[ad_1]

Boskalis heeft de opdracht verworven voor de aanleg van een omvangrijk windpark voor de kust van de Verenigde Staten. Hiervoor zal Boskalis onder meer het transport en de installatie van de turbinefundaties en elektriciteitskabels voor zijn rekening nemen, met de inzet van twee kraanschepen en diverse transport- en kabellegschepen. Met het contract wordt een bijzondere mijlpaal voor Boskalis bereikt, omdat dit het honderdste windparkproject op zee betreft waaraan Boskalis de afgelopen tien jaar heeft gewerkt.

De verwerving van dit project volgt op een drukbezet jaar voor Boskalis in de offshore windmarkt. De kraanschepen Bokalift 1 en 2, alsmede het valpijpschip Seahorse waren actief op diverse projecten in Taiwan en met de surveyvloot is bodem- en grondonderzoek uitgevoerd ten behoeve van diverse offshore windprojecten in de Verenigde Staten en Europa, alwaar Boskalis ook actief was met zijn kabellegschepen.

Peter Berdowski, CEO Boskalis: “Wij zijn trots dat wij met de verwerving van dit prachtige project de mijlpaal van ons honderdste windpark op zee hebben bereikt. Het illustreert de leidende rol die wij het afgelopen decennium in de offshore windmarkt hebben opgebouwd. In die tien jaar waren wij betrokken bij de realisatie van bijna de helft van alle offshore windparken wereldwijd, met uitzondering van China. Met onze combinatie van activiteiten op het gebied van waterbouw en offshore leveren wij een unieke bijdrage aan de mondiale energietransitie.”

Boskalis is een toonaangevende internationale dienstverlener op het gebied van baggeren, maritieme infrastructuur en maritieme diensten. De onderneming levert wereldwijd creatieve en innovatieve totaaloplossingen voor infrastructurele uitdagingen in maritieme gebieden, kuststreken en rivierdelta’s. Met kernactiviteiten zoals kust- en oeverbescherming en landaanwinning kan Boskalis adaptieve en mitigerende oplossingen aanbieden ter bestrijding van de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden en de stijging van de zeespiegel, evenals oplossingen voor de toenemende behoefte aan ruimte in kust- en deltagebieden over de hele wereld. De onderneming faciliteert de ontwikkeling van offshore energie-infrastructuur, waaronder duurzame windenergie. Tevens is Boskalis actief in de aanleg en het onderhoud van havens, waterwegen, toegangskanalen en civiele infrastructuur waarmee bijgedragen wordt aan het faciliteren van handelsstromen en de sociaal-economische ontwikkeling van een regio. Boskalis is tevens een internationaal expert op het gebied van scheepsbergingen en heeft een strategisch partnership in terminaldiensten (Smit Lamnalco). Met een veelzijdige vloot van ruim 500 schepen en vaartuigen en circa 10.000 medewerkers, inclusief deelnemingen, is de onderneming wereldwijd actief met Creating New Horizons.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Als er de komende 10 jaar geen veranderingen aan hun organisatie worden doorgevoerd, is deze niet meer levensvatbaar. Daarvan is 40 procent van de CEO’s wereldwijd overtuigd. In Nederland denkt bijna de helft (45 procent) van de CEO’s dat hun organisatie binnen tien jaar ten einde komt als deze doorgaat op dezelfde koers. Dat blijkt uit de 26e PwC CEO Survey, een jaarlijks onderzoek naar de visie van bedrijfsbestuurders over de economie, de eigen organisatie en de omgeving waarin zij opereren. Aan het onderzoek deden wereldwijd 4.410 CEO’s mee, van wie 85 in Nederland. Klimaatverandering neemt dit jaar een relatief minder belangrijke plaats in op de agenda van de CEO’s. Toch zijn de meeste van hen wel bezig met de energietransitie. De meeste CEO’s proberen tegelijkertijd te decarboniseren, te innoveren en een klimaatstrategie te ontwikkelen.

Een meerderheid van de CEO’s rekent de komende tijd de hoge energieprijzen door en neemt initiatieven om het verbruik te verminderen. 34 procent wil overschakelen naar andere energiebronnen. Vrijwel alle CEO’s zijn bezig met het reduceren van de CO2-reductie. 41 procent heeft deze maatregelen daadwerkelijk geïmplementeerd en 49 procent is nog bezig met voorbereidingen daarvoor.

Deze uitkomst laat ook zien dat er een transitie gaande is.

Meer informatie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Henkel en IGNIS, de Spaanse geïntegreerde hernieuwbare energiegroep, hebben een tienjarige Virtual Power Purchase Agreement (VPPA) getekend met betrekking tot twee nieuwe zonne-energiecentrales in Spanje. Het aandeel van Henkel in de geproduceerde elektriciteit komt overeen met de vraag van meer dan 40 productievestigingen van het bedrijf in Europa.

Met behulp van dergelijke langlopende VPPA’s draagt Henkel bij tot extra opwekking van hernieuwbare energie. De overeengekomen hoeveelheid elektriciteit zal aan het openbare elektriciteitsnet worden geleverd. De nieuwe zonne-energiecentrales komen in Castilla y León en Andalucía (Spanje) en zullen jaarlijks 72.000 ton CO2-uitstoot vermijden, vergeleken met de algemene elektriciteitsproductie uit fossiele bronnen. Met een totaal productievolume van ongeveer 220.000 MWh per jaar zullen de zonneparken volgens plan in de zomer van 2024 op het net worden aangesloten. De overeenkomst met Henkel heeft betrekking op ongeveer 90 procent van de totale elektriciteitscapaciteit van het project.

“Bij Henkel zijn we op weg naar een ecologische transformatie van ons bedrijfsmodel. Aangezien we streven naar klimaatpositieve activiteiten tegen 2030, zijn projecten zoals deze VPPA een belangrijke hefboom om het aandeel groene energie in het net te vergroten en zo de bredere omschakeling van fossiele naar hernieuwbare energie te versnellen”, aldus Ulrike Sapiro, Chief Sustainability Officer bij Henkel. “Deze VPPA is het meest impactvolle meerjarencontract voor hernieuwbare energie voor Henkel in Europa. We waarderen onze samenwerking met IGNIS en kijken uit naar de start van dit fantastische project”, voegt Petra Spallek, Henkel Corporate Vice President Purchasing, toe.

VPPA’s, samen met een combinatie van on-site productie van hernieuwbare elektriciteit en directe aankopen, zullen Henkel helpen om haar wereldwijde doelstelling van 100 procent hernieuwbare elektriciteit voor haar wereldwijde productielocaties in 2030 te halen.

Deze overeenkomst versterkt de bijdrage van IGNIS aan het koolstofvrij maken van de industrie en is een mijlpaal in de consolidatie van IGNIS als toonaangevend geïntegreerd energiebedrijf. Als wereldwijde onderneming richt IGNIS zich op PPA-overeenkomsten met een track record van duurzame energieprojecten wereldwijd.

“IGNIS zet zich sterk in om een van de belangrijkste onafhankelijke energieproducenten in Europa te worden en ondersteunt haar klanten in de energietransitie wereldwijd. We zijn er trots op deze overeenkomst met Henkel te hebben getekend en een van hun partners te worden voor het gebruik van duurzame energie”, aldus Santiago Bordiú, CEO van Asset and Energy Management van IGNIS.

De zonnecentrales zullen worden gebouwd en volledig worden geëxploiteerd door IGNIS, als aanvulling op een portefeuille van meer dan vier GW aan operationele activa die al door het bedrijf worden beheerd. Henkel werd bij de VPPA geadviseerd door Schneider Electric’s Sustainability Business.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meer dan duizend privéjets vlogen afgelopen jaar binnen een week van en naar vliegvelden rond het Zwitserse Davos, tijdens het jaarlijkse World Economic Forum. Tijdens de top was de CO2-uitstoot van deze vluchten richting het bergresort vier keer hoger dan in een gemiddelde week. Dat blijkt uit een analyse van CE Delft in opdracht van Greenpeace International.

Luchtvaartexpert Maarten de Zeeuw van Greenpeace: “De rijkste en machtigste mensen vliegen naar Davos om daar achter gesloten deuren over klimaat en ongelijkheid te praten. Maar ze reizen met het vervuilendste en meest exclusieve vervoersmiddel: een privéjet. Dat is gewoon schaamteloos. Zeker nu er in januari door heel Europa hitterecords sneuvelen en klimaatrampen wereldwijd steeds meer mensen raken.’

Privéjets liggen sinds afgelopen jaar onder een vergrootglas, na kritiek op ultra-korte vluchten die prominente publieke figuren maken zoals bijvoorbeeld Max Verstappen. De analyse die Greenpeace International publiceert komt een paar dagen voordat leiders uit de politiek en het bedrijfsleven naar Davos afreizen voor het World Economic Forum 2023. De bijeenkomst heeft het zelfbenoemde doel om de klimaatcrisis en andere ‘lopende crises’ aan te pakken en roept op tot ‘stevige gezamenlijke actie’.

Dit onderzoek toont aan dat het aantal privévluchten van en naar vliegvelden rond Davos twee keer zo hoog was tijdens het World Economic Forum 2022 dan tijdens een gemiddelde week. Al deze vluchten veroorzaakten een CO2-uitstoot die gelijk staat aan wat 350.000 auto’s in één week uitstoten. De onderzoekers stellen dat de helft van de vluchten die week gelinkt kan worden aan de bijeenkomst van politiek leiders en CEO’s.

Van al deze vluchten was 53% een korte vlucht van minder dan 750 km die makkelijk met de trein of auto had gekund. 38% was zelfs korter dan 500 km. De allerkortste vlucht die week was maar 21 km. De meeste vluchten van of naar de Davos vliegvelden kwamen  vanuit Duitsland, Frankrijk en Italië. Vanuit Nederland gingen in de onderzochte periode acht vluchten heen en zes vluchten terug.

“80% van de wereldbevolking heeft nooit gevlogen, maar de klimaatschade die de luchtvaart veroorzaakt raakt hen wel. En dan claimt het WEF de 1,5 graad doelstelling uit het Klimaatakkoord van Parijs te omarmen. Daarmee is deze jaarlijkse ‘privéjet bonanza’ een onsmakelijk lesje hypocrisie. Als we echt willen gaan voor een groene, rechtvaardige en veilige wereld voor iedereen, dan horen privévliegtuigen in een museum thuis. De zogenaamde wereldleiders moeten het goede voorbeeld geven en privéjets en onnodige korte vluchten verbieden,” zegt De Zeeuw.

Privéjets zijn niet gereguleerd in de EU, ook al zijn ze het meest vervuilende vervoermiddel per passagier en kilometer. In 2022 begonnen verschillende EU landen in navolging van Frankrijk zich uit te spreken voor EU-brede afspraken om de vervuiling van privéjets terug te dringen.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Philips becomes the first health technology company to have its entire value-chain CO₂ emissions reduction targets approved by the Science Based Targets initiative (SBTi). Philips also awarded ‘double A’ score by global environmental non-profit CDP for leadership in corporate transparency and performance on climate change and water security – Philips’ 10th consecutive A-list score for climate action

Net-zero across the value chain

Incentivizing its suppliers to commit to science-based CO₂ emissions reduction targets is a key part of Philips’ efforts to reduce emissions across the company’s end-to-end value chain. With 40% of its suppliers (based on spend) now committed to science-based targets [1], Philips is already well on the way to achieving its 50% supplier commitment target for 2025. Combined with the carbon neutrality already achieved in the company’s operations, across Scope 1 (internal) and Scope 2 (energy sourcing) emissions, Philips’ added focus on its Scope 3 (value chain) emissions puts the company firmly in line with the Paris Agreement 1.5⁰C target. Philips is the first health technology company to have its Scope 3 CO₂ emissions reduction targets assessed and approved by the Science Based Targets initiative (SBTi), which means all the company’s climate change targets are now SBTi approved.

In December 2022, Philips was awarded a CDP ‘A-list’ score for climate change for the 10th consecutive time and became one of only 15 European companies to achieve a double A-list score for climate change and water security – the highest score achievable based on its 2022 reporting.

“Having our Scope 1, 2, and 3 emissions reduction targets approved by SBTi and our sustainability performance regularly assessed by CDP demonstrates Philips’ commitment to building a transparent, just and low-carbon value chain in line with the Paris Agreement 1.5⁰C target,” said Marnix van Ginneken, Chief ESG & Legal Officer at Philips. “Reducing emissions in our supply chain has a potential impact seven times greater than the reduction of CO₂ emissions from Philips’ own operations, so reducing our Scope 3 emissions has a real knock-on effect, reducing our overall carbon footprint and that of our suppliers and customers.” For the industry as a whole, a report by Health Care Without Harm concluded that 71% of the healthcare sector’s worldwide Scope 3 emissions are primarily derived from supply chains [2].

As part of its wider Supplier Sustainability Program, Philips collaborates closely with suppliers, using the tools, expertise, and experience it has gained while greening its own operations to help suppliers identify and mitigate their emissions. In 2021, the company provided tailored feedback and guidance to 89% of its strategic suppliers, helping them grow their climate change capabilities while also achieving cost-effective carbon reductions.

Committed to sustainable logistics, Philips is one of 19 global brands signed up to the coZEV initiative’s 2040 zero-carbon ocean shipping ambition.

Downstream to customers and users

Philips’ proactive program of Scope 3 emissions reduction is not confined to the company’s upstream supply chain activities. The company also addresses emissions in its downstream distribution system, customer base, and beyond, including emissions reductions associated with the use and end-of-life management of its products and solutions.

In the design of new products, Philips applies its EcoDesign principles to address energy consumption and materials use, avoids the use of hazardous substances, designs for end-of-life circularity, and makes product packaging easier to recycle and re-use. The company’s unique BlueSeal helium-free in operations MRI scanners, for example, massively reduce the need for helium gas produced as a byproduct of fossil fuel extraction, while its MR PowerSave and SmartSpeed technology can reduce a system’s power consumption by up to 46% between scans and up to 53% during scans.

Another example is the embedding of circular practices throughout Philips’ operations, via materials and circular packaging initiatives that see boxes and materials constantly being circulated between its suppliers, warehouses, and the Philips shop floor, resulting in substantial cost savings and significantly reducing single-use packaging and waste. Philips also increasingly offers a trade-in on all its professional medical equipment so it can be responsibly repurposed or recycled when customers have finished with it, in line with its ambitious circular economy target to offer a trade-in on all professional medical equipment, and taking care of responsible end-of-use management by 2025.

Notes:

[1] By year-end 2022.
[2] Health Care Without Harm, Climate-smart health care series Green Paper Number One ‘Health Care’s Climate Footprint: How the Health Sector Contributes to the Global Climate Crisis and Opportunities for Action’. https://noharm-global.org/sites/default/files/documents-files/5961/HealthCaresClimateFootprint_092319.pdf

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Leading CEOs made a pledge today to reduce their real estate emissions by 50% by 2030 and reach net-zero carbon no later than 2050. With buildings contributing 38% of all energy-related greenhouse gas emissions, leaders across all industries have a critical role to play in lowering their global real estate emissions.

“While real estate represents nearly 40% of all energy-related GHG emissions, the sector is frequently an afterthought when it comes to an organization’s decarbonization and sustainability strategies,” said Matthew Blake, Head of Financial and Monetary Systems, World Economic Forum. “Leaders across all industries have a responsibility to take action on their real estate GHG emissions to ensure progress in the fight against climate change.”

The following companies have pledged to halve their buildings-related emissions by 2030 and reach net-zero building emissions by 2050:

  • Avison Young
  • Edge
  • GPFI Group
  • Ivanhoé Cambridge
  • JLL
  • Majid Al Futtaim Properties
  • Schneider Electric
  • Signify

These firms will meet these targets by implementing the Forum’s Green Buildings Principles. Released last year, the Green Building Principles: The Action Plan for Net-Zero Carbon Buildings provides a clear sequence of steps to deliver net-zero carbon real estate portfolios:

  1. Calculate a robust carbon footprint of your portfolio in the most recent representative year to inform targets
  2. Set a target year for achieving net-zero carbon, by 2050 at the latest, and an interim target for reducing at least 50% of these emissions by 2030
  3. Measure and record embodied carbon of new developments and major refurbishments
  4. Maximize emissions reductions for all new developments and major refurbishments in the pipeline to ensure delivery of net-zero carbon (operational and embodied) by selected final target year
  5. Drive energy optimization across both existing assets and new developments
  6. Maximize supply of on-site renewable energy
  7. Ensure 100% off-site energy is procured from renewable-backed sources, where available
  8. Engage with stakeholders with whom you have influence in your value chain to reduce scope 3 emissions
  9. Compensate for any residual emissions by purchasing high-quality carbon offsets
  10. Engage with stakeholders to identify joint endeavours and equitably share costs and benefits of interventions

Developed in collaboration with JLL, the World Green Building Council and the Forum’s Real Estate community, the Green Building Principles can be formally adopted by firms and include an Action Plan detailing implementation.

The Action Plan provides globally applicable guidance on best practices to implement the principles for every stakeholder, from owners to occupiers to investors. Signatories will report progress annually as part of their public sustainability reporting and participate in a Practitioners Group to identify solutions around implementation.

Signatories share why they have pledged the Principles:

“More sustainable real estate is essential,” said Coen van Oostrom, Founder and Chief Executive Officer, Edge. “The Principles offer a clear roadmap to help all building stakeholders tackle their emissions and deliver better buildings. The world deserves better buildings and it is entirely possible to significantly reduce the impact of both existing and new buildings.”

“It’s imperative that we address real estate related emissions,” said Christian Ulbrich, Global Chief Executive Officer and President, JLL. “Getting started is often the hardest part and the Principles offer a simple set of steps to do so. We believe it is easier to get to net zero in the built environment than for many companies to get to net zero in their core businesses and the business case is there to support action.”

“The emphasis on bringing together the world’s leading businesses and public figures to collectively address issues like climate change and driving social change is fundamental to what Avison Young stands for. ESG considerations across the board must be addressed by the real estate sector — buildings have a huge impact on our everyday lives and the planet,” said Mark E. Rose, Chairman and CEO, Avison Young. “We are thrilled to adopt the Green Building Principles and demonstrate to our peers that reaching net zero is not only possible but essential for a better built environment and more resilient and successful cities.”

“By nature, real estate requires long-term thinking and so we have a duty to invest with conviction and build a legacy for future generations,” said Nathalie Palladitcheff, President and CEO, Ivanhoé Cambridge. “We have a collective opportunity and responsibility to decarbonize the built environment and this ambitious commitment will require a transformation of practices across the whole real estate value chain.”

“The industry has traditionally looked at investments in sustainability as a trade-off with other aspects like customer experience, but it’s very clear that we need to shift our mindset,” said Ahmed Galal Ismail, CEO, Majid Al Futtaim Properties. “Sustainability is actually a trade-on and sustainable assets are more valuable. We are committed to transitioning our portfolio and proving what is possible in alignment with the Principles.”

“We have the innovation to both transform the current building stock through electrification and digitalization and develop smart, green buildings of the future,” said Philippe Delorme, Executive Vice President, European Operations, Schneider Electric. “Schneider Electric is proud to adopt the Principles and demonstrate how we can transition buildings to be healthier, more efficient and ultimately net-zero carbon.”

“We continue to be committed to the planet and addressing our real estate footprint” said Harsh Chitale, CEO, Digital Solutions Division, Signify. “The Principles are an ideal way to help every type of company address emissions from the buildings they own and/or occupy.”

“As a facility management company, we play a major role in the drive for adoption and implementation of emission reduction programs,” said Dr. MKO Balogun, Group CEO, GPFI Group. “Our role working with occupiers, owners, and developers of real estate gives us the leverage to drive that commitment, and we are glad to be joining other global leaders on this journey.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

VARO Energy Group (“VARO”) kondigt de overname aan van 80% van de aandelen in Bio Energy Coevorden BV (BEC) in Nederland, een van de grootste biogasfabrikanten in Europa. VARO verwerft de aandelen van de huidige aandeelhouders, STAK Grisbe, die 15% van het bedrijf zal blijven bezitten en Van Drie Group, die 5% zal blijven bezitten. De transactie wordt naar verwachting in februari afgerond. Na de voorgenomen uitbreiding zal de locatie tot een van de 3 grootste biogasinstallaties in Europa behoren.

Belangrijkste punten van de transactie:

  • Ontwikkeling van de grootste biogasfabriek in Noord-Europa: verdubbeling van de huidige capaciteit van 300 GWh tot 650 GWh tegen 2026. Na de uitbreiding zal de locatie tot een van de 3 grootste biogasinstallaties in Europa behoren.
  • Grote invloed op broeikasgasemissies:
    • Grondstoffen uit afvalstromen en mest, waarmee 220.000 ton CO2-reductie per jaar wordt bereikt ten opzichte van fossiel aardgas.
    • Stap naar VARO’s Net Zero scope 3 emissies in 2040.
    • Ondersteunt circulaire economie en nieuwe werkgelegenheid.
  • Toegang tot snelle groeimarkt: ideaal gelegen op de grens tussen Nederland en Duitsland, dichtbij grote industriële gebieden en grootschalige landbouw. Waardoor zowel het aanbod van grondstoffen als de vraag groeit, deze investering zal de energietransitie in deze toonaangevende landen versnellen.
  • Zeer efficiënte, kostenconcurrerende installatie: BEC heeft een succesvolle industriële biogasinstallatie gebouwd, inclusief ultramoderne bewakings- en regelsystemen, warmteoptimalisatie en terugwinningssystemen.
  • Bouwen aan een geïntegreerde waardeketen voor brandstoffen: gebruik maken van de grootschalige productiecompetenties van BEC en het geïntegreerde bedrijfsmodel van VARO voor de inkoop, productie en blootstelling van energie, terwijl een van de grootste biogasproductiefaciliteiten in Europa wordt gebouwd.
  • Ondersteunt energiezekerheid en energietransitie: verhoogt de energiezekerheid door de aanvoerbronnen in Europa te spreiden en versnelt de energietransitie door conventionele brandstoffen te vervangen door CO2-arme alternatieven.
  • Vooruitgang ten opzichte van VARO’s nieuwe strategie: voldoet aan 65% van VARO’s doelstelling voor 2026 van 1 TWh biomethaan / bio-LNG in het kader van de ONE VARO Transformation strategie, die in juli 2022 werd geïntroduceerd. De overname zal een substantiële bijdrage leveren van 20-25% van VARO’s Engine 2 (Hernieuwbare energie) EBITDA tegen 2026.
  • Toekomstige groei: deze overname creëert een platform voor onze toekomstige groei in de biogasindustrie in Europa.

De overname versnelt de in juli 2022 gelanceerde ONE VARO Transformation strategie. VARO erkent dat een reeks oplossingen en producten nodig is om uitstoters te helpen decarboniseren en de energiezekerheid van Europa te beschermen. Als onderdeel van de strategie heeft de organisatie zich ertoe verbonden een toonaangevende producent van biogas in Europa te worden en haar portfolio uit te bouwen door middel van zowel overnames als greenfieldontwikkelingen. Voor biogas is een belangrijke rol weggelegd om klanten in moeilijker te bereiken sectoren, zoals het zware transport en de scheepvaart, te voorzien van een qua kosten concurrerende en CO2- arme brandstofvoorziening. Het speelt ook een belangrijke rol bij het CO2-vrij maken van de landbouwsector en draagt bij aan een duurzamere economie.

Als resultaat van deze overname, de grootste door VARO sinds 2015, en met de voortdurende investeringen van VARO en BEC, bevindt de organisatie zich in een goede positie om te voldoen aan de groei van de Europese vraag naar zowel biomethaan, dat naar verwachting tegen 2030 in heel Europa 3x zo groot zal zijn, als bio-LNG, dat in Duitsland tegen het einde van het decennium naar verwachting 10x zo groot zal zijn (EBA). Europa is een aantrekkelijke markt voor biogas, met een grote  beschikbaarheid van binnenlandse grondstoffen en een ondersteunend overheidsbeleid en stimuleringsstructuren. BEC’s gevestigde inkoopkanalen en biogasproductie en -constructie van wereldklasse, gecombineerd met VARO’s bestaande mogelijkheden op het gebied van grondstoffeninkoop, activiteiten en handel, vormen een sterk platform om de biobrandstoffenactiviteiten in heel Europa uit te breiden.

In een reactie op de aankondiging zei Dev Sanyal, CEO van VARO: “Vorig jaar hebben wij onze ambitieuze ONE VARO Transformation strategie uiteengezet, om zo de partner bij uitstek te zijn voor klanten in de energietransitie en om net zero te zijn in 2040. De aankondiging van vandaag is een belangrijke stap om onze strategie te versnellen, door een leidende positie op het gebied van biogas in Europa op te bouwen. De combinatie van dit platform met VARO’s geïntegreerde bedrijfsmodel zal niet alleen bijdragen aan onze strategische groei, maar zal ook een grote meerwaarde opleveren voor VARO. Grootschalige biogasinstallaties spelen een belangrijke rol bij het versnellen van de energietransitie in Europa – ze bieden een alternatief voor conventionele brandstoffen op schaal met emissies die 90% lager zijn dan die van aardgas en stellen onze raffinaderijen in staat hun aardgasverbruik te vervangen door biomethaanproducten met een lagere koolstofintensiteit. De groei van biogas zal de
energiezekerheid van Europa verder ondersteunen door diversificatie van het aanbod.”

Christian Cuenot, VARO Vice President Biogas, vulde aan: “Deze overname brengt VARO dichter bij de realisatie van de doelstelling van 1 TWh/j biogasproductie in 2026. Het creëert de grootste biogasproductiefaciliteit in Noord-Europa, gelegen in
het hart van een van de meest geconcentreerde industriële gebieden ter wereld en biedt gemakkelijk toegang tot een groeiende vraag. Overvloedige grondstoffen uit landbouwafval in de regio zorgen ook voor een veerkrachtige en duurzame aanvoer naar de locatie. Ik verheug mij op de samenwerking met onze nieuwe partners om de uitbreiding van de huidige platforminstallatie te realiseren en VARO’s biogasactiviteiten verder te laten groeien.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Terwijl de druk op bedrijven om te verduurzamen steeds groter en urgenter wordt, nemen veel bedrijfsdirecties klimaatrisico’s nog niet mee als een essentieel onderdeel in het besluitvormingsproces. Dat blijkt uit kwalitatief onderzoek van IMA® (Institute of Management Accountants) onder CFO’s en accountants in onder andere Nederland. Het onderzoek biedt inzicht in de status van risicomanagementprocessen binnen bedrijfsdirecties voor klimaatverandering en andere opkomende duurzame bedrijfsrisico’s. Deze gedetailleerde inzichten scheppen een zorgwekkend beeld: veel bedrijfsdirecties reageren langzaam op de steeds grotere vraag om te verduurzamen.

Wat blijkt uit het rapport?

Het wereldwijde onderzoek is afgenomen door middel van een enquête*, waarbij deelnemers inzicht gaven in hun eigen werkwijze en het besluitvormingsproces van de directie van hun organisatie:

  • ruim een derde (37%) van de bedrijfsdirecties krijgt nooit rapporten waarin klimaat gerelateerde risico’s aangekaart worden;
  • bijna twee derde (63%) van de bedrijven heeft geen specifieke commissie binnen de directie om klimaatrisico’s te overzien;
  • bijna een derde (32%) van de bedrijven neemt klimaatrisico’s niet mee in zijn algemene risicoanalyse;
  • bijna twee derde (64%) van de bedrijven publiceert niet een specifiek duurzaamheidsrapport;
  • meer dan de helft (51%) van de bedrijven maakt geen gebruik van bedrijfsinformatie over duurzaamheid.

Ondanks de grote druk op bedrijven om te verduurzamen wijzen de resultaten van de enquête erop dat de meeste bedrijven traag reageren. Directies krijgen niet de nodige informatie, en financiële afdelingen worden niet voldoende gefaciliteerd in het aanleveren van deze informatie.

Grote uitdagingen én kansen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) rapporteert dat 8 op de 10 bedrijven in Nederland het afgelopen jaar maatregelen hebben genomen om hun bedrijfsvoering duurzamer te maken. Daarnaast zullen nieuwe regels zoals de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive, die ook voor Nederland zal gelden vanaf 2024, bedrijven dwingen om veel meer over hun klimaatimpact te rapporteren. Het rapporteren en managen van deze duurzaamheidsdata – waar investeerders en beleidsmakers om vragen – is de verantwoordelijkheid van financieel managers. Echter, zowel het risicomanagement en de accountingprocessen van de financiële afdeling als de directie van bedrijven zijn hier nog niet op voorbereid.

“Bedrijven die duurzaamheid nog niet meenemen in het besluitvormingsproces, hebben nu een grote kans,” zei Brigitte de Graaff, voorzitter van IMA’s Sustainable Business Management Global Task Force. “Het identificeren van klimaatrisico’s is de eerste stap, maar nu moeten de meeste bedrijven deze risico’s ook echt gaan aanpakken en managen. Door besluitvormingsprocessen zo in te richten dat duurzaamheid vanaf het begin wordt meegenomen, kunnen bedrijven hun strategie aanscherpen en resultaten verbeteren.”

*Het wereldwijde kwalitatieve onderzoek is niet representatief voor een specifieke populatie, maar biedt een goede inkijk in het besluitvormingsproces van de directie van Nederlandse en internationale bedrijven door de ogen van financiële managers.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

For the past 17 years the World Economic Forum’s Global Risks Report has warned about deeply interconnected global risks. Conflict and geo-economic tensions have triggered a series of deeply interconnected global risks, according to the World Economic Forum’s Global Risks Report 2023. These include energy and food supply crunches, which are likely to persist for the next two years, and strong increases in the cost of living and debt servicing. At the same time, these crises risk undermining efforts to tackle longer-term risks, notably those related to climate change, biodiversity and investment in human capital. These are the findings of the Global Risks Report 2023, released today, which argues that the window for action on the most serious long-term threats is closing rapidly and concerted, collective action is needed before risks reach a tipping point.

The report, produced in partnership with Marsh McLennan and Zurich Insurance Group, draws on the views of over 1,200 global risk experts, policy-makers and industry leaders. Across three timeframes, it paints a picture of the global risks landscape that is both new and eerily familiar, as the world faces many pre-existing risks that previously appeared to be receding.

At present, the global pandemic and war in Europe have brought energy, inflation, food and security crises back to the fore. These create follow-on risks that will dominate the next two years: the risk of recession; growing debt distress; a continued cost of living crisis; polarized societies enabled by disinformation and misinformation; a hiatus on rapid climate action; and zero-sum geo-economic warfare.

Unless the world starts to cooperate more effectively on climate mitigation and climate adaptation, over the next 10 years this will lead to continued global warming and ecological breakdown. Failure to mitigate and adapt to climate change, natural disasters, biodiversity loss and environmental degradation represent five of the top 10 risks – with biodiversity loss seen as one of the most rapidly deteriorating global risks over the next decade. In parallel, crises-driven leadership and geopolitical rivalries risk creating societal distress at an unprecedented level, as investments in health, education and economic development disappear, further eroding social cohesion. Finally, rising rivalries risk not only growing geo-economic weaponization but also remilitarization, especially through new technologies and rogue actors.

The coming years will present tough trade-offs for governments facing competing concerns for society, the environment and security. Already, short-term geo-economic risks are putting net-zero commitments to the test and have exposed a gap between what is scientifically necessary and politically palatable. Dramatically accelerated collective action on the climate crisis is needed to limit the consequences of a warming world. Meanwhile, security considerations and increasing military expenditure may leave less fiscal headroom to cushion the impacts of an elongated cost of living crisis. Without a change in trajectory, vulnerable countries could reach a perpetual state of crisis where they are unable to invest in future growth, human development and green technologies.

The report calls on leaders to act collectively and decisively, balancing short- and long-term views. In addition to urgent and coordinated climate action, the report recommends joint efforts between countries as well as public-private cooperation to strengthen financial stability, technology governance, economic development and investment in research, science, education and health.

“The short-term risk landscape is dominated by energy, food, debt and disasters. Those that are already the most vulnerable are suffering – and in the face of multiple crises, those who qualify as vulnerable are rapidly expanding, in rich and poor countries alike. In this already toxic mix of known and rising global risks, a new shock event, from a new military conflict to a new virus, could become unmanageable. Climate and human development therefore must be at the core of concerns of global leaders to boost resilience against future shocks,” said Saadia Zahidi, Managing Director, World Economic Forum.

John Scott, Head of Sustainability Risk, Zurich Insurance Group, said: “The interplay between climate change impacts, biodiversity loss, food security and natural resource consumption is a dangerous cocktail. Without significant policy change or investments, this mix will accelerate ecosystem collapse, threaten food supplies, amplify the impacts of natural disasters and limit further climate mitigation progress. If we speed up action, there is still an opportunity by the end of the decade to achieve a 1.5ᵒC degree trajectory and address the nature emergency. Recent progress in the deployment of renewable energy technologies and electric vehicles gives us good reasons to be optimistic.”

Carolina Klint, Risk Management Leader, Continental Europe, Marsh, said: “2023 is set to be marked by increased risks related to food, energy, raw materials and cyber security, causing further disruption to global supply chains and impacting investment decisions. At a time when countries and organizations should be stepping up resilience efforts, economic headwinds will constrain their ability to do so. Faced with the most difficult geo-economic conditions in a generation, companies should focus not just on navigating near-term concerns but also on developing strategies that will position them well for longer-term risks and structural change.”

The Global Risks Report is a pillar of the Forum’s Global Risks Initiative which works to promote greater common understanding of short-, mid- and long-term global risks to enable learning on risk preparedness and resilience. This year’s report also examines how present and future risks can interact with each other to form a “polycrisis” – a cluster of related global risks with compounding impacts and unpredictable consequences. The report explores “Resource Rivalry”, a potential cluster of interrelated environmental, geopolitical and socioeconomic risks relating to the supply of and demand for natural resources including food, water and energy.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Wereldwijd is er een grote en toenemende behoefte aan informatie over klimaatverandering en energietransitie, milieukwaliteit en circulariteit, natuur en biodiversiteit. Dit zijn de drie grote thema’s van de Green Deal. Daarin zijn afspraken gemaakt op nationaal en Europees niveau over de verduurzaming op diverse terreinen. Het is de taak van het CBS om de maatschappij – beleid, praktijk en wetenschap – daarin zo goed mogelijk te ondersteunen met onafhankelijke, samenhangende en officiële cijfers. Maar dat kan het CBS niet alleen. Daarom is het de samenwerking aangegaan met een groot aantal externe partijen, waaronder het KNMI.

Samenwerking

‘Het is onze ambitie om die cijfers over de Green Deal proactief en in nauwe samenwerking met onze stakeholders en kennisinstellingen boven tafel te krijgen. Daartoe zijn we met hen in gesprek, met name om scherper te krijgen aan welke informatie alle partijen behoefte hebben.’ Aan het woord is Angelique Berg, Directeur-Generaal van het CBS. ‘Er is al veel informatie, maar er zijn ook nog witte vlekken en soms is de informatie versnipperd. Wat wij willen is de statistische informatie over de Green Deal beter toegankelijk maken, zowel voor de experts als het brede publiek. Daarbij is het belangrijk die informatie in samenhang te publiceren. Zo willen we bijvoorbeeld met betrekking tot het thema klimaatverandering en energietransitie naast de CO2-emissies ook indicatoren opnemen over belangrijke veranderingen in temperatuur en het weer, de impact daarvan op mens en maatschappij en de maatregelen van overheden, bedrijven en personen om hier verandering in aan te brengen.’

Afstemming en harmonisatie

Thom Werkhoven is projectleider van de Green Deal bij het CBS. ‘Om efficiënt en snel in te kunnen spelen op de informatiebehoefte van de diverse partijen gaan we bekijken of we door het combineren van reeds bestaande data binnen het CBS relevante Green Deal indicatoren kunnen samenstellen of bepaalde vragen over de Green Deal slim kunnen laten ‘meeliften’ met enquêtes die er op dit moment al zijn.’ Werkhoven benadrukt dat het CBS het belangrijk vindt om hierbij samen te werken met allerlei partijen, zowel nationaal als internationaal. ‘Op nationaal niveau zijn onze partners overheden, de wetenschap, financiële instellingen en het bedrijfsleven. In Europees verband werken we met diverse statistische bureaus samen en het Europese statistiekbureau Eurostat. Dat geldt eveneens voor de VN, het IMF en de OECD. Verder nemen we ook het burgerperspectief in ogenschouw.’ Een belangrijke uitdaging bij dit alles is volgens Werkhoven om de verschillende programma’s nationaal en internationaal zo goed mogelijk in elkaar te laten grijpen. ‘Daarom participeert het CBS in diverse gremia en maken we ons sterk voor afstemming en harmonisatie.’

Krachtige autoriteit

Een belangrijke samenwerkingspartner voor het CBS is het KNMI. Berg: ‘Het CBS ziet het KNMI als een krachtige autoriteit op het gebied van klimaat en weer. Wij hebben vooral gegevens over mens en maatschappij en milieu en natuur. In onze ogen vullen beide organisaties elkaar goed aan qua informatie. Het CBS ziet dan ook veel kansen voor verdere intensieve samenwerking met het KNMI en is verheugd over de afspraak om data te delen en deze op te nemen in het Green Deal dashboard.’ Prof. dr. Gerard van der Steenhoven, hoofddirecteur van het KNMI bevestigt dat: ‘Bij de ontwikkeling van het klimaatdashboard van het CBS is een nauwere samenwerking ontstaan. Ook het KNMI heeft een klimaatdashboard. Het is interessant om samen de ontwikkeling van die dashboards te bespreken. Het combineren van data kan leiden tot nieuwe inzichten. Het KNMI richt zich met name op data over het weer en het klimaat, maar het toevoegen van bijvoorbeeld economische en gezondheidsperspectieven is noodzakelijk om de systeemtransities in gang te zetten die nodig zijn om de duurzaamheidsdoelen te halen waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd.’

Europese klimaatdata

Van der Steenhoven refereert aan het Europese onderzoeksprogramma Copernicus. ‘Dat is een initiatief waarin zeer grote datasets op het gebied van weer en klimaat tot stand worden gebracht. Ook deze datasets zouden nuttig kunnen zijn voor het CBS. Ik ga graag in gesprek over welke kansen dat biedt.’ Sterk aan de aanpak van het CBS is volgens hem de focus op de duurzame ontwikkelingsdoelen, de zogenaamde Sustainable Development Goals: ‘Ik vind het heel belangrijk dat die doelen meer aandacht krijgen in Nederland. Alleen het CBS kan de SDG’s op zo’n integrale en gezaghebbende manier in kaart brengen. Ook dat draagt bij aan het duurzaamheidsbewustzijn van burgers en beleidsmakers.’

Systeemtransitie

In Nederland wordt veel hoogwaardig onderzoek gedaan: naar kantelpunten in het klimaat, naar het gebruik van batterijen, naar hoe je een circulaire economie opzet, etc. Van der Steenhoven: ‘Maar als je naar een 100 procent duurzame samenleving wil, dan moet je op systeemniveau naar de vereiste transities kijken. Neem de manier waarop we onze grond gebruiken: daar komen verschillende belangen samen. De overgang naar een meer plantaardige landbouw, de behoefte aan meer woningen en aan meer duurzame energiebronnen leggen allemaal druk op datzelfde stukje land. Om zulk potentieel aan strijdige belangen met elkaar in overeenstemming te brengen is een integrale benadering nodig, waarbij ook de lokale bevolking betrokken moet worden. Voor het onderzoek naar zo’n systeemtransitie heb je daarom klimaatwetenschappers, statistici, sociologen, beleidsmakers en deskundigen nodig op het gebied van gezondheid.’ Het opzetten van zo’n samenwerking is lastig, erkent de KNMI-hoofddirecteur: ‘Daarom is het Klimaatonderzoek Initiatief Nederland (KIN) opgericht. Daarin brengen we verschillende wetenschappelijke gebieden samen, en betrekken we ook lokale stakeholders. Kennisinstellingen als het CBS en het KNMI zijn daar cruciaal bij.’

Klimaatbewustzijn

Het KNMI heeft eigen ambities als het gaat om klimaatdoelen. Van der Steenhoven: ‘Wij hebben concrete groene doelen gesteld voor onszelf. Zo hebben we met 30 andere Europese publieke weerdiensten afspraken gemaakt over CO2-reductie, onder andere door elkaar meer online te ontmoeten. Veel impact heeft ook het door het KNMI geïnitieerde plan voor een supercomputer in IJsland, waar naast Nederland ook Denemarken, Ierland en IJsland vanaf de zomer gebruik van gaan maken. Die computer is veel krachtiger dan de huidige computer en draait op 100 procent groene energie. Verder spelen we een actieve rol bij het klimaatbewustzijn van Nederland. Een belangrijk onderdeel van ons werk is de media van informatie voorzien en inzichten te delen via lezingen en klimaatberichten op onze website. Zo verhogen we het klimaatbewustzijn in de samenleving.’

[ad_2]

Source link

Berichten paginering