[ad_1]

De werkgeversorganisaties achter het Aanvalsplan Techniek zijn zeer positief over de op 3 februari gepresenteerde maatregelen van het kabinet om te zorgen voor meer groene banen in de techniek. Het aanvalsplan wordt door het kabinet omarmd als een sleutelonderdeel van de kabinetsaanpak om het tekort aan technici terug te dringen, blijkt uit de verzonden Kamerbrief.

Tekort aan technici is o.a. gevaarlijk voor halen klimaatdoelen

Vandaag is het kabinet gekomen met het Actieplan Groene en Digitale banen. Met dit plan wil het kabinet onder meer zorgen dat een tekort aan technici er niet toe leidt dat het doel om de uitstoot van CO2 met 55-60% te reduceren in 2030 in gevaar komt. Ook moet het plan meer dan 1 miljoen ICT-geschoolden in 2030 opleveren.

10-jarig leer-, werk- en inkomensperspectief

De ministers van Economische Zaken en Klimaat, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs zijn in hun brief positief over het Aanvalsplan Techniek, dat de technische branches Techniek Nederland, Bouwend Nederland, Metaalunie, FME en WENB samen met de werkgeverskoepels VNO-NCW en MKB-Nederland in november presenteerden aan het kabinet. Uitvoering van dit Aanvalsplan moet onder meer zorgen voor meer arbeidsbesparende (proces)innovaties, een cultuurverandering in de techniek met meer aandacht voor behoud van technici, 1.000 extra hybride docenten en een compleet nieuw arbeidsmarktsysteem om (meer) mensen te laten instromen en behouden (de zogeheten Gouden Poort). Een 10-jarig leer-, werk- en inkomensperspectief moet de techniek bovendien nog aantrekkelijker maken.

Verdubbelen

Het kabinet wil de investeringen van de organisaties voor uitvoering van het Aanvalsplan verdubbelen. ‘Dat is buitengewoon goed nieuws’, aldus de coalitie van techniekbranches, want niemand kan dit probleem alleen oplossen. ‘Dit vraagt nauwe samenwerking van ondernemers, overheden, onderwijsinstellingen en vakbonden. Met de vakbonden is ook al goed overleg om het aanvalsplan verder uit te werken en het is fijn dat ook het Kabinet zich hier nu vierkant achter stelt.’

De organisaties vinden het wel een gemiste kans dat er geen aandacht is voor introductie van een succesvolle vakkrachtenregeling zoals Duitsland die heeft. Zeker ook omdat het volgens de brief steeds lastiger wordt om technici uit andere Europese landen te verleiden om in Nederland te werken. Ook in andere landen is namelijk  sprake van schaarste aan technici en vergrijzing.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op donderdag 2 februari is het splinternieuwe zonnepanelendak van Port of Amsterdam geopend aan de Kopraweg 3 in Amsterdam. Op het dak liggen 4.911 panelen die samen zorgen voor een capaciteit van maar liefst 2 megawattpiek. Hiermee komt het totaal aantal zonnepanelen in de haven op zo’n 260.000 vierkante meter.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

Roon van Maanen, hoofd Energy & Circular Industry bij Port of Amsterdam: “De opening van het dak is voor Port of Amsterdam echt een mijlpaal. We hadden als havenbedrijf de ambitie om eind 2024 250.000 m2 (zo’n 38 voetbalvelden) aan zonnepanelen in het havengebied te hebben. Daar zijn we nu, begin 2023, overheen. We verhogen dan ook onze doelstelling naar 350.000 m2, met een totale capaciteit van zo’n 63 megawattpiek per eind 2024. Daarmee levert Port of Amsterdam een bijdrage van ruim 20% aan de gemeentelijke doelstelling van 300 megawattpiek in 2025.

Een speciaal compliment gaat uit naar onze klanten. Het gros van de zonnepanelen ligt namelijk op hun daken en daarmee spelen onze klanten een belangrijke rol in de energietransitie.”

Energietransitie blijft urgenter dan ooit

In de haven en in de stad liggen al veel zonnepanelen. Toch is een groot deel van het beschikbare dakoppervlak nog onbenut en blijft de energietransitie urgenter dan ooit. Niet ieder dak is makkelijk te benutten voor zonne-energie. Bijvoorbeeld daken met een ingewikkelde dakconstructie of daken waar innovatieve oplossingen nodig zijn, zoals lichtgewicht zonnepanelen.

Zita Pels, wethouder Duurzaamheid bij gemeente Amsterdam: “De gemeente zet zich in om obstakels weg te nemen en hulp aan te bieden. Zo kunnen bedrijven in Amsterdam gebruik maken van gratis zonnepanelen advies en begeleiding op maat. Daarnaast heeft de gemeente gratis QuickScans ingekocht voor grote daken. Ook kan een lening uit het Amsterdamse Duurzaamheidsfonds bedrijven op weg helpen. We streven ernaar om voor 2040 alle geschikte daken in te zetten voor de opwek van zonne-energie. Dit is ongeveer 1.100 megawattpiek.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Gisteren, 1 februari, presenteerde de Europese Commissie een Green Deal Industrieel Plan om het concurrentievermogen van de Europese netto-nul-industrie te versterken en de snelle overgang naar klimaatneutraliteit te ondersteunen. Het plan moet een gunstiger klimaat scheppen voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van de EU voor de netto-nul-technologieën en -producten die nodig zijn om de ambitieuze klimaatdoelstellingen van Europa te halen.

Het plan bouwt voort op eerdere initiatieven en vertrouwt op de sterke punten van de eengemaakte EU-markt, als aanvulling op de lopende inspanningen in het kader van de Europese Green Deal en REPowerEU. Het is gebaseerd op vier pijlers: een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader, snellere toegang tot financiering, verbetering van vaardigheden en open handel voor veerkrachtige toeleveringsketens.

Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, verklaarde: “We hebben een unieke kans om met snelheid, ambitie en doelgerichtheid de weg te wijzen om de industriële voorsprong van de EU in de snelgroeiende sector van de netto-nul-technologie veilig te stellen. Europa is vastbesloten het voortouw te nemen in de revolutie van schone technologie. Voor onze bedrijven en mensen betekent dit dat vaardigheden worden omgezet in kwaliteitsbanen en innovatie in massaproductie, dankzij een eenvoudiger en sneller kader. Een betere toegang tot financiering zal onze belangrijkste cleantechindustrieën in staat stellen snel op te schalen.”

Een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader

De eerste pijler van het plan betreft een eenvoudiger regelgevingskader.

De Commissie zal een “Net-Zero Industry Act” voorstellen om doelstellingen vast te stellen voor industriële capaciteit zonder CO2-uitstoot en om een regelgevingskader tot stand te brengen dat geschikt is voor een snelle invoering daarvan, waarbij wordt gezorgd voor vereenvoudigde en versnelde vergunningverlening, Europese strategische projecten worden bevorderd en normen worden ontwikkeld om de opschaling van technologieën in de hele interne markt te ondersteunen.

Het kader zal worden aangevuld met de wet inzake kritieke grondstoffen, om te zorgen voor voldoende toegang tot de materialen, zoals zeldzame aardmetalen, die van vitaal belang zijn voor de productie van sleuteltechnologieën, en de hervorming van de opzet van de elektriciteitsmarkt, om de consumenten te laten profiteren van de lagere kosten van hernieuwbare energiebronnen.

Snellere toegang tot financiering

De tweede pijler van het plan zal investeringen en financiering voor de productie van schone technologie in Europa versnellen. Overheidsfinanciering kan, in combinatie met verdere vooruitgang op het gebied van de Europese kapitaalmarktenunie, de enorme hoeveelheden particuliere financiering ontsluiten die nodig zijn voor de groene transitie. In het kader van het mededingingsbeleid wil de Commissie een gelijk speelveld op de interne markt garanderen en het voor de lidstaten gemakkelijker maken om de nodige steun te verlenen om de groene transitie te versnellen. Daartoe zal de Commissie, om de steunverlening te versnellen en te vereenvoudigen, de lidstaten raadplegen over een gewijzigde tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun Crisis- en Overgangskader en zal zij de algemene groepsvrijstellingsverordening herzien in het licht van de Green Deal, waarbij de aanmeldingsdrempels voor steun voor groene investeringen worden verhoogd. Dit zal onder meer bijdragen tot een verdere stroomlijning en vereenvoudiging van de goedkeuring van IPCEI-gerelateerde projecten.

De Commissie zal ook het gebruik van bestaande EU-fondsen voor de financiering van innovatie, productie en invoering van schone technologie vergemakkelijken. De Commissie onderzoekt ook mogelijkheden om op EU-niveau tot een grotere gemeenschappelijke financiering te komen ter ondersteuning van investeringen in de fabricage van net-nul-technologieën, op basis van een lopende beoordeling van de investeringsbehoeften. De Commissie zal op korte termijn met de lidstaten samenwerken, met de nadruk op REPowerEU, InvestEU en het Innovatiefonds, aan een overbruggingsoplossing om snelle en gerichte steun te verlenen. Voor de middellange termijn wil de Commissie een structureel antwoord geven op de investeringsbehoeften door in het kader van de herziening van het meerjarig financieel kader vóór de zomer van 2023 een Europees soevereiniteitsfonds voor te stellen.

Om de lidstaten te helpen toegang te krijgen tot de REPowerEU-fondsen, heeft de Commissie vandaag nieuwe richtsnoeren voor herstel- en veerkrachtplannen goedgekeurd, waarin het proces voor het wijzigen van bestaande plannen en de modaliteiten voor het opstellen van REPowerEU-hoofdstukken worden toegelicht.

Vaardigheden verbeteren

Aangezien 35 tot 40% van alle banen door de groene overgang kan worden getroffen, zal de ontwikkeling van de vaardigheden die nodig zijn voor goedbetaalde kwaliteitsbanen een prioriteit zijn voor het Europees Jaar van de vaardigheden, en de derde pijler van het plan zal daarop gericht zijn.

Om de vaardigheden te ontwikkelen voor een groene overgang waarbij de mens centraal staat, zal de Commissie voorstellen industrieacademies voor Nul-Nul op te richten om bijscholings- en omscholingsprogramma’s in strategische sectoren uit te voeren. Zij zal ook nagaan hoe een “Skills-first”-benadering, waarbij feitelijke vaardigheden worden erkend, kan worden gecombineerd met bestaande benaderingen op basis van kwalificaties, hoe de toegang van onderdanen van derde landen tot EU-arbeidsmarkten in prioritaire sectoren kan worden vergemakkelijkt, en hoe maatregelen kunnen worden genomen om publieke en private financiering voor de ontwikkeling van vaardigheden te bevorderen en op elkaar af te stemmen.

Open handel voor veerkrachtige toeleveringsketens

De vierde pijler zal gaan over wereldwijde samenwerking en handel ten dienste stellen van de groene overgang, volgens de beginselen van eerlijke concurrentie en open handel, voortbouwend op de afspraken met de partners van de EU en de werkzaamheden van de Wereldhandelsorganisatie. Daartoe zal de Commissie het EU-netwerk van vrijhandelsovereenkomsten en andere vormen van samenwerking met partners blijven ontwikkelen om de groene overgang te ondersteunen. Zij zal ook de oprichting onderzoeken van een Club van Kritieke Grondstoffen, om “consumenten” van grondstoffen en landen die rijk zijn aan grondstoffen samen te brengen om de mondiale voorzieningszekerheid te waarborgen door middel van een concurrerende en gediversifieerde industriële basis, en van Clean Tech/Net-Zero industriële partnerschappen.

De Commissie zal ook de interne markt beschermen tegen oneerlijke handel in de sector schone technologie en zal haar instrumenten gebruiken om ervoor te zorgen dat buitenlandse subsidies de concurrentie op de interne markt niet verstoren, ook niet in de sector schone technologie.

 

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De investeringen (cash Capex) van Shell in de divisie Renewables and Energy Solutions (RES) bedroegen $ 3.5 miljard op een totaal van $ 24.8 miljard (14%), zo blijkt uit de vandaag gepubliceerde resultaten over het vierde kwartaal. Aangezien RES ook gas en carbon offsets omvat, liggen de werkelijke investeringen in hernieuwbare energiebronnen lager. Volgens Global Witness was het slechts 1.5% in 2021.

“Shell kan niet beweren in transitie te zijn zolang de investeringen in fossiele brandstoffen de investeringen in duurzame energiebronnen overschaduwen”, reageert Mark van Baal, oprichter van Follow This. “Het grootste deel van de investeringen van Shell blijft in fossiele brandstoffen, omdat het bedrijf geen doelstelling heeft om zijn totale CO2-uitstoot dit decennium drastisch te verminderen, wat nodig is om Parijs te halen.”

Gebrek aan doelstellingen leidt tot gebrek aan investeringen

“Om Parijs te halen moet de wereldwijde uitstoot tegen 2030 met 45% dalen; toch ontbreekt het Shell aan een doelstelling die leidt tot een grootschalige emissiereductie in 2030 (#); dit gebrek wordt weerspiegeld in de lage investeringen in duurzame energie. Met onze klimaatresoluties steunen wij Shell om emissiereductiedoelen te stellen die wel in lijn zijn met Parijsakkoord en dienovereenkomstig te investeren.”

(#) De huidige doelstelling van het bedrijf om het gemiddelde koolstofgehalte (Net Carbon Footprint (NCF)) van zijn energieproducten tegen 2030 met 20% te verminderen, is nog niet in lijn met Parijs; het zal niet leiden tot grootschalige (netto) reducties van de totale emissies in dit cruciale decennium.

Om deze lage investeringen in duurzame energie te camoufleren, schermt Shell met een verwarrend cijfer: Energy Transition Spend (energietransitie-uitgaven, een optelsom van Opex en Capex, zie hieronder).

Recordwinsten & aandeleninkoop: gebrek aan voorstellingsvermogen

“De huidige recordwinsten zouden gebruikt kunnen worden om de enorme investeringen in duurzame energie te doen die nodig zijn om de klimaatcrisis aan te pakken en de toekomst van het bedrijf zeker te stellen.”

“In plaats daarvan koopt Shell aandelen in. Aandeleninkoop toont een gebrek aan verbeeldingskracht in grootschalige investeringen in de energietransitie. Een bedrijf dat aandelen terugkoopt, zegt in feite tegen beleggers: ‘We weten geen betere bestemming voor dit geld dan het aan u terug te geven’.”

Aandeelhoudersresolutie op AVA zal duidelijkheid brengen

In mei zullen aandeelhouders opnieuw hun stem uitbrengen over de Follow This klimaatresolutie, die dit jaar gefocust is op de Scope 3 (product) emissies in 2030 – die ongeveer 95% van de totale emissies van Shell uitmaken; zoals gerapporteerd door de Financial Times (Activist group Follow This launches climate campaign against Big Oil), ReutersBloomberg, en Responsible Investor op december 19, 2022.

“Deze focus zal duidelijkheid brengen over welke investeerders vastbesloten zijn om de belangrijkste voorwaarde van Parijs te halen – het terugdringen van de emissies dit decennium – en welke investeerders Big Oil toestaan deze belangrijke voorwaarde te negeren”, legt Van Baal uit.

Shells rookgordijn: Energy Transition Spend
Om de lage investeringen in duurzame energie te camoufleren, schermt Shell met een Energy Transition Spend van een derde van de totale uitgaven (investeringen (Capex) en operationele uitgaven (Opex) bij elkaar opgeteld). Het samenvoegen van investeringen en operationele uitgaven is verwarrend: Opex is een indicator van de huidige activiteiten; Capex is voor de meeste beleggers een indicator van de toekomstige activiteiten.

Verder is het cijfer Energy Transition Spend om andere redenen problematisch: Ten eerste geeft Shell geen details om aandeelhouders de kans te geven het cijfer te verifiëren. Ten tweede is de definitie erg breed; zo vallen hieronder bijvoorbeeld ook Chemicaliën, Smeermiddelen, Convenience Retail en low carbon brandstoffen. Ten derde is het vrij ongeloofwaardig dat een bedrijf zoveel Opex-uitgaven doet (ongeveer 45% om tot 1/3 van de Opex en Capex te komen) zonder duidelijkheid te geven over de inkomsten en financiële resultaten van deze activiteiten.Ten slotte, als Opex-uitgaven een investering zouden zijn, zouden zij onder Capex moeten worden gerapporteerd. Volgens algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen zijn Opex-uitgaven uitgaven zonder of met zeer onzekere economische voordelen buiten het verslagjaar.

“Samen met grote beleggers blijven we Shell steunen om zijn volle gewicht achter de energietransitie te zetten.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tarkett, wereldleider op het gebied van innovatieve en duurzame vloer- en sportvloeroplossingen, kondigde in januari zijn op wetenschap gebaseerde kortetermijndoelstellingen voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen aan, goedgekeurd door het Science Based Targets-initiative (SBTi) .

Tarkett verbindt zich ertoe om tegen 2030 50% minder totale broeikasgassen (BKG) van scope 1 en 2 uit te stoten, ten opzichte van basisjaar 2019. Tarkett legt zich eveneens op om de scope 3 BKG-uitstoot van aangekochte goederen en diensten en de verwerking van afgedankte verkochte producten binnen hetzelfde tijdsbestek te verminderen met 27,5% . Dit is volledig in lijn met de doelstelling van het Klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde te beperken.

Over het algemeen streeft Tarkett’s klimaatroutekaart naar een vermindering van 30% van de uitstoot van broeikasgassen in de hele waardeketen tegen 2030, inclusief de uitstoot van scope 3, die 90% van de totale broeikasgasuitstoot van Tarkett vertegenwoordigt.

“We moeten dringend ingrijpen tegen de klimaatverandering”, zegt Arnaud Marquis, Chief Sustainability & Innovation Officer bij Tarkett. “De nieuwste klimaatwetenschap toont aan dat het nog steeds mogelijk is om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, maar we komen gevaarlijk dicht in de buurt van die drempel. Wij beschouwen het stellen van klimaatdoelen als een win-winsituatie voor de hele waardeketen – ze helpen ons om onze eigen uitstoot van broeikasgassen en die van onze klanten te verminderen. Bij Tarkett werken we samen met onze belanghebbenden om de basisregels samen te veranderen. Minder afval en een lagere uitstoot zijn de twee fundamentele principes waaraan we werken om de hele bouwsector te veranderen. Deze goedkeuring door het SBTi bewijst nogmaals dat onze klimaatambitie de juiste is!”

In december 2022 behaalde Tarkett een A-score (leiderschapsniveau) op CDP, ’s werelds belangrijkste klimaatprestatie- en rapportageplatform. Tarkett is hierdoor in 2022 de enige vloerenfabrikant die op CDP die hoge mate van klimaatvolwassenheid heeft bereikt. Meer dan 18.700 bedrijven ter waarde van 60,8 biljoen USD – de helft van de wereldwijde marktkapitalisatie – maakte in 2022 milieu- en klimaatgegevens bekend via CDP.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Energieneutraal ondernemen is een actueel thema. De druk bezochte bijeenkomst voor Drentse ondernemers over dit onderwerp is hiervan het bewijs. Ongeveer 125 belangstellenden lieten zich gistermiddag informeren en inspireren door mede-ondernemers en adviseurs op het gebied van duurzaamheid en energie besparen. De bijeenkomst, in het kader van het Perspectief op bestemming Drenthe 2030, is een initiatief van provincie Drenthe, Marketing Drenthe en Recreatieschap Drenthe.

De bijeenkomst werd geopend door gedeputeerde vrijetijdseconomie Henk Brink: “De urgentie om te verduurzamen is groot. Bij sommigen van jullie, waaronder de sprekers en ondernemers in de zaal, zit duurzaamheid of circulariteit in het bloed. Bij anderen is er een noodzaak vanwege de hoge energieprijzen en nieuwe inzichten. We dragen allemaal ons steentje bij aan bestemming Drenthe en de doelen die we moeten en willen behalen.”

Tijdens de bijeenkomst werden er ervaringen gedeeld van ondernemers die al duurzaam en energieneutraal ondernemen. Daarnaast kwamen er experts aan het woord over hoe verduurzamen in zijn werk gaat, waar je mee kunt starten en welke regelingen en leningen er zijn. Er was bijvoorbeeld aandacht voor het provinciale programma Ik Ben Drents Ondernemer (IBDO), de MKB advies voucher, de MKB-energiescan, het Energiefonds Drenthe en de aankondiging van een nieuwe energiebesparingsregeling die vanaf 28 februari open gaat.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op 30 januari is de Universiteitsbrede Academische Werkplaats Klimaat en Energie officieel van start gaan. Daarin gaan Tilburg University, Avans Hogeschool, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Gemeente Tilburg, Essent, Alliander, Heijmans en Stedin een meerjarige samenwerking aan om de klimaatcrisis aan te pakken. Niet de technologische maar de sociale innovatie die nodig is om de energietransitie te versnellen staat in deze samenwerking voorop.

De klimaatcrisis heeft ernstige gevolgen voor individuen en gemeenschappen over de hele wereld. Technologische vooruitgang kan bijdragen aan klimaatoplossingen en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, maar technologie alleen is niet genoeg. De aanpak van de klimaatcrisis vereist een transitie van de hele samenleving, en sociale innovaties zijn daarbij net zo essentieel als technologische innovaties.

Sociale innovatie

Er is maatschappelijk gezien een groeiende behoefte aan omdenken, om sneller af te kunnen stappen van fossiele brandstoffen, aan innovatieve bedrijfsmodellen en financieringsinstrumenten om een duurzame economie tot stand te brengen. De Werkplaats wil ervaringen en nieuwe ideeën uitwisselen, bijvoorbeeld over welke slimme interventies het gedrag van burgers en bedrijven kunnen veranderen die mogelijk ook vragen om nieuwe wet- en regelgeving en over inclusief beleid om ervoor te zorgen dat de energietransitie betaalbaar is voor iedereen.

Maatschappelijke samenwerking

Voortbouwend op een lange traditie van sociaal-wetenschappelijk onderzoek op het gebied van duurzaamheid, circulaire economie en energietransitie, hebben onderzoekers vanuit verschillende disciplines en faculteiten van Tilburg University samen met publieke en private partners hun krachten gebundeld in de Universiteitsbrede Academische Werkplaats Klimaat en Energie.

De academische werkplaats is een experimenteer, leer- en innoveeromgeving waarin samen wordt gewerkt in de vorm van onderzoek rondom concrete projecten, training-on-the-job, publicaties voor een breed publiek, en het ontwikkelen van praktische tools die kunnen helpen bij het realiseren van een sociale en slimme energietransitie.

Universiteitsbrede academische werkplaatsen

Binnen Tranzo, het wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University, bestaan al jaren diverse succesvolle academische werkplaatsen. In navolging daarvan kent Tilburg University vier Universiteitsbrede Academische Werkplaatsen: Inclusieve Arbeidsmarkt, Klimaat & Energie, Digital Health and Mental Wellbeing en Brede Welvaart. De werkplaats Klimaat & Energie wordt aangestuurd door hoogleraar Economic Regulation and Market Governance of Network Industries Saskia Lavrijssen en hoogleraar Bestuurskunde Martijn Groenleer.

Avans Hogeschool, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Gemeente Tilburg, Essent, Alliander, Heijmans en Stedin zijn de eerste partners van de Universiteitsbrede Academische Werkplaats Klimaat en Energie. Het is de verwachting dat er in de komende maanden nog andere partners aansluiten.

Meer informatie

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In het CxO Sustainability Report van dit jaar ‘Accelerating the Green Transition’ stelt Deloitte vast dat C-suite leiders van organisaties van elke omvang en in alle sectoren duurzaamheid zeer serieus blijven nemen. Klimaatverandering blijft het meest besproken onderwerp voor hun organisaties. En hoewel de meeste CxO’s geloven dat de wereld economische groei kan realiseren en tegelijkertijd klimaatdoelstellingen kan bereiken, gaapt er een kloof tussen geloof, actie en impact.

Nederland heeft vergelijkbare nationale problemen als veel andere landen, vooral die in Europa. CxO’s is gevraagd de meest urgente problemen voor hun organisaties te rangschikken. Veel van hen plaatsen klimaatverandering in de top drie van problemen, nog vóór innovatie, concurrentie bij het behouden en werven van talent, en supply chain-uitdagingen. Bovendien gaf 75 procent van de CxO’s wereldwijd aan dat hun organisaties hun duurzaamheidsinvesteringen het afgelopen jaar hebben verhoogd. Voor Nederland ligt dit percentage met 77 procent zelfs iets hoger.

Nederland heeft vergelijkbare uitdagingen als veel andere (Europese) landen. Naast klimaatverandering zijn de concurrentie om talent en grote maatschappelijke crises als ongelijkheid en voedselonzekerheid in Nederland sterker voelbaar dan wereldwijd. Talentproblemen worden gezien als het op één na meest urgente probleem om op te focussen, en sociale crises komen op een goede derde plaats. Nederlandse CxO’s zien ook zakelijke problemen op korte termijn (29% vs. 18% wereldwijd), de afwezigheid van een toegewijde duurzaamheidsfunctionaris (20% vs. 10% wereldwijd), gebrek aan buy-in op het hoogste niveau (18% vs. 10 % wereldwijd), plus het gebrek aan vraag van klanten naar duurzame goederen en diensten (18% versus 12% wereldwijd) als de belangrijkste obstakels voor duurzaamheidsverandering.

Bezorgdheid over klimaat is toegenomen, maar toch is er optimisme

Bijna elke ondervraagde CxO meldt dat hun organisatie het afgelopen jaar de gevolgen van klimaatverandering heeft gevoeld. Nederlandse CxO’s gaven emissiebepalingen aan als het grootste probleem dat van invloed is op hun bedrijven (45 procent), terwijl 44 procent de operationele impact van klimaatgerelateerde rampen/weersomstandigheden als grootste zorg noemt. Wereldwijd noemen CxO’s grondstoffenschaarste als het grootste probleem dat van invloed is op hun organisatie (46 procent).

Ondanks deze zorgen, bestaat er bij 78 procent van de CxO’s wereldwijd, en bij 84 procent van de Nederlandse CxO’s, toch enig optimisme dat de wereld voldoende stappen onderneemt om de ergste gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Opvallend is dat 84 procent van de CxO’s wereldwijd en 91 procent van de Nederlandse CxO’s bovendien overtuigd is dat het behalen van klimaatdoelen het realiseren van economische groei niet in de weg staat.

Toegenomen eisen van stakeholders

Dit onderzoek toont de druk die organisaties voelen om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Net als hun wereldwijde tegenhangers, voelen Nederlandse CxO’s een matige tot grote druk van stakeholders om actie te ondernemen tegen klimaatverandering.

Waar het wereldwijde gemiddelde ligt op 65 procent, geeft ongeveer de helft van de Nederlandse CxO’s (56 procent) aan dat de veranderende regelgeving en werknemersactivisme in het afgelopen jaar bij hun organisatie aanleiding is geweest voor meer duurzaamheidsacties.

Organisaties ondernemen actie

De samenstelling van de Nederlandse economie per sector lijkt een rol te spelen in de afwijkende mening ten opzichte van de wereldwijde resultaten. Met een sterke bankensector, aanzienlijke consumentenmarkten en een sterke focus op ERI (energie, hulpbronnen en infrastructuur), komen duurzaamheidsfactoren vaker voor in de bedrijfsplanning in Nederland.

Ondanks de meer lokale focus, scoort klimaatverandering hoger (45 procent) als een probleem voor Nederlandse CxO’s dan voor hun wereldwijde tegenhangers (42 procent), en heeft 77 procent van onze organisaties (wereldwijd 75 procent) meer geïnvesteerd in duurzaamheid. De onderliggende boodschap is daarom positief, maar dit heeft zich niet altijd vertaald in het soort tastbare actie dat in andere delen van de wereld wordt gezien. Van de Nederlandse CxO’s lijkt 55 procent vooral in te zetten op het gebruik van energiezuinige of klimaatvriendelijke machines, technologieën en apparatuur, terwijl wereldwijd 59 procent van de CxO’s meer prioriteit geven aan het gebruik van duurzamere materialen en efficiënter energieverbruik. Daarnaast koppelen Nederlandse CxO’s de beloning van het topmanagement vaker aan prestaties (47 procent) op het gebied van milieuduurzaamheid dan hun collega’s wereldwijd (33 procent).

 

 

Nederlandse CxO’s zien het werven/behouden van werknemers, merkherkenning en reputatie, innovatie en klanttevredenheid als de belangrijkste voordelen van hun huidige duurzaamheidsinspanningen. Wereldwijd ligt de nadruk op merkherkenning en reputatie, klanttevredenheid en innovatie.

Methodologie

Het rapport is gebaseerd op een enquête onder 2.016 C-level executives. In de enquête, in september en oktober 2022 uitgevoerd door KS&R Inc. en Deloitte, zijn respondenten uit 24 landen geïnterviewd: 48 procent uit Europa / Midden-Oosten / Zuid-Afrika; 28 procent uit Noord- en Zuid-Amerika; en 24 procent uit Azië-Pacific. De steekproef omvat alle belangrijke bedrijfstakken. Daarnaast hebben KS&R en Deloitte vooraf geselecteerde, wereldwijde marktleiders één-op-één geïnterviewd.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

North Sea Port, ArcelorMittal Belgium en alle havenbedrijven dienen tegen 2050 een klimaatneutrale haven te realiseren. Dat gebeurt door de CO2-uitstoot te verminderen en de circulaire economie verder te ontwikkelen. Daarvoor wordt in Gent het bedrijventerrein North-C Circular ontwikkeld.

De ontwikkeling van het bedrijventerrein North-C Circular is een samenwerking tussen North Sea Port en ArcelorMittal Belgium. Samen ontwikkelen ze op de rechteroever van het Kanaal Gent-Terneuzen in Gent een industrieterrein. Het terrein ligt tussen het Rodenhuizedok, de havenringweg R4, en de site van ArcelorMittal Belgium. Het maakt deel uit van het afgebakende havengebied dat is bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven. De bedoeling is om dit 150 hectare grote terrein bouwrijp te maken, in te richten met basisinfrastructuur zoals nutsvoorzieningen, te ontsluiten via de weg, het spoor en het water, en in te vullen met bedrijven die zich richten op circulaire activiteiten.

Brownfieldconvenant om onderbenutte gronden te gebruiken

Voor het volledige terrein is een brownfieldconvenant in de maak tussen North Sea Port, ArcelorMittal Belgium en de Vlaamse overheid. Op 40 hectare van dit gebied liggen historische baggerdepots die de directe ontwikkeling van het terrein verhinderen. Met het convenant kunnen deze onderbenutte gronden op een grondige en gestructureerde wijze worden omgezet in een bedrijventerrein en verder worden gebruikt. De bijhorende boscompensatie zal zoveel als mogelijk in de nabije omgeving uitgevoerd worden.

North Sea Port en ArcelorMittal Belgium werken aan klimaatneutrale haven

Als het bedrijventerrein klaar is, kunnen er zich economische activiteiten vestigen die zich richten op de vermindering van de CO2-uitstoot, de energietransitie van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen, circulaire economie en samenwerkingen met bedrijven in de omgeving. Deze bedrijven dragen dan bij tot het klimaatneutraal maken van de haven en ArcelorMittal Belgium.

“North Sea Port dient immers tegen 2050 een klimaatneutrale haven te zijn. Tegen 2025 al wil de haven 3 miljoen ton CO2 afvangen voor opslag en hergebruik. En tegen 2030 wil het de helft minder CO2 uitstoten om tegen 2050 naar een volledige reductie te gaan”, aldus CEO van North Sea Port Daan Schalck. Daarnaast wil de haven tegen 2025 150 hectare grond klaar hebben voor circulaire projecten. Tegen dan wil de haven ook 10 circulaire activiteiten met innovatieve technologieën of processen aantrekken die sectoren als chemie en staal moeten toelaten om de transitie naar een klimaatneutrale haven te maken.

“ArcelorMittal Belgium heeft een passie voor duurzaamheid en circulariteit en speelt een absolute voortrekkersrol in de industrie op het gebied van de klimaattransitie”, vertelt CEO Manfred Van Vlierberghe. ArcelorMittal Belgium is volop bezig met de uitvoering van een actieplan om de CO2-emissie met 35% te verminderen tegen 2030 (ten opzichte van 2018) en om klimaatneutraal te worden tegen 2050. Dit actieplan bestaat uit drie assen.

Een eerste is de verdere verbetering van materiaal- en energie-efficiëntie.

De tweede as is de omarming van waterstof als reductiemiddel. ArcelorMittal Belgium heeft 2 hoogovens die hoofdzakelijk koolstof inzetten om zuurstof uit het ijzererts te halen. Eén hoogoven zal worden vervangen door een installatie die gebruik maakt van aardgas en waterstof om ijzererts te reduceren. Deze investering bestaat uit een DRI-installatie (Direct Reduced Iron) en 2 elektrische smeltovens.

De derde en laatste as van het actieplan is de ontwikkeling van ‘Smart Carbon concepten’ in het hart van de circulaire economie. ArcelorMittal Belgium vervangt fossiele koolstof door groene en circulaire koolstof: de inzet van afvalhout van containerparken via het Torero-project is hiervan een voorbeeld. ArcelorMittal Belgium is eveneens actief op het vlak van de afvang en gebruik van CO2 (Carbon Capture and Utilization (CCU)). Zo zal de Steelanol-installatie staalgassen omzetten in 80 miljoen liter duurzame ethanol per jaar. ArcelorMittal Belgium werkt, in het kader van de afvang en opslag van CO2 (Carbon Capture and Storage (CCS)), samen met de Belgische gasnetbeheerder Fluxys en North Sea Port aan een studie voor het vloeibaar maken van CO2 en het bouwen van een CO2-hub.

“De ontwikkeling van North-C Circular is een essentiële stap in de verdere ontwikkeling van deze Smart Carbon-concepten”, besluit CEO Manfred Van Vlierberghe.

Eerste spadesteek eind 2024

In het voorjaar van 2023 zal er een informatie- en inspraakmoment voor omwonenden en bedrijven plaatsvinden. Naar verwachting zal het definitief brownfieldconvenant er tegen zomer 2023 zijn, na goedkeuring door alle betrokken partijen. Hierna kan in 2023 en 2024 de voorbereiding van de projectuitvoering gebeuren (studies, opmaak Masterplan, Milieueffectenrapport, omgevingsvergunning). Momenteel is voorzien om eind 2024 de eerste spade in de grond te steken. Dat is de start van het bouwrijp maken van het terrein, de aanpak van de baggerdepots, de aanleg van de basisinfrastructuur, en de ontwikkeling van het bedrijventerrein met aandacht voor buffering en landschappelijke inpassing. De inrichting van het terrein zal een tiental jaar in beslag nemen.

[ad_2]

Source link

De subsidie op zonnepanelen voor particulieren is helaas afgeschaft. Wel is de subsidie voor de zonnepanelen voor ondernemers nog beschikbaar. Daar zitten wel een aantal voorwaarden aan en moet je voldoen aan een bepaald minimum verbruik per jaar. Voor particulieren zijn er wel andere mogelijkheden om toch te kunnen investeren in zonnepanelen en je huis te verduurzamen.

Subsidie voor particulieren

Subsidie voor particulieren is stopgezet. Hierdoor is het minder aantrekkelijk geworden om je huis te verduurzamen. Er zijn wel speciale financieringen mogelijk om toch zonnepanelen te laten plaatsen. Bijvoorbeeld de Energiebespaarlening, hiermee kan je onder gunstige voorwaarden een lening afsluiten en toch je huis energiezuinig maken. Daarnaast is vanaf 1 januari 2023 de btw op de zonnepanelen verlaagt naar 0%. Dit is het nultarief en is alleen geldig bij installatie van de zonnepanelen op de woning of bijgebouwen zoals een garage of schuur.

Subsidies voor ondernemers

Ben jij een ondernemer en wil jij jouw kantoor verduurzamen door middel van zonnepanelen? Dan zijn er voor rechtspersonen nog wel subsidies beschikbaar. De overheid heeft voor 2023 een totaal van €30 miljoen vrijgemaakt dat besteed mag worden aan zonnepanelen en kleinschalige windturbines. De maximale subsidie voor de zonnepanelen is €125 per kW gezamenlijk piekvermogen.

Er zijn wel een aantal voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidie, lees hieronder de belangrijkste:

  • Alleen rechtspersonen, stichtingen, maatschappen, VOF en CV komen in aanmerking voor de subsidie.
  • De zonnepanelen worden aangebracht op of aan het gebouw.
  • Het netto verbruik is minimaal 50.000 kWh in het jaar.
  • De zonnepanelen worden door een bouwinstallatiebedrijf geplaatst.

Zonnepanelen een goede investering?

Zonnepanelen zijn een goede investering op lange termijn. De investering is makkelijk terugverdiend met de besparing die de zonnepanelen met zich mee brengen. Als bedrijf kun je daarnaast gebruik maken van tijdelijke subsidies voor het installeren van de panelen. Daarnaast kan je beroep doen op groene energiecertificaten die aantonen dat jouw onderneming zorgt voor het milieu en investeert in groene energie. De zonnepanelen brengen ook een stuk onafhankelijkheid met zich mee, omdat je minder afhankelijk bent van de energieleverancier in tijden van de stijgende energieprijzen.

Daarom is het investeren in zonnepanelen rendabel en brengt vele voordelen met zich mee.

Ben je opzoek naar de juiste zonnepanelen voor je huis of kantoor? Bekijk dan welke zonnepanelen bij jou passen. Er bestaan twee soorten panelen, de glas-glas en de glas-folie zonnepanelen. Deze verschillen niet alleen in de prijs maar ook in de energie rendement. Begin allereerst met je te laten informeren over de verschillen en welke panelen geschikt zijn voor jouw huis of kantoorpand bijvoorbeeld via zonnepanelen installateur Hilversum. Aan de hand van de juiste informatie kan je een lening of subsidie aanvragen!

Vond je deze blog interessant? Lees dan hoe een start-up nu de zonnen energie kan opslaan in warm water!

Berichten paginering