[ad_1]

Energiecrisis en klimaatverandering: de brandende vraag op ieders lippen is hoe de mensheid kan voldoen aan haar vraag naar duurzame en betaalbare energie. Dat blijkt uit het Bosch Tech Compass 2023, een representatieve enquête die wereldwijd in zeven landen is gehouden. De enquête werd gepresenteerd op de CES in Las Vegas (5 tot 8 januari 2023).

“Het tegengaan van klimaatverandering is de grootste opgave van onze tijd. Mensen verwachten daarom terecht dat bedrijven technische oplossingen bieden voor deze problemen. Bosch gaat deze uitdaging aan en zet stevig in op veelbelovende technologieën zoals waterstofelektrolyse” zegt Dr. Stefan Hartung, voorzitter van de raad van bestuur van Bosch.

Duurzame technologieën en economisch succes

De respondenten zijn het grotendeels eens over het economisch potentieel van duurzame oplossingen en producten: 82% is van mening dat hoe meer een bedrijf zich inzet voor duurzame technologieën, hoe meer economisch succes het in de toekomst zal hebben. Deze opvatting is het meest gangbaar in Brazilië en India (elk 87 procent); ter vergelijking: in de Verenigde Staten is deze opvatting het minst gangbaar (73 procent). Als het gaat om de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij klimaatmaatregelen, suggereert het onderzoek dat er nog ruimte is voor verbetering: meer dan de helft van de ondervraagden (58 procent) vindt dat slechts een minderheid van de bedrijven zich momenteel serieus inzet voor duurzaamheid. “De bestrijding van de klimaatverandering is de grootste taak van onze tijd. Mensen verwachten daarom terecht dat bedrijven technische oplossingen bieden voor deze problemen. Bosch gaat deze uitdaging aan en zet stevig in op veelbelovende technologieën zoals waterstofelektrolyse”, aldus Dr. Stefan Hartung, voorzitter van de raad van bestuur van Bosch.

Klimaatverandering bestrijden met verschillende technologieën

Veel delen van de wereld stappen over op hernieuwbare energie, maar mensen over de hele wereld aarzelen nog steeds om volledig af te stappen van kernenergie en fossiele brandstoffen zoals gas en olie voor energieopwekking. In totaal 62 procent van de respondenten is voorstander van het bevorderen van zonne-energie, terwijl 44 procent inspanningen wil zien om windenergietechnologieën te bevorderen. Deze meningen verschillen echter per land. In China (36 procent) en Frankrijk (31 procent) is de steun voor de bevordering van kernenergietechnologie nog steeds relatief groot (23 procent in totaal). Mensen in de Verenigde Staten (olie: 21 procent, gas: 24 procent) en India (olie: 22 procent, gas: 23 procent) blijven aanzienlijk meer voorstander van olie- en gastechnologieën dan mensen in andere landen (mondiale cijfers: olie: 14 procent, gas: 15 procent). In Duitsland daarentegen is er weinig animo voor kernenergie (13 procent) en fossiele brandstoffen (olie: 4 procent, gas: 8 procent) – veel Duitsers wijzen fossiele energie af en zijn voorstander van de uitbreiding van zonne- en windenergie (zon: 63 procent, wind: 50 procent) en waterstof (51 procent).

Vertrouwen in technologie groeit

Uit het Tech Compass blijkt dat, in een wereld vol onzekerheden, het vertrouwen in technologie sinds vorig jaar is gegroeid. Wereldwijd gelooft nu 75 procent van de ondervraagden dat technologische vooruitgang de wereld kan verbeteren (2022: 72 procent*). Bovendien gelooft 83 procent van de respondenten dat technologie de sleutel is tot het tegengaan van klimaatverandering (2022: 76 procent*). “Digitalisering kan een bijzondere rol spelen in duurzaamheid”, zegt Hartung. “We investeren in de ontwikkeling en uitbreiding van veelbelovende nieuwe technologieën, met een focus op duurzaamheid, mobiliteit en Industrie 4.0.”

Mobiliteit in de metaverse

Naast duurzaamheid biedt het Tech Compass ook interessante inzichten in andere zaken – zoals de metaverse. In deze virtuele wereld, waarin mensen als avatars interacteren in een driedimensionale ruimte gemodelleerd naar de werkelijkheid, zal ook mobiliteit een rol spelen: 43 procent van de respondenten kan zich voorstellen dat ze een auto kopen voor de metaverse. Vooral in China (75 procent) en India (69 procent) is de belangstelling en bereidheid daartoe groot. En hoewel respondenten in Brazilië (47 procent), de VS (33 procent), het Verenigd Koninkrijk (30 procent), Duitsland (26 procent) en Frankrijk (23 procent) nog wat sceptischer zijn, laten de cijfers zien dat het verlangen naar een auto niet alleen in de echte wereld bestaat, maar ook in de virtuele realiteit.

Over het onderzoek:

Voor het onderzoek werden mensen van 18 jaar en ouder in zeven landen (Brazilië, China, Duitsland, Frankrijk, India, het Verenigd Koninkrijk en de VS) in opdracht van Robert Bosch GmbH online ondervraagd door de marktonderzoekers Gesellschaft für Innovative Marktforschung mbH (GIM) in september 2022. In Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk werden per land 1.000 mensen ondervraagd; in Brazilië, China, India en de VS elk 2.000 mensen. De steekproeven zijn representatief voor hun respectieve landen wat betreft regio, geslacht en leeftijd (Brazilië, Duitsland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten: 18 tot 69 jaar / China, India: 18 tot 59 jaar).

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Per 1 januari 2023 maken alle 262 restaurants van McDonald’s in Nederland gebruik van 100% duurzame en regionaal opgewekte zonne- en windenergie. De stroom is afkomstig van wind- en zonneparken die de afgelopen twee jaar nieuw zijn ontwikkeld. Daarmee stimuleert McDonald’s het duurzaam opwekken van stroom in Nederland. Deze verduurzaming van de energievoorziening maakt deel uit van een bredere samenwerking met Eneco om de familierestaurants energieneutraal te maken.

In de bredere aanpak ligt de focus op het reduceren van het energieverbruik en zelf opwekken van energie. Dit varieert van zonnepanelen op het dak tot het opslaan van duurzaam opgewekte energie. Ook wordt er gekeken naar het uitbreiden van gasloze restaurants in nauwe samenwerking met de Franchisenemers, McDonald’s Nederland en Eneco. Alle nieuwe restaurants worden al gasloos opgeleverd, waardoor inmiddels ruim 50 restaurants een volledige elektrische energievoorziening hebben.

McDonald’s zet zich al jarenlang in voor verduurzaming, van duurzame logistiek en bouw tot het verminderen van zwerfafval. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden die de omgeving biedt. Een restaurant midden in de stad kent andere kansen op het vlak van verduurzaming dan een restaurant langs de snelweg.

Patrick Tieleman, Director National Operations, McDonald’s Nederland is enthousiast over de samenwerking: “Elke stap die we kunnen zetten om onze restaurants te verduurzamen, willen we blijven nemen als McDonald’s. Dat we dit nu extra kracht bij kunnen zetten in deze samenwerking met Eneco, maakt me dan ook erg trots. Juist omdat deze stroom additioneel is én regionaal opgewekt is. Ik kijk er naar uit om samen met Eneco en onze Franchisenemers de energietransitie voor McDonald’s in Nederland verder vorm te geven.”

Dick Velings, Directeur B2B Eneco: “Verduurzamen gaat sneller wanneer je het samen doet. Dat is ook de insteek van onze samenwerking met McDonald’s. Voortaan maken alle restaurants gebruik van regionaal opgewekte groene stroom. Ondertussen onderzoeken we hoe we de restaurants volledig energieneutraal kunnen maken; bijvoorbeeld door van het gas af te gaan of eigen energie-opwek te realiseren.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Zijne Majesteit de Koning opent donderdag 26 januari 2023 de nieuwe batterijfabriek van ELEO op de Automotive Campus in Helmond.

ELEO ontwerpt en bouwt hoogwaardige batterijsystemen voor een breed scala aan industriële toepassingen, waaronder bouw- en landbouwmachines en commerciële voertuigen. Door het gebruik van geavanceerde batterijsystemen kunnen voertuigen en machines worden geëlektrificeerd, om de verduurzaming van de sector te versnellen. Het bedrijf werd in 2017 opgericht door drie studenten van de Technische Universiteit Eindhoven waar zij ervaring opdeden met elektrisch rijden. De eerste accusystemen werden in 2020 op de markt gebracht.

In het nieuwe gebouw vertienvoudigt de jaarlijkse batterijproductiecapaciteit naar 500MWh. Dat staat gelijk aan ongeveer 10.000 batterijpakketten. De nieuwe fabriek heeft een oppervlakte van 3.000 m2 met de mogelijkheid om uit te bouwen naar 4.000 m2. Het gebouw is uitgerust met innovatieve machines, waarmee in de cleanroom batterijmodules volledig geautomatiseerd in elkaar worden gezet. De faciliteit beschikt over high-tech R&D labs om batterijtechnologie verder te ontwikkelen. Daarnaast is er ruimte voor verscheidende testfaciliteiten, paddocks, assemblage en warehouses. Het gebouw wordt door middel van een warmtepomp en zonnepanelen duurzaam verwarmd.

Voorafgaand aan de opening geeft één van de oprichters van ELEO een korte presentatie over het bedrijf en de nieuwe batterijfabriek. Na de officiële opening krijgt de Koning een rondleiding door de fabriek, waarin hij onder meer uitleg krijgt over het productieproces van de batterijsystemen en krijgt hij verschillende toepassingen te zien. Tijdens de rondleiding spreekt Koning Willem-Alexander met verschillende werknemers over hun werkzaamheden bij ELEO.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Dutch Green Business Group NV (“DGB” of “de Groep”) (Euronext: DGB: NL0009169515), een toonaangevende projectontwikkelaar van CO2-projecten gericht op natuur- en ecosysteemherstel, geeft financiële vooruitzichten af voor de komende jaren ​​met verwachte bruto verkoop van CO2-reductie credits uit projectactiviteiten. De Groep verwacht dat de bruto verkopen van credits de komende tien jaar zullen toenemen van € 79,8 miljoen tot € 160,8 miljoen en meer dan € 327 miljoen zullen bedragen over de gehele looptijd van de projectpijplijn.

DGB is een projectontwikkelaar van grootschalige natuurprojecten waarmee het geverifieerde hoogwaardige CO2-reductie creëert, internationaal bekend als Verified Emission Reduction-credits (“VER-credits“). VER-credits zijn ook algemeen gekend als CO2-compensatie of CO2-credits en elke VER-credit staat gelijk aan één ton geverifieerde emissiereductie.

De markt van CO2-reductie breidt zich snel uit. Overheden en bedrijven zijn het er vrijwel algemeen over eens dat de markt moet groeien om aan de wereldwijde behoeften te voldoen. DGB startte twee jaar geleden haar eerste project en heeft inmiddels zeven grootschalige projecten in beheer en in uitvoering. Het operationele team voert momenteel haalbaarheidsstudies uit voor nog tien projecten. Projecten hebben 2 tot 6 jaar financiering nodig voordat ze VER-credits opleveren.

In 2022 breidde de Groep haar projectontwikkelingspijplijn uit tot 11,1 miljoen VER-credits in ontwikkeling, met een toename van nog eens 27 miljoen VER-credits door de mogelijkheid om haar bestaande bebossings- en herbebossingsactiviteiten in Kameroen en Kenia op te schalen.

De Groep baseert haar financiële vooruitzichten op de huidige projectenpijplijn en houdt nadrukkelijk geen rekening met potentiële nieuwe projecten.

De bruto verkopen van VER-credits voor de komende tien jaar zullen naar verwachting variëren van € 79,8 miljoen tot € 160,8 miljoen. De Groep verwacht een bruto verkoop van credits van meer dan € 327 miljoen gedurende de gehele levensduur van haar projectpijplijn.

Credit prijzen

De financiële vooruitzichten van DGB zijn gebaseerd op de momenteel beschikbare projectdocumentatie, de prognoses over de projecten en huidige markttransacties, werkend met een illustratieve verkoopprijs van $ 10,00 per credit van een cookstove-project, $ 11,00 per credit van een REDD+ project en $ 18,00 per credit van een AR-project.

De Raad van Bestuur voorziet een prijsstijging in overeenstemming met het EY Net Zero Center (1) en voorspelt een prijsstijging van geverifieerde emissiereductie van 9,5% tot 15,0% per jaar richting 2035 en 4,0% tot 6,0% prijsstijging van 2035 naar 2050.

Voor de duidelijkheid, alle verkoopprijzen van credits zijn slechts illustratief en de prijs van VER-credits op de markt kan hoger of lager zijn op het moment van verkoop. DGB blijft deelnemen aan de wereldwijde discussie over de beste manier om emissiereductieprojecten in ontwikkeling te waarderen – samen met toonaangevende accountantskantoren – inclusief hun impact bij het bijdragen aan biodiversiteit en maatschappelijke impact waar herbebossingsprojecten worden ontwikkeld.

Projectfinanciering

DGB financiert haar operatiele kosten en projecten door het aangaan van langlopende afnameovereenkomsten voor VER-credits die in de komende jaren worden geverifieerd en maakt hiermee gebruik van termijncontracten. Termijncontracten voor VER-credits in ontwikkeling vormen een belangrijk onderdeel van de financierings-, verkoop- en distributiestrategie van DGB.

In Q3 2021 heeft DGB de eerste bindende afnameovereenkomsten gesloten en in Q1 2022 heeft de Groep de eerste significante afnameovereenkomst ter waarde van € 1,1 miljoen afgerond met een groot internationaal energiebedrijf. In 2022 heeft DGB termijnverkopen afgerond van in totaal € 2,9 miljoen. De Raad van Bestuur verwacht voor 2023 een toename in termijnverkopen van VER-credits.

DGB heeft reeds €2,5 miljoen financiering zekergesteld met de uitgifte van (converteerbare) groene obligaties om de ontwikkeling van haar projecten te bekostigen. De Raad van Bestuur onderzoekt verschillende mogelijkheden om in de komende jaren de projectontwikkeling verder te financieren.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Welke finalist heeft volgens het publiek het beste plan? Tussen 10 april en 1 mei 2023 mogen de ruim 2 miljoen leden van Rabobank een stem uitbrengen op de slimste of best toepasbare innovatie. Dit doen ze via de Rabo Bankieren App. De winnaar ontvangt op 16 mei 2023 de RDI Ledenprijs. Deze bestaat dit jaar, net als de juryprijzen, uit een bedrag van € 20.000,-, een bezoek aan Springtij 2023 en € 2.500,- tegoed om te besteden aan trainingen van innovatie coaches van het Open Innovation Team van Rabobank en haar partners.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Met een totaal beschikbaar budget van bijna €800 miljoen worden zeven Nederlandse impactvolle projecten voor waterstofproductie gesubsidieerd. De projecten krijgen subsidie uit de zogenoemde tweede golf van het IPCEI-waterstof: onder deze golf vallen projecten die gericht zijn op de verduurzaming van de industrie. Als alle projecten volgens planning zijn gerealiseerd, zorgen ze samen voor een vermogen van 1.150 Megawatt aan elektrolyse om waterstof te maken. Dat is ruim een kwart van het doel voor 2030 uit het Klimaatakkoord.

De bedrijven die zich hadden aangemeld voor de financiële steun zijn afgelopen maanden uitvoerig door RVO beoordeeld. Zeven projecten zijn goedgekeurd en ontvangen samen €783,5 miljoen subsidie. Vandaag zijn de projecten die door de beoordeling heen zijn gekomen geïnformeerd. Het gaat om de bedrijven Rotterdam Hydrogen Company B.V. (Shell), H2ermes B.V., Air Liquide Industrie B.V., HyCC / H2-Fifty B.V., Air Liquide Industrie B.V., Ørsted Hydrogen Netherlands Holding B.V. en Engie Energie Nederland N.V.. De bedrijven hebben plannen om de hernieuwbare waterstof in te zetten voor bijvoorbeeld de verduurzaming van staalproductie, voor gebruik in raffinaderijen, of voor de productie van kunstmest.

Het kabinet ziet een belangrijke rol voor groene waterstof in de verduurzaming van de industrie en voor de concurrentiepositie van Europa ten opzichte van andere werelddelen. Met de IPCEI subsidies geeft het kabinet een impuls aan de waterstofmarkt en de technologieën die daarvoor nodig zijn. De energiecrisis en hoge energieprijzen maken het nog urgenter om zo snel mogelijk onafhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en de industrie te verduurzamen.

Een IPCEI (Important Project of Common European Interest) is een Europees project dat bestaat uit meerdere nationale projecten van bedrijven of onderzoeksinstellingen uit diverse EU-lidstaten. De projecten zijn complementair, hebben synergie met elkaar en dragen bij aan strategische Europese doelen op het terrein van waterstof. In totaal zijn er vier ‘golven’ met IPCEI-waterstofsubsidies, met een totaal beschikbaar budget in Nederland van €1,6 miljard. Eerder dit jaar is bekend gemaakt welk bedrijf subsidie ontvangt onder de eerste golf (technologie). Voor de derde golf, die zich richt op opslag- en importinfrastructuur, is €595 miljoen beschikbaar. De subsidieregeling voor deze golf stond afgelopen maand open voor inschrijving. RVO beoordeelt momenteel de aanmeldingen. Voor golf 4 is een bedrag van €199 miljoen beschikbaar voor waterstof in de mobiliteit en het transport. De subsidieregeling voor de vierde golf wordt in 2023 gepubliceerd.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De beschikbaarheid, relevantie, vergelijkbaarheid en daarmee de bruikbaarheid van informatie over de impact van klimaatverandering kan nog steeds worden verbeterd. Dat blijkt uit ‘Het Jaar 2021 Verslagen’, het jaarlijks onderzoek naar de verslaggeving van Nederlandse beursfondsen. Het eerste exemplaar van de uitgave is op 21 december aangeboden aan Kris Douma, voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).

Hoewel het onderwerp klimaat meer aandacht krijgt binnen de strategie en risicoparagraaf van ondernemingen, ontbreekt vaak nog de doorvertaling naar langetermijndoelstellingen en concrete acties, zoals noodzakelijke investeringen, aanpassingen van productieprocessen.

Informatie over een tijdpad met de verschillende acties om de doelstellingen te realiseren wordt in veruit de meeste gevallen niet gegeven. Wanneer de aansluiting met het Parijs-akkoord (stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur in 2050 beperken tot ruim onder twee, en zo mogelijk 1,5 graden) wordt genoemd, ontbreekt vaak de wetenschappelijke toetsing van deze doelstelling. Informatie over de bredere impact van de keten, bijvoorbeeld de aankoop van goederen en diensten, moet nog verzameld worden, of wordt in hoge mate geschat.

Om zich voor te bereiden op de nieuwe CSRD-richtlijn (Corporate Sustainability Reporting Directive) van de EU, zullen ondernemingen meer data moeten gaan verzamelen over de keten waarin zij opereren. Ook verstrekken ondernemingen nog weinig informatie over de realisatie van de klimaatdoelstellingen die zij zich hebben opgelegd en over te nemen acties bij afwijkingen.

Opvallend is dat de jaarrekeningen nauwelijks financiële effecten van de klimaatverandering laten zien, terwijl verwacht zou mogen worden dat de economische levensduur van activa en productieprocessen zou afnemen en noodzakelijke investeringen en aanpassingen noodzakelijk zijn. Een betere transparantie kan worden bereikt door in de jaarverslaggeving een koppeling te leggen tussen de klimaatgerelateerde doelstellingen in het bestuursverslag en de effecten daarvan in de jaarrekening. In ongeveer 60 procent van de onderzochte jaarrekeningen wordt niets vermeld over klimaatgerelateerde risico’s.

Daarentegen wordt in 70 procent van de accountantsverklaringen over 2021 wel aandacht besteed aan klimaatgerelateerde risico’s. In de accountantsverklaringen bij de jaarrekeningen 2020 was dat nog maar 2 procent.

Ook is onderzoek gedaan naar de huidige rapportage van niet-financiële informatie door Nederlandse beursfondsen. Ondernemingen brengen een scala van rapporten uit om belanghebbenden te informeren. Soms zijn dat geïntegreerde verslagen (financiële en niet-financiële informatie) en in andere gevallen specifieke themarapporten met alleen niet-financiële informatie. Hierbij worden zowel op aandeelhouders gerichte raamwerken gebruikt, als op bredere stakeholdergroepen gerichte raamwerken. Bij de geïntegreerde verslagen is het in veel gevallen niet duidelijk voor welke groepen van belanghebbenden deze verslagen zijn bedoeld. De CSRD zal in de EU naar verwachting tot meer uniforme informatieverschaffing in één verslag leiden.

De artikelen van Het Jaar 2021 Verslagen staan op de website van het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, www.mab-online.nl

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) heeft een subsidie van een half miljoen euro toegekend gekregen van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport om binnen tweeënhalf jaar de CO2 uitstoot van anesthesiedampen terug te dringen. 

Anesthesiedampen zijn sterke broeikasgassen die 440 tot 6800 keer zo sterk zijn als CO2 en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan het broeikaseffect. Voorzitter van de NVA Caroline van der Marel is blij met het subsidiebedrag. “De zorgsector is verantwoordelijk voor 7 procent van de Nederlandse CO2 voetafdruk. Binnen het ziekenhuis is het OK-complex de meest vervuilende afdeling. Als beroepsgeroep nemen graag onze verantwoordelijk door bij te dragen aan de verduurzaming van de OK. Het bevorderen van juiste keuzes bij het gebruik van anesthesiedampen kan de CO2 uitstoot op de OK in hoge mate terugdringen. Daarom zijn wij ontzettend blij dat het ministerie van VWS subsidie beschikbaar heeft gesteld voor meer onderzoek naar duurzamer gebruik van anesthesiedampen,” vertelt van der Marel.

Behoud kwaliteit

Ook Niek Sperna Weiland, anesthesioloog in het Amsterdam UMC en voorzitter van de NVA Werkgroep Duurzaamheid, is positief over de toekenning van het subsidiebedrag. “Als NVA willen we samen met het Landelijk Netwerk Groene OK een transitie binnen de operatiekamers bewerkstelligen zodat onze CO2 voetafdruk afneemt. Dit onderzoeksbudget helpt ons om methodes te ontwikkelen waarbij duurzamer gebruik wordt gemaakt van anesthesiedampen zonder dat de kwaliteit van de zorg hieronder lijdt,” aldus Sperna Weiland.

Ontwikkelen beroepsnorm

De NVA draagt als beroepsvereniging verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en veiligheid in de anesthesiologie. De NVA is daarbij verantwoordelijk voor het uitvoeren van het onderzoek en de ontwikkeling va een richtlijn voor het gebruik van anesthesiegassen. Het doel is om een beroepsnorm te ontwikkelen op het gebied van duurzaam gebruik van anesthetica, gedragen door alle anesthesiologen in Nederland. De NVA toetst vakgroepen anesthesiologie hierop tijdens haar kwaliteitsvisitaties.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bijna twee derde van de ondernemers in het Kleinbedrijf wil snel investeren in maatregelen om het energiegebruik terug te brengen, maar kunnen dit niet zelf betalen. Hiervoor is aanvullende financiering nodig. Dat blijkt uit cijfers van de eerste flitspeiling van de Kleinbedrijf Index (KB Index), een onderzoek van Qredits, ONL en de Hogeschool Utrecht onder circa 800  ondernemers in het Kleinbedrijf.

De noodzaak om snel te investeren in de energietransitie wordt aangewakkerd door de hoge energieprijzen. De meeste ondernemers willen investeren in een combinatie van maatregelen: het plaatsen van zonnepanelen (64%), het vervangen van apparatuur door energiezuinige apparaten (63%), verbeteren van isolatie (59%) en het aanschaffen van een elektrische bedrijfsauto (57%).

Meer financieringsbehoefte

Het investeren in genoemde energiebesparingsmaatregelen kost ondernemers veel geld. Geld dat er niet is na jaren van crises zoals de coronacrisis, energiecrisis en toenemende effecten van inflatie. Daarom is er steeds meer behoefte aan externe financieringen. Deze financieringsbehoefte stijgt al sinds het tweede kwartaal 2021 van 23% naar 45% nu. Gezien de hoge energieprijzen is het belangrijk dat de financieringen ten behoeve van energiebesparing laagrentend zijn. Op deze manier kan de investering sneller worden terugverdiend en worden ondernemers niet met nog meer kosten belast.

Meer ondernemers overwegen te stoppen

Uit de flitspeiling van de Kleinbedrijf Index blijkt daarnaast dat een toenemend aantal ondernemers overweegt te stoppen met het bedrijf (7,4%). In het bijzonder komt dit voor bij de horeca en de culturele sector. Ondernemers in deze sectoren hebben veel vaker een ondernemersloon onder het sociaal minimum en hebben dus steeds meer moeite rond te komen.

Aanbevelingen

De belangrijkste aanbeveling uit deze eerste flitspeiling is dat er de mogelijkheid moet komen voor een langlopende financiering met een lage rente om ondernemers te faciliteren om de noodzakelijke energietransitie te maken. De wil en wens is er zeker bij ondernemers uit het Kleinbedrijf, maar de passende financieringsoplossingen zijn er nog niet.

Over de Kleinbedrijf Index

Dit is de eerste flitspeiling van de Kleinbedrijf Index, een gezamenlijk initiatief van Qredits, ONL voor ondernemers en het Kenniscentrum Digital Business & Media van de Hogeschool Utrecht. Cultuur+Ondernemen is partner van de Kleinbedrijf Index. Ondernemers zonder personeel en Kleinbedrijf ondernemers vertegenwoordigen 95,5 procent van alle ondernemers in Nederland. Samen zorgen zij voor bijna een kwart van alle bedrijfswinsten en een derde van de werkgelegenheid in Nederland. Als barometer voor deze onderbelichte groep is deze index ontwikkeld, waarvan de uitkomsten vier keer per jaar worden gepubliceerd.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het Nederlandse spacetechbedrijf Caeli gaat zakenbank UBS helpen om via satellietgegevens de CO2- en methaanuitstoot van grote bedrijven onder zijn klanten in kaart te brengen. Op die manier wil de bank wereldwijd energiecentrales, kolenmijnen, straalfabrieken en bedrijven in de kunstmest- en petrochemische industrie helpen hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. Zo wordt voorkomen dat ze in de toekomst minder waard worden voor banken en andere beleggers.

Het Zwitserse UBS is met ruim 2000 miljard dollar aan belegd vermogen de grootste zakenbank ter wereld. De bank lanceerde afgelopen week zijn Climate Action Strategy, in eerste instantie om grote bedrijven in het Verenigd Koninkrijk en Nederland te helpen vergroenen en hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De bank is daarvoor een partnerschap aangegaan met Caeli uit Amsterdam, dat die uitstoot wereldwijd meet aan de hand van geanalyseerde satellietdata. ,,Nu rapporteren grote bedrijven hun uitstoot zelf, maar dat is toch een beetje alsof de slager zijn eigen vlees keurt. Bovendien berékenen bedrijven hun emissies. Wij meten het echt”, stelt CEO Martin Smit van Caeli.

Ook rapporteren bedrijven hun uitstoot meestal pas anderhalf jaar naderhand. Caeli kan dat per dag, per maand of per kwartaal rapporteren en uitgebreide historische data analyseren, zodat de uitstoot van bedrijven geïndexeerd kan worden. Het spacetechbedrijf meet ook per locatie. ,,Dat is bij grote corporate bedrijven belangrijk omdat ze anders slechts één locatie vergroenen en elders juist veel meer broeikasgassen uitstoten”, legt Smit uit.

Caeli maakt gebruik van data van het door KNMI en TNO ontwikkelde meetinstrument TROPOMI aan boord van de Europese aardobservatiesatelliet Corpernicus en van infraroodmeter IASI op weersatelliet MetOP . Beide instrumenten meten gassen in de atmosfeer die Caeli tot op een hectare nauwkeurig kan berekenen. Niet voor niets hebben de Verenigde Naties tijdens de recente klimaattop in Egypte aangekondigd de CO2-uitstoot van landen voortaan per satelliet te gaan meten en niet meer uit te gaan van eigen rapportages van de landen.

Caeli heeft met behulp van klimaatwetenschappers en de VU in Amsterdam slimme algoritmes ontwikkeld om met de beschikbare satellietdata de uitstoot van verschillende gassen wereldwijd in kaart te brengen. Van CO2 tot methaan, van ammoniak tot stikstofdioxide. Zo werd tijdens het stikstofdebat in de Tweede Kamer op 3 november satellietdata en een kaart met stikstofmetingen van Caeli gepresenteerd, die veel nauwkeuriger zijn dan die van de reguliere grondmeetstations.

Caeli werd in 2017 opgericht en wil helpen om de twee grootste problemen in de wereld op te lossen: luchtvervuiling en klimaatverandering. Het bedrijf heeft inmiddels honderden terabytes aan data van ESA- en NASA-satellieten geanalyseerd en opgeslagen, op basis waarvan overheden en bedrijven betere beleidsbeslissingen kunnen nemen. Smit: ,,Als een grote bank als UBS zegt: we gaan onze bedrijven helpen te vergroenen, dan is dat een enorme stap voorwaarts in de aanpak van klimaatverandering. Wij zijn er heel trots op dat de bank daarvoor bij ons aanklopt.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering