om deze verloren te laten gaan.

Om dit project aan te kunnen sluiten op het GDS, en dus op het stroomnet, is zo’n 66 kilometer aan kabels gelegd. De kabels die zo’n 1,5 m in agrarische grond en 1,0 m in openbare gronden onder de grond liggen, komen uiteindelijk uit bij twee transformatoren die per schip zijn aangekomen. De transformatoren wegen 167.000 kilo per stuk.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een primeur op de Hengelose Lambertuskermis dit jaar! Van 14 tot en met 18 september draaien alle attracties op accustroom. Dit betekent dat de attracties voor het eerst niet aangedreven worden door een dieselaggregaat; een unicum. Nog niet eerder heeft een kermis in Nederland volledig gedraaid op accustroom. Vorig jaar is er tijdens de kermis al uitvoerig getest met de stroomvoorziening. Alles om dit jaar de attracties te laten draaien zonder het verbranden van fossiele brandstof. De elektriciteit waarmee de accu wordt opgeladen is opgewekt door zonne-energie. Toch is er nog één reserve dieselaggregaat aanwezig om bij storing op terug te vallen, maar de organisatie vertrouwt erop dat deze niet nodig is.

Toekomst

Volgens organisator Auke Doornbosch is deze kermis nog maar het begin. “Dit is nog maar het begin. Vanaf dit jaar monitoren we het gebruik van de verschillende kermisattracties. Als we de pieken en dalen in beeld hebben, kunnen we de exploitanten wijzen op het verbruik. Wellicht kan het verbruik van een aantal attracties met simpele aanpassingen verlaagd worden.”

Wethouder duurzaamheid Claudio Bruggink benadrukt dat ook op het gebied van evenementen de blik op duurzaamheid gericht moet zijn. “Al jaren zorgen we met de organisatie van de Lambertuskermis voor jong en oud voor vertier. Maar ook op het gebied van evenementen moeten we scherp zijn op de uitstoot van fossiele brandstoffen en het verbruik van energie. Als gemeente willen we het goede voorbeeld geven en minder energie gebruiken. Het is mooi dat we met deze kermis weer een stap hebben gezet naar het verduurzamen van evenementen in Hengelo. We hopen hiermee veel organisatoren te inspireren.”

Lokale samenwerking

De accu’s die worden ingezet zijn geproduceerd door het Hengelose bedrijf SmartGrid. Met hun accuoplossing zijn zij in staat om uitdagingen op het gebied van energieopslag te volbrengen. Eén volle container kan een straat voor 24 uur voorzien van stroom zonder netaansluiting (41 huishoudens). En heeft een houdbaarheidsduur van 22 jaar. De container bestaat voor 50% uit batterijen en 50% uit regel- en meetapparatuur. Het systeem detecteert wanneer er te weinig of geen elektriciteit beschikbaar is uit de netaansluiting en springt bij als dat nodig is. Bijzonder aan de accuoplossing op de Lambertuskermis is dat deze gemaakt is zonder gebruik van schaarse metalen (zoals cobalt). In plaats daarvan gebruiken de accu’s op de kermis ijzerfosfaat als hoofdbestanddeel (i.c.m. lithium en carbon).

Afsluiting Deldenerstraat

Vanwege de herinrichting van het marktplein is de Deldenerstraat toegevoegd aan het kermisterrein. Dit betekent dat de straat in de periode van zondagnacht 12 september tot en met de nacht van 19 september voor al het verkeer is afgesloten. De stad blijft gedurende deze periode bereikbaar via de omleidingsroute via de Bankastraat, Weideweg en Bornsestraat.

Foto: gemeente Hengelo

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Amateurvoetbalclubs kunnen via digitale reclameborden langs het veld tegelijkertijd zonne-energie opwekken, de lucht zuiveren van stikstof en reclame-inkomsten binnenhalen. Het Green Boarding Network helpt ze hiermee om versneld te verduurzamen en de torenhoge energierekeningen te beperken.

Bij de aftrap van het nieuwe seizoen staan de gepatenteerde led-boarden inmiddels bij ruim veertig amateurvoetbalclubs in heel Nederland langs de velden. De Green Boarding is ontwikkeld en gepatenteerd door Softs World uit Rotterdam en is uitgerust met zonnepanelen en panelen die de lucht zuiveren. Via de borden wordt momenteel 843 ton CO2 bespaard, besparen de clubs 252.000 kilowattuur aan stroom en wordt net zoveel stikstof gezuiverd als er bij 12.667 autokilometers wordt uitgestoten. Green Boarding Network denkt het aantal clubs en borden dit seizoen te kunnen uitbreiden tot honderd. Ook wil het zijn netwerk uitrollen bij clubs in België en Duitsland.

Omdat de reclameborden digitaal zijn, hoeven vrijwilligers die niet meer bij te houden of steeds te vervangen, maar kunnen alle lokale en landelijke bedrijven er via een centraal systeem op adverteren. Bedrijven als Jumbo, Unibet en Pirelli hebben zich al aan het netwerk verbonden. Green Boarding Network investeert minimaal 50 procent van de netto-advertentieopbrengsten in verdere verduurzaming van de amateursportclubs. Doel is om hun energierekening binnen vijf jaar richting de nul euro te brengen. De huidige subsidies zijn niet voldoende om sportclubs te verduurzamen. Bovendien komen momenteel veel clubs in de problemen voor de hoge energieprijzen.

,,Bij ons maak je het groenste rondje langs de velden”, zegt Albert de Joode, CEO van Green Boarding Network. ,,Met elke club en elk bedrijf dat we aansluiten op het Green Boarding Network vergroten we onze duurzame impact. Het grootste gedeelte van onze landelijke netto-opbrengsten vloeit direct terug naar de clubs voor verdere verduurzaming. Hierdoor gaat de energierekening richting nul en blijft er meer geld over voor de sport.”

Leon Annokkee, voorzitter van Tweede Divisieclub FC Lisse is zeer tevreden met de Green Boarding. ,,De green boarding is een verrijking voor FC Lisse. De hoge energiekosten zijn op dit moment bij ons en vele andere sportclubs een uitdaging. Door het plaatsen van de green boarding brengen we de energiekosten substantieel naar beneden en creëren we een nieuwe duurzame inkomstenstroom voor onze club. De inkomsten vanuit de Green Boarding worden gebruikt om de investering in zonnepanelen te betalen. Dat we daarbij ook bijdragen aan een duurzame toekomst voor onze club, onze leden en onze omgeving maakt voor ons het plaatje compleet.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

EcoVadis, the leading provider of globally trusted business sustainability ratings, today released its Carbon Maturity Report exploring the state of climate action in the EcoVadis Network. The report – which outlines the EcoVadis Network Impact Model for supply chain decarbonization – shows that progress is being made on key early decarbonization phases among the companies EcoVadis has rated since launching its Carbon Action Module (CAM) in the spring of 2021. 

Over the last year, EcoVadis has issued over 15,000 Carbon Scorecards, which are created within the EcoVadis Sustainability assessment process and platform. It provides a Carbon Maturity Rating (with five levels ranging from Insufficient to Leader), and strengths and improvement areas of a company’s carbon management practices. The assessments and scorecards are customized based on a company’s size and industry.

Proactive companies of all sizes are beginning to set at least a Scope 1 and/or 2 reduction target, but Scope 3 reduction targets are less common. While companies are starting to develop the various components of an effective carbon management system, only 3% of EcoVadis Carbon Scorecards indicate that a company was at an Advanced or Leader maturity level – most common among large companies with more than 10% falling into one of these two levels. Sixty-one percent of small and medium companies (SMEs) – which comprise more than 70% of global supply chains – currently fall into the Insufficient level, with most assessed as “first-time reporters”.

“Organizations are deepening their commitments to science-based targets and realize that value chain action is essential to drive real impact and change,” said Julia Salant, carbon solution director at EcoVadis. “Pioneering procurement leaders recognize that climate action is a journey, and given the urgency of the climate crisis they must act now. With the right tools and insights they can accelerate engagement and set foundations for collaborative climate programs that meet their suppliers where they are and help build knowledge and momentum for performance improvement.”

The Carbon Action Module is a comprehensive solution that empowers organizations to drive climate action at scale by engaging their value chain trading partners in a decarbonization journey. Key figures from the Carbon Maturity Report include:

  • 16% of companies provide intensity metrics alongside their broader GHG metrics.

  • 14% are reporting publicly (e.g., website, sustainability report, etc.).

  • Of the companies who have been rated with a Carbon Scorecard, 7,500 are reporting their GHG emissions.

As the CAM rollout gains momentum, EcoVadis is starting to see the first few companies being rated for a second time. Results indicate that 1 in 2 companies scored higher on their second assessment, while 1 in 3 improved enough to move up an entire maturity level (e.g., from Beginner to Intermediate). The strongest three actions companies are taking to reduce their carbon footprint are using renewable energy (26.5%), upgrading/using technology to improve energy efficiency (19.5%), and training employees on energy conservation and climate action (21.5%).

EcoVadis continues to innovate on CAM’s offerings to empower companies to collect and analyze critical data points, optimize strategy, and collaborate with their value chain partners. Existing CAM tools and resources that organizations are currently using to transform their approach to decarbonizing supply chains and to meet their Net-zero commitments include Corrective Action PlansE-learning Academy, and a Carbon Calculator.

EcoVadis will present the results of the report at the SIG Global Executive Summit (Oct. 17-19) and VERGE (Oct. 25-27). For a complete look at the progress that rated companies in the EcoVadis Network are making on their carbon maturity, download the 2022 Carbon Maturity Report.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Jongeren wereldwijd voelen zich onvoldoende voorbereid om werk te vinden in de groene economie die van cruciaal belang is voor de aanpak van de klimaatcrisis. Dat blijkt uit onderzoek van Plan International onder 2.229 jongeren in 53 landen, waaronder Nederland. Slechts één op de drie jongeren (29 procent) tussen de vijftien en dertig jaar beschikt over de vaardigheden die nodig zijn voor banen waarmee we klimaatverandering aan kunnen pakken. Jonge vrouwen voelen zich nog eens minder voorbereid dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, terwijl klimaatverandering hen het hardst raakt.

Een wereldwijde overgang naar een groene, koolstofarme economie is essentieel om klimaatverandering te voorkomen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 graad Celsius. De Verenigde Naties berekenden dat het Klimaatakkoord van Parijs tot 2030 24 miljoen nieuwe banen kan creëren en dat het verduurzamen van de agrarische sector goed is voor 60 miljoen groene banen. Recent onderzoek van Plan International toont echter aan dat jongeren zich onvoldoende voorbereid voelen op die nieuwe banen.

Belangrijkste conclusies

  • Slechts één op de drie jongeren (29 procent) is van mening dat hun opleiding hen volledig heeft voorbereid op het aanpakken van de effecten van klimaatverandering.
  • Maar één op de tien (9 procent) van de ondervraagde jongeren heeft ooit gesolliciteerd naar een groene baan of is werkzaam in een baan die de effecten van klimaatverandering bestrijdt.
  • Een gebrek aan startkapitaal (38 procent) en vaardigheden (32 procent) vormen de belangrijkste barrières om aan de slag te gaan in de groene economie.
  • Slechts één op de vier jonge vrouwen (25 procent) voelt zich voorbereid op een baan in de groene economie, tegenover 33 procent van de ondervraagde jonge mannen.

Jongeren bezorgd over klimaatverandering

Van de ondervraagde jongeren heeft de overgrote meerderheid (94 procent) rechtstreeks te maken gehad met klimaatverandering, vooral door veranderingen in temperatuur of seizoenen en toenemende overstromingen, stormen en perioden van droogte of juist heftige regen. Negen van de tien (95 procent) van de ondervraagde jongeren maakt zich zorgen over de impact van klimaatverandering.

Jessica Cooke, expert klimaatverandering bij Plan International: “Jongeren zullen het langst moeten leven met de verwoestende gevolgen van de klimaatcrisis. De noodzaak om over te stappen van een door fossiele brandstoffen gedomineerde economie naar een groene economie is duidelijk en dringend. Toch toont dit onderzoek aan dat groene banen schaars en moeilijk te vinden zijn en dat jongeren die de arbeidsmarkt betreden zich niet voorbereid voelen om op deze banen te solliciteren.”

Klimaatverandering raakt meisjes wereldwijd harder

De ongelijkheid tussen meisjes en jongens neemt door klimaatverandering alleen maar toe. In tijden van droogte zijn meisjes bijvoorbeeld de eersten die school vroegtijdig verlaten om hun familie te helpen geld te verdienen, huishoudelijke taken uit te voeren of water en voedsel te zoeken. Dit maakt hen extreem kwetsbaar voor seksueel geweld, uitbuiting en/of misbruik.

Klimaatverandering leidt behalve tot schooluitval ook tot een toename van het aantal kindhuwelijken. De toenemende droogte leidt tot voedselschaarste, waardoor families wanhopig naar oplossingen zoeken om te kunnen overleven. Ze grijpen de bruidsschat aan als laatste redmiddel om hun gezin in leven te houden. Als ze hun dochter uithuwelijken betekent dat een mond minder om te voeden.

Green skills voor toekomstbestendige banen

Plan International streeft ernaar om klimaatbestendigheid en de beperking van negatieve klimaatverandering in al haar projecten te integreren. Zo worden gemeenschappen ondersteund in hun kennis en middelen om zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering en bevatten projecten op het gebied van onderwijs en werkgelegenheid klimaat- en milieumodules. Die curricula worden toegespitst op green skills, oftewel de kennis en vaardigheden om de invloed van de mens op het klimaat aan te pakken.

Plan International ondersteunt duurzame bedrijfsgroei met trainingen voor jonge, groene ondernemers en biedt jonge actievoeders de kans om wereldwijde klimaatconferenties bij te wonen en hun stem te laten horen, ook op politiek niveau.

Over het onderzoek

  • Het onderzoek is gebaseerd op een online enquête onder 2.229 jongeren tussen de 15 en 30 jaar in 53 landen. 61% van de ondervraagden was vrouw.
  • De meest respondenten zijn afkomstig uit Sub-Sahara Afrika (32%) en Oost-Azië en de Stille Oceaan (27%). Het merendeel van de ondervraagde jongeren woont in een laag- (20%) of lagere-middeninkomensland (47%). Zo’n 40 respondenten kwamen uit Nederland.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bierbrouwer Grolsch heeft met succes het eerste groen gas geproduceerd uit eigen afvalwater. Op het terrein van de brouwerij is een groen gasinstallatie geplaatst die jaarlijks 1 miljoen Nm3 groen gas uit biogas gaat produceren. Dit komt overeen met het gasverbruik van ongeveer 700 Twentse huishoudens. Het groen gas, een duurzame vervanger van fossiel aardgas, wordt bijgemengd in het bestaande aardgasnet. De technologie is geleverd door bio-energiebedrijf en plaatsgenoot HoSt Groep, die in deze ‘Energy as a Service’-samenwerking eigenaar en beheerder is van de installatie.

Susan Ladrak, Sustainability Manager Grolsch: “Met de komst van de warmteleiding – een duurzame samenwerking met Twence – was het noodzakelijk het in de afvalwaterzuivering geproduceerde biogas een andere bestemming te geven, waarin het nog steeds optimaal wordt benut. We zijn erg trots op deze groene, regionale samenwerking. Dicht bij huis zorgen we voor de verdere vergroening van de brouwerij en het gasnet, en op grotere schaal dragen we bij aan het behalen van de nationale klimaatdoelen op het gebied van CO2-, en stikstofreductie.”

Vanaf december gaat Twence duurzame warmte leveren via de nieuw aangelegde warmteleiding tussen Twence en Grolsch. Het biogas uit de waterzuivering van Grolsch werd eerst gebruikt voor verwarmen, maar krijgt nu als bestemming het produceren van groen gas. HoSt, die wereldwijd deze groen gassystemen bouwt, neemt het biogas af en zet dit om naar groen gas in de geplaatste biogasopwerker. “De overheid heeft ambitieuze doelen voor de productie en inzet van groen gas om onder meer de onafhankelijkheid van aardgasimport te vergroten. De schaalbare, schone en economisch efficiënte technologie om dit te realiseren is reeds beschikbaar en ook de kleinere regionale projecten zoals deze zullen daarvoor nodig zijn en dragen daar bij aan de doelen”, aldus Jelle Klein Teeselink, CEO HoSt Groep.

Van biogas naar groen gas

Biogas is vanwege het lagere methaangehalte niet geschikt voor het aardgasnet. Biogasopwerking met membraantechnologie is een bewezen techniek voor het produceren van groen gas. De membranen scheiden, door middel van een drukverschil in het membraan, het methaan van het CO2 en andere componenten. Het resultaat is twee gasstromen, waaronder het productgas met een hoge methaanwaarde die naar het gewenste methaangehalte van 89% wordt gebracht. Ter plekke wordt het groen gas met dezelfde eigenschappen als aardgas, inclusief de bekende gasgeur (THT), aan het gasnet geleverd.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering