[ad_1]

Emissievrij in 2030. Of met andere woorden: over acht jaar geen uitstoot meer van schadelijke broeikasgassen in onze projecten én in onze bedrijfsvoering. Dat is de ambitie van VolkerWessels die hoort bij de afgelopen jaar aangescherpte klimaatstrategie.

Jan de Ruiter, voorzitter Raad van Bestuur, licht de ambitie om in 2030 emissievrij te zijn toe: “VolkerWessels is een trots, lokaal betrokken en financieel gezond familiebedrijf, met een lange historie. De oplossingen die wij realiseren voor wonen, werken en mobiliteit, gaan een leven lang mee. We denken dus ook niet in jaren, maar in generaties. Vanuit die gedachte willen we verantwoordelijkheid nemen voor het klimaat en committeren we ons aan de afspraken in het Klimaatakkoord van Parijs. We richten ons enerzijds op het tegengaan van klimaatverandering en anderzijds op aanpassing aan klimaatverandering die reeds heeft ingezet.

Daar hoort ook een stevige ambitie bij waarmee we aansluiten bij de ambities van opdrachtgevers: in 2030 emissievrij. Voor een groot deel kunnen we dat zelf realiseren, voor het overige deel hebben we ook anderen nodig.”

Onze verantwoordelijkheid

Door in te zetten op slimme en gerichte maatregelen halen we op eigen kracht een CO2-reductie van meer dan 70% in 2030. Daarmee halen we ons ‘fair share’ op basis van de zogenaamde ‘science-based targets’-methodiek. We nemen hiervoor maatregelen zoals het verduurzamen van ons wagenpark en onze kantoorlocaties, het investeren in emissievrij materieel en het gebruikmaken van bouwlogistieke hubs. De exacte maatregelen worden per divisie uitgewerkt en vastgesteld.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Om volledig emissievrij te kunnen werken zijn we ook deels afhankelijk van anderen. We zoeken daarom intensief de samenwerking op met onze opdrachtgevers, regelgevers, de toeleveringsketen, kennisinstellingen en andere partners. Zo maken we bijvoorbeeld samen
afspraken over duurzaam gebruik van materialen zoals beton, asfalt en hout. Om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan investeren we samen in biodiversiteit en klimaatbestendigheid van bossen.

Lars van der Meulen, directeur duurzaamheid: “Emissievrij in 2030 is een aanscherping van onze strategie waar een aantal hele concrete maatregelen bij horen. Het is ook een manier om focus aan te brengen in ons beleid en helder aan de markt uit te leggen waar wij voor staan en wat we willen bereiken. We zijn transparant over onze doelstellingen, waar we verantwoordelijkheid voor nemen en welke uitdagingen we hebben.”

Het programma Emissievrij 2030 is samengevat in een infographic (download .pdf) en wordt uitgebreid toegelicht in ‘2021 in beeld, woord & cijfers’.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De oorlog in Oekraïne maakt het versnellen van de energietransitie en de omslag naar natuurvriendelijke landbouw en visserij nóg urgenter. Het zo snel mogelijk realiseren van de doelstellingen van de Europese Green Deal draagt hieraan bij. Maar we zien op het moment het omgekeerde gebeuren. Daarover maken Greenpeace, IVN Natuureducatie, IUCN-NL, LandschappenNL, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieu Federaties, Natuurmonumenten, SoortenNL, Stichting de Noordzee, Vogelbescherming Nederland en Wereld Natuur Fonds zich grote zorgen.

Olie en gas juist nu afbouwen

De huidige ontwikkelingen tonen eens te meer aan hoe onhoudbaar onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is. Door Russisch gas en olie te blijven gebruiken, brengen we grote schade toe aan ons klimaat én spekken we de oorlogskas van Poetin. Allebei zeer onwenselijk.

Nederland is, ná China, de grootste importeur van fossiele brandstoffen uit Rusland, vooral olie. Daarom zou juist nu een snelle en structurele inzet op energiebesparing, afbouwen van olie, gas en kolen en de overgang naar duurzame, natuurvriendelijke opwekking van energie onze prioriteit moeten hebben. Dit vraagt om een systeemverandering waarbij we écht de omslag maken naar een CO2-neutrale samenleving. Overstappen op olie en gas uit andere landen of alternatieven als kernenergie en kolencentrales bieden geen duurzame oplossing.

Juist nu doorpakken met vergroening landbouw en visserij

De oorlog in Oekraïne wordt door de landbouwsector helaas aangegrepen om de transitie naar een natuurvriendelijke en toekomstbestendige landbouw en visserij in Nederland en Europa te vertragen. Het argument dat daarbij wordt gebruikt, is dat de vergroenings- en duurzaamheidsmaatregelen de voedselzekerheid in gevaar zouden brengen. Het omgekeerde is waar. Klimaatverandering en de snel afnemende biodiversiteit zijn de grootste bedreigingen voor voedselzekerheid. De huidige situatie toont dan ook juist de urgentie aan om nu door te pakken met de vergroening, in Nederland en Europa.

Door als Europese landen in te zetten op minder gebruik van (Russische) kunstmest, kortere voedselketens, plantaardige voedsel- en eiwitbronnen, een gezonde bodem, en door te gaan met het verduurzamen van de visserijsector en het afbouwen van het gebruik van fossiele brandstoffen, zijn we minder afhankelijk van de wereldmarkt en zorgen we voor een toekomstbestendige en natuurvriendelijke landbouw en visserij.

Compensatie moet de energietransitie versnellen

De oorlog en bijkomende sancties zorgen voor stijgende benzineprijzen, oplopende energierekeningen en duurder voedsel. Bij compensatie van huishoudens met een lager inkomen is het wel van belang dat deze de transities in de landbouw en energie versnelt. Bijvoorbeeld door de huizen van mensen met lagere inkomens nu en gratis te isoleren (en deze huishoudens tot die tijd te compenseren).

De oorlog dwingt ons te kijken naar ons eigen handelen

De oorlog in Oekraïne is afschuwelijk en de gevolgen zijn ingrijpend. In eerste plaats vanwege de humanitaire crisis. Wij leven mee met de slachtoffers. Deze oorlog dwingt ons tegelijkertijd ook te kijken naar ons eigen handelen.

De ontwikkelingen in Oekraïne tonen ook vanuit geopolitieke redenen het belang aan van het klimaatakkoord van Parijs en het realiseren van de Green Deal van Eurocommissaris Timmermans. Het behalen van deze doelstellingen is een belangrijke voorwaarde om de energie- en landbouwtransitie te realiseren om daarmee ook onze afhankelijkheid van grondstoffen uit instabiele of ondemocratische landen af te bouwen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Automobilisten op de A35 kunnen er straks niet meer omheen: de aanleg van de ondergrondse leiding van Twence die bierbrouwer Grolsch gaat voorzien van duurzame warmte is officieel begonnen. Vandaag zetten beide directeuren en gedeputeerde van de provincie Overijssel Tijs de Bree de eerste schop de grond in. Vanaf eind 2022 kan de warmte door Grolsch worden ingezet. Hierdoor wordt haar CO₂-emissie met 72% gereduceerd: zo’n 5.500 ton per jaar.

Andrei Haret, Managing Director Koninklijke Grolsch: “Door de aanleg van de warmteleiding wordt aan het eind van dit jaar meer dan twee derde van de warmtevraag van Grolsch ingevuld door duurzame warmte van Twence. Hierdoor zijn wij in staat om in 2022 grotendeels over te schakelen van fossiele energie naar duurzame energie en zetten we opnieuw een grote stap in onze energietransitie ambitie. Vanzelfsprekend maakt dit ons ontzettend trots. Bovendien hopen we hiermee andere bedrijven te motiveren om voor duurzame oplossingen te kiezen!”

Marc Kapteijn, directeur Twence: “De warmtetransitie gaan we in Twente realiseren. Er liggen veel kansen voor het ontwikkelen van een duurzame warmtevoorziening. Een grote stap wordt nu gezet door de beschikbare warmte van Twence, geproduceerd uit niet-herbruikbaar afvalhout, in te zetten voor gebouwverwarming én het verwarmen van spoelwater voor bierflesjes. Hiermee leveren we een substantiële bijdrage aan de klimaat neutrale ambitie van Grolsch.”

Duurzame regio

Gedeputeerde Tijs de Bree over de gezamenlijke aanpak. “We staan voor de niet eenvoudige opgave om het aardgasverbruik in Overijssel terug te dringen. Met deze samenwerking laten Grolsch en Twence zien dat dit met de juiste instelling en doorzettingsvermogen kan. Door de aanleg van de warmteleiding wordt een enorme hoeveelheid CO₂ uitstoot bespaard, waarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd om het aardgasverbruik in Overijssel terug te dringen. Laat dit een inspiratie zijn voor andere bedrijven met restwarmte of een warmtevraag!”

De komende maanden wordt er hard gewerkt aan het aanleggen van de ondergrondse leiding. Naar verwachting zijn de bouwwerkzaamheden in het derde kwartaal afgerond. Vanaf oktober wordt er proefgedraaid en getest, waarna de duurzame warmte vanaf december 2022 door de brouwer gebruikt kan gaan worden voor het opwarmen van spoelmachines en pasteurs en voor het verwarmen van de gebouwen.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Second round of Net Zero Company Benchmark assessments show some corporate climate progress against key climate indicators, but find much more action is urgently needed from focus companies to support global efforts to limit temperature rise to 1.5°C.

  • While 69% of focus companies have set commitments to achieve net zero emissions by 2050 or sooner, overall Benchmark finds companies have failed to show progress across key indicators, including disclosure of 1.5°C-aligned medium-term emissions targets and capex strategies.
  • Benchmark sets urgent engagement priorities for USD 68 trillion investor-led initiative ahead of U.S. and European proxy season and as it marks the final year of its first phase.
  • Investor signatories will give focus companies another chance to step up action in 2022, with another round of assessments planned for later in the year.

New assessments released today by Climate Action 100+, the world’s largest investor engagement initiative on climate change, show some corporate climate progress against key climate indicators, but find much more action is urgently needed from focus companies to support global efforts to limit temperature rise to 1.5°C.

This is the second round of Net Zero Company Benchmark assessments to be released by Climate Action 100+ since March 2021. 166 companies on the initiative’s focus list were measured on their progress against the initiative’s three engagement goals and a set of key indicators related to business alignment with the goals of the Paris Agreement.

To reflect the pace of change required to limit global warming to 1.5°C and to ensure it is aligned with the most recent science-based policy, Climate Action 100+ updated the Benchmark methodology in 2022, assessing companies against the IEA’s more challenging Net Zero by 2050 scenario for available sectors. It also added new indicators and assessments focused on the just transition and climate accounting and audit to drive greater company ambition and reflect evolving investor priorities.

The assessments indicate overall year-on-year improvements on cutting greenhouse gas emissions, improving climate governance, and strengthening climate-related financial disclosures. Driven by engagement from Climate Action 100+ investor signatories, the results specifically show that:

  • 69% of focus companies have now committed to achieve net zero emissions by 2050 or sooner across all or some of their emissions footprint, a 17% year-on-year increase
  • 90% of focus companies have some level of board oversight of climate change
  • 89% of focus companies have aligned with TCFD recommendations either by supporting the TCFD principles or by employing climate-scenario planning.

However, it is alarming that the vast majority of companies have not set medium-term emissions reduction targets aligned with 1.5°C or fully aligned their future capital expenditures with the goals of the Paris Agreement, despite the increase in net zero commitments.

Specifically, the assessments reveal:

An absence of medium-term emissions reductions targets aligned with 1.5°C.
Only 17% of focus companies have set medium-term targets which are aligned with the IEA’s 1.5°C scenario and cover all material emissions.
Continued absence of Scope 3 emissions.
Just 42% of focus companies have comprehensive net zero by 2050 or sooner commitments that cover all material GHG emissions, including material Scope 3 emissions.
Alignment of capex strategies with net zero transition goals remains almost non-existent.
Only 5% of focus companies explicitly commit to align their capex plans with their long-term GHG reduction targets.
Companies are setting emissions reduction targets but don’t have the strategies to deliver them.
 Only 17% of focus companies have robust quantified decarbonisation strategies in place to reduce their GHG emissions.
A failure to integrate climate risk into accounting and audit practices.
No company has demonstrated that its financial statements are drawn up using assumptions consistent with net zero by 2050, as per a new indicator on climate accounting and audit assessed by CTI and CAP. This Benchmark indicator has been introduced into Climate Action 100+ for the first time this year.

These results are disappointing as they are focused on areas which demonstrate tangible translation of commitments into action, indicating what companies are going to do over the short term to achieve their longer-term goals. They also come amongst broader evidence that the world is failing to step up to the meet the challenges of the growing climate crisis.

In a newly released report, the Intergovernmental Panel on Climate Change warned that the window of opportunity to take any meaningful climate action is rapidly closing and worldwide emissions must fall by 45% by 2030 to have any chance at keeping global temperature rise under 1.5°C.

Climate Action 100+, which now includes 700 signatories responsible for USD 68 trillion in assets under management, is calling on all focus companies to step up climate ambition before a third round of Benchmark assessments is released later this year.

Investors are also expected to escalate pressure on companies and boards during the upcoming proxy season in the U.S. and Europe, following last year’s record high majority votes on climate proposals. The next several months will be a critical time for investors to support key climate shareholder resolutions, including those flagged by the initiative, that are aligned with the goals of the initiative and the Paris Agreement.

The Benchmark is clearly driving an increase in corporate disclosures from focus companies. TPI, which assessed companies against the Disclosure Framework with support from its data partner FTSE Russell, received a record number of responses from companies during the review period in December 2021[2] , signalling clear interest from companies to engage with the Benchmark. It also provided focus companies with a standardised way of reporting on corporate climate ambition, with the framework being increasingly used to frame net zero transition planning in company annual reports.

Sector and issue specific analyses from the Alignment Assessments, which complement the Disclosure Framework, finds that:

  • Less than one third of electric utility focus companies have a coal phaseout plan consistent with limiting global warming to less than 2°C, according to data from Carbon Tracker Initiative (CTI). This is concerning as the IEA’s Net Zero by 2050 roadmap, published in May 2021, says that in order to keep 1.5°C alive, coal-fired power must be phased out in advanced economies by 2030, and globally by 2040. [3]
  • CTI also finds that almosttwo thirds of oil and gas focus companies are still sanctioning projects inconsistent with limiting global warming to less than 2°C. The IEA’s Net Zero by 2050 roadmap made it clear that there can be no new oil and gas exploration and production if we are going to keep 1.5°C within reach.
  • There is a considerable gap between what companies are saying publicly on climate lobbying and doing in practice. 54% of focus companies have mixed direct engagement with Paris-aligned climate policy, according to InfluenceMap data. However, only 9% have broad alignment between their direct climate policy engagement activities and the Paris AgreementAlso concerning is that only 2% of focus companies are aligned with the Paris Agreement in their indirect climate policy engagement activities via their industry associations.
  • Almost no steel, cement, or aviation focus companies’ emissions intensities are aligned with limiting global warming to less than 2°C, 2° Investing Initiative (2DII) finds. Most utility companies are not adding renewables and other low-carbon technologies fast enough to limit global warming to 1.5°C. Similarly, most auto companies are not phasing out internal combustion engine vehicles and adding enough electric vehicles and hybrid vehicles fast enough to limit global warming to 1.5°C.

Members of the Climate Action 100+ global Steering Committee join investor calls for stepped up climate ambition and action:

Stephanie Maier, Global Head of Sustainable and Impact Investment at GAM Investments and current chair of the global Climate Action 100+ Steering Committee: “Overall the Net Zero Company Benchmark clearly shows that focus companies are not making the progress required to align with achieving the 1.5°C climate goal agreed in Paris and reaffirmed in Glasgow last year. Given that these companies represent the world’s largest corporate greenhouse gas emitters, their ambition and pace of change is critical to a successful transition and needs to accelerate. The latest IPCC report starkly outlined the social and economic imperative for this. As a consequence, we should expect a ratcheting of investor-led shareholder resolutions as well as increased scrutiny on transition plans brought to the vote, starting with the imminent AGM season.”

Stephanie Pfeifer, IIGCC CEO and current vice-chair of the global Climate Action 100+ Steering Committee: “The Climate Action 100+ initiative has shown that investors can influence companies through meaningful engagement and good stewardship. However, while there has been a level of progress by focus companies towards net zero by 2050 with the majority setting long-term targets, many remain far from where they need to be if they are to help limit a global temperature rise to 1.5°C. Investors are calling on focus companies to credibly set out details of their net zero transition plans and will step up their engagements to ensure companies move from target setting to delivery.”

Simiso Nzima, Managing Investment Director of Global Equity at CalPERS and a member of the global Steering Committee: “We will continue to use the power of collaborative engagements and proxy voting to drive action at our portfolio companies to align their climate ambitions with their long-term strategies and capital allocation decisions. As a long-term investor, we want our portfolio companies to execute sustainable business models and thrive in a low carbon economy.”

Mindy LubberCeres CEO and President and a member of the global Steering Committee: “While we welcome the new climate commitments from North American focus companies, companies are still not where they need to be to help stabilize the climate and mitigate the worst impacts of this growing crisis. Companies must ratchet up their climate ambition and action, and as we head into this year’s U.S. proxy season, investors will continue to use the results of the Climate Action 100+ Net Zero Company Benchmark to strengthen their own engagement and voting strategies. There is too much at stake. All eyes will be on companies and their investors as they work to respond to the results at the necessary speed and scale required.”

Seiji KawazoeSenior Stewardship Officer at Sumitomo Mitsui Trust Asset Management and a member of the global Steering Committee: “Asian companies have made encouraging progress on climate, but investors will expect many to publish clear and robust plans to reach net zero and assess their progress against their peers through the Climate Action 100+ Net Zero Company Benchmark. Company commitments will be expected to be more ambitious than the Nationally Determined Contributions in their markets where they are based and where proven effective the deployment of decarbonisation technologies to achieve climate goals”.

Rebecca Mikula-WrightCEO of AIGCC and IGCC and a member of the global Steering Committee: “Companies across Australia and Asia must respond to the very clear call from investors to accelerate their decarbonisation plans. The Climate Action 100+ Benchmark is a necessary and valuable tool for companies to understand investor expectations. It guides transparency around credible net zero emissions strategies. As part-owners, investors have a common goal to achieve short, medium and long term sustainable returns but they also need to see companies both managing and adapting to the increasing climate risks and also being successful in the transition by seizing opportunities. Net zero goals are the minimum expectation, and now investors need to see companies making faster progress executing their decarbonisation plans.”

Andrew Gray, Director, ESG and Stewardship at AustralianSuper and a member of the global Steering Committee: “We know that the current climate trajectory presents a systemic risk to investment portfolios and long-term returns to funds’ beneficiaries. This demands intensified engagement from investors, calling for near-term action from the companies they are invested in. Long-term engagement works and accountability is key.”

David AtkinCEO of PRI and a member of the global Steering Committee: “It’s very encouraging to see the great progress achieved by Climate Action 100+ and its signatories. This Benchmark clearly shows meaningful progress on important areas with 69% of focus companies having now committed to achieve net zero emissions by 2050 or sooner. However, it’s increasingly clear that we need to see more action, taken further and faster, to stand a realistic chance of keeping a 1.5˚C future alive. That means we need to see companies make ambitious, near-term targets, and that we need investors to continue to push for improved transparency and accountability through their stewardship programmes.”

Research and data organisations involved in the Benchmark provided comments:

Valentin Jahn, TPI Lead Research Analyst and TPI Climate Action 100+ Project Lead: “Although companies are not yet doing enough to limit global mean temperature rise to 1.5°C or even 2°C, the Climate Action 100+ Benchmark is a powerful asset in the climate mitigation toolbox. The long-term direction is clear as shown by the increase in 2050 net zero targets. However, this consensus is not yet tied to concrete action. Decarbonisation strategies should quantify the contribution of measures towards the company’s emission targets and companies should state their commitment to align their capital expenditure with their emission reduction goals together with a methodology detailing how such alignment is assessed. The Climate Action 100+ Benchmark framework is well placed to incentivise and measure progress on these crucial issues, backing up ambitions with concrete plans.”

Barbara Davidson, Head of Accounting, Audit, and Disclosure at Carbon Tracker Initiative: “Investors must urgently understand the level of capital at risk from continued use of fossil fuels, in order to work with companies to transition as quickly as possible. The Climate Accounting and Audit Alignment Assessment identifies the need for better transparency regarding impacts of the energy transition on companies’ financial positions and operations. It highlights inconsistencies across companies’ climate narratives, supporting investors in their assessment of corporate governance, allocation of capital, and investee engagement.”

David Pitt-Watson, Leader, Climate Accounting Project: “The acid test of whether a company is taking climate into account is revealed in the way it draws up its financial statements. For all Climate Action 100+ focus companies, climate is a material issue. Hence, in drawing up their accounts, climate risks must be considered and assumptions shown. Climate Action 100+ investors have demanded those assumptions are sustainable ones. But this is not yet happening. It needs to, since we won’t address global warming if in calculating profits, companies and their auditors simply turn a blind eye to the climate challenge”.

Maarten Vleeschhouwer, Head of PACTA at 2° Investing Initiative: “2° Investing Initiative is proud to contribute to Climate Action 100+’s work as a provider of alignment assessment indicators and member of the Technical Advisory Group. Using the PACTA methodology and Asset Resolution data, our analysis shows almost all focus list companies in the steel, cement and aviation sectors are significantly behind IEA net zero pathways. Additionally, while power and automotive focus list companies are starting to decrease production of coal power and ICE vehicles, planned investment in renewables and electric vehicles is nowhere near enough to be on a pathway to net zero. Critically, investors must also ensure that focus list companies are closing down coal power capacity, not just selling it off.”

Joe Brooks, Climate Action 100+ Investor Engagement Lead and Senior Analyst at InfluenceMap: “The science shows that robust government climate policy is a prerequisite for delivering net-zero emissions. Investors are increasingly clear they expect companies to support the passage of such measures, rather than block them. However, Climate Action 100+ companies are falling far short of these expectations. The majority of focus companies continue to obstruct or undermine ambitious climate policy, either directly or via memberships to industry associations acting on their behalf. Investors are in a unique position to be able to push focus companies towards implementing robust and transparent audit processes, to drive closer alignment between corporate climate policy engagement and the 1.5°C goal of the Paris Agreement.”

Climate Action 100+ will give focus companies another opportunity to step up and demonstrate progress with a further round of assessments to be released later this year.  Companies will be given the opportunity to provide additional disclosures or commitments, announced between 1st January 2022 and 13th May, to improve their Benchmark results.

Climate Action 100+, which is in its final year of phase 1, will continue with more ambitious goals as demanded by the urgency of the growing climate crisis.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Hoe ziet de industrie er in 2052 uit? En waar moeten we dan nu mee aan de slag? Een panel1 van 33 beslissers en professionals uit industrie, maatschappij, wetenschap en politiek boog zich de afgelopen maanden over deze vraag onder leiding van Royal HaskoningDHV. Daaruit kwamen 3 urgente maatregelen. Een en ander staat uitgebreid in het rapport ‘Industrietransitie 2052 – Een energiek perspectief’.  

Wat is er nodig? Allereerst een ‘man on the moon’ c.q. missiegedreven programma ‘Versneld verduurzamen van de industrie in 2042’. Vorm te geven als een publiek-private samenwerking nieuwe stijl, met één gezamenlijke missie en een ondernemender overheid die waarde(n)gericht stuurt. Dit is des te urgenter vanwege de invasie van Oekraïne, met torenhoge energieprijzen en toenemende schaarste aan grondstoffen als gevolg.

Daarnaast, grondstoffen, energie en industrie zijn onderling nauw verbonden. Deze samenhangende transities naar groene groei kent echter ook grenzen. Ze vergt een rechtvaardiger ‘social license to operate’ (mensenrechten) en politiek-bestendige democratische afspraken (‘governance structuurplan’). Groene groei noodzaakt tot andere grondstoffenketens en nieuwe industriële productieprocessen én -installaties. Geopolitieke overheidskeuzen moeten investeringen in die transitie van de industrie versterken.

Tenslotte, de industrietransitie is een urgent, ruimtelijk verhaal in een dichtbevolkt Nederland. Verkleinen van plastic-, water-, stikstof- en CO2-voetafdrukken is passen en meten, in de industrie, in de stad. Die fysieke en maatschappelijke samenhang vraagt met voorrang om slimmere aanpakken. En desnoods om een verschuiving van verleiden naar verplichten, van subsidies naar normen, van faciliteren naar regisseren, met instrumenten die sturen op waarde(n) in relatie tot risico’s. Zo kunnen we samen de industrietransitie waar maken.

1] Samen vertegenwoordigen zij de volle breedte van het maatschappelijk spectrum, van futuroloog tot directeur van een multinational, van lid van Duurzame Jonge 100 tot hoogleraar. In drie anonieme ronden gaven zij een transitiepad vorm van 2022 naar 2052 en identificeerden zij de 10 belangrijkste keuzen en interventies voor versnelling van de industrietransitie in 2022.

Vraag hier het rapport aan

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De beste temperatuur voor koffie is 20 graden, weet de Colombiaanse koffieboer Nancy Estela Nuños. Ze houdt niet van lauwe koffie, maar weet wel dat koffiestruiken goed gedijen bij die temperatuur. Nancy en 12,5 miljoen andere koffieboeren hebben door klimaatverandering grote problemen om goede koffie te oogsten. Inventieve oplossingen zoals boslandbouw maken boeren weerbaar, vangen CO2 af en zorgen voor meer inkomen. Daarom gaat het Droomfonds van de Nationale Postcode Loterij – 12,7 miljoen euro – dit jaar naar Solidaridad en partners voor een vijfjarig programma dat klimaatverandering én armoede bestrijdt. 

Heske Verburg, directeur van Solidaridad, vertelt over het programma: “Samen met kleinschalige boeren gaan we klimaatslimme koffieteelt breed toepassen en verder ontwikkelen. De boeren kunnen zich beschermen tegen klimaatverandering, broeikasgassen vastleggen en krijgen daarvoor betaald op de markt voor carbon credits. Voor het eerst krijgen kleine boeren op grote schaal toegang tot deze groeiende markt voor emissierechten. Nu zijn boeren vooral het slachtoffer van klimaatverandering, maar als onze plannen slagen, worden ze deel van de oplossing en onze klimaathelden.”

De beoogde resultaten van het vijfjarige programma zijn:

  • 100.000 boeren bedrijven klimaatslimme landbouw in Latijns-Amerika en Afrika

  • In 20 jaar wordt 19,5 miljoen ton CO2 vastgelegd (de uitstoot van 1,5 miljoen Nederlanders in 2020)

  • Boerengezinnen hebben extra inkomsten uit de verkoop van zogenaamde carbon-credits

  • Bedrijven gaan boeren betalen voor minder uitstoot en vastleggen van CO2

  • Klimaatslimme landbouw toegankelijk maken voor miljoenen boeren wereldwijd

Hoge bomen beschermen de bodem en koffie

Een methode die goed werkt, is boslandbouw – het aanplanten van hoge schaduwbomen tussen de koffiestruiken. Die beschermen de koffie en de bodem tegen hogere temperaturen, felle regens en zon. De schaduw komt de kwaliteit van de koffie ten goede en de bomen leveren bovendien fruit en noten. Ook nemen ze CO2 op uit de lucht, dat als koolstof wordt vastgelegd in bomen en de bodem. Daarmee kunnen de boeren nieuwe inkomsten verwerven.

Klimaatcompensatie nieuwe bron van inkomsten voor miljoenen boeren

Hoeveel CO2 wordt vastgelegd door bomen wordt onafhankelijk gemeten met behulp van satellieten (remote-sensing). Iedere ton CO2 is goed voor een carbon-credit. Die kunnen de boeren verkopen aan bedrijven die de uitstoot die ze niet kunnen vermijden willen compenseren. Die verkoop vindt plaats op Acorn, een platform voor emissiehandel van de Rabobank. Van de opbrengst gaat 80% naar de boeren. Zo krijgen de boeren een jaarlijkse vergoeding voor hun inspanningen om broeikasgassen vast te leggen. Er is een sterk groeiende vraag van bedrijven naar klimaatcompensatie met positieve sociale impact. In antwoord op die vraag wil Solidaridad een methode ontwikkelen die werkt voor miljoenen kleinschalige boeren wereldwijd.

Traceerbaarheid cruciaal voor samenwerking met boeren

Solidaridad ontwikkelt het programma in samenwerking met innovatiepartners. Met Cool Farm Alliance wordt gewerkt aan klimaatcompensatie voor boeren die hun bodem goed beheren en koolstof vastleggen in de bodem. Gamification-specialist &ranj ontwikkelt een methode om boeren te motiveren om klimaatslimme technieken door te voeren. Fairfood helpt koffiebedrijven om hun bonen tot aan de boer te traceren. Dat is nodig om samen met de boeren aan CO2-reductie te kunnen werken. “Het is mooi als een bedrijf onvermijdbare CO2-uitstoot compenseert, maar compensatie is pas een optie als boeren CO2 vastleggen”, aldus Sander de Jong, directeur van Fairfood. “Koffiebedrijven moeten de kleinschalige boeren waar ze hun koffie van betrekken, helpen om boslandbouw toe te passen”. Klimaatslimme landbouw is belangrijk. Diverse onderzoeken tonen aan dat 44 tot wel 70% van de uitstoot voor een kop koffie plaatsvindt tijdens de koffieteelt.

“Solidaridad gaat op een slimme manier vele kleinschalige boeren ondersteunen en klimaatverandering beperken“, zegt Dorine Manson, managing director van de Nationale Postcode Loterij. “Dat kleinschalige boeren nu toegang krijgen tot de groeiende markt voor carbon credits, is heel bijzonder. Het is beter voor het klimaat én de boer. Deze slimme en vernieuwende werkwijze spreekt ons enorm aan en we zijn heel blij dat we het project mogelijk kunnen maken, dankzij de deelnemers van de Postcode Loterij.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Maandag 28 maart werd door North Sea Port, Dow en Gutami in Terneuzen het nieuwe Zonnepark Mosselbanken officieel geopend. Het zonnepark zal 60MW aan groene stroom opwekken. Het 32 hectare grote zonnepark werd door Gutami Holding gerealiseerd op het bedrijventerrein Valuepark Terneuzen (de joint venture tussen Dow Benelux en het havenbedrijf North Sea Port).

De komende 15 jaar zal het zonnepark zonnestroom opwekken en verkopen aan het energiebedrijf Eneco. Voor (nieuwe) bedrijven op het industriecomplex is het mogelijk deze stroom af te nemen. De hoeveelheid jaarlijks opgewekte elektriciteit staat gelijk met een jaarverbruik van ruim 15.000 huishoudens.

Uitbreiding hernieuwbare energie

Met het zonnepark ondersteunen Dow, North Sea Port en Gutami de verduurzaming van de Zeeuwse energievoorziening. Dit gebeurt op een unieke locatie waar groene energieproductie op basis van zonne-energie, industriële energieconsumptie, logistieke bedrijvigheid en havenfaciliteiten samenkomen.

Deze investering in hernieuwbare energie zorgt voor nieuwe investeringen in het elektriciteitsnetwerk in North Sea Port en sluit aan bij de klimaatdoelstellingen van de regio. In totaal staat er in het hele grensoverschrijdende havengebied meer dan 290MWp aan opgesteld vermogen zonne-energie en 280MWp aan windenergie.

De industriële productielocatie van Dow

Dow is binnen het havengebied van North Sea Port een belangrijke industriële productielocatie en één van de grootste werkgevers in Zeeuws-Vlaanderen. Het hart van Dow in de Benelux ligt in Terneuzen. Dow Terneuzen is met 16 fabrieken en ongeveer 3.500 medewerkers de op één na grootste productielocatie van Dow wereldwijd.

North Sea Port en Dow werken actief samen met alle betrokken partners binnen het Smart Delta Resources platform (grote energie- en grondstof-intensieve bedrijven) om de ambitieuze doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord op het vlak van duurzaamheid te behalen.

Gutami Holding

Het Nederlandse Gutami Holding uit Zwolle is een duurzame energieleverancier. Gutami ontwikkelt, bouwt en exploiteert wereldwijd zonne-energieparken. Daarnaast verduurzaamt Gutami huizen in de Benelux.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag openen netwerkbedrijf Alliander en hernieuwbare energieontwikkelaar GroenLeven in Oosterwolde (Friesland) de allereerste binnenlandse waterstoffabriek naast een zonnepark in Nederland. Op deze locatie wordt met zonnepanelen opgewekte elektriciteit omgezet naar waterstof. Alliander en GroenLeven gaan hier onderzoeken op welke manier waterstof een rol kan spelen in gebieden waar de capaciteit van het elektriciteitsnet niet voldoende is om grootschalige opgewekte zonne-energie terug te leveren.

Nederland schakelt om naar een duurzame energievoorziening.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 minimaal 35 terawattuur aan duurzame elektriciteit wordt opgewekt uit grootschalige wind- en zonne-energie op land. Het aantal windmolen- en zonneparken groeit dan ook snel. Helaas kan niet alle duurzaam opgewekte elektriciteit altijd worden teruggeleverd aan het elektriciteitsnet. De grote toename zorgt ervoor dat op steeds meer plaatsen de maximale capaciteit van het net wordt bereikt. Om dit op te lossen moet het elektriciteitsnet minimaal worden verdubbeld. Dat vraagt om grote investeringen. Tegelijk zijn er mogelijkheden het net efficiënter te benutten. Bijvoorbeeld door de opgewekte elektriciteit te gebruiken voor het maken van waterstof.

Minder files op elektriciteitsnet

In Oosterwolde onderzoeken Alliander en GroenLeven de komende vijf jaar gezamenlijk op welke manier waterstof kan bijdragen aan het efficiënt gebruiken van het elektriciteitsnet. In het onderzoek kijkt Alliander of filevorming op het elektriciteitsnet kan worden verminderd of voorkomen en of waterstof een oplossing is om uitbreiding van het net te voorkomen. Voor de pilot heeft Alliander direct naast een zonnepark van GroenLeven een waterstofinstallatie gebouwd. Met deze installatie gaat GroenLeven met de elektriciteit uit haar zonnepark water omzetten naar waterstof. Deze 100% groene waterstof wordt vervolgens afgenomen door het lokale taxibedrijf Kort en brandstofleverancier OrangeGas uit Heerenveen. Naar verwachting kan jaarlijks 100.000 kilogram waterstof worden geproduceerd. Goed voor ongeveer 10 miljoen schone kilometer aan autoritten met een personenauto.

Daan Schut, CTO van Alliander: “Als netbeheerder zijn wij verantwoordelijk voor het transporteren van verschillende energiestromen door een energienet dat enorm aan verandering onderhevig is. Het is daarbij onze maatschappelijke taak om het energienet voor iedereen betrouwbaar, veilig en toegankelijk te houden. Om dat goed te kunnen doen, is het belangrijk dat we de ruimte op het net optimaal benutten. Dat we meer capaciteit uit ons bestaande net halen en slimmer met de beschikbare capaciteit omgaan. Daarbij willen we de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk houden. De pilot die we uitvoeren samen met GroenLeven geeft ons de gelegenheid om te kijken of waterstof kan bijdragen aan het efficiënt benutten van onze elektriciteitsnetten. Door met de opgewekte elektriciteit uit het zonnepark, waterstof te maken en die te gebruiken als brandstof om auto’s op te laten rijden, wordt ons net minder belast en gaat geen duurzaam opgewekte energie verloren.”

Waterstof als hernieuwbare energie

Naast dat wordt gekeken hoe de waterstofinstallatie kan meebewegen ten opzichte van de continue veranderende opwek vanuit het zonnepark, onderzoekt GroenLeven op welke wijze groene waterstof kan worden ingezet als hernieuwbare energie die opgeslagen kan worden.

“Samenwerken is essentieel om de energietransitie te laten slagen”, zegt Peter Paul Weeda, co-CEO van GroenLeven. “Congestie op het elektriciteitsnet zorgt nu voor vertragingen, terwijl we, zeker in het licht van het laatste IPCC-rapport, juist móeten versnellen. Samen met netbeheerders zetten we de schouders eronder om tot oplossingen te komen. Deze pilot met waterstof die we samen met Alliander uitvoeren, is daar een geweldig voorbeeld van, en sluit naadloos aan bij onze strategie. Als GroenLeven gaan we ons meer richten op brede hernieuwbare energieoplossingen en energielandschappen. Waar het accent in het verleden op zonne-energie lag, breiden we dit nu uit naar een mix van windenergie, energieopslag en dus ook waterstof. Zo leveren we een substantiële bijdrage aan de energietransitie in Nederland en aan een schonere, betere wereld voor toekomstige generaties.”

Symposium SinneWetterstof

De opening van de waterstofinstallatie in Oosterwolde wordt ingeleid met het symposium SinneWetterstof. Op dit symposium komt de regionale potentie van waterstof aan de orde. Onder leiding van Remco de Boer, onderzoeker en adviseur op het gebied van de energietransitie, gaan verschillende deelnemers die betrokken zijn bij de energietransitie in Friesland hierover met elkaar in gesprek. Tijdens het symposium wordt de waterstofinstallatie officieel geopend. Naar verwachting stroomt in juni voor het eerst waterstof door de leidingen van de installatie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag hebben brancheverenigingen FNLI en VNP namens negen industriële sectoren de Cluster Energie Strategie (CES) van ‘Cluster 6’ aangeboden aan minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie. Dit rapport beschrijft hoe deze sectoren de uitstoot van CO2 verder willen verminderen en wat daarvoor nodig is. Want bedrijven willen verder verduurzamen, maar de huidige randvoorwaarden daarvoor sluiten onvoldoende aan op de ambities van de bedrijven. Zo is een forse en tijdige uitbreiding van de benodigde infrastructuur essentieel om een betaalbare en haalbare energietransitie te realiseren. Met deze CES gaat Cluster 6 in gesprek met provincies en netbeheerders om de uitvoering gezamenlijk vorm te geven. Alleen zo kunnen bedrijven hun innovatiekracht ten volle benutten voor de energietransitie, kan de doelstelling van -55% CO2-uitstoot in 2030 worden behaald en blijven bedrijven competitief.

Cluster 6 telt negen zeer diverse sectoren met bedrijven met een CO2-reductieopgave, verspreid door heel Nederland. Deze sectoren onderschrijven de klimaatdoelstellingen en bedrijven nemen hun verantwoordelijkheid. Al een flink aantal jaren zetten zij zich succesvol in om CO2-uitstoot te reduceren, maar de huidige middelen voor verdere verduurzaming zijn niet toereikend. Zo lopen energiekosten op terwijl er tegelijkertijd onvoldoende handelingsperspectief wordt geboden om te investeren in innovatieve verduurzamingstechnieken. Met deze CES is in ieder geval een goede stap gezet in de zichtbaarheid van Cluster 6 en is er oog gekomen voor de benodigde randvoorwaarden om de klimaatambities te kunnen waarmaken.

Zonder infrastructuur geen energietransitie

De blik van netbeheerders en provincies moet ook op bedrijven uit Cluster 6 gericht zijn. Deze bedrijven, buiten de grote vijf industrieclusters, hebben toegang nodig tot nieuwe duurzame energie-infrastructuur die is berekend op grote opgaven zoals elektrificatie. Naast de infrastructuur zelf is ook coördinatie over de regio’s en provincies heen noodzakelijk. Veel van de mogelijke oplossingen van de knelpunten liggen op regionaal of provinciaal niveau. Dilemma’s rondom de infrastructuur zijn onder andere de vergunningsprocedures en de afweging en bepaling van welk verzoek van een bedrijf wanneer wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld voor een verzwaring van de aansluiting op het elektriciteitsnet.

Oplopende energiekosten enerzijds, weinig handelingsperspectief anderzijds

Bedrijven lopen met hun plannen voor verduurzaming vast op onder andere een zeer beperkte toegang tot infrastructuur en de hoge kosten die ze hiervoor maken. Bijvoorbeeld vanwege de grote afstand tot de hoofdinfrastructuur. Daarbij komt dat het systeem van heffingen (ODE) en subsidies onvoldoende is afgestemd op de karakteristieken en behoeften van deze bedrijven. Vooral het mkb betaalt onevenredig veel aan heffingen en heeft nauwelijks toegang tot subsidies. Dat gaat ten koste van de investeringen die zij kunnen doen. Daarnaast worden ze geconfronteerd met verhoogde CO2-reductiedoelstellingen.

Verder inventariseren van behoeften

Met het huidige rapport zijn de inzichten van de deelnemende bedrijven in kaart gebracht. Het geeft een goed, eerste beeld van de behoeften en zwakke plekken die er zijn met betrekking tot energie-infrastructuur. Met de inbreng van een groeiend aantal deelnemende bedrijven en samen met provincies en netbeheerders zal de dekkingsgraad van deze CES steeds verder worden verhoogd. Er wordt ingezet op het verder inventariseren en zichtbaar maken van de knelpunten en behoeften vanuit Cluster 6 en op het versterken van de Regionale Energie Strategie (RES).

Totstandkoming van de CES, samenstelling Cluster 6 en reacties

De Cluster Energie Strategie is opgesteld met inbreng van alle negen sectoren die deel uitmaken van Cluster 6. Water & Energy Solutions heeft de benodigde data verzameld bij circa 150 productielocaties en verwerkt. De sectoren worden vertegenwoordigd door de volgende brancheorganisaties:

FNLI: Voedingsmiddelenindustrie

FME en Metaal Nederland: Metaalindustrie

KNB: Keramische industrie

NLDigital: ICT-sector

NOGEPA: Olie- gas exploratie bedrijven

VA: Afval- en recyclingsector

VNCI: Chemische industrie

VNG: Glasindustrie

VNP: Karton- en papierindustrie

FNLI – Cees-Jan Adema, Directeur: “Voedingsmiddelenbedrijven zijn van groot belang voor de werkgelegenheid en leefbaarheid in de provincies waar zij gevestigd zijn. Mede daarom is een goede en tijdige energie-infrastructuur in iedere provincie noodzakelijk.”

FME – Theo Henrar, Voorzitter: “Ik roep minister Jetten voor Klimaat en Energie en minister Van der Wal-Zeggelink voor Natuur en Stikstof op de procedure voor CO2 en NOx-reductie onderling af te stemmen en te versimpelen. Anders lopen we een enorm risico dat stikstofregels zorgen voor grote vertraging bij de vergunningen om installaties en gebouwen te mogen aanpassen t.b.v. duurzame energie.”

KNB – Nienke Homan, Voorzitter: “Voor het reduceren van de CO2-uitstoot bij het maken van bouwkeramiek zoals dakpannen, bakstenen en tegels, is het essentieel dat fabrikanten concreet weten welke groene infrastructuur zij wanneer kunnen verwachten. Deze eerste CES zet aan tot verdere concretisering, zodat onze fabrikanten zich kunnen voorbereiden.” Metaal Nederland – Hans van den Berg, Voorzitter: “Een doel zonder plan is slechts een wens. Om van fossiele energie over te schakelen naar andere bronnen hebben onze bedrijven op tijd een stevige aansluiting op het elektriciteitsnet nodig. Deze Cluster Energie Strategie is dat plan.”

NLDigital – Jeroen van der Tang, Public Policy Manager Duurzaamheid: “Goed dat in de CES van Cluster 6 ook de groei van datacenter-clusters is meegenomen in de vraag naar elektriciteit voor verduurzaming. De digitale sector is immers al volledig elektrisch en gebruikt bijna volledig groene stroom.”

NOGEPA – Arendo Schreurs, Director: “De Nederlandse aardgassector is onmisbaar in de energietransitie. Niet alleen is de klimaatvoetafdruk van Nederlands aardgas klein, de industrie speelt een grote rol bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën, zoals CO2-opslag en de productie van waterstof. Onze kennis, menskracht en infrastructuur kan worden ingezet voor de energietransitie en het versneld CO2-neutraal maken van andere cluster 6 industrieën en tegelijkertijd de eigen CO2-uitstoot fors te reduceren.”

Vereniging Afvalbedrijven – Robbert Loos, Directeur: “Uit deze CES blijkt dat de afvalsector op vele plaatsen een belangrijke rol vervult in de productie van warmte en elektriciteit. Hiermee wordt de afhankelijkheid van bijvoorbeeld gas als fossiele brandstof voor zowel de industrie als ook de bebouwde omgeving verminderd. Een deel van deze energiestromen is bovendien vrij van fossiele CO2-emissie. AVI’s hebben daarnaast nog meer mogelijkheden om een grotere rol te spelen in de Nederlandse CO2-emissiereductieopgave. Echter, op verschillende onderwerpen is het handelingsperspectief niet duidelijk en ontbreekt voldoende financiële incentive.”

VNCI – Martijn Broekhof, Hoofd Klimaat, Energie, Innovatie en Duurzaamheid: “Chemiebedrijven in de regio staan klaar om te investeren in CO2-reductie om zo de klimaatdoelen van 2030 halen. Dat betekent wel dat ze nu keuzes moeten maken voor de te volgen route: wordt het elektrificatie, waterstof of eerst grondstoffen verduurzamen? Het onderzoek dat Water Energy Solutions voor ‘Cluster 6’ heeft gedaan, laat zien waar de knelpunten in de infrastructuur zitten en welke stappen gezet moeten worden om die te verhelpen. Dat is nodig zodat ook de chemie in de regio kan werken aan klimaatneutraal én circulair in 2050.”

VNG – Peter van Rhede van der Kloot, Voorzitter: “De Nederlandse Glasindustrie staat voor optimale samenwerking tussen industrieën en samenleving om zo efficiënt mogelijk de energie en materialen te benutten en daarmee onze impact op het klimaat maximaliseren.”

VNP – Gerrit Jan Koopman, Directeur: “Als sector waarin circulariteit van nature een belangrijke rol speelt zijn papier- en kartonbedrijven klaar voor verdere verduurzaming van hun processen en keten. We kunnen het niet alleen: we trekken graag op met netbeheerders, collega-sectoren en de overheid. Alleen samen laten we onze klimaatambities slagen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

FrieslandCampina start als eerste in Europa een grootschalige pilot om op het boerenerf praktijkervaring op te doen met Bovaer®, het innovatieve voeradditief van DSM dat de methaanuitstoot van koeien met gemiddeld 30 procent verlaagt. De EU keurde het middel in februari 2022 goed voor gebruik, waarop de partijen meteen besloten tot deze pilot. De Nederlandse voerleverancier Agrifirm zal het voeradditief aan de deelnemende boeren leveren. Met innovaties als deze bouwen melkveehouders voort op de duurzaamheidsverbeteringen door de jaren heen en dragen ze bij aan een duurzaam voedselsysteem.

De samenwerking tussen de Nederlandse bedrijven FrieslandCampina, DSM en Agrifirm op het gebied van Bovaer® is een belangrijke stap in de verdere verduurzaming van de zuivelsector. Het is de bedoeling dat ongeveer 200 Nederlandse, FrieslandCampina-melkveebedrijven in de tweede helft van 2022 aan de pilot deelnemen. Afhankelijk van de uitkomsten wordt het gebruik van Bovaer® vanaf 2023 verder opgeschaald.

Hein Schumacher, CEO Royal FrieslandCampina: “Uiteindelijk willen we dat al onze zuivel netto klimaatneutraal wordt. Dat gaat niet van de ene op de andere dag, maar we zetten er wel op in. Naast oplossingen zoals het gebruik van groene energie, bij voorkeur opgewekt door onze leden, is reductie van de broeikasgasuitstoot van koeien een van de routes naar ons klimaatdoel. Dat vraagt om veel innoveren en testen. Dat gaan we nu ook doen met Bovaer, echt een vernieuwend veevoeradditief van DSM dat de methaanuitstoot van koeien significant vermindert. We weten dat onze leden altijd open staan voor innovaties en verdere verduurzaming en met deze pilot kunnen we als eerste zuivelonderneming in Europa waardevolle praktijkervaring met Bovaer opdoen.”

Dimitri de Vreeze, Co-CEO Royal DSM: “Er is geen tijd te verliezen als het gaat om het terugdringen van broeikasgassen. Het verminderen van methaanemissies is de snelste manier om de opwarming van de aarde tegen te gaan, zoals onderstreept tijdens de laatste Klimaattop in Glasgow. Ik ben trots dat wij, FrieslandCampina en DSM, de melkveehouderij een oplossing kunnen bieden waarmee ze een grote bijdrage kan leveren aan één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Samenwerking, nieuwe denkwijzen en baanbrekende innovaties zijn cruciaal voor een duurzame veehouderij. Daarbij is het belangrijk dat de melkveehouder beloond wordt voor duurzaamheidsinitiatieven.”

Innovatie

Bovaer® is een voeradditief voor koeien en andere herkauwers. DSM heeft het additief in tien jaar tijd bedacht en ontwikkeld. Slechts een kwart theelepel Bovaer® per koe, per dag in het voer vermindert de methaanuitstoot gemiddeld met 30 procent. Het voeradditief draagt direct bij aan een aanzienlijke vermindering van de ecologische voetafdruk van vlees-, melk- en zuivelproducten. DSM adresseert door middel van zijn ‘Food System Commitments’ een aantal urgente maatschappelijke en milieutechnische uitdagingen die zijn gelinkt aan hoe de wereld tegen 2030 voedsel produceert en consumeert. Een van die toezeggingen is om het mogelijk te maken de wereldwijde emissies van zuivelproductie met minimaal 20 procent te verlagen. Bovaer® is eind vorig jaar goedgekeurd voor gebruik in Brazilië en Chili, gevolgd door EU-goedkeuring begin 2022.

30 procent minder methaanuitstoot

In 2030 wil FrieslandCampina samen met zijn leden-melkveehouders 33 procent lagere broeikasgasuitstoot op het boerenerf realiseren. Hiertoe werkt de zuivelcoöperatie aan diverse oplossingen zoals het opwekken van duurzame energie op de boerderij, het gebruik van gegarandeerd ontbossingsvrije soja in het veevoer en nu dus ook het verminderen van methaanuitstoot van koeien door middel van Bovaer®. Eerdere proeven met Bovaer® op de Dairy Campus in Leeuwarden lieten een methaanreductie van gemiddeld 30 procent enterische emissies* per kilogram melk zien. Dit leidt tot een verkleining van de CO2-footprint met ongeveer 10 procent.

Tijdens de pilot zullen de deelnemende melkveebedrijven Bovaer®, dat door landbouwcoöperatie Agrifirm in het rantsoen wordt gepast, gedurende zes maanden aan hun dieren voeren. Daarnaast is er met andere voerleveranciers contact over het vervolg.

Dick Hordijk, CEO Royal Agrifirm Group: “Vanuit onze landbouwcoöperatie zijn wij iedere dag bezig met voeroplossingen die bijdragen aan het verbeteren van voedselproductie om zo toekomstige generaties op een verantwoorde wijze te kunnen blijven voeden. Dit additief is één van de oplossingen die helpt bij emissiereductie en ontvangen we daarom met veel enthousiasme.”

Tijdens de pilot worden door middel van workshops en enquêtes de bevindingen van de melkveehouders verzameld. Uiteraard zullen ook de economische aspecten en kosten en baten worden meegenomen. FrieslandCampina hecht er veel waarde aan dat iedere melkveehouder een eerlijke vergoeding ontvangt voor de geleverde melk en de duurzaamheidsinspanningen op het boerenerf.

Foto v.l.n.r. Hein Schumacher (CEO FrieslandCampina), Dimitri de Vreeze (co-CEO DSM) en Richard Korrel (Boerderij Polderzicht).

* Enterische emissies zijn de methaanemissies die voornamelijk ontstaan tijdens de fermentatie in de pens van herkauwers zoals runderen.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering