[ad_1]

Albert Heijn scherpt de ambitie aan voor de reductie van CO2-uitstoot in de keten (Scope 3) van 15 naar 45% in 2030 (ten opzichte van 2018). ‘Samen beter eten bereikbaar maken. Voor iedereen.’, vanuit deze missie neemt het bedrijf continu initiatieven om de wereld beter achter te laten. De eigen bedrijfsvoering – winkels, distributiecentra en kantoren – is al volledig klimaatneutraal. Ook in de toeleveringsketen worden er voortdurend stappen gezet. Zo is nu de exacte uitstoot in de kip- en varkensketen in kaart gebracht. “Het aanscherpen van onze ambitie om de CO2-uitstoot terug te dringen met 45% in 2030 in de hele keten met al onze (toe-)leveranciers is een serieuze stap. Wij willen onze beweging naar een leefbare aarde concreet invullen en ik ben ervan overtuigd dat als we samenwerken met alle leveranciers, deze ambitie stap voor stap haalbaar is,” stelt Marit van Egmond, CEO van Albert Heijn.

CO2-uitstoot in hele kip- en varkensketen inzichtelijk

Albert Heijn heeft langdurige samenwerkingen met meer dan 1.100 boeren en telers in de versketen binnen de Beter voor Natuur & Boer-programma’s. Binnen deze programma’s worden transparante langlopende afspraken over klimaat, duurzaamheid, dierenwelzijn en een gezond verdienvermogen gemaakt. CO2-reductie is hierin expliciet meegenomen. Eind 2020 is Albert Heijn samen met ketenpartners begonnen met het exact berekenen van de uitstoot van broeikasgassen in de kip- en varkensketen. Gebaseerd op werkelijke data in de eigen Beter voor ketens. “Doordat we nu exact weten wat de CO2-impact voor kip- en varkensproducten is, kunnen we nog gerichter actie nemen om CO2-uitstoot te verminderen. Bijvoorbeeld door verduurzaming van veevoer. Zo is in de varkensketen veevoer verantwoordelijk voor 50% van de totale uitstoot en bij kip zelfs voor 77%. Daarom stimuleren we het gebruik van circulair voer en ontbossingsvrije soja in onze ketens”, vervolgt Marit van Egmond. Om verder inzicht te krijgen in andere ketens, is Albert Heijn ook bezig om primaire, exacte data te verzamelen voor onder meer rund, zalm, eieren, vleesvervangers en groente en fruit.

Op weg naar beter eten

Albert Heijn zet continu stappen om de missie ‘Samen beter eten bereikbaar maken. Voor iedereen’ te realiseren. Specifiek voor klimaat zijn onder andere de volgende stappen gezet:

  • Een meer plantaardig dieet draagt bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot; minder gebruik van water, minder ontbossing en een lagere uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering. Albert Heijn helpt daarom klanten met de beweging om 60% van de geconsumeerde eiwitten uit plantaardige bronnen te halen vanaf 2030. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een breed vega(n) en plantaardig assortiment, de klant bewust te maken van de positieve impact van minder vlees, inspiratie te geven voor vega(n) recepten, de online vega-swap en een betaalbaar assortiment van vega(n) Prijsfavorieten. En ook is het vleesvervangers assortiment al verdubbeld naar ruim 300 producten.
  • Albert Heijn heeft in de eigen bedrijfsvoering – winkels, distributiecentra en kantoren – de uitstoot al flink teruggedrongen met 92,3% (ten opzichte van 2018). Dit was vooral te danken aan de overstap naar 100% Hollandse windenergie, begin 2021. De resterende uitstoot in de eigen bedrijfsvoering wordt gecompenseerd door bij te dragen aan VCS-gecertificeerde klimaatprojecten. Daarmee is de eigen bedrijfsvoering klimaatneutraal.
  • Midden 2022 hebben alle grootste eigen merk-leveranciers voor het eerst hun volledige CO2-voetafdruk in kaart gebracht, inclusief een reductieplan en reductiedoelstellingen. Ook gaat Albert Heijn samen met alle A-merk leveranciers de CO2-reductie in de keten verminderen. Dit draagt bij aan de ambitie van 45% reductie in 2030.
  • Albert Heijn werkt daarnaast aan klimaatneutrale producten en heeft al ruim vier jaar klimaatneutrale Perla koffie in het assortiment en zijn sinds begin 2022 alle eigen merk-bananen klimaatneutraal, van plantage tot en met de winkel.
  • Ook minder voedselverspilling draagt bij aan het reduceren van de CO2-voetafdruk. Doelstelling is om 50% minder te verspillen in 2030. Albert Heijn heeft recentelijk de AH Overblijvers en dynamisch afprijzen in alle winkels uitgerold. En blijft hier ambitieuze stappen op zetten.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Promovendus Rick Bosman (DRIFT en Erasmus School of Social and Behavioral Sciences) onderzocht hoe gevestigde partijen anticiperen op hun nieuwe rol tijdens de energietransitie. Hij constateert dat organisaties zich vaak in een ‘transitieruimte’ bevinden. Een begrip die Bosman introduceert om deze fase, die zich kenmerkt door een gebrek aan houvast en richting, beter te kunnen begrijpen.

De energietransitie zorgt voor grote verschuivingen in de energievoorziening. Zo is een totaal andere infrastructuur nodig om over te stappen op elektrisch rijden en om huizen aardgasvrij te maken. Voor veel grote bedrijven en organisaties zet dit de bedrijfsvoering radicaal op de kop. Rick Bosman nam een kijkje in de keuken bij het Havenbedrijf Rotterdam, Alliander en pensioenfonds ABP. Hij was tijdens zijn promotietraject een van initiatiefnemers van ABP fossielvrij. Bosman: “Bedrijven waren gewend om te opereren in een stabiele context en moeten nu op zoek naar een andere rol en naar nieuwe businessmodellen. Dit is voor veel organisaties behoorlijk spannend.”

De energietransitie leidt bij die partijen vaak tot spanning en conflict, constateert hij. Ook bij netbeheerder Alliander (semi-overheid), waar Bosman onder meer vele gesprekken voerde met werknemers. Hij zag een organisatie die vooruitblikt, bijvoorbeeld als het gaat om het aardgasvrij maken van woonwijken, maar die ook worstelt. Om in te spelen op het toenemend aantal elektrische auto’s ging de partij ook laadpalen plaatsen. “Dit heeft tot een aantal rechtszaken geleid. Ze werden door de markt teruggefloten omdat die het als illegale concurrentie zagen. Alliander redeneerde dat wanneer de markt de laadpalen niet plaatst, dat zij dit zelf moeten oppakken.”

Transitieruimte

De promovendus constateert dat er vrijwel altijd over een oud regime (fossiel) en een nieuw regime (hernieuwbaar) wordt gesproken, maar dat er helemaal geen term is om een systeem te beschrijven waar geen sprake is van een duidelijk regime. Hij introduceert daarom in zijn proefschrift het begrip ‘transitieruimte’. “Een regime kenmerkt zich door een gezamenlijke richting en veel houvast. In transitieruimte ontbreekt die houvast juist. Dat is een fase met eigen kenmerken, maar het ontbrak nog aan taal om dit goed te beschrijven”, verklaart hij.

Gekke cocktail

Eerder transitiedenken ging ervan uit dat niches, zoals startups met innovatieve ideeën, langzaam maar zeker het oude regime omvergooien. “De transitieruimte is eerder een gekke cocktail, waar delen van het oude regime gemixt worden met nieuwe elementen uit de niches. Fossiel faseren we grotendeels uit maar een stroomnetwerk blijft belangrijk. Daarom is een netbeheerder ook zo’n interessante partij want die spelen in het oude en het nieuw regime een belangrijke rol. Een oliebedrijf zit vaak nog te erg gevangen in het oude regime.”

Het Havenbedrijf Rotterdam klopte aan bij DRIFT omdat zij een beter beeld wilden krijgen wat de energietransitie betekent voor de haven. “Op dit moment is de helft van wat door de haven komt nog fossiel”, vertelt Bosman. Het havenbedrijf beschouwde zich in eerste instantie als een soort uitbater van een winkelcentrum, dat de voorzieningen regelt, maar weinig invloed heeft op wat in de winkeltjes verkocht wordt. DRIFT spoorde hen aan om meer proactief de duurzame haven vorm te geven. “Om daar zicht op te krijgen moet je niet meteen Shell bellen, maar ook met nieuwe partijen gaan praten. Ze hebben nu een transitieafdeling opgezet van 50 FTE die volledig is gericht op het binnenhalen van nieuwe duurzame bedrijvigheid.”

ABP fossielvrij

Bosman was tijdens zijn promotietraject ook een van initiatiefnemers van de fossielvrij campagne bij pensioenfonds ABP. Het voelde voor hem niet goed dat hij verplicht was geld weg te zetten voor de toekomst, maar dat met dat geld in fossiel werd geïnvesteerd, waarmee die toekomst juist op het spel werd gezet. Op alle mogelijke manieren werd druk uitgeoefend om af te stappen van fossiele investeringen, bijvoorbeeld door brieven te sturen, door ledenfracties te mobiliseren en via de media (lees onder meer in Trouw). “Dit was niet alleen vanuit klimaatoogpunt, maar ook omdat fossiele investeringen steeds meer een financieel risico zijn. Wanneer we klimaatverandering in de perken willen houden moet een groot deel van de fossiele brandstoffen in de grond blijven zitten.”

Activistisch onderzoek

De campagne was succesvol: in 2021 kondigde ABP aan haar investeringen in fossiel te stoppen. Tegelijk leverde Bosmans onderzoek waardevolle inzichten op over het verloop van transities en de rol van actievoeren daarin. De promovendus erkent het activistisch karakter van de ABP-casus, maar ziet dat juist als een kracht. Voor zijn nieuwe baan is hij vanuit Milieudefensie als onderzoeker betrokken bij de hoger beroepzaak tegen Shell. “Ik geloof niet dat je als wetenschapper alleen vanaf een afstand moet observeren. Als je ergens in gaat prikken en duwen kun je veel beter verbanden snappen en inzichtelijk maken en wordt duidelijk waar de echte weerstand tegen verandering zit.”

Rick Bosman verdedigt op vrijdag 18 November 2022 zijn proefschrift ‘Into Transition Space: Destabilisation and incumbent agency in an accelerating energy transition‘.

foto: Erasmus Universiteit Rotterdam (Chris Gorzeman)

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Afvalverwerking is verantwoordelijk voor ongeveer 18% van de wereldwijde menselijke methaanuitstoot. Een groot deel daarvan komt van een klein aantal vuilnisbelten, wat ze tot belangrijke mitigatiedoelen maakt. Global Methane Hub, SRON en GHGSat slaan nu de handen ineen om grote emissies van vuilnisbelten over de hele wereld te identificeren, bestuderen en te monitoren. Het doel is om deze stortlocaties beter te begrijpen, een dialoog te starten en actie te bewerkstelligen op lokaal niveau. Op de COP27 presenteren ze het eerste resultaat van dit project; een wereldkaart met ruim honderd vuilnisbelten die methaan uitstoten.

 


Stedelijke emissiehotspots gedetecteerd door het Nederlandse satellietinstrument Tropomi (rode cirkels) en locaties van methaan-uitstotende vuilnisbelten gezien door de Canadese satelliet GHGSat (zwarte stippen).

Methaan is verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de menselijke opwarming van de aarde. Vuilnisbelten zijn grote geconcentreerde methaanbronnen, die ook vaak samengaan met problemen zoals grondwater- en luchtvervuiling. Geeta Gupta, milieu-adviseur bij de gemeente Delhi (India), een van de lokale projectparners, zegt: ‘We zien dat slecht beheerde vuilnisbelten een enorm risico kunnen vormen voor het milieu, waarbij armere gemeenschappen worden blootgesteld aan vervuiling en stank. Deze satellietinformatie helpt ons om de vuilnisverwerking te verbeteren en om methaanemissies te verminderen. Daarmee helpen we het klimaat maar ook de leefomstandigheden in onze stad.’

Een onderzoek uit 2022 onder leiding van SRON laat zien dat grote uitstoters over de hele wereld geïdentificeerd en gekarakteriseerd kunnen worden, door data te combineren van het Nederlandse ruimte-instrument Tropomi en de Canadese satelliet GHGSat. De onderzoekers gebruiken Tropomi’s wereldwijde dekking om emissie-hotspots te vinden, waarna ze de hoge resolutie van GHGSat gebruiken om de uitstoot van de individuele vuilnisbelten te meten binnen zo’n hotspot. Het onderzoek richtte zich op vier vuilnisbelten, waaronder één in Buenos Aires wiens uitstoot een klimaatimpact heeft van anderhalf miljoen auto’s. Tijdens de C40-bijeenkomst in oktober committeerde Buenos Aires zich samen met twaalf andere steden aan het reduceren van haar afvaluitstoot met dertig procent in 2030.

Nu breiden SRON en GHGSat hun samenwerking uit binnen een nieuw project, gefinancierd door Global Methane Hub—een filantropisch fonds dat vanuit Chili is opgericht om investeringen te ondersteunen die leiden tot methaanreducties, met afval als een van haar speerpunten. Marcelo Mena, de CEO van Global Methane Hub: ‘We dragen graag bij aan dit initiatief, zodat we observaties kunnen omzetten in tastbare emissiereducties en het verbeteren van de levenskwaliteit voor minder bevoorrechte gemeenschappen die worden blootgesteld aan slecht beheerd afval.’

‘Dit nieuwe project gaat het aantal vuilnisbelten dat we kunnen onderzoeken flink verhogen,’ zegt Ilse Aben, senior scientist bij SRON Netherlands Institute for Space Research. ‘Samen met partners van over de hele wereld zorgen we dat methaanuitstoot van deze locaties transparant en nauwkeurig wordt bepaald. Het is een cruciale stap bij het ontwikkelen van de juiste strategieën om hun uitstoot terug te brengen.’

Boven: stedelijke methaanpluimen zoals gezien door Tropomi. Onder: methaanpluimen boven vuilnisbelten zoals gezien door GHGSat.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meer dan één derde van de mkb’ers ziet momenteel niet de voordelen in van investeren in duurzame oplossingen, zo blijkt uit onderzoek van October Nederland onder bijna zeshonderd ondernemers. Het MKB staat bekend als de motor van de Nederlandse economie en verduurzaming stokt mede door het gebrek aan motivatie en kennis. Bijna een kwart van de ondernemers weet niet wat de eigen CO2-afdruk is, en is niet bezig deze uitstoot te verminderen. Dit terwijl het toezicht op verduurzaming vanuit overheden juist wordt aangescherpt. Uit het onderzoek van het financieringsplatform blijkt dat het midden- en kleinbedrijf weinig kennis heeft met betrekking tot de criteria van environmental, social en governance (ESG). Slechts 34 procent is bekend met de eisen die binnenkort aan het mkb gesteld worden door de overheid. “Dat percentage is enorm laag”, constateert Luuc Mannaerts, CEO van October. “Ook ketenpartners en klanten eisen steeds vaker dat bedrijven nadenken over en meten wat hun impact is op het milieu en de samenleving.”

ESG leidt tot omzetgroei en tevreden personeel

De helft van de ondervraagden (51%) vindt de financiële prikkels om te voldoen aan ESG-eisen niet concreet genoeg. 45 procent denkt zelfs dat de marge door verduurzaming onder druk komt te staan. Meer dan een derde (36%) weet bovendien niet hoe zij het verschil kunnen maken op gebied van klimaatdoelstellingen. Mannaerts: “Er is vanuit het mkb veel behoefte aan informatie en advies. Alleen dan gaan ondernemers inzien hoe het meten van ESG-prestaties bij kan dragen aan bijvoorbeeld de omzetgroei.”

Naast financiële voordelen heeft het verankeren van ESG in bedrijfsvoering ook een positief effect op het personeel. Veertig procent van de ondernemers ondervindt dat het personeel bewust is van de ecologische voetafdruk van de organisatie, en wil bijdragen aan de strijd tegen het opwarmen van de aarde. “Mensen willen niet meer werken voor een bedrijf dat maatschappelijk onverantwoord bezig is, zeker millennials en Gen Z. Retentie en werven van personeel wordt met actief beleid op duurzaamheid makkelijker”, zegt Mannaerts.

Gebrek aan financiële slagkracht en stimulans

Toch is het moeilijk voor het mkb om te investeren in duurzame oplossingen. Eén derde geeft aan een gebrek aan financiële slagkracht te hebben. “Er is een grote groep ondernemers die verduurzaming als een belangrijke opdracht ziet, maar zo’n duurzamere bedrijfsvoering kost veel geld. Iets wat lastig te bekostigen is zonder buffers,  die door corona en de huidige economische ontwikkelingen zijn verdampt”, zegt Mannaerts.

57 procent van de ondernemers vindt dat het behalen van klimaatdoelstellingen vanuit overheidsinstanties moet worden beloond. Mannaerts: “Om ondernemers te stimuleren te verduurzamen is sinds deze week de borgstellingsregeling voor het mkb uitgebreid met een groene variant. Het garantiepercentage en de kosten zijn vergelijkbaar met de corona variant. De omvang is vooralsnog €200 mio en daarmee laat de overheid een grote kans om de urgentie te benadrukken liggen. Met 1% van het jaarlijkse financieringsbedrag gaan we het MKB niet verduurzamen. Een grotere prikkel is noodzakelijk. De wens vanuit het mkb is er wel, nu nog de juiste voorlichting en stimulans vanuit de overheid.”

Over October

October is het grootste en snelst groeiende Europese financieringsplatform voor het MKB. Inmiddels heeft het platform meer dan 900 miljoen euro verstrekt aan meer dan 3500 projecten. Met een hybride financieringsmodel waarin institutionele beleggers en crowdfunding de basis voor financiering zijn, kan fintech October risicobeheersing, snelheid en zekerheid garanderen. October is tevens oprichter van de Stichting MKB Financiering, dat wordt ondersteund door het ministerie van EZK.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De meeste industriële bedrijven in Nederland maken hun eigen strategie om hun CO2-uitstoot te verminderen. Maar wat is de impact hiervan op de gehele Nederlandse industrie? En vice versa: hoe verhouden beslissingen van andere bedrijven en bijvoorbeeld netbeheerders zich tot elkaar? Hiervoor is inzicht in afhankelijkheden, beperkingen en kansen nodig. Het Institute for Sustainable Process Technology presenteerde op 8 november het Carbon Transition Model: een transparant, op feiten gebaseerd, publiek toegankelijk model dat de duurzaamheidstransitie van fossiel intensieve industrieën ondersteunt.

Het Carbon Transition Model (CTM) is ontwikkeld door Kalavasta en het Institute for Sustainable Process Technology, in samenwerking met meer dan 15 partners uit industrie en netbeheer en maatschappelijke organisaties. Het model brengt de grondstof-, energie- en emissiestromen in kaart voor fossiel-intensieve bedrijven in Nederland. De tool laat bovendien zien hoe deze stromen veranderen wanneer bepaalde duurzame keuzes worden gemaakt, rekening houdend met het hele Nederlandse industriële speelveld.

Het dashboard van het Carbon Transition Model.

Inzicht in het hele Nederlandse industrielandschap

Het CTM werkt op basis van data van alle circa 400 bedrijven die verplicht zijn te rapporteren aan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA). Deze gegevens komen uit openbare bronnen, zoals het CBS, NEA, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en TNO. Uitgangspunt zijn opties die kunnen worden onderverdeeld in zeven basisroutes om de fossiel-intensieve industrie CO2-neutraal te maken. Als gebruiker kun je in een eigen account doorrekenen wat jouw keuzes betekenen. De uitkomsten kun je opslaan en delen met andere gebruikers. Zo krijgt een gebruiker inzicht in de gevolgen van zijn keuzes voor verduurzaming, zowel voor zijn eigen bedrijf en locatie als voor een industriecluster, regio en zelfs het hele Nederlandse industrielandschap.

De zeven basisroutes om industrie CO2-neutraal te maken tussen 2020 en 2050

1. Verandering van energie- en/of grondstoffen-bron voor het industriële proces
2. Verandering van het industriële proces
3. Verandering in de hoeveelheid opgevangen, opgeslagen en/of hergebruikte emissies;
4. Recycling van eindproducten;
5. Verandering van het koolstofgehalte in de eindproducten die de locatie verlaten;
6. Nieuwe clustervorming;
7. Emissiereductie van ingekochte elektriciteit of warmte van derden.

De toekomst verkennen

Het model laat zien hoeveel grondstoffen en energie de industrie verbruikt en welke CO2-uitstoot daarbij hoort. Dit berekent het model op basis van het gekozen productieproces en met de mogelijkheid prognoses te maken per jaar. Zo kan een gebruiker met het model de toekomst verkennen. Het model laat zien wat de implementatie van een nieuwe technologie kan betekenen en ook wat er nodig is om die in te kunnen voeren. De berekeningen gaan verder dan locatieniveau, zoals een fabrieksterrein, en laten ook de impact op het gehele Nederlandse industriële landschap zien.

Voor besluitvormers in industrie, overheid, energiesector en samenleving

Een gemeenschappelijke basis als het Carbon Transition Model is nodig om de industriële transitie naar 2030 en 2050 te maken en emissiedoelstellingen te behalen. Het geeft besluitvormers in industrie, overheid, energiesector en samenleving een objectief beslissingsinstrument, waarin iedereen beschikt over dezelfde feiten en overzichten. Hierdoor kunnen de juiste gesprekken over beslissingen worden gevoerd, zonder eerst te verzanden in discussies over cijfers.

De invloed op het energiesysteem

Er is een koppeling tussen het CTM en het Energy Transition Model van Quintel, een soortgelijke tool voor het energiesysteem van Nederland. Door deze interactie kan verkend worden hoe de transitie van de industrie van invloed is op het energiesysteem. Denk hierbij aan de indirecte emissies van gascentrales die aangaan als er te weinig duurzame stroom beschikbaar is voor een sterk geëlektrificeerde industrie.

Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050

Het CTM is de afgelopen maanden al gebruikt om de Nederlandse netbeheerders te ondersteunen bij een update van de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050. Het model bood daarbij inzicht in de verwachte energiebehoefte van de industrie. Zo kunnen industrie en netbeheerders samen de juiste beslissingen nemen en op tijd de juiste investeringen doen om tot een robuust energiesysteem te komen.

Het Carbon Transition Model is onderdeel van de Rekenkamer van de Industrie.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De industriesector staat voor een enorme verduurzamingsuitdaging en kan niet zonder baanbrekende innovaties om die klus te klaren. TKI Energie en Industrie riep daarom de Industry Innovators Award in het leven, om veelbelovende startups in de spotlights te zetten. Ook dit jaar werd een jury- en publieksprijs uitgereikt. Suncom Energy sleepte beide awards in de wacht.

“We merken bij TKI Energie en Industrie meer en meer dat er radicale innovaties en doorbraak-technologieën nodig zijn om de klimaatambities voor 2050 te behalen”, zegt Rob Kreiter, directeur TKI Energie & Industrie. “We verwachten de aankomende jaren dan ook veel van bedrijven zoals de finalisten van vandaag, waar we steeds vaker mee samenwerken. Zij hebben de innovaties in handen die de verduurzaming van de industriesector verder brengen.”

Tijdens de ISPT-conference 2022, op dinsdag 8 november in Amersfoort, kregen drie finalisten van de Industry Innovators Award de kans om een pitch te geven. Ze hadden vier minuten de tijd om de vakjury én het publiek te overtuigen van hun potentiële gamechanger. De drie finalisten waren: Suncom Energy, Alucha Works en Energy21.

And the winner is…

De jury prees alle drie de finalisten, maar Suncom Energy sleepte uiteindelijk de award in de wacht. Ook het publiek koos voor de veelbelovende startup. Henk Arntz, oprichter en CEO: “Heel gaaf, we zijn hier echt blij mee. We hopen zo snel mogelijk de eerste zon-thermische energiecentrale van Nederland te bouwen en zijn ervan overtuigd dat het gaat lukken. Er is enorm veel interesse vanuit veel verschillende bedrijven om hiermee aan de slag te gaan, van bakkerijen en limonadefabrieken tot sauna’s en stadsverwarming. En het goede nieuws is: daar hebben we een hele goede businesscase voor.”

Suncom Energy: Zon-thermische energiecentrale op kleine schaal

Je hebt ze vast weleens gezien op een foto of video: grote velden waar honderden parabolische spiegels opgesteld staan om zonlicht te concentreren en een vloeistof op te warmen, die de warmte ook vasthoudt. Deze vorm van energieopwekking wordt ook wel Concentrated Solar Power (CSP) genoemd en het neemt veel voordelen met zich mee. Volgens Suncom Energy, één van de finalisten van de Industry Innovators Award, is de technologie twee keer goedkoper dan zonnepanelen, vergt het drie keer minder land, zijn er uitsluitend niet-schaarse en recyclebare materialen voor nodig én beschikt het over inherente energieopslag.

Tot op heden bestaan deze zon-thermische centrales alleen op grotere schaal, maar Suncom Energy slaagde erin om ze ook op kleine schaal beschikbaar te maken. Daardoor kan Concentrated Solar Power ook ingezet worden voor stadsverwarming, glastuinbouw, in de chemiesector of zelfs bij de lokale bakker. Met andere woorden: met Concentrated Solar Power op kleine schaal maakt Suncom Energy de technologie op veel grótere schaal beschikbaar.

Vakjury

De vakjury van de Industry Innovators Award 2022 bestond uit drie juryleden:

  • Sascha Kersten, professor Sustainable Process Technology aan de Universiteit van Twente;
  • Hans van der Spek, programmamanager Energie, Duurzaamheid en Circulariteit bij FME;
  • Wridzer Bakker, voorzitter van kennisnetwerk NL Guts.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ahold Delhaize veroorzaakt €119 miljard euro aan klimaatschade tot 2050. Dit blijkt vandaag uit nieuw onderzoek van Profundo, in opdracht van Milieudefensie. De verkoop van vlees en zuivel richt de meeste schade aan. “Ahold Delhaize is niet zo groen als ze zich voordoen. Dit onderzoek laat zien dat deze multinational internationale klimaatafspraken links laat liggen en door hun grote hoeveelheid CO2-uitstoot de wereld kapot maakt”, zegt Winnie Oussoren, voorzitter van Milieudefensie Jong. Vandaag voeren de jongeren actie bij Albert Heijn, aan het Museumplein in Amsterdam.

Schade voor alle klanten

In het onderzoek neemt Profundo de huidige prijs van één ton CO2-uitstoot als uitgangspunt. Op dit moment is dat €80 euro per ton. De totale klimaatschade is berekend op basis van het huidige klimaatplan van Ahold Delhaize vanaf 2015, het jaar van het klimaatakkoord van Parijs, tot 2050. In die jaren stoten ze nog 1488 miljoen ton CO2 uit. Oussoren: “Mijn generatie wordt geraakt door gevaarlijke klimaatverandering en draait op voor de klimaatschade.” De multinational heeft de ambitie om in 2050 een netto nul uitstoot te realiseren, maar in die 35 jaar veroorzaakt het bedrijf €119 miljard euro aan klimaatschade. Dat is vier keer de huidige marktwaarde van het bedrijf. “Richting klanten doet Ahold Delhaize zich duurzaam voor, maar ze pakken alleen kleine dingen aan, zoals minder plastic verpakkingen in hun winkels. Dat materiaal zorgt voor iets meer dan 3% van hun uitstoot, maar de klimaatcrisis vraagt om veel grotere maatregelen”, aldus Oussoren.

Zuivel- en vleesverkoop klimaatkillers

Het onderzoek laat zien dat verkoop van vlees en zuivel veruit de meeste klimaatschade veroorzaakt. 42% van de klimaatschade komt voort uit de verkoop van deze producten. “Vlees is duidelijk de grootste klimaatkiller”, zegt Oussoren. “Het wordt tijd dat Ahold Delhaize, als een van de grootste supermarktketens ter wereld, nú echt inzet op meer betaalbare plantaardige producten, want als klant wil je niet meewerken aan het verwoesten van onze planeet. 98% van de winst gaat nu naar aandeelhouders, investeer dat in verduurzaming.” Milieudefensie Jong biedt Ahold Delhaize verbeterpunten aan voor hun klimaatplan zodat het bedrijf sneller grotere stappen kan zetten en 70% van de omzet van het bedrijf in 2030 plantaardig is.

Ahold doet te weinig

Uit de Klimaatcrisis-Index, een onderzoek van NewClimate Institute, bleek in juli dat het klimaatplan van Ahold Delhaize zwaar tekortschiet om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Het bedrijf, dat onder andere ook eigenaar is van Bol.com en Gall&Gall, werkt aan een reductiedoelstelling in 2030 van slechts 15% als het gaat om de uitstoot die vrijkomt bij de in- en verkoop van producten (scope 3). Milieudefensie Jong benadrukt dat deze ambitie absoluut niet aansluit bij de internationale wetenschap en het klimaatakkoord van Parijs, waarin heel duidelijk staat dat 45% reductie in 2030 het doel moet zijn. Oussoren: “Dit is echt op geen enkele manier uit te leggen. Hoe kan Ahold Delhaize zijn verantwoordelijkheid zo laten liggen?” Het Profundo onderzoek toont ook aan dat ambitieuzer klimaatbeleid €35 miljard euro minder klimaatschade kan opleveren, “nog een reden om meteen aan de slag te gaan”, besluit Oussoren.

Actie bij Albert Heijn filialen

Milieudefensie Jong voert vandaag om 9.00 uur, als vervuilende hamsters, actie bij het Albert Heijn filiaal aan het Museumplein in Amsterdam en tientallen jongeren hebben gisterenavond door het hele land bij Albert Heijn-filialen een boodschap achtergelaten, om aandacht te vragen voor de schokkende resultaten uit het rapport. Oussoren: “Klanten willen niet dat hun supermarkt meewerkt aan het verwoesten van de planeet, daarom gaat Milieudefensie Jong samen met lokale actiegroepen bij filialen in het hele land staan om onze petitie te laten tekenen door klanten.” Online kan iedereen meedoen aan de petitie van Milieudefensie Jong, ook medewerker van Albert Heijn. Daarnaast kunnen mensen zelf initiatiefnemer worden om handtekeningen te verzamelen. Oussoren: “Zo pakken we samen deze grote vervuiler aan, want jongeren met een bijbaan bij de supermarkt hebben in hun eentje geen impact op aandeelhouders en het bestuur. Samen hebben we dat wel.”

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

NXP® Semiconductors today announced it has joined the Semiconductor Climate Consortium (SCC) as a founding member. Created by the SEMI Sustainability Initiative, the consortium is the first global, industry-wide collaborative focused on addressing the semiconductor industry’s response to climate change.

SCC members include companies from across the semiconductor ecosystem, all with a vision to accelerate progress on climate action, including support of the Paris Agreement and related accords. The consortium will work together to set near- and long-term goals and align on common approaches, channels and innovations that will drive sustainable growth across the value chain.

The consortium will meet for the first time at the 2022 United Nations Climate Change Conference (COP27), which takes place from November 8 to November 10 in Sharm El Sheik, Egypt.

Why It Matters

Joining SCC reaffirms NXP’s commitment to enabling a better, safer, more secure and sustainable world through innovation.

To ensure progress and accountability to the environment, NXP has set ambitious sustainability goals dedicated to continuous improvement and tracking year–on–year progress. Goals include achieving carbon neutrality in its operations by 2035, minimizing its impact on global water supplies and developing collaborative circular economy solutions. In early 2022, NXP formally committed to the Science Based Targets initiative (SBTi).

“NXP is proud to be one of the founding members of SCC as we remain unwavering in our commitment to a more sustainable future. We are excited to unite as a global industry to continue this sustainability journey together.” – Jennifer Wuamett, Executive Vice President, General Counsel and Chief Sustainability Officer.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vandaag wordt, tijdens de COP27 in Sharm-el-Sheikh, een accounting platform gelanceerd voor carbon removal credits van innovaties die CO2 via natuurlijke methodes verwijderen uit de atmosfeer. Het ONCRA platform (Open Natural Carbon Removal Accounting) is ontwikkeld door de non-profit organisatie Climate Cleanup in samenwerking met financiële partijen en regionale overheden. ONCRA biedt een podium aan wetenschappelijk onderbouwde innovaties met natuurlijke oplossingen voor de klimaatcrisis, van onder meer het Nederlandse BambooLogic, The Seaweed Company, Scave en greenSand.

Bedrijven die onvermijdelijke CO2-uitstoot willen compenseren kunnen laagdrempelig in contact komen met deze bewezen methoden en removal credits verkrijgen. Het platform kan tienduizenden kleinere ondernemers, boeren en bouwers wereldwijd in staat stellen om samen grootschalig CO2 te verwijderen en daarmee bijdragen aan het omkeren van de opwarming van de aarde. In 2030 wil het platform een gigaton CO2 hebben verwijderd.

Effectieve oplossing met meetbare impact

Om de wereldwijde klimaatdoelen te behalen is de verwijdering van CO2 uit de atmosfeer cruciaal, zo blijkt uit recente IPCC-rapporten. Tegelijkertijd is het wereldwijde aanbod van carbon removal credits – certificaten die bedrijven hun CO2-uitstoot echt laten compenseren door het op te ruimen – schaars. Bedrijven die aan klimaatdoelstellingen willen voldoen, kunnen deze credits hierdoor niet altijd vinden. Aan de andere kant maakt het lange en onzekere certificeringsproces het moeilijk voor kleinere ondernemingen die CO2-verwijdering aanbieden, om de markt van carbon removal credits te betreden. Om vraag en aanbod bij elkaar te brengen ontwikkelde Climate Cleanup ONCRA (Open Natural Carbon Removal Accounting), een platform dat de boekhouding van carbon removal credits faciliteert. Regeneratieve CO2-verwijderingsprojecten zoals bamboeteelt en zeewieroplossingen kunnen middels deze credits gefinancierd worden. ONCRA maakt het door lagere certificeringskosten eenvoudiger voor bedrijven om de markt te betreden en geeft volledige transparantie in de data van de projecten. “Door rekening te houden met wensen van verschillende partijen om betrouwbare removal credits makkelijk aan te kunnen schaffen, versnellen we de transitie naar een duurzame economie. Niet alleen hebben natuurlijke verwijderingsmethodes een meervoudige positieve impact; de koolstof wordt fysiek vastgelegd en is daardoor meetbaar,” aldus Sven Jense, founder van Climate Cleanup.

Onsetting: offsetting zonder greenwashing

ONCRA werkt samen met financiële partijen, regionale overheden van Zuid-Holland en Gelderland en Europese natuurlijke CO2-verwijderaars. Ondernemers van BambooLogic, Scave, The Seaweed Company en greenSand bieden hun removal credits al aan op het platform. De credits kunnen alleen worden gekocht door partijen die – in lijn met de Oxford Offsetting Principles – hun eigen uitstoot al fundamenteel hebben gereduceerd. Dit wordt onsetting genoemd. Bovendien komen klimaatvervuilers met een plek op de Carbon Underground, een lijst van olie- gas-, en kolenbedrijven met de grootste fossiele brandstofreserves ter wereld, niet voor de removal credits in aanmerking. Door via deze wegen greenwashing of ‘carbonwashing’ te voorkomen, zorgen de ONCRA-ontwikkelaars dat zowel het klimaat als toekomstige generaties van het platform profiteren. Een belangrijk streven, zo wordt op de COP27 wederom duidelijk. Jense: “De wereldwijde CO2-concentratie blijft toenemen en reduceren is onvoldoende om de gevolgen van klimaatverandering in te perken. ONCRA is een belangrijke ontwikkeling in de beweging naar een nieuwe, regeneratieve economie.” Het doel van ONCRA is om, samen met 10.000 bedrijven, voor 2030 een gigaton (1 miljard ton) CO2 te hebben opgeruimd. Aan het eind van deze eeuw moet dat 1500 gigaton zijn.

Het verschil tussen CO2-reductie en CO2-verwijdering

  • CO2-reductie is het streven om de uitstoot van het broeikasgas koolstofdioxide te verminderen, wat nodig is om ervoor te zorgen dat klimaatverandering niet verergert. Bedrijven kunnen uitstoot reduceren door bijvoorbeeld energie te besparen, inkoop te verduurzamen en zuiniger om te gaan met grondstoffen.
  • Volgens recente klimaatrapporten is CO2-reductie onvoldoende om klimaatdoelen van 2050 te behalen. De hoeveelheid koolstofdioxide in de atmosfeer is namelijk al te hoog. Om onder de 1.5°C opwarming te blijven moeten we reeds uitgestoten CO2 uit de lucht verwijderen of opruimen, bijvoorbeeld door het op te slaan in de bodem of gebouwen. CO2-verwijdering is makkelijker meetbaar dan CO2-reductie.

Foto: Zeewierboerderij van The Seaweed Company.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In tijden dat de energieprijzen fors stijgen is besparen op energie belangrijker dan ooit. Juist ook voor een bedrijf als KPN waar duurzaamheid een integraal onderdeel van de strategie is. Daarom wordt vol ingezet op versnelde verdere verlaging van het energieverbruik. Een bedrijfsbreed actieplan moet ervoor zorgen dat op korte termijn het energieverbruik in de hele keten versneld omlaag gaat.

Inmiddels zijn meerdere energie-efficiënte maatregelen genomen. Zoals energiebesparende aanpassingen in de vaste en mobiele netwerken en slimme oplossingen voor de koeling en verwarming van technische gebouwen, winkels en kantoren. Ook gaat KPN de komende twee jaar duurzame energie opwekken op de daken van circa 150 eigen gebouwen.

“De afgelopen jaren hebben we op het gebied van duurzaamheid flinke stappen gezet. Sinds 2010 bespaarden we reeds 45% van het absolute energieverbruik, en we willen tot 2030 nog eens 10% extra besparen op energie. Tegelijkertijd verwachten we dat het dataverbruik verder blijft stijgen, ongeveer 27x meer in het huidige decennium. Ook het relatieve energieverbruik per verstuurde gigabyte over ons netwerk willen we daarom verder omlaag brengen”, aldus Chris Figee, CFO van KPN. “Ook wij voelen de impact van de gestegen energieprijzen, volgend jaar verwachten we 50 tot 60 miljoen euro extra aan energiekosten. Daarom loont het om versneld door te pakken met het slim verminderen van ons energieverbruik, het optimaliseren van onze energie efficiency en het opwekken van groene stroom. Zodat we op korte termijn toewerken naar de juiste energie op het juiste moment, en daarmee het gebruik van gas of stroom in het energienet zoveel mogelijk vermijden.”

energy besparing vs data groei 2010-2021

Vaste en mobiele netwerken en IT

Sinds 2011 gebruikt KPN 100% groene elektriciteit en per 2015 is de bedrijfsvoering volledig klimaatneutraal. De meeste energie wordt gebruikt voor de netwerken en digitale infrastructuur. In het vaste netwerk voegt KPN daarom steeds meer slimme en energiebesparende software features toe. Bovendien is iedere nieuwe generatie weer energie-efficiënter dan de vorige. De overstap van koper naar glasvezel zorgt voor een flinke besparing, zeker wanneer op termijn het kopernetwerk op 2,2 miljoen adressen waar reeds glasvezel ligt uitgeschakeld wordt.

Ook in het mobiele netwerk wordt ingezet op verdere besparing. Het totale energieverbruik blijft min of meer gelijk, ondanks de continue toename van het dataverkeer. Dankzij de netwerkmodernisatie neemt de totale capaciteit 7,5 keer toe, terwijl de hoeveelheid energie per GB daalt met 86%. Ook heeft KPN een dynamische energiebesparende modus geactiveerd op mobiele zendmasten wanneer ’s nachts weinig mensen gebruik maken van het netwerk. Wanneer de vraag naar data toeneemt, schakelt het netwerk automatisch weer terug.

Ook in de IT infrastructuur gaat KPN versneld rationaliseren. Hierdoor kunnen eerder dan verwacht een aantal kleinere datacenters worden uitgezet. In kleine stapjes worden ook een aantal processen gevirtualiseerd, dat scheelt weer hardware en stroom.

Kantoorgebouwen, winkels, technische gebouwen & centrales

KPN bekijkt ook hoe het de vierkante meters aan kantoorruimte energie-efficiënter kan gaan gebruiken. Sinds corona wordt er definitief minder gebruik gemaakt van de verschillende kantoorgebouwen. Daardoor is de bezettingsgraad ook flink lager en kijkt KPN naar de toekomst hoe kantoorruimte efficiënter en optimaler kan worden ingericht. Mede daarom worden vanaf begin volgend jaar de kantoorwerkplekken in de regio Den Haag geconcentreerd op één locatie; Zoetermeer. Daardoor kan KPN de energierekening van locatie Maanplein fors verlagen. Ook wanneer een nieuwe huurder zich aandient.

In de verschillende winkels neemt KPN ook een aantal maatregelen; zo wordt onder meer geëxperimenteerd om gedurende openingstijden de winkeldeuren zoveel mogelijk gesloten te houden, zodat zo min mogelijk energie verloren gaat. KPN heeft verspreid over het hele land vele technische gebouwen en centrales. Het energieverbruik van deze gebouwen wordt doorlopend gemonitord. Zo zijn een aantal gebouwen optimaler ingericht, waardoor er minder verwarming of koeling noodzakelijk is. Ook zijn de instellingen van verwarming en koelinstallaties aangepast, zijn er koelgangen geïnstalleerd en wordt het gasgebruik teruggebracht. Ook zijn op honderden locaties de CV-ketels definitief van het gas afgehaald. En op een aantal locaties wordt geëxperimenteerd met warmtepompen.

Duurzame-energie opwekking

KPN is van start gegaan met het plaatsen van zonnepanelen op technische gebouwen en centrales. De komende twee jaar worden de daken van 150 locaties uitgerust met zonnepanelen. Deze daklocaties zijn technisch geschikt en ook gunstig gelegen waardoor zonne-energie de komende jaren een groter aandeel krijgt in de totale energiemix van KPN.

visual - kpn zet vol in op versnelde energiebesparing

[ad_2]

Source link

Berichten paginering