[ad_1]

VDL Bus & Coach en RWE werken samen in het innovatieve project Anubis, waarbij 43 ion-lithium batterijen een ‘tweede leven’ krijgen: na intensief gebruik in elektrische bussen van fabrikant VDL worden gebruikte batterijendoor RWE gekoppeld op het terrein van de elektriciteitscentrale in Moerdijk, om zo een energieopslagsysteem te vormen. Op deze manier leveren de ‘second life’ batterijen een belangrijke bijdrage aan de stabiliteit van het elektriciteitsnet en helpen ze het net te ontlasten door vraag en aanbod in balans te houden.

Roger Miesen, CEO RWE Generation SE: “RWE loopt voorop bij de ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor energieopslag. Batterijen zijn zeer geschikt om vraag en aanbod van elektriciteit in evenwicht te houden en zo het net te helpen stabiliseren. Met Anubis zullen we second-life batterijen verder gebruiken als duurzaam alternatief voor nieuwe batterijen. Dit is een kans om snel, efficiënt en duurzaam hoogwaardige opslagoplossingen te bieden. Met dit project doen we ervaring op die ons zal helpen bij het ontwikkelen van toekomstige batterijprojecten.”

Paul van Vuuren, CEO VDL Bus & Coach, vult aan: “In dit project gebruiken we in eerste instantie de batterijen van 43 elektrische VDL-bussen die sinds 2016 in Eindhoven rijden. Deze voertuigen krijgen momenteel een nieuw en groter batterijpakket, maar de gebruikte batterijen hebben nog voldoende capaciteit om in een opslagfaciliteit te worden gebruikt. In Europa zijn we een voorloper op het gebied van elektrisch openbaar vervoer. Het aanbieden van een duurzame circulaire oplossing voor onze batterijen past in onze strategie. De toepassing ervan vergt echter nog veel nieuwe kennis en ontwikkeling. Samen met RWE gaan we daarom in dit project veel testen en data verzamelen, zodat we nog meer kunnen bijdragen aan de verduurzaming van onze samenleving.”

VDL en RWE willen de komende jaren nog meer batterijen uit bussen op deze manier inzetten. De vraag naar elektrische bussen neemt in Nederland en omringende landen snel toe, terwijl ook de behoefte aan opslagcapaciteit groeit. Ervan uitgaande dat na 2030 alle bussen en een toenemend aantal auto’s en vrachtwagens in Nederland op elektriciteit rijden, zal elk jaar meer dan 150.000 ton batterijen het einde van hun eerste levenscyclus bereiken. Deze batterijen worden momenteel als afval beschouwd en als zodanig meestal naar recyclingbedrijven in het buitenland gebracht. Door deze batterijen in plaats daarvan in opslagfaciliteiten te gebruiken, wordt hun productieve levensduur verlengd. Dit vermindert ook het gebruik van grondstoffen zoals zeldzame aardmetalen. Bovendien draagt Anubis bij tot de vermindering van de CO2-uitstoot, aangezien de CO2 voetafdruk van de productie van batterijen over veel meer jaren en laadcycli wordt gespreid. Aan het einde van hun levenscyclus worden de batterijen op een verantwoorde wijze ontmanteld en worden de materialen zoveel mogelijk hergebruikt.

Wind- en zonne-energie zijn weersafhankelijk en daarom fluctueert de aan het netwerk geleverde energie. Batterijopslag kan op drie manieren de overgang naar een duurzamere energievoorziening ondersteunen. Om te beginnen kunnen batterijen in tijden van veel of weinig productie uit hernieuwbare bronnen energie opslaan of leveren om vraag en aanbod in evenwicht te brengen. Ten tweede wordt de bestaande netwerkcapaciteit efficiënter gebruikt door vraag en aanbod op piekmomenten te verminderen en kunnen meer leveranciers en afnemers op het netwerk worden aangesloten. Ten slotte kunnen de batterijen op verzoek van netbeheerder TenneT snel energie opslaan of leveren en zo de frequentie van het hoogspanningsnet helpen stabiliseren.

De geplande opslagfaciliteit in Moerdijk zal naar verwachting in 2023 operationeel worden. RWE werkt al aan batterijprojecten in Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk en de VS. In haar aanbod voor de tender voor het offshore windpark Hollandse Kust West heeft RWE ook een voorstel opgenomen voor de bouw van de grootste batterij in Noord-Nederland. Hierdoor wordt het de komende jaren gemakkelijker om duurzame productiecapaciteit op het net aan te sluiten.

Het eerste project van RWE van deze aard werd in 2021 in gebruik genomen, met een energieopslagsysteem bestaande uit gebruikte ion-lithium batterijen van Audi op het terrein van de waterkrachtcentrale in Herdecke, Noordrijn-Westfalen. Het is de ambitie van RWE om zijn batterijopslagcapaciteit te laten groeien tot 3 gigawatt in 2030.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Veel consumenten begrijpen de informatie die bedrijven geven over CO2-compensatie slecht. De helft van hen ziet geen of weinig verschil tussen CO2-reductie en CO2-compensatie. De term ‘CO2-neutraal’ begrijpen de meeste consumenten niet. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft laten onderzoeken in hoeverre consumenten de claims over CO2-compensatie bij aankoop van een vliegticket begrijpen. De ACM concludeert dat misleiding rond het gebruik van deze duurzaamheidsclaims op de loer ligt en pakt misleidende claims aan.

Edwin van Houten, directeur Consumenten van de ACM: “Steeds meer bedrijven compenseren de CO2-uitstoot van de producten en diensten die zij verkopen. Het is belangrijk dat de informatie die zij hierover geven duidelijk is voor consumenten. Uit ons onderzoek blijkt dat consumenten de term ‘CO2-neutraal’ slecht begrijpen, evenals het verschil tussen CO2-reductie en CO2-compensatie. Misleiding ligt bij het gebruik van vage en onduidelijke termen op de loer. Daar treden wij dan ook tegen op.”

Consumentenonderzoek CO2-claims

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek naar de waardering van CO2-claims bij de aankoop van vliegtickets zijn:

  • Termen zoals ‘CO2-neutraal’ worden slecht begrepen.
  • Minder dan de helft van de consumenten ziet verschil tussen CO2-reductie en CO2-compensatie.
  • Consumenten hebben weinig vertrouwen in CO2-compensatieclaims en denken dat onafhankelijke certificaten het vertrouwen zouden vergroten.
  • Consumenten vinden duidelijke uitleg van CO2-compensatieclaims belangrijk. Meer, betere en duidelijkere informatie zal hen helpen in beter begrip van CO2-compensatieclaims. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek dat extra informatie niet altijd leidt tot een andere aankoopbeslissing.
  • Vier op de tien consumenten vindt het belangrijk dat een vorm van CO2-compensatie wordt geboden, maar in de praktijk is de prijs het belangrijkste aspect bij de aankoop van een vliegticket.

Deze uitkomsten laten zien dat er een serieus risico op misleiding is bij het gebruik van algemene en vage termen, zoals ‘CO2-neutraal’ en ‘klimaatneutraal’. Bedrijven moeten deze termen dan ook vermijden en een duidelijke en concrete uitleg geven bij hun claims. De ACM ziet dat bedrijven in verschillende sectoren gebruik maken van deze algemene en vage termen. De ACM zal de komende tijd extra letten op het gebruik van misleidende CO2-claims. Zij roept consumenten en bedrijven op om signalen te melden over algemene of vage CO2-compensatie claims. De signalen kunnen leiden tot handhaving.

Waar moet je als consument op letten?

Als consument moet je claims over CO2-compensatie kritisch bekijken. Er zijn veel aanbieders van projecten voor CO2-compensatie, de een betrouwbaarder dan de ander. Bovendien betekent het feit dat de CO2-uitstoot wordt gecompenseerd niet dat alle klimaatschade teniet is gedaan. CO2-compensatie is dus iets anders dan het verminderen van CO2-uitstoot, oftewel CO2-reductie.

Let bij het kopen van een product waarvoor de CO2-uitstoot wordt gecompenseerd op de volgende punten:

  • Is het project onafhankelijk gecertificeerd?
  • Is duidelijk hoeveel CO2 wordt gecompenseerd en hoe dit is berekend?
  • Kun je zien hoe de CO2 wordt gecompenseerd, in welke projecten?

Strengere regels

Hoewel het doen van misleidende duurzaamheidsclaims, of ‘greenwashing’, onder het huidige consumentenrecht al verboden is, wordt wetgeving hierop verscherpt. In het recente Europese wetsvoorstel “Versterken van de positie van de consument voor de groene transitie” worden duidelijke grenzen gesteld aan het gebruik van termen zoals ‘klimaatneutraal’ en ‘CO2-neutraal’. Dit om misleiding te voorkomen en  consumenten in staat te stellen bewust duurzame keuzes te maken. De ACM onderstreept het belang hiervan.

ACM en duurzaamheid

De ACM laat markten werken voor mensen en bedrijven, nu en in de toekomst. Duurzame producten en duurzame consumptie zijn essentieel voor een toekomstbestendige samenleving. De ACM draagt hieraan bij door het toezicht op duurzaamheidsclaims van bedrijven. Consumenten moeten met vertrouwen een duurzame keuze kunnen maken. Bedrijven die zich inspannen voor duurzaamheid moeten worden beschermd tegen bedrijven die oneerlijk concurreren door gebruik te maken van misleidende claims. Ook wil de ACM de juiste voorwaarden scheppen om de transitie naar een meer duurzame economie te bevorderen. De ACM neemt belemmeringen weg en geeft ruimte waar het kan.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bugatti is de winnaar in een recent onderzoek naar CO2. Niet als het gaat om de CO2-uitstoot per gereden kilometer, wél als het gaat om CO2-uitstoot van de website. Het automerk stootte met hun site namelijk het minste uit, zo blijkt uit onderzoek van het Groningse B2Design. De Gemeente Haarlem komt in dat onderzoek als tweede uit de bus, de Gemeente Maastricht eindigt op de derde plaats.

Minder plastic gebruiken, iets korter douchen, de verwarming een graadje kouder zetten: er zijn veel manieren om te zorgen voor minder CO2-uitstoot. Ook websites kunnen daarin verschil maken.

Ieder websitebezoek kost namelijk energie. Energie voor de server waar pagina’s worden opgevraagd. Energie om teksten, afbeeldingen en video’s naar de bezoeker te krijgen (dataverkeer). Energie om deze elementen te renderen (computer rekenkracht) én energie om de website uiteindelijk op een scherm te projecteren.

Onderzoek naar 258 websites

B2Design onderzocht 258 websites in 8 verschillende categorieën, om te kijken welke websites een lage uitstoot hebben – en welke niet. Zoals hieronder te zien is, doet Bugatti het in de top 50 het beste qua CO2-uitstoot. De CO2-uitstoot per unieke bezoeker is bij het automerk Bugatti het laagst van alle onderzochte websites, terwijl de uitstoot bij voetbalclub Dinamo Kiev het hoogst is.

Dit zijn alle ‘winnaars’ per categorie, de sites met de laagste uitstoot:

Uit het onderzoek volgen een aantal interessante uitkomsten:

  • Slechts 73 van de 258 websites scoren een voldoende;
  • De gemiddelde uitstoot per website is: 3,598593625 gram CO2-uitstoot per bezoeker;
  • De website van voetbalclub Dynamo Kiev is een grootverbruiker met 55,963 gram CO2-uitstoot per websitebezoeker;
  • Alle bezoekers (bijna 1,5 miljoen) van ajax.nl zorgden in juni 2022 voor een totale website-uitstoot van 4873 kilogram. Daar kunnen de lampen in De Kuip 680 minuten van branden;
  • Alle bezoekers van Tesla.com zorgden in juni 2022 voor een totale CO2-website uitstoot van 5851 kilo. Daar kun je 188.745 kilometer mee rijden in een Tesla.

Reactie van voetbalclub PSV (3e plaats): “We zijn ons altijd bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, ook als het gaat om CO2-uitstoot, en zijn daardoor ook continu op zoek naar verbetering. Want ondanks dat we het niet ‘slecht’ doen, zijn we blij met de verbeterpunten uit het rapport, welke we serieus gaan bekijken en waar mogelijk door gaan voeren.”

Reactie van Erwin Hofman, pagespeed-expert bij erwinhofman.com: “Via Microsoft & Google’s serverparken in Nederland, streaming en blockchain krijgt online duurzaamheid meer aandacht. Maar binnen websites en shops spreekt het nog niet altijd tot de verbeelding, terwijl het cumulatief een groot verschil kan maken. En het mooie: er is een sterk verband tussen een CO2-vriendelijke website en een snelle en dus beter converterende website.”

Meer informatie

Bekijk alle onderzoeksdata hier

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Woensdag 12 oktober lanceerde de gemeente Utrechtse Heuvelrug en 27 lokale Klimaatpartners het Lokaal Klimaatakkoord Utrechtse Heuvelrug. Een doe-akkoord waarmee inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties afspreken samen te gaan werken om hun CO2-uitstoot terug te dringen én de energierekening omlaag te brengen. Dit doen zij door van elkaar te leren, elkaar te inspireren, te motiveren en te helpen. Het digitale platform heuvelrugdoetmeer.nl en de Klimaattafels gaan hierin een belangrijke rol spelen.

Wethouder Duurzaamheid Karin Oyevaar: “Een platform met verhalen en tips om te verduurzamen en energie te besparen is meer dan welkom! Niet alleen omdat we willen helpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, maar ook omdat energieprijzen de pan uit rijzen en veel inwoners momenteel grote moeite hebben met het betalen van hun energierekening. Mensen liggen er wakker van, weten niet waar te beginnen. Ook van lokale bedrijven en organisatie krijgen we deze signalen. We denken dat het helpt krachten en kennis te bundelen.”

Op heuvelrugdoetmeer.nl staan verhalen en tips van inwoners voor andere inwoners. Via dit platform delen zij met welke maatregelen zij hun energieverbruik – en ook de energierekening – omlaag hebben weten te brengen. De bedoeling is dat inwoners elkaar hier weten te vinden en dat steeds meer inwoners ook zelf hun tips en adviezen op dit platform gaan delen. Ook het starten van een gezamenlijk initiatief hoort hier thuis. Het zou mooi zijn als inwoners elkaar op die manier kunnen inspireren en vooral ook helpen.

Het samenbrengen van bedrijven en maatschappelijke organisaties gebeurt aan de Klimaattafels. Karin Oyevaar: “Maar liefst 27 partijen uit het onderwijs, bedrijfsleven, natuurbeheer, sport en recreatie ondersteunen het lokaal klimaatakkoord en kunnen zich Klimaatpartner noemen. We hebben deze Klimaatpartners uitgenodigd om de komende periode deel te nemen aan zogenaamde Klimaattafels. Aan die tafels gaan ze, vanuit hun gemeenschappelijke achtergrond, bedenken hoe de CO2-uitstoot kan worden verminderd. Goed om te zien dat er zoveel betrokken organisaties in onze gemeente zijn die samen met dit onderwerp aan de slag willen! Ik hoop dat www.heuvelrugdoetmeer.nl dé centrale plek wordt voor iedereen die aan de slag wilt met verduurzaming en energiebesparing. Ik roep al onze inwoners op om hun duurzame initiatieven te delen. Er gebeurt veel in onze gemeente; nu wordt dit nog beter zichtbaar.”

Op de goed bezochte lancering waren klimaatpartners, inwoners, (oud)raadsleden en anderen aanwezig.  Het platform heuvelrugdoetmeer.nl is ‘live’ gegaan door middel van het plaatsen van het 1e duurzame initiatief. Een groot bord met de logo’s van de 27 partners is onthuld door de wethouder en afgesloten met een feestelijke foto.

Bureau 2030 heeft het traject begeleid.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Climate Action 100+, the world’s largest investor engagement initiative on climate change, has released an interim set of Net Zero Company Benchmark assessments of its focus companies. This is the second round of Benchmark assessment to be published in 2022. The timing of this release marks a change of the analysis and reporting cycle for the Net Zero Company Benchmark assessments from March to October, to improve alignment with corporate reporting and better support investor engagement with focus companies. 159 companies on the initiative’s focus list were measured on their progress against the initiative’s three engagement goals and a set of key indicators related to business alignment with the goals of the Paris Agreement.

Progress on commitments not matched by credible plans

Though this interim update comes only six months after the previous release, the results are still revealing. While focus companies continue to make progress on net zero commitments, this is not matched by the development and implementation of credible decarbonisation strategies. While mindful of current external factors, including the short-term energy security crisis, investors consider the development of corporate decarbonisation strategies a key priority.

The Benchmark’s Alignment Assessments complement the Disclosure Framework by measuring implementation of Paris-aligned corporate actions. Whilst focus companies are incrementally improving their disclosures under the Disclosure Framework, the latest Alignment Assessments suggest their real-world activities do not yet demonstrate any meaningful shifts in business models at some companies to align with the Paris Agreement.

For example, less than one third of electric utility focus companies have a coal phaseout plan consistent with limiting global warming to below 2°C, whilst only 10% of focus companies have broad alignment between their direct climate policy engagement activities and the Paris Agreement.

However, for the first time, a small number of focus companies provided sensitivities to achieving net zero emissions by 2050 (or sooner), as assessed by CTI’s climate accounting and audit indicator. Although a minority, this is a significant step in the right direction of assessing climate change as a material risk.

The multi-layered analysis via the Disclosure Framework and Alignment Assessments highlights the value of the Benchmark’s dual approach in comparing what companies say and what they do.

Key results

The updated assessments released today show that focus companies have continued to improve their disclosures, as shown by the Disclosure Framework, since the March 2022 release of Benchmark assessments. Driven by engagement from Climate Action 100+ investor signatories, the results show that:

  • 75% of focus companies have now committed to achieve net zero emissions by 2050 or sooner across all or some of their emissions footprint (up from 69% in March 2022). In addition, over a third of focus companies have set long-term targets that align with a 1.5°C pathway (an increase of 9% from March 2022).
  • 92% of focus companies have some level of board oversight of climate change (slight increase from 90% in March 2022).
  • 91% of focus companies have aligned with TCFD recommendations either by supporting the TCFD principles or by employing climate-scenario planning (small increase from 89% in March 2022).

When Climate Action 100+ launched at the end of 2017, only five focus companies had set net zero commitments[4]. Investor engagement through the initiative has played a significant role in accelerating the net zero journey of focus companies, particularly around its three engagement goals of cutting greenhouse gas emissions, improving climate governance, and strengthening climate-related financial disclosures. This reinforces the value of Climate Action 100+ in facilitating targeted engagement that has resulted in a tangible impact at some of the world’s largest corporate emitters.

However, the encouraging uptake of net zero commitments is not matched by the development and implementation of credible decarbonisation strategies. As a priority, investors need to see corporates outlining the practical actions on how they will begin to meet their net zero commitments.

Specifically, the assessments reveal:

  • An absence of short and medium-term emissions reductions targets aligned with limiting warming to 1.5°C. Whilst 82% of focus companies have set medium-term targets, only 20% have established ambitious medium-term targets that cover all material scopes and are aligned with a 1.5°C pathway. Only 10% of focus companies have set short-term targets (up to 2025) that are aligned with a 1.5°C scenario and cover all material emissions.
  • Net zero targets are often not supported by strategies to deliver them. Although 53% of companies have a decarbonisation strategy in place to reduce their GHG emissions, only 19% of focus companies quantify key elements of their decarbonisation strategies with respect to the major sources of their emissions, including Scope 3 emissions where applicable.
  • Scope 3 emissions remain absent. Only half (51%) of focus companies have comprehensive commitments for net zero by 2050 or sooner that cover all material GHG emissions, including material Scope 3 emissions.
  • Alignment of capex strategies with net zero transition goals largely remain missing. Only 10% of companies have committed to fully align their capex plans with their GHG targets or the Paris Agreement. However, this is still a positive improvement since the previous Benchmark round and considering that very few focus companies score on Indicator 6 (Capital Alignment) at all.

Disclosure Framework results from the October 2022 Benchmark public summary of results – full presentation here.

The Alignment Assessments, which complement the Benchmark’s Disclosure Framework by measuring implementation of Paris-aligned corporate actions, indicate that despite continued progress on some disclosure indicators, the majority of focus company’s actions are still inadequate in aligning with the Paris Agreement.

Additionally, the Alignment Assessments indicators show:

  • Less than one third (8 out of 32) of electric utility focus companies have a coal phase-out plan consistent with limiting global warming to below 2°C (not 1.5°C), according to Carbon Tracker Initiative (CTI) data. This is unchanged from the March 2022 Benchmark.
  • No change for oil and gas focus companies. Almost two thirds (61%) sanctioned projects that are inconsistent with limiting global warming to below 2°C (not 1.5°C) in 2021, finds CTI.
  • A step change is still needed in the build out of low carbon technologies by electric utility as well as automotive focus companies. Analysis by the Rocky Mountain Institute using the PACTA methodology shows that 94% of electric utility focus companies do not plan to build out sufficient renewable energy capacity and are on a >2.7°C global warming pathway for the next 5 years. Only 17% of automotive focus companies are planning to produce enough electric cars in the next 5 years to be aligned with the IEA Net Zero Emissions by 2050 scenario, whilst no steel, cement, or aviation focus companies’ emissions intensities are aligned with limiting global warming to either 1.5°C or below 2°C.These conclusions are unchanged from the March 2022 Benchmark.
  • The climate policy engagement activities of focus companies and their industry associations remain a barrier to ambitious climate policy. According to InfluenceMap data, only 10% of focus companies have broad alignment between their direct climate policy engagement activities and the Paris Agreement (this is virtually unchanged since the March 2022 Benchmark)and only 4% align their indirect climate policy engagement via industry associations with the Paris Agreement (this is up from a mere 2% in the March 2022 Benchmark).
  • The widespread failure to integrate climate risks into accounting and audit practices persists. No focus company met all criteria of the initiative’s provisional assessment on climate accounting and audit evaluated by CTI and the Climate Accounting and Audit Project (CAAP). However, three focus companies have become the first to demonstrate the impact on their financial statements using assumptions consistent with achieving net zero emissions by 2050.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op een van de grootste daken van de Universiteit Leiden, het Snelliusdak, liggen sinds kort 590 zonnepanelen en 57.000 plantjes, wat het Snelliusdak het grootste gecombineerde dak van de Benelux maakt. Het dak werd op maandag 10 oktober feestelijk geopend door Annetje Ottow en Martijn Ridderbos, voorzitter en vice-voorzitter van het College van Bestuur, en Fleur Spijker, wethouder bij de gemeente Leiden.

Het dak is niet het eerste dak van de Universiteit Leiden met zonnepanelen. ‘Inmiddels hebben wij negen gebouwen voorzien van zonnepanelen, waarmee we de grens van 5.000 snel zullen passeren en flinke stappen maken in de richting van de energietransitie’, licht vicevoorzitter Martijn Ridderbos tijdens de opening op 10 oktober toe. De 590 zonnepanelen wekken elk jaar een hoeveelheid energie op die vergelijkbaar is met het verbruik van 80 huishoudens.

Ook aan biodiversiteit is gedacht op het Snelliusdak. 57.000 plantjes met veertien verschillende soorten sedum trekken veel verschillende soorten insecten aan, en daarmee weer vogels en andere planten. Over twee jaar zijn ze volgroeid en zal het dak fungeren als ‘living lab’, waarbij de universiteit onderzoekt hoeveel de biodiversiteit van flora en fauna toeneemt. Ottow: ‘Ik vind het fantastisch dat dit dak met zijn 2.800 vierkante meter zo’n oase vormt voor alles wat leeft in deze omgeving en daarmee bijdraagt aan een prettiger leefklimaat voor dier en mens.’

Wethouder Fleur Spijker is blij met het dak en benadrukt de urgentie van duurzaamheid: ‘Het dak is een prachtig voorbeeld van een duurzaam initiatief. Hopelijk krijgt het veel aandacht in de stad.’

[ad_2]

Source link

[ad_1]

FairClimateFund heeft de B Corp-certificering behaald van de non-profit B Lab. Hiermee is FairClimateFund 1 van de 1000 Europese B Corps.

B Lab is een non-profit netwerk met als missie: Het veranderen van de wereldeconomie ten behoeve van alle mensen en de planeet. Het netwerk van 5845 bedrijven is verspreid over 85 landen.

Om de B Corp certificering te halen heeft B Lab een B Impact Assessment ontwikkeld met vragen over de praktijken en outputs van bedrijven in vijf categorieën: governance, werknemers, gemeenschap, het milieu en klanten. De antwoorden vormen de basis voor een B Corp Impact Score. Bij een score van 80 punten is een bedrijf gekwalificeerd als B Corp. FairClimateFund heeft hier 120 punten op behaald. En scoort hiermee ruim boven het gevraagde aantal. B Lab stelt als doel voor alle B Corps om deze score te blijven verbeteren.

Voor FairClimateFund is dan ook het hoogste doel om impact met onze bedrijfsactiviteiten te maken. Ze doen dit door bedrijven te inspireren om te werken aan een beter klimaat. Door hen te helpen met hun klimaatstrategie van A tot Z. Het meten van hun CO2-voetafdruk, het vaststellen van reductiedoelen, en hun investeringen in Gold Standard en/of Fairtrade gecertificeerde klimaatprojecten die ten goede komen aan mensen in kwetsbare regio’s.

Daarnaast hebben de projecten van FairClimateFund een geïntegreerde aanpak. De projecten komen ten goede aan de gemeenschappen met wie we samenwerken; gemeenschappen ervaren levensverbeteringen zoals een gezonder leven, tijdbesparing en meer inkomen. De projecten zorgen ook voor een verbetering van het klimaat met de CO2 die ze verminderen door schoon koken en het planten van bomen. Door deze tweedelige aanpak certificeert FairClimateFund zich als B Corp.

Voor meer informatie over de certificering:
https://www.bcorporation.net/en-us/find-a-b-corp/company/fair-climate-fund

[ad_2]

Source link

[ad_1]

CBRE Investment Management heeft namens het Nederlandse winkelplatform het dak van Alexandrium Megastores in Rotterdam, met een oppervlakte van ongeveer 14.000 vierkante meter, langjarig verhuurd aan Eneco. Het energiebedrijf heeft hier onlangs circa 2.690 zonnepanelen geplaatst wat in oppervlakte gelijk is aan bijna twee voetbalvelden. Deze PV-installatie heeft een opgesteld vermogen van 1,22 MWp en is goed voor een jaarlijkse productie van zo’n 1.100 MWh. Dit is vergelijkbaar met het jaarlijkse verbruik van circa 366 huishoudens.

Joey Korteland, Senior Asset Manager bij CBRE Investment Management, zegt: “Het project is onderdeel van de bredere duurzaamheidstrategie waarmee we inzetten op CO2-verlaging door isolatie, verduurzaming van gebouwgebonden installaties en het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie op eigen locaties. Om onze hoge duurzaamheidsambities waar te maken werken we waar mogelijk samen met strategische partners. We zijn blij dat we dit voor Alexandrium Megastores samen met Eneco konden doen doen in Rotterdam.”

Amber Prata, Ontwikkelaar Solar bij Eneco, zegt: “Dit project kende de nodige uitdagingen, want de locatie ligt midden in een winkelgebied, kent logistieke uitdagingen en er waren constructieve aanpassingen nodig. Dankzij de goede samenwerking tussen CBRE Investment Management en Eneco was het mogelijk om dit dak toch te voorzien van zonnepalen, zodat we ook hier voortaan duurzame energie kunnen opwekken.”

Betrokken partijen

CBRE Investment Management en Eneco hebben dit project uitgevoerd in samenwerking met CBRE Nederland, Zonneveld Ingenieurs, Batenburg Techniek, SKN Bouw en Oranjedak Energy.

Alexandrium Megastores Rotterdam is onderdeel van CBRE’s Nederlandse winkelplatform, een niet-beursgenoteerde investeringsstrategie gemanaged door CBRE Investment Management. Het project is gerealiseerd door CBRE Property Management in samenwerking met Eneco. De komende maanden zal CBRE Investment Management op steeds meer daken van winkels zonnepanelen plaatsen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Inspelend op de groeiende vraag naar duurzame grondstoffen en energie worden momenteel bij Vopak Terminal Vlissingen voorbereidingen getroffen voor de opslag van groene ammonia. Een tweetal bestaande gekoelde LPG opslagtanks, met een capaciteit van elk 55.000 cbm, kan hiervoor gereed gemaakt worden. Ligplaatsen, leidingen en overige infrastructuur zijn aanwezig. Tevens is er ruimte beschikbaar voor uitbreidingen en andere industriële activiteiten zoals een installatie om de ammonia weer om te zetten naar groene waterstof. De locatie zal worden aangesloten op het Noordwest Europese waterstofnetwerk waarmee Nederland, België en Duitsland kunnen worden beleverd.

Bijdragen aan klimaatdoelstellingen

Vopak Terminal Vlissingen is strategisch gelegen in North Sea Port in de Schelde-Delta regio. De industrie in de regio, verenigd in Smart Delta Resources, vormt op dit moment het grootste waterstofcluster van de Benelux. Tevens vindt in het Nederlandse deel ruim een vijfde van de Nederlandse industriële CO2-emissie plaats. Verduurzaming kan hier een flinke bijdrage leveren aan het realiseren van de Nederlandse klimaatdoelstellingen.

Vopak Terminal Vlissingen maakt deel uit van Royal Vopak, het grootste onafhankelijke tankopslagbedrijf te wereld.

Alexander Fokker, Managing Director Vopak Terminal Vlissingen: “Door onze bestaande infrastructuur kunnen we klanten een snelle en economische oplossing bieden. Tevens hebben we de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Binnen Vopak hebben we inmiddels ruime ervaring met het veilig opslaan van ammonia, een product waarbij aanvullende veiligheidsmaatregelen in acht moeten worden genomen.”

Ammonia als waterstofdrager

Naast de productie van groene waterstof in Nederland, zal er in Noordwest-Europa ook behoefte zijn aan grootschalige import van groene waterstof om aan alle toekomstige vraag te kunnen voldoen. Groene ammonia als waterstofdrager zal hierin een belangrijke rol spelen. Waterstof kan na verbinding met stikstof in de vorm van ammonia in grotere hoeveelheden worden getransporteerd, opgeslagen en weer worden omgezet naar groene waterstof. Daarnaast is groene ammonia ook direct toepasbaar als CO2-vrije brandstof voor bijvoorbeeld de scheepvaart of als grondstof voor onder andere de productie van kunstmest.

De definitieve investeringsbeslissing zal onder andere worden genomen op basis van marktinteresse, aldus Vopak Terminal Vlissingen.

Beeld: Vopak Terminal Vlissingen

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Veel supermarkten zijn nog niet transparant over hun uitstoot en nemen de verkoop van minder vlees en zuivel niet mee in hun al dan niet bestaande klimaatplannen. Jumbo stelt als een na grootste supermarkt volgens klimaatorganisatie Feedback EU vooral teleur op basis van hun ranking van de zes grootste Nederlandse supermarkten.

Als onderdeel van een Europese campagne, waarin wordt gevraagd om de helft minder vlees en zuivel te verkopen, heeft organisatie Feedback EU een ranking gemaakt op basis van de klimaatvoetafdruk. De Klimaat en Vlees Scorecard, zoals de ranking wordt genoemd, is gebaseerd op een onderzoek in het afgelopen halfjaar, gericht op 34 indicatoren over transparantie, ambitie en actie in relatie tot klimaat en de vlees- en zuivelverkoop. Het onderzoek richtte zich op Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi, Plus en Dirk, die samen bijna 90% marktaandeel hebben. Minder vlees consumeren en produceren is een van de meest effectieve manieren om de klimaatvoetafdruk te verminderen en te voldoen aan de Nederlandse en Europese doelen om 55% minder broeikasgas uit te stoten in 2030.

Frank Mechielsen, directeur van Feedback EU zegt: “Supermarkten profiteren van de verkoop van producten die ontbossing stimuleren en de klimaatcrisis verergeren. Een kwart van hun omzet komt uit de verkoop van vlees- en zuivelproducten, terwijl die producten ruim een derde van hun totale uitstoot veroorzaken. Het is hoog tijd dat supermarkten hun klimaatverantwoordelijkheid oppakken en minder vlees en zuivel gaan verkopen.”

De Klimaat en Vlees Supermarkt Scorecard zet telkens twee supermarkten tegenover elkaar. Zo worden de twee grootste supermarkten, Albert Heijn en Jumbo, met elkaar vergelijken, Plus en Dirk vanwege hun gezamenlijke leverancier Superunie, en de twee internationale discounters Lidl en Aldi.  De meeste supermarkten scoren nog geen voldoende. Slechts één supermarkt, Albert Heijn, scoort net voldoende met een 5,9. Zij zijn transparant over de klimaatuitstoot veroorzaakt door vlees en zuivel, maar doen dit alleen voor moederbedrijf Ahold Delhaize en niet specifiek voor Nederland. Lidl staat op de tweede plek met een 3,8. Lidl rapporteert als enige de totale broeikasgasuitstoot voor Nederland, maar heeft nog geen specifieke doelstellingen opgenomen om de uitstoot in de productie te verminderen. De andere vier supermarkten scoren zeer laag, tussen de 1,8 en 2,1. Met name  Jumbo als een na grootste supermarkt van Nederland, stelt teleur met een 2,1. Jumbo’s jaarlijkse omzet is tenslotte 6 keer zo groot als Dirk, 4 keer zo hoog als Aldi en 2 keer zo hoog als Plus. Alle supermarkten scoren laag op actie en doen te weinig om te klanten te ondersteunen om minder en beter vlees- en zuivel te kopen.

Opvallende bevindingen uit het rapport zijn:

  • drie van de zes supermarkten rapporteren hun totale uitstoot, terwijl de andere helft niet of alleen op bedrijfsvoering rapporteert. Alle supermarkten geven in verhouding te veel aandacht aan klimaat neutrale bedrijfsvoering, wat maar aan een klein deel van hun uitstoot bijdraagt, minder dan 5%.
  • alle zes supermarkten stimuleren de verkoop van vlees met vleesreclame en aanbiedingen, waardoor het principe van vraag en aanbod niet langer geldt: supermarkten wakkeren het kopen van vlees juist aan.
  • binnen het gehele vleesassortiment is minder dan 10% biologisch geproduceerd. Geen enkele supermarkt heeft de ambitie om het aanbod substantieel uit te breiden en boeren grootschalig te ondersteunen in de transitie naar biologische productie. Het kleine aanbod en de schaarse promotie maakt het voor klanten moeilijk om een duurzamere keuze te maken.
  • ondanks de toezegging van de voormalige minister van Landbouw Staghouwer om te streven naar minder vleesconsumptie in 2030, heeft Albert Heijn als enige supermarkt een ambitieuze doelstelling om de verhouding van dierlijke/plantaardige eiwitten van de huidige 70/30 naar 40/60 te veranderen in 2030, maar meer actie in de winkels en in de reclame is nodig om dit waar te maken.

Aankomende zondag is het Wereld Voedsel Dag, een dag waarop FAO en andere organisaties aandacht geven aan voedsel(on)zekerheid in de wereld. Dit jaar staan wereldwijde problemen zoals hoge prijzen en klimaatverandering centraal. Vlees is in de afgelopen maanden duurder geworden in vergelijking met plantaardig eten, omdat er voor de productie van vlees meer grondstoffen zoals soja, mais en tarwe nodig zijn, die in prijs zijn gestegen. Het heeft duidelijk gemaakt dat kostbare voedselbronnen worden gebruikt als veevoer, terwijl met hetzelfde volume meer mensen gevoed kunnen voeden dan het lapje vlees wat eruit voortkomt. Supermarkten kunnen daarom niet alleen klimaatverandering tegengaan door het verkopen van minder vlees en zuivel, maar ook bijdragen aan meer voedselzekerheid wereldwijd.

Voor de meeste mensen zijn supermarkten het belangrijkste verkooppunt voor de dagelijkse boodschappen, waarbij hun keuze vooral bepaald wordt door hun portemonnee, zeker in deze tijden van hoge inflatie en stijgende voedselprijzen. Supermarkten bepalen echter wat er in de schappen ligt, waar reclame voor wordt gemaakt, en waar ze de meeste winst op willen maken. Supermarkten moeten hun macht in de voedselketen inzetten om hun klimaatuitstoot te verminderen.

Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid: “Een transitie naar een gezonder en duurzamer voedselsysteem is noodzakelijk en urgent. Dat is onder meer een transitie naar een grotendeels op plantaardig voedsel gebaseerd voedingspatroon. Dat houdt in dat productie, transport en consumptie sterk moeten veranderen. Een voedselomgeving waarin de gezonde en duurzame keuze voor de consument de makkelijkste keuze is hoort daarbij. Feedback draagt daaraan bij.”

Natasha Kooiman, kwartiermaker van de Transitie Coalitie Voedsel, organiseert deze week het Plant de Future diner om de transitie naar minder vlees en meer plantaardig aan verschillende tafels met belangrijke stakeholders te bespreken: “Supermarkten spelen een belangrijke rol in deze transitie en bepalen een groot deel van de voedselomgeving. Om plantaardig het nieuwe normaal te laten worden is het noodzakelijk dat dit al zichtbaar is in de schappen met minimaal de 50/50 dierlijk/plantaardige eiwitverhouding zoals de overheid nastreeft en passend bij de nationale en Europese klimaatplannen.”

Begin 2023 zal de Klimaat en Vlees Supermarkt Scorecard in Frankrijk en Denemarken worden gepubliceerd door respectievelijk Climate Action Network en Dansk Vegetarisk Forening, en na de zomer zal in het Verenigd Koninkrijk de derde scorecard worden gelanceerd door Feedback Global.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering