[ad_1]

Wintershall Dea en HES Wilhelmshaven Tank Terminal hebben een MoU ondertekend om samen CO₂nnectNow te ontwikkelen, een CO₂-hub op het Duitse HES Wilhelmshaven Tank Terminal. Het plan is om CO₂ die onvermijdbaar is in Duitse industriële processen, op te vangen en te transporten naar het geplande CO₂nnectNow. Vanuit deze enige diepzee haven van Duitsland zal de CO₂ worden verscheept, en later via pijpleidingen worden getransporteerd, naar pijpleidingen in de Noorse en Deense Noordzee die verbonden zijn met geologische formaties. Daar wordt de CO₂ permanent en veilig opgeslagen. Dit proces wordt Carbon Capture en Storage genoemd, CCS, en zal een sleutelrol spelen in het koolstof vrij maken van industrieën die lastig te verduurzamen zijn in Duitsland.

HES Wilhelmshaven Tank Terminal werd geselecteerd als de thuisbasis voor CO₂nnectNow vanwege de strategische ligging, de diepzee kade en uitgebreide industriële- en railinfrastructuur.

Er is een studie gestart om de haalbaarheid van het project te bepalen, waarvan de resultaten naar verwachting in 2023 zullen worden ontvangen.

In mei 2022 presenteerde Wintershall Dea – Europa’s grootste onafhankelijke Gas- en oliebedrijf – BlueHyNow, een gepland project om grote hoeveelheden waterstof uit aardgas te produceren in Wilhelmshaven. De verwachting is dat de door BlueHyNow gegenereerde CO₂ ook zal worden opgevangen en verzameld bij CO₂nnectNow.

Wintershall Dea heeft onlangs een samenwerking aangekondigd met Equinor om Duitsland en Noorwegen te verbinden via een 900 kilometer lange CO₂-pijpleiding. De pijpleiding zal naar verwachting een jaarlijkse capaciteit van maximaal 40 miljoen ton hebben in 2032 en zal veilig transport van CO₂ vanaf de Duitse kust naar de Noorse Noordzee mogelijk maken.

“Alleen met CCS kan Duitsland zijn klimaatdoelstellingen halen. De Noordzee, met name Noorwegen en Denemarken, biedt een enorm potentieel en Wilhelmshaven ligt perfect in Noord-Europa. We zijn verheugd dat we in HES een ervaren en lokaal gewortelde partner hebben gevonden om ons CO₂nnectNow-project te laten rijpen,’ zegt Klaus Langemann, Senior Vice President Carbon Management & Hydrogen bij Wintershall Dea.

“Bij HES International streven we naar duurzame groei, met een sterke focus op kansen in de energietransitie zoals waterstof, CO₂ en schone brandstoffen. Onze HES Wilhelmshaven Tank Terminal heeft de ambitie om een centrale rol te spelen in de Duitse energietransitie. De terminal is zeer goed gepositioneerd om dit te doen, met voldoende land beschikbaar voor verdere ontwikkeling en uitgebreide kade- en spoorcapaciteit. Samenwerking is essentieel om succesvol te zijn in het leveren van een zinvolle bijdrage aan de decarbonisatie van de regio, in lijn met de Europese Green Deal,” voegt Martijn Fock, Business Development en Commercial Director bij HES International, toe.

Studies (bijvoorbeeld door het Öko-Institut en Agora Energiewende) bevestigen dat CCS een sleuteltechnologie zal zijn om Duitsland in staat te stellen de emissies van industrie en landbouw te verminderen. Daarom heeft Wintershall Dea plannen om de emissies te verlagen door CCS en koolstofarme waterstof technologieën toe te passen, die mogelijk kan oplopen tot 20 tot 30 miljoen ton CO₂ per jaar tegen 2040.

CO₂nnectNow moet een cruciale bouwsteen worden om deze doelen te bereiken als vanaf 2028 jaarlijks geleidelijk meer dan 10 miljoen ton CO₂ vanuit HES Wilhelmshaven wordt geëxporteerd naar veilige offshore-opslaglocaties.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Uit nieuw onderzoek van South Pole, ’s werelds grootste leverancier van klimaatoplossingen en ontwikkelaar van klimaatbeschermingsprojecten, blijkt dat een op de vijf ondervraagde bedrijven in Nederland die wetenschappelijk onderbouwde reductiedoelstellingen hebben vastgelegd, deze niet openbaar maken.

Het jaarlijkse rapport Net Zero and Beyond: A Deep-dive on Climate Leaders and What’s Driving Them, dat vandaag uitkomt, ondervroeg toegewijde duurzaamheidsleiders bij meer dan 1.200 grote bedrijven, waarvan 100 in Nederland, in verschillende sectoren. Bijna alle ondervraagde bedrijven hebben een netto nul-doelstelling en wetenschappelijk onderbouwde emissiereductiedoelstellingen vastgesteld, of zijn van plan dat het komende jaar te doen. Deze organisaties kunnen als voorbeeld dienen om te laten zien hoe een deel van de klimaatbewuste bedrijven momenteel vooruitgang boeken, of juist niet, op hun reis naar netto nul.

De belangrijkste redenen van de meeste bedrijven voor hun inzet voor klimaatbescherming was de toegenomen vraag van klanten naar duurzame producten en het tonen van merkleiderschap. Uit het verslag van dit jaar blijkt echter dat sommige bedrijven om deze redenen weliswaar wetenschappelijk onderbouwde netto nul-doelstellingen vaststellen, maar dat een aanzienlijk deel daarvan deze niet openbaar maakt.

In de aanloop naar COP 26 vorig jaar hebben honderden bedrijven over de hele wereld netto nul-doelstellingen vastgesteld en deze via opvallende campagnes bekendgemaakt. De ambitie van bedrijven is sindsdien niet afgenomen: uit het onderzoek van South Pole blijkt dat bedrijven netto nul-doelstellingen blijven stellen en budgetten om deze te ondersteunen blijven verhogen. Maar amper een jaar later doet de groeiende terughoudendheid om wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelstellingen te publiceren de vraag rijzen waarom sommige bedrijven hun doelstellingen niet publiekelijk bekend willen maken.

“Wij zien dat klimaatbewuste ondernemingen hun langetermijndoelstellingen steeds vaker onderbouwen met wetenschappelijk onderbouwde emissiereductie-mijlpalen voor de middellange termijn. Dit is de juiste aanpak, maar wij maken ons zorgen over de afnemende bereidheid om details van deze doelstellingen kenbaar te maken. De snelheid waarmee we onze planetaire grenzen overschrijden is duizelingwekkend. Meer dan ooit hebben we bedrijven nodig die vooruitgang boeken op het gebied van duurzaamheid en hun industrie inspireren om zelf actie te ondernemen. Dit is onmogelijk als vooruitgang in stilte gebeurt,” zegt Renat Heuberger, CEO van South Pole.

Eerlijke gesprekken over de uitdagingen op weg naar netto nul zijn essentieel, aangezien greenwashing blijft aanhouden en rechtszaken toenemen. Onderzoeksjournalistiek die valse beweringen aan het licht brengt, helpt de ambities van bedrijven op het gebied van klimaat hoog en oprecht te houden. Tegelijkertijd kan mediakritiek bedrijven die vrijwillig doelen stellen, ontmoedigen om meer openheid te betrachten – zoals bleek uit South Pole’s 2022 Net Zero Report.

“In het Net Zero Report van dit jaar komt een tegenstelling naar voren tussen de ambitieuze doelstellingen van bedrijven en hun bereidheid om deze publiekelijk bekend te maken. Dit is verontrustend omdat we behoefte hebben aan bedrijven die doortastend optreden en daarbij openlijk praten over wat er achter hun netto nul-doelstellingen schuilgaat. Daarnaast zijn er nog veel bedrijven die hun doelstellingen, die idealiter afgestemd zijn op de wetenschap, nog moeten vaststellen,” zegt René Groot Bruinderink, Head of Climate Solutions Nederland en UK bij South Pole.

Toch laat het rapport van South Pole ook positieve trends zien. Hoewel sommige ondervraagde bedrijven hun doelstellingen niet publiekelijk bekendmaken, zijn zij op de achtergrond bezig met de uitvoering ervan. Driekwart van de ondervraagde bedrijven in Nederland hebben sinds december 2021 hun budgetten voor netto nul verhoogd. Veel bedrijven vergroten ook hun interne capaciteiten door het aannemen van nieuw personeel en het trainen van hun duurzaamheidsteams.

In vergelijking met een derde van de wereldwijd ondervraagde bedrijven, zei bijna de helft van de Nederlandse bedrijven dat het bereiken van hun doelstellingen “moeilijker” is dan verwacht. Een derde van de Nederlandse bedrijven die verklaarden achter te lopen met de uitvoering, is van plan hun inspanningen volgend jaar “aanzienlijk” op te voeren.

Zelfs onder de zelf geïdentificeerde grote vervuilers – waarvan 76% wetenschappelijk onderbouwde netto nul-doelstellingen had – heeft bijna een kwart besloten hun mijlpalen buiten de verplichtingen om niet verder bekend te maken. Als rapportage over klimaatprestaties zelfs bij de meest proactieve grote vervuilers, degenen die in de schijnwerpers van de media en regelgeving staan, wordt verzwegen, hoe kan een “race naar de top” dan ooit worden gestimuleerd bij niet-beursgenoteerde grote vervuilers?

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op maandag 17 oktober is de eerste monopile voor het offshore windpark Hollandse Kust Noord geplaatst. De bouw van het windpark is hiermee van start gegaan. De komende maanden plaatst Van Oord in totaal 70 monopiles in het windpark dat zo’n 18 kilometer uit de kust ligt, ter hoogte van Egmond aan Zee. De monopiles vormen de fundering van de windturbines. Bij de bouw van het windpark past windparkeigenaar CrossWind diverse innovaties toe, zoals waterstofproductie op zee en drijvende zonnepanelen. Met deze innovaties draagt het windpark als eerste slimme windpark van ons land in belangrijke mate bij aan de versnelling van de energietransitie. 

Tjalling de Bruin, CEO van Crosswind en projectdirecteur van Hollandse Kust Noord: “Hiermee zetten we de eerste stap naar het realiseren van een ​​geïnstalleerd vermogen van in totaal 759 MW, als het windpark eind 2023 operationeel is. Dit komt neer op een groene energieproductie van minstens 3,3 TWh per jaar, waarmee we in ongeveer 2,8% van de Nederlandse elektriciteitsbehoefte kunnen voorzien. Ik ben ontzettend trots samen met het CrossWind team hiermee een bijdrage te leveren aan het versnellen van de energietransitie en het vergroten van de energiezekerheid.”

Slim windpark

De windturbines die op de monopiles komen te staan, zijn onderdeel van het eerste slimme windpark van Nederland. Tjalling de Bruin legt uit: “Het waait niet altijd overal even hard. Hoe zorg je zelfs bij weinig wind dat er toch groene stroom geleverd kan worden? Samen met onze partners onderzoeken we vijf verschillende innovaties die zijn ontworpen om deze uitdagingen aan te gaan. Zo proberen we ervoor te zorgen dat toekomstige windparken op zee een constante stroomleverancier zijn, ongeacht hoe de wind waait, en helpen we het elektriciteitsnet stabiel te houden.”

24/7

De bouwwerkzaamheden vinden 7 dagen per week, 24 uur per dag plaats. Bij ongunstige weersomstandigheden, zoals hoge golven en harde wind, kunnen de werkzaamheden worden stilgelegd om de veiligheid van de medewerkers op zee niet in gevaar te brengen. Het plaatsen van de monopiles is naar verwachting medio 2023 gereed.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Windenergie zit in een stroomversnelling. Alleen al in Europa komt op zee in 2030 circa 135 gigawatt aan windturbines te staan. De keerzijde is dat bladen op de schroothoop gaan belanden aan het einde van hun levensduur van 25 jaar. In Europa gaat het jaarlijks om zo’n vier miljoen ton afval. TNO is vergevorderd met een veelbelovende oplossing.

‘Die is ook hard nodig’, zegt Harald van der Mijle Meijer, senior consultant Wind Energy Technology van TNO. ‘We moeten niet alleen van die enorme berg turbinebladen af die nu begraven of verbrand wordt, maar ook stellen overheden steeds strengere eisen aan de bouwers en eigenaren van windparken. Bedrijven die inschrijven op een tender voor de aanleg van een windpark op zee moeten in veel landen kunnen aantonen dat de windturbines grotendeels te recyclen zijn. De meeste onderdelen zoals fundering en toren zijn dat al, maar voor de bladen is nog geen commercieel aantrekkelijke oplossing. Daar werken wij aan bij TNO binnen het Brightlands Materials Center. Dit initiatief van TNO en de provincie Limburg is gespecialiseerd in de ontwikkeling van duurzame materialen.

Unieke methode

Het gaat om een unieke methode om de vezels uit het turbineblad te winnen en te hergebruiken in nieuwe producten. De huidige bladen bestaan voor meer dan de helft uit glas- en koolstofvezel, die in beginsel geschikt zijn voor hergebruik. Aan het einde van de levensduur zijn er verschillende duurzame opties voor de bladen. Mechanisch of chemisch recyclen heeft nadelen voor kwaliteit en opschaling. De experts van TNO en Brightlands Materials Center hebben zich daarom gericht op een thermochemisch proces met pyrolyse, waarbij het materiaal op bijna vijfhonderd graden wordt verhit zonder zuurstof, waardoor de vezels vrijkomen. Vervolgens zijn ze te verwerken in thermoplastisch composiet om dat te gebruiken in recyclebare producten. Die methode levert de beste uitkomsten om het gerecyclede materiaal steeds weer te hergebruiken.

Mes snijdt aan twee kanten

TNO Business Development Manager Richard Janssen, werkzaam bij Brightlands Materials Center: ‘We werken hier met een groep onderzoekers aan de ontwikkeling en innovatie van polymere materialen, in dit geval thermoplastische composieten. Die bestaan uit plastic en vezels, wat ze extra sterk maakt. Je ziet ze daarom in steeds meer producten, van auto-onderdelen tot sportartikelen. Bladen van windturbines bestaan ook uit composieten, maar een ander type: thermohardende composieten. Deze bevatten ook vezels maar een ander type plastic dat uithardt tijdens de productie en heel lastig te recyclen is. Pyrolyse is een oplossing voor dit probleem, waardoor de vezels teruggewonnen kunnen worden. Deze vezels gebruiken we vervolgens in de makkelijker te recyclen thermoplastische composieten, zodat ze na het gebruik eenvoudiger uit elkaar te halen zijn.

Composiet is net zo sterk als metaal maar veel lichter in gewicht. We ontwikkelen hier niet alleen technologieën om thermoplastische composieten te maken, maar ook om ze te kunnen recyclen. Je wilt dat ze circulair zijn en zo lang mogelijk in uiteenlopende producten worden toegepast. Het mes snijdt aan twee kanten, want je lost een afvalprobleem op en je biedt fabrikanten in uiteenlopende sectoren gerecycled materiaal aan. Ze hoeven voor hun producten dan geen grondstoffen te gebruiken.’

Opschalen

Mariusz Cieplik, Innovatiemanager Bio-energie bij TNO en gespecialiseerd in hoge temperatuur conversieprocessen: ‘Het gaat hier om een verbreding van een technologie die samen eerder is ontwikkeld voor productie van biochar, een bodemverbeteraar die we via pyrolyse maken uit biomassa. Dat proces maken we nu geschikt voor het recyclen van de bladen van windturbines. Er zijn namelijk sterke overeenkomsten tussen die twee. In beide gevallen gaat het om het goed kunnen scheiden van wat vrijkomt bij pyrolyse en de vaste stoffen die overblijven. De technologie is het lab inmiddels ontgroeid. We hebben nu een pilotinstallatie die op een schaal van enkele honderden kilogrammen biochar kan maken. Voor recycling van turbinebladen hebben we dat proces met succes nagebootst met enkele aanpassingen.

Bij TNO beschikken we nu over een perfect platform om verder uit te bouwen. Als we dit de komende jaren kunnen opschalen tot industrieel niveau hebben we een uniek recycleproces dat heel veel afval gaat schelen en het gebruik van grondstoffen beperkt omdat het materiaal dat we terugwinnen een nieuw leven krijgt in een ander, hoogwaardig product.’

Twee werelden samenbrengen

Harald: ‘We maken dit voor alle partijen in de keten aantrekkelijk. Fabrikanten in verschillende sectoren, bijvoorbeeld de auto-industrie, krijgen steeds meer wettelijke verplichtingen om gerecyclede materialen in hun producten te gebruiken. En de windindustrie heeft een afvalprobleem. Wij brengen die twee werelden bij elkaar. Door ons innovatieve proces kunnen we aan twee kanten waarde toevoegen. Het materiaal dat we uit de bladen winnen is toepasbaar in veel hoogwaardige producten, zoals auto-onderdelen, meubels, verpakkingen, smartphones: te veel om op te noemen.’

Richard: ‘Het zou een oplossing kunnen zijn voor zowel de materiaal- als de energietransitie. Bij het maken van windturbinebladen is nooit goed nagedacht over het einde van de levensduur. Ze, moesten geld opleveren, sterk en veilig zijn, bestand tegen extreme weersinvloeden. Recycling was nooit echt aan de orde. Nu onderzoeken we hoe we de vezels uit bladen zo lang mogelijk in leven houden. Is het in een toepassing niet meer bruikbaar, zoals turbinebladen, dan verwerk je het weer in de volgende toepassing. Zo stel je verbranding zo lang mogelijk uit.’

Ketens organiseren

De recycling van de bladen zou over een paar jaar op een aantal plekken in het land moeten gebeuren, het liefst in de buurt van grote havens waar ze vanaf zee of land worden aangevoerd. Daar komen dan hubs om van de afgedankte bladen hoogwaardige halffabricaten of eindproducten te maken. TNO voert hierover in Europees verband overleg met bedrijfsleven, overheden en kennispartners om dit op grote schaal te organiseren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam energiebedrijf Groendus neemt het IoT-platform EnergyNXT over van ICT Group B.V. EnergyNXT is een bewezen oplossing voor energiemonitoring en de aansturing van energie-specifieke apparatuur. Het optimaliseert opwek en verbruik van energie met bijbehorende energiestromen. Met de overname van het platform en het EnergyNXT ontwikkelteam brengt Groendus haar klanten weer een stap dichter bij 100% schone energie.

Energie-installaties slim aansturen

De software van EnergyNXT is gebouwd op de nieuwste generatie Internet of Things (IoT) technologie van ICT Group. Het verbindt verschillende energie-installaties en stuurt deze slim aan op basis van real-time voorspellings- en marktdata. Zo koppelt het platform zonnepanelen, laadpalen, batterijen en verwarmingsinstallaties. Maar ook meer energie-intensieve verbruiksinstallaties, zoals koel- en vriescellen, kunnen optimaal aangestuurd worden vanuit het platform van EnergyNXT.

Met het EnergyNXT platform maakt Groendus het voor haar klanten mogelijk om zoveel mogelijk van de duurzame energie die zij opwekken zelf efficiënt te gebruiken en aan de markt te leveren. Het brengt de duurzame missie van Groendus weer een flinke stap dichterbij: 100% schone energie voor iedereen.

Onafhankelijk van fossiele energie

Het platform van EnergyNXT wordt op termijn volledig geïntegreerd in het bestaande Groendus-platform. Hierdoor gaat het naadloos samenwerken met de vernieuwende handelsplaats voor duurzame energie: de Groendus Energiemarktplaats. De totaalaanpak van het slim aansturen van opwek en verbruik en de aanvullende inkoop van écht duurzame stroom, maakt bedrijven steeds onafhankelijker van dure grijze energie.

“We zorgen ervoor dat onze klanten loskomen van de grillen van de traditionele fossiele energiemarkt en de regie over hun duurzame energiebehoeften in eigen handen krijgen” licht Groendus CEO René Raaijmakers toe. “We helpen ze daarom in de breedte met energie besparen, opwekken, slim verbruiken en duurzaam in- en verkopen. Dat kan alleen in een perfect samenspel tussen al deze facetten. Het state-of-the-art platform van EnergyNXT is daar een vitale schakel in. We zijn dan ook heel trots dat wij deze expertise aan onze dienstverlening kunnen toevoegen en heten de nieuwe collega’s van harte welkom!”

Over EnergyNXT

EnergyNXT is ontwikkeld door OrangeNXT, onderdeel van ICT Group B.V. OrangeNXT ontwikkelt Software as a Service oplossingen. Door de overname ontstaat er binnen OrangeNXT meer focus voor de overige activiteiten, terwijl de energie-managementsoftware verder uitgebouwd kan worden vanuit het ontwikkelteam van Groendus. De medewerkers die EnergyNXT hebben opgebouwd, komen in dienst bij Groendus.

“Met EnergyNXT hebben we de solide basis gelegd voor een geavanceerd energie-managementsysteem.” vertelt Huub van der Linden, Managing Director OrangeNXT. “Groendus is in staat om het platform verder te ontwikkelen, zodat het op grote schaal kan bijdragen aan de verduurzaming van zakelijke Nederland. Zij kunnen ondernemers helpen bij het besparen van energiekosten en het terugdringen van hun CO2 uitstoot. Een win-win situatie!”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Waterschappen hebben op 14 oktober bekend gemaakt te streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Zij leggen daarmee de lat voor duurzaamheid hoger dan de landelijke ambities en hopen andere partijen te inspireren. Dirk-Siert Schoonman, bestuurder van de Unie van Waterschappen: “Het is geen wonder dat de klimaatverandering ons zo aan het hart gaat, want wij merken in het waterbeheer als eersten de gevolgen in ons dagelijks werk. Wij zijn eigenlijk de ‘kanarie in de kolenmijn’. Het weer hebben wij als mens niet in de hand, maar de klimaatverandering kunnen we beïnvloeden. Dus gaan we als waterschappen aan de slag.”

In de op 14 oktober vastgestelde strategische visie ‘Op weg naar klimaatneutraliteit’ geven alle 21 Nederlandse waterschappen aan hun klimaatvoetafdruk nog beter in beeld te zullen brengen en te streven naar klimaatneutraliteit in 2035. Daarbij kijken ze naar de broeikasgassen die het waterschap zelf veroorzaakt, waaronder lachgas en methaan op de rioolwaterzuiveringen. En naar de uitstoot van derden die in opdracht van het waterschap werken. Ook streven zij naar beperking van de emissies van broeikasgassen in hun omgeving, zoals uit veenweiden, oppervlaktewater en waterbodems.

Belangrijke schakel

Minister Rob Jetten voor Klimaat en Energie heeft zijn steun uitgesproken voor de visie van de waterschappen: “Ik ben onder de indruk van de ambities. Klimaatverandering tegengaan vereist een gezamenlijke inspanning van alle overheden. Waterschappen zijn niet alleen een belangrijke schakel om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Ze geven het goede voorbeeld aan de rest van Nederland door ook te helpen bij het tegengaan van klimaatverandering.”

Ruimtelijke ontwikkeling

Dirk-Siert Schoonman van de Unie van Waterschappen: “De zeespiegelstijging gaat sneller dan gedacht en dit is zorgwekkend. Meer dan de helft van Nederland ligt beneden de zeespiegel of in overstromingsgevoelig gebied, waar bovendien twee derde van ons nationaal inkomen wordt verdiend. Hoe houden we Nederland ook op de lange termijn veilig? Het is essentieel dat water en bodem sturend worden bij besluiten over de ruimtelijke ontwikkeling. Waterschappen werken niet alleen hard aan het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. We stellen ook alles in het werk om die verandering te voorkomen en bij te dragen aan de verduurzaming van de energievoorziening in Nederland. ”

Duurzame energie

Een tussenstap is de energieneutraliteit die de waterschappen voor 2025 als sector al hebben afgesproken in het klimaatakkoord van 2019. Door zo min mogelijk energie te verbruiken en zoveel mogelijk duurzame energie zelf op te wekken, bijvoorbeeld uit rioolwater. En terreinen ter beschikking te stellen voor zonnepanelen en windmolens. Goede voorbeelden zijn de versnelde productie van groen gas en innovaties zoals groene waterstof op de rioolwaterzuivering.

Lokaal energiesysteem

De waterschappen beschikken over meer dan 300 rioolwaterzuiveringen en beschouwen die steeds meer als een slim lokaal energiesysteem. Ook aquathermie – het duurzaam verwarmen en koelen van woningen met water- heeft een grote potentie. Het potentieel aan duurzame bronnen waarover de waterschappen beschikken overstijgt de eigen energiebehoefte. Vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid willen waterschappen deze bronnen inzetten en zo actief bijdragen aan klimaatneutraliteit in de regio.

Circulair materialengebruik

Grondstoffenverbruik houdt een rechtstreeks verband met energieverbruik en dus met klimaatbeleid. Door in te zetten op het gebruik van duurzamere materialen, gebruiken waterschappen minder energie en fossiele brandstoffen, waardoor minder CO2-uitstoot plaatsvindt. En dit remt de uitputting van grondstoffen. Bijvoorbeeld door bij het versterken van dijken grond uit de regio opnieuw te gebruiken of onderdelen van zuiveringsinstallaties te hergebruiken. Dat is circulair en levert ook CO2-besparing op omdat er minder transport nodig is.

Financiering

Lidwin van Velden, directievoorzitter van de Nederlandse Waterschapsbank, is verheugd met de ambitie van de waterschappen: “Als dé duurzame waterbank steunen wij de ambitie van de waterschappen om in 2035 al klimaatneutraal te willen zijn volop! Wij staan klaar om de waterschappen van passende en zo goedkoop mogelijke financiering te voorzien en samen te investeren in een waterbewuste en duurzame samenleving.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het merendeel (79 procent) van de bedrijven heeft dit jaar maatregelen genomen om de bedrijfsvoering duurzamer te maken. Dit meldt het CBS op basis van de maandelijkse conjunctuurenquête die begin september 2022 werd gehouden. Het onderzoek is gedaan onder bedrijven in de industrie, auto- en detailhandel en de dienstverlening. Bijna 39 procent van de bedrijven zegt een combinatie van maatregelen te hebben genomen rond energie, uitstoot of de circulaire economie. Bijna 20 procent heeft vooral verduurzaamd op het gebied van energie. Maatregelen omtrent circulaire economie (14 procent) en uitstoot (6 procent) worden minder vaak genoemd. 21 procent van de bedrijven heeft dit jaar hun bedrijfsvoering niet verder verduurzaamd.

Bedrijven actief in vervoer en opslag en in verhuur en overige zakelijke diensten geven vaker dan de andere bedrijfstakken aan dit jaar te werken aan hun uitstoot. Voor de bedrijfstakken verhuur en handel van onroerend goed en cultuur, sport en recreatie geldt dit voor energiemaatregelen. Voor de horeca zijn circulaire maatregelen van groter belang geweest.

Afhankelijkheid van derden kan verduurzaming belemmeren

Voor bijna een kwart van de ondernemers is de afhankelijkheid van derden de belangrijkste belemmering bij het verduurzamen van het bedrijf. Bijna 13 procent noemt een tekort aan financiële middelen als belangrijkste belemmering. Een bijna even grote groep (12 procent) ziet te weinig voordelen van verduurzaming. Daar staat tegenover dat ruim 3 op de 10 bedrijven geen belemmeringen ervaren bij het verduurzamen.

Bedrijven in de horeca en de cultuur, sport en recreatie geven een tekort aan financiële middelen vaker als belangrijkste belemmering aan dan bedrijven in andere bedrijfstakken. Bedrijven in vervoer en opslag en de verhuur en handel van onroerend goed noemen de afhankelijkheid van derden vaker als belangrijkste belemmering.

Een derde vindt bedrijfsvoering grotendeels of geheel duurzaam

Een derde van de bedrijven beoordeelt hun bedrijfsvoering als grotendeels of helemaal duurzaam. Bijna de helft zegt dat hun bedrijf deels duurzaam werkt, en volgens 15 procent is het bedrijf in kleine mate duurzaam. De uitkomsten betekenen niet dat alle economische activiteiten even duurzaam zijn. Bedrijven vergelijken hun prestaties bijvoorbeeld eerder met normen, collegabedrijven of verduurzamingsmogelijkheden binnen hun bedrijfstak dan dat zij zich vergelijken met (duurzamere) andere bedrijfstakken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tijdens CES Unveiled in Amsterdam is bekend gemaakt dat Supersola met haar innovatieve Plug & Play zonnepaneel de CES (Consumer Electronics Show) 2023 Innovation Award heeft gewonnen in de categorie “Home Appliances”. Supersola maakt van een zonnepaneel een apparaat dat iedereen thuis gewoon kan inpluggen en gebruiken. Samen met 70 andere Nederlandse startups en scaleups reizen ze af naar de CES 2023 in Las Vegas. 

CES Innovation Awards

De CES Innovation Awards is een jaarlijks terugkerende wedstrijd georganiseerd op initiatief van de Consumer Technology Association (CTA). De jury bestaat uit deskundigen uit de industrie welke beoordelen op basis van innovatie, engineering, functionaliteit. Bovendien moeten de inzendingen passen binnen het thema ‘tech solutions for a responsable future’. De Innovation Award is één van de meest prestigieuze awards die een bedrijf in de technologiewereld kan ontvangen. Supersola heeft gewonnen omdat het zonnepanelen op een heel nieuwe manier in de markt zet; gemakkelijk en toegankelijk voor iedereen.

Julius Smith, oprichter Supersola: “Het feit dat wij gewonnen hebben in de categorie ‘Home Appliance’ onderstreept precies wat ons bijzonder maakt. Wij maken een zonnepaneel die je – net als de wasmachine – gewoon in het stopcontact steekt en zijn werk doet zonder gedoe. Gezien de stijgende kosten voor vele huishoudens zien wij het als onze taak om de Supersola nog sneller te ontwikkelen. Daarmee bieden we mensen de mogelijkheid zelf energie op te wekken en hun energierekening te verlagen.”

Plug & Play zonnepaneel van Supersola; start met 1 paneel, plug in elk geaard stopcontact en verhuis hem mee

De Supersola is een gepatenteerde Plug & Play zonnepaneel. Aansluiten kan in drie eenvoudige stappen: uitklappen, vullen met water en de stekker in een geaard stopcontact steken. Het vullen met water is – net als bij een parasolvoet – om hem zwaar te maken zodat hij niet wegwaait. Zonder water is hij ook verhuisbaar en neem je hem makkelijk mee naar je nieuwe (huur)huis. Via de normale stekker levert de Supersola stroom aan je huis. Die stroom wordt eerst gebruikt door je apparaten thuis, maar laat de meter zelfs terugdraaien als je niet thuis bent. Je kunt met één paneel beginnen en uitbreiden wanneer je wilt. Omdat ze modulair zijn kun je meerdere doorlussen met maar één stekker.

Crowdfunding campagne; sneller groeien door te investeren in logistiek

Supersola heeft zijn verkopen enorm zien groeien in de afgelopen maanden, zowel via de website als via de bouwmarkten. De aanhoudende energiecrisis zorgt dat mensen naar alternatieven gaan zoeken om de energierekening te verlagen. Vanwege hoge voorfinanciering lukt het Supersola momenteel niet om aan deze grote vraag te voldoen. Daarom start het samen met ambassadeurs, klanten en geïnteresseerde een crowdfunding. Door nu een crowdfunding campagne te starten en te investeren in een verbeterde logistiek proces verwacht Supersola grotere batches te kunnen produceren en daardoor meer mensen te kunnen helpen hun energierekening te verlagen. Meer informatie over de crowdfunding is te vinden op www.joinsupersola.nl.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bomen planten of bos beschermen is geen manier voor Shell om zijn uitstoot te compenseren. Het bedrijf wil de uitspraak in de Klimaatzaak Shell uitvoeren door 120 megaton CO2 te compenseren met bomen in 2030. Dat is evenveel als 85% van de gehele Nederlandse uitstoot. Een schijnoplossing, zo blijkt uit onderzoek van Milieudefensie. De enige manier om aan het vonnis te voldoen, klimaatverandering te stoppen en geen mensenlevens meer te bedreigen is door minder broeikasgassen uit te stoten, zegt Milieudefensie.

“Shell plant een sprookjesbos met compensatie als ‘oplossing’. Dat leidt af van wat het bedrijf echt moet doen om gevaarlijke klimaatverandering tegen te gaan: minder uitstoten”, zegt Nine de Pater, campagneleider van Milieudefensie. “Met compenseren komt Shell er niet. De theoretische onderbouwing is slecht: het is een tijdelijke oplossing voor een permanent probleem. Bovendien zien we in Kenia en Indonesië dat dit soort projecten een bedreiging voor de mensenrechten vormen. Shell moet gewoon minder uitstoten.”

Compenseren met bos kan niet

Het planten van bomen of beschermen van bos heet in vaktermen Nature-Based Solutions (NBS). Deze aanpak werkt niet, blijkt uit het rapport. De belangrijkste reden is dat CO2 permanent in de lucht blijft, terwijl een boom CO2 maar tijdelijk opslaat. Eén bosbrand en alle CO2 komt weer vrij en de aarde warmt verder op. Een ander groot probleem met NBS is de grote hoeveelheid land die nodig is om Shell’s uitstoot te compenseren. Vaak wordt land gebruikt in het mondiale Zuiden, omdat dat goedkoper is en bomen er sneller groeien.

Projecten in Kenia, Peru, Indonesië

Het rapport kijkt naar 3 NBS projecten die samen goed zijn voor 80% van Shell’s huidige CO2 -compensatie met bomen. Het project in Kenia is een sterk voorbeeld van hoe de lokale bevolking schade ondervindt. Nine de Pater: “We zien dat maar 5% van de aandeelhouders van het project lokale bewoners zijn, terwijl zij zelfs geen tak meer uit het bos mogen halen om thuis op te stoken voor warmte en koken.” De verwachte ontbossingscijfers zijn door het bedrijf dat compensatierechten verkoopt in Peru flink overdreven, waardoor het meer geld kan vragen voor het beschermen van het bos. Met het project in Indonesië rekent Shell zich rijk, het is daar sterk de vraag of er überhaupt wel ontbost zou worden.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Volgens het Living Planet Report (LPR) 2022 van het Wereld Natuur Fonds (WWF) is de populatiegrootte van in het wild levende dieren – zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen – sinds 1970 gemiddeld met 69% gedaald. Het rapport dat tot stand komt met medewerking van bijna 100 internationale wetenschappers en onderzoekers toont de ‘dubbele noodsituatie’ van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en hierin schuilt volgens de natuurorganisatie ook de oplossing. Meer natuur is beter voor het klimaat. En een stabiel klimaat is beter voor de natuur. Met het rapport toont WWF de toestand van de natuur en alarmeert overheden, bedrijven en het publiek om nu ingrijpende maatregelen te nemen om de afname van biodiversiteit nog te kunnen keren.

De daling van 69% is gebaseerd op onderzoek onder bijna 32.000 populaties van 5.230 in het wild levende diersoorten, zoals zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen, meer dan de voorgaande edities. Er zijn 838 nieuwe soorten en meer dan 11.000 nieuwe populaties toegevoegd aan de laatste Living Planet Index, die in 2020 werd uitgebracht.

Kirsten Schuijt, CEO WWF-NL: “Het is zorgwekkend dat we er met z’n allen nog steeds niet in geslaagd zijn deze neerwaartse trend om te buigen en dat het nog steeds slecht gaat met de natuur. Natuur is van levensbelang. We moeten actie ondernemen en van wereldwijd natuurverlies naar wereldwijde natuurwinst. Zo snel mogelijk.”

Groot verlies voor tropische gebieden

Tropische gebieden en zoetwaterpopulaties hebben het meest te lijden onder bedreigingen zoals grootschalige ontbossing voor met name landbouw, klimaatverandering, overbevissing, stroperij en ook vervuiling. Uit de gegevens blijkt met name dat de populatiegrootte in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied met tussen 1970 en 2018 gemiddeld 94% zijn afgenomen. “Dat is verontrustend” zegt WWF. “De Amazone is een sprekend voorbeeld. Wetenschappers zeggen dat als de vernietiging van het Amazonegebied in dit tempo doorgaat er spoedig een kantelpunt bereikt wordt. Dan zal het bos niet meer dezelfde functies kunnen vervullen De hele planeet zal dan de voordelen van het Amazonegebied, zoals de regulering van het klimaat, verliezen.”

Mangrove tropisch gebied

“De natuur in al zijn diversiteit en klimaat zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Klimaatverandering heeft een grote impact op natuur en biodiversiteit. Hitte, droogte, natuurbranden maar ook overstromingen, het zijn de vingerafdrukken van de opwarmende aarde. Andersom kan herstel van natuur klimaatverandering significant vertragen. Zo kan bijvoorbeeld bescherming van bos niet alleen zorgen voor veel CO2 opslag, maar ook voor verminderen van droogte en tempering van hitte.” vertelt WWF-ambassadeur Reinier van den Berg.

De grootste afname is waargenomen in zoetwaterpopulaties, met gemiddeld 83%. Verlies van leefgebied maar ook obstakels zoals stuwen en dammen in rivieren zijn verantwoordelijk voor deze afname. Ook in Nederlandse rivieren hebben vissen en andere zoetwaterdieren te maken met deze onnatuurlijke barrières.

Nu of nooit

De komende jaren zijn cruciaal. De natuurorganisatie geeft aan dat we niet meer kunnen wachten en nu actie moeten ondernemen om de negatieve trends van natuurverlies en klimaatverandering om te buigen. Dit kan door inspanningen op het gebied van natuurbehoud en -herstel te vergroten, voedsel duurzamer te produceren en te consumeren én alle sectoren snel CO2 neutraal te maken. De auteurs roepen beleidsmakers wereldwijd op om de economieën zo te veranderen dat de waarde van natuurlijke hulpbronnen integraal wordt meegewogen.

Dit jaar biedt een unieke kans voor de natuur. Wereldleiders komen bij in het najaar bijeen tijdens de klimaattop- COP27 en Convention on Biological Diversity (CBD) van de Verenigde Naties. Dat zijn dé momenten om een koerswijziging door te voeren in het belang van mensen en de planeet. WWF pleit voor een ‘Parijs-achtige’ overeenkomst waar de wereldleiders zich aan committeren waarmee het verlies aan biodiversiteit wordt geremd en tegen 2030 een natuur positieve wereld mogelijk wordt gemaakt. “Het is nu of nooit voor natuur en het klimaat en dus voor onze toekomst” aldus Schuijt.

[ad_2]

Source link

Berichten paginering