[ad_1]

Albert Heijn heeft langdurige samenwerkingen met meer dan 1.100 boeren en telers in de versketen binnen de Beter voor Natuur & Boer-programma’s. In deze programma’s zijn transparante, langlopende afspraken over klimaat, duurzaamheid, dierenwelzijn en een gezond verdienvermogen gemaakt. CO2-reductie is hierin expliciet meegenomen. Samen met zuivelverwerker Royal A-ware en Deltamilk werken alle 450 melkveehouders uit het Beter voor Koe, Natuur & Boer programma mee aan het verminderen van uitstoot van broeikasgassen. Albert Heijn heeft de ambitie om 45% minder CO2 uit te stoten in 2030 in de keten ten opzichte van 2018. Een manier voor het verlagen van de CO2-footprint is door koolstof in de bodem vast te leggen. Door het gras sinds 2020 niet te ploegen en ook kruiden in het land te zaaien, is nu bewezen door onafhankelijk onderzoek dat de bodem van de melkveehouders uit het Beter voor Koe, Natuur & Boer-programma – ruim 20.000 hectare grasland – tot twee keer meer koolstof bevat.

CO2 vastleggen in de vorm van bodemorganische koolstof draagt niet alleen bij aan een betere natuur, maar deze koolstof zorgt ook voor een goede werking en vruchtbaarheid van de bodem. Binnen het Beter voor Koe, Natuur & Boer programma blijft Albert Heijn, samen met partners, innoveren naar een klimaatneutrale zuivelketen. Zo is er nu samen met zuivelverwerker Royal A-ware en Deltamilk gewerkt aan CO2-reductie en compensatie door koolstofopslag. Op deze manier ontstaat er een gesloten koolstof kringloop waarbij uitstoot en koolstof vastlegging met elkaar in balans zijn.

Uniek bodemonderzoek

Bij ruim 230 melkveehouders zijn meer dan 1.650 bodemmonsters op zand- en kleigronden genomen om het bodemkoolstof gehalte inzichtelijk te maken. Een uniek project in Nederland. Gezien het gaat over een grootschalig praktijkonderzoek, uitgevoerd door een extern bureau, over meerdere jaren. Waarbij niet alleen de grond van 0-30 centimeter, maar ook van 30 tot 60 cm diepte is geanalyseerd. De resultaten van het onderzoek laten zien dat er ruim twee keer meer koolstof-opslag is in de kleigronden dan de gemiddelde landelijke waarden die hierover beschikbaar zijn [Tol-Leenders et al., 2019). Een belangrijke uitkomst: door het niet ploegen van grasland en kruiden in het land te zaaien wordt er meer koolstof in de bodem opgeslagen. Dit draagt bij aan een gesloten CO2 kringloop. Over drie jaar worden er weer metingen uitgevoerd op dezelfde percelen om exact in kaart te brengen hoeveel extra koolstof er dan is vastgelegd.

Klimaatneutrale zuivelketen

“We hebben de ambitie om in 2030, 45% minder CO2-uitstoot te realiseren in vergelijking met 2018. Het is dan ook van belang dat we samen met onze producenten en leveranciers verantwoordelijkheid blijven nemen en in actie komen. Dat doen we met dit unieke programma, door koolstof op te slaan in het eigen grasland van de melkveehouders. Zo’n 20.000 hectare groot. We hebben al klimaatneutrale eigen merk-bananen en Perla-koffie in ons assortiment. De resultaten van dit bodemonderzoek gaan we gebruiken in de vervolgstappen om te komen tot klimaatneutrale gecertificeerde zuivel- en kaasproducten. Zo zetten we weer een stap om de wereld beter achter te laten”, aldus Constantijn Ninck Blok, directeur logistiek en keten bij Albert Heijn.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

IBC SOLAR, leverancier van complete systemen voor zonnepanelen en energieopslag, ondersteunt een Tiny House project van de faculteit Design van de Coburg University of Applied Sciences and Arts in Duitsland. Het experimentele project is gedurende het academische jaar, dat loopt van maart tot december, beschikbaar voor gastdocenten en studenten en laat zien dat energie zelfvoorzienend en CO2-neutraal wonen in de praktijk mogelijk is. Voor de energievoorziening heeft IBC SOLAR een compleet fotovoltaïsch systeem inclusief opslag geïnstalleerd en geleverd. Experts op het gebied van zonne-energie gaven het universitaire projectteam bij de planning en implementatie van het systeem advies en praktische ondersteuning.

Het Tiny House concept wordt voor steeds meer toepassingen gebruikt, vooral als het gaat om het gebruik van kleine beschikbare ruimtes in de stad. Niet alleen minimalisten, maar ook studenten, senioren en vele anderen, die niet het grootste deel van hun inkomen aan huur willen uitgeven, zijn enthousiast over deze vorm van compact wonen. Deze vorm van wonen is geschikt voor mensen die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Het verlangen om zelfvoorzienend te zijn, kunnen bewoners van een tiny house bijzonder goed realiseren. Dat geldt ook voor energieonafhankelijkheid. Met behulp van zonne-energie en een hanteerbaar opslagvolume voor het compacte woonconcept is dit bijzonder eenvoudig te realiseren.

Duurzaamheid in de praktijk

Onder leiding van architectuurprofessor Rainer Hirth en docent Anders Macht werkten architectuurstudenten van de designfaculteit in de zomer van 2021 aan dit uitdagende praktijkproject. Het idee was om een CO2-vrij experimentele woning te bouwen waarin het mogelijk is om gedurende meerdere jaren energiemonitoring uit te voeren (in bewoonde staat). Opmerkelijk is dat het woonconcept niet alleen energie zelfvoorzienend moest zijn, maar ook worden gebouwd zonder CO2-uitstotende bouwmaterialen.

Het universiteitsteam zocht een ervaren partner voor de uitvoering en nam contact op met IBC SOLAR. “We hadden veel interesse om dit project te ondersteunen, omdat de combinatie van energieonafhankelijkheid en duurzame bouwmaterialen ook voor ons spannend is”, legt Dr. Stratis Tapanlis, Director Commercial Energy Systems bij IBC SOLAR, uit. “Als voorbeeld noem ik onze laatste beursstand op de vakbeurs Intersolar in München die was gebouwd volgens de cradle-to-cradle principes.”

Succesvolle implementatie

Het plan van de universiteit was om de verwarming en stroomvoorziening van het Tiny House te faciliteren met uitsluitend het PV-systeem zonder netaansluiting. Hierbij gebruiken ze het overschot aan zonne-energie in de zomer ook om e-bikes op te laden.

IBC SOLAR zorgde voor de PV-modules, de montage en de oplossing voor energieopslag. Twaalf IBC SOLAR modules worden gebruikt voor het leveren van in totaal van 4,4 kWp, gecombineerd met de IBC SOLAR TopFix 200 Eco montagebeugels voor trapeziumplaat. Het BYD Battery-Box Premium LVS energieopslagsysteem biedt een opslagcapaciteit van 8 kWh. Dankzij het modulaire ontwerp van de opslagunit kan deze in de toekomst ook worden uitgebreid bij het opschalen van het systeem.

De studenten kregen ondersteuning van IBC SOLAR bij het plannen en ontwerpen van de systemen en de implementatie en installatie ter plaatse. Tevens werd een verwarmingssysteem voor de winter aangesloten en de eerste gasten hebben al in het Tiny House gelogeerd. Het project heeft bovendien onlangs de CREAPOLIS Award ontvangen.

“We zijn erg blij met de ondersteuning van IBC SOLAR. Zonder hun sponsoring van de systeemcomponenten en hun advies- en montagediensten zouden wij als universiteit niet in staat zijn geweest een dergelijk project te realiseren”, benadrukt prof. Rainer Hirth uit. “Op deze manier hebben de studenten niet alleen de mogelijkheid om de projectplanning te oefenen, maar ook om een echte professionele installatie uit te voeren.”

“IBC SOLAR steunt graag ambitieuze studentenprojecten, want voor een duurzame toekomst hebben we zowel innovatieve oplossingen als toegewijde ingenieurs, architecten en zonne-installateurs nodig”, benadrukt Dr. Stratis Tapanlis, Director Commercial Energy Systems bij IBC SOLAR. “We zijn erg onder de indruk van het ontwerp van het Tiny House volgens cradle-to-cradle principes met hernieuwbare grondstoffen zoals stro, hout en klei. Een duurzame energievoorziening is een belangrijk onderdeel voor toekomstige woonconcepten en we zijn erg blij dat we hieraan een bijdrage hebben mogen leveren.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De Wageningse start-up CryoCOP heeft in Helsinki de 4TU Impact Challenge gewonnen. Met hun revolutionaire cryogene technologie willen de oprichters van de start-up op een rendabele manier CO2 uit de lucht verwijderen. Daarmee hopen ze een bijdrage te leveren aan de strijd tegen klimaatverandering.

CryoCOP werd in 2021 opgericht door Coen van den Brand, Kiran Abraham Jacob, James Tonny Manalal en Max Kersten, studenten aan WUR, de TU Delft en de TU Eindhoven. In dat jaar wonnen zij de 4TU Carbon Removal Student Challenge. De jonge ondernemers willen de wereld veranderen door CO2 op te slaan met een technologie die gebruikmaakt van zeer lage temperaturen. Deze cryogene technologie is bovendien beschikbaar tegen een ‘disruptief lage prijs’. De kosten voor de manier waarop CO2 wordt opgeslagen, kunnen worden terugverdiend door het verkopen van bijproducten zoals energie, zuurstof en stikstof.

De jury, bestaande uit experts uit de wereld van start-ups, was onder de indruk van de innovatieve technologie van CryoCOP: ‘Dit idee heeft de potentie om een doorbraak teweeg te brengen, door CO2 om te zetten in circulaire producten.’ Ook prins Constantijn van Oranje, Special Envoy van start-upvertegenwoordiger Techleap, was aanwezig bij de finale en de prijsuitreiking.

De 4TU Impact Challenge is een initiatief van de vier Nederlandse technische universiteiten om ondernemerschap onder studenten te stimuleren. In de finale maakten acht teams (twee van elke TU) kans op de overwinning. Het andere Wageningse team was SenseWURk, dat een sneltest ontwikkelde om bloedvergiftiging op te sporen. Voor het tweede jaar op rij werd de finale in Helsinki georganiseerd, aan de vooravond van Slush 2022, het grootste startup-evenement ter wereld.

Bekijk de video van CryoCOP:

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Het klimaat staat bij supermarkten en foodservicebedrijven, aangesloten bij het CBL, hoog op de agenda’s. Daarom schaart het CBL zich achter de wereldwijde campagne ‘Race to Zero’: een logische keuze, er gebeurt namelijk al heel veel. Het initiatief, ondersteund door de Verenigde Naties, heeft als doel het versnellen van actie om klimaatverandering tegen te gaan. Naast ondersteuning van steden, onderwijsinstellingen, ziekenhuizen en banken kent de campagne ook een retail component, de Race to Zero Retail Campaign.

De Race to Zero Retail Campaign heeft als doel het aantal retailers wereldwijd te vergroten dat zich inzet voor de anderhalve graden-doelstelling uit het Akkoord van Parijs en klimaatneutraliteit per 2050. Individuele bedrijven en brancheorganisaties kunnen zich hierbij aansluiten.

Ambitie CBL: aantoonbaar blijven inzetten tegen klimaatverandering

Supermarkten werken al jaren aan het tegengaan van klimaatverandering, onder meer door verduurzaming van het assortiment. Bijvoorbeeld via het stimuleren van plantaardige producten, inzet op een toename van voedsel met duurzame keurmerken, het soja commitment, vergroening van het wagenpark en het energieneutraal maken van de winkels. Veel supermarkten hebben zich daarbij ook al aangesloten bij het Science Based Target Initiative (SBTI), waarbij concrete doelstellingen zijn gesteld op het terugdringen van de emissies in de voedselketen.

“Aansluiting bij de Race to Zero ligt dan ook perfect in lijn met de klimaat-ambitie vanuit onze branche”, aldus Jennifer Muller, manager Duurzaamheid bij het CBL. “Wat dit initiatief extra waardevol maakt is dat het ons de kans geeft om nog meer kennis en best practices uit te wisselen met andere retailers, overheden en ketenpartijen. Naar schatting komt slechts vijf procent van de emissies voort uit de directe activiteiten van retailers en foodservicebedrijven[1],  waardoor samenwerking met andere partijen essentieel is om klimaatverandering terug te dringen”.

[1] https://www.mckinsey.com/industries/retail/our-insights/transforming-the-eu-retail-and-wholesale-sector

Foto: CBL

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Duurzaam energiebedrijf Groendus en fabrikant van bouw- en isolatiemateriaal Xella zijn er, ondanks netcongestie, samen in geslaagd om bijna 1000 zonnepanelen te installeren op de kalkzandsteenfabiek in Koningsbosch (Limburg). Een prettige samenwerking, duidelijke afspraken en slimme energiesturing spelen hierin een cruciale rol. En die samenwerking smaakt naar meer.

Xella heeft de ambitieuze doelstelling om 30% CO2 reductie te bereiken in 2030. Daarom onderzochten zij in 2019 een aantal opties, zoals panelen op daken, op de grond of op open meren. Het dak van kalksteenfabriek de Hazelaar bleek met 3.000M2 de meest gunstige start van de samenwerking. Na strenge selectie is Groendus gevraagd om de zonnestroominstallatie van 984 panelen te plaatsen.

Netcongestie slim omzeilen

Voor dit project moest een behoorlijk obstakel overwonnen worden. De kalksteenfabriek ligt in een gebied dat te kampen heeft met netcongestie. Het net is vol; er mag tot zeker eind 2024, en mogelijk zelfs tot 2028, niet teruggeleverd worden. Veel zonprojectontwikkelaars haken dan snel af. Want zonder teruglevering worden er inkomsten misgelopen die nodig zijn om een positief rendement te realiseren.

De grote drive en flexibiliteit van Xella en Groendus hebben dit project toch mogelijk gemaakt; de oplossing is gevonden in een goede financieringsstructuur en slimme energiesturing. Xella kan door een hoog eigen energieverbruik en de inzet van Groendus Energiesturing het overgrote deel van de opgewekte stroom zelf gebruiken. Door sturingstechniek wordt de capaciteit van de netaansluiting nooit overschreden. Een afgesproken minimale afname verspreidt de risico’s onder de bedrijven en maakt het project haalbaar.

Karthikeyan Devendran is Energy Manager bij Xella en trots op dit project: “Een efficiënte, duurzame en economische bouwsector is direct in het belang van onze klanten. Het nut en de noodzaak van verduurzamen was voor ons nog nooit zo zichtbaar. Door zelf te verduurzamen zetten we onze missie om de bouwwereld gezonder en duurzamer te maken kracht bij en houden we grip op onze eigen bedrijfsprocessen.”

En nu doorpakken

Maar met de afronding van de zonnestroominstallatie is de samenwerking nog niet klaar. Groendus beheert de installatie, en breidt deze in de komende maanden verder uit met laadpalen. Mark Bouwman – Project Developer van Groendus: “De laadpalen gaan we aansturen met ons energiemanagementsysteem, voor optimaal gebruik van de zonnestroom. Ook installeren we zonnepanelen op de daken van het hoofdkantoor en de fabrieken in Vuren en Meppel. Daarnaast is de intentie om op alle Xella locaties in Nederland laadpalen te plaatsen. Met deze stappen kan Xella zelf de stroom opwekken die nodig is om steeds dichterbij hun duurzame doelstelling te komen.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op de ‘zwartste’ dag van het jaar, gaat Intratuin, samen met andere retailers op groen. Voor elke boom die tijdens Green Friday wordt verkocht, vergroent de retailer in samenwerking met Trees for All één vierkante meter. Het doel is om samen met de stichting tenminste vijfduizend vierkante meter nieuw bos te planten in Nederland en op Borneo. Daar blijft het echter niet bij, want ook de decembermaand staat voor de retailer in het teken van groen. In lijn met haar missie om Nederlandse tuinen te vergroenen geeft ze 50.000 kerstboomstekjes weg aan iedereen die in december een kerstboom koopt.

Als grootste groenaanbieder van Nederland pleit Intratuin samen met gelijkgestemden deze maand voor Green Friday als de nieuwe norm, een duurzaam alternatief voor Black Friday. De retailer doet bewust niet mee aan massale sales en focust zich volledig op vergroening. Peter Paul Kleinbussink, directeur van Intratuin: “Black Friday heeft een enorme impact op mens en milieu. Het draait op deze dag veelal om meer consumeren, terwijl, om onze planeet te ontlasten, we met best een beetje minder kunnen. Waar je echter nooit genoeg van kan hebben, is van groen. Planten en bomen zuiveren onze lucht, dragen bij aan een aangenaam klimaat en zorgen voor een gezonde bodem. Daarom stimuleren we onze klanten op deze dag, om voor extra groen te gaan.”

Om de impact te vergroten slaat Kleinbussink voor deze actie opnieuw de handen ineen met stichting Trees for All: “Afgelopen jaar hebben we, naar aanleiding van onze Green Friday campagne, samen met Trees for All 10.000 vierkante meter vergroend. Ruim het dubbele van wat we in eerste instantie hadden verwacht. Een succes! Dit jaar hebben we ons opnieuw als doel gesteld om 5.000 vierkante meter te vergroenen. Dat lijkt nu misschien wat ambitieus, maar is tegelijkertijd ook nodig.” Voor elke boom die op 25 november wordt verkocht, vergroent Intratuin één vierkante meter in samenwerking met Trees for All.

Vergroening Nederlandse tuinen

De groenspecialist zet, naast Green Friday, ook dit jaar weer in op een groene kerst. Vanaf het moment dat de kerstbomen in de verkoop gaan, geeft het tuincentrum 50.000 kerstboom stekjes (Picea omorika) weg. Daarmee wil Intratuin tijdens de decembermaand opnieuw een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroenen van de Nederlandse tuinen. Met als doel om vóór 2030 vijftig procent groene tuinen te hebben. Iedereen die vanaf 1 december een (echte) Nordmann koopt bij Intratuin, krijgt zo’n kerstboom stekje cadeau om thuis in de tuin te planten.

 

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De toenemende netcongestie vormt een uitdaging voor bedrijventerreinen in Nederland. Momenteel kan het voorkomen dat bedrijven op bedrijventerreinen niet aangesloten kunnen worden op het net, omdat er geen ruimte is voor nieuwe aansluitingen. Daarnaast zijn er vaak geen mogelijkheden om zonnepanelen of andere duurzame oplossingen aan te sluiten op het net. Smart Business Parks maakt het wél mogelijk om bedrijventerreinen op een duurzame manier aan te sluiten op het net. Een nieuw consortium, bestaande uit Kuijpers, Brink, VNO-NCW Co-creatie en Essent, beschikt over alle expertises om een lokaal collectief duurzaam energiesysteem te creëren met bijvoorbeeld warmte-koude toepassingen, zonnepanelen, batterijen en laadinfrastructuur, aangestuurd door een slimme digitale laag. Deze week is door de betrokken partijen een intentieovereenkomst getekend voor dit consortium: Smart Business Parks. In deze overeenkomst hebben partijen hun intentie uitgesproken om de komende periode gezamenlijk bedrijventerreinen in de provincies Noord-Brabant en Zeeland te gaan verduurzamen.

Het bundelen van krachten zorgt voor een doorbraak in het verduurzamen van bedrijventerreinen. Het consortium wordt onderschreven door netbeheerders waaronder Enexis. Naast verduurzaming is éen van de beoogde doelen van het consortium om samen met netbeheerders te werken aan een lokaal collectief energiesysteem voor balanshandhaving van bedrijventerreinen. Om een efficiënter gebruik en beheer van het energienet te realiseren.

Een succesvolle combinatie

Stephan Segbers, COO bij Essent: “Voor het verduurzamen van bedrijventerreinen in Nederland is het essentieel dat de bedrijven op het terrein een collectief vormen. Eerdere pogingen om deze terreinen koolstofvrij te maken werden bemoeilijkt door verschillende factoren, zoals historisch lage gas- en elektriciteitsprijzen, minder strenge wetgeving of het onvermogen om samen te werken. In dit consortium wordt alle beschikbare kennis bij elkaar gebracht om verduurzaming mogelijk te maken: een succesvolle combinatie.”

Voor het succesvol verduurzamen van deze bedrijvenparken heeft het consortium een stapsgewijze aanpak ontwikkeld. VNO-NCW Co-creatie treedt op als onafhankelijke partij. Zij verkent in een vroeg stadium de benodigde samenwerking voor kansrijke oplossingen. De missie van VNO-NCW Co-creatie is het realiseren van een duurzame economie op bedrijventerreinen. Goede samenwerking aan collectieve oplossingen biedt hiervoor de sleutel. Rob Bogman, directeur van VNO-NCW Co-creatie: “Een lokaal collectief energienet slaat op veel bedrijventerreinen aan. Het consortium met Essent, Kuijpers en Brink maakt het ook mogelijk deze oplossing te realiseren!”

Brink is vervolgens gespecialiseerd in het binnen een complex stakeholdersveld uitwerken van de business case en het ontwerpen van de samenwerkingsmechanismen die daarbij passen. Kuijpers en Essent Energy Infrastructure Solutions (EIS) beschikken over energiekennis en zijn in staat om een volledig lokaal duurzaam energiesysteem te ontwikkelen, bouwen en exploiteren.

Focus op de provincies Noord-Brabant en Zeeland

De komende periode ligt de focus op de provincies Noord-Brabant en Zeeland. Dit consortium biedt lessen en ervaringen om de samenwerking te verbreden naar andere bedrijventerreinen in Nederland. Segbers: “We focussen ons nu vooral op dit specifieke gebied, zodat we daarna onze kennis kunnen delen met andere partners en samen een grote stap kunnen zetten in het verduurzamen van bedrijventerreinen in Nederland.”

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Ongeveer 26 voetbalvelden: zo groot wordt het Ordinabos dat enkele honderden werknemers van het gelijknamige IT bedrijf afgelopen weekend aanplantten. Zelfs BOS+, die Ordina ondersteunde met het aanplanten van dit bos, zag nog maar zelden zo’n oppervlakte bebost worden in één ruk.

Hoewel bedrijven die investeren in groene oplossingen talrijk zijn, gaan er weinig zo ver als Ordina. Als één van de grootste IT-dienstverleners van de Benelux neemt Ordina maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus en rekent het daarbij in België op BOS+ voor de boskennis die nodig is om dit waar te maken. Het doel is om lokale stukken grond aan te kopen om er verkoelende en luchtzuiverende bossen te planten. Een eerste realisatie is er nu in Pelt, met 13,5 hectare, goed voor zo’n 25.000 bomen. Het Ordinabos zal centraal in het ‘Pijnven’ liggen, een groot bos dat deel uitmaakt van ‘Bosland’, één van de grootste boscomplexen van Vlaanderen.

Nieuwe en blijvende lokale natuur

“We hadden nooit durven dromen dat ons initiatief voor een Ordina-bos zo positief ontvangen zou worden”, zegt Jo Maes, CEO van Ordina. “Veel medewerkers zijn dit weekend met vrienden of familie naar Pelt afgereisd om hun boom in het Ordina-bos te planten. Met elkaar hebben we de aftrap gegeven voor een bos met 25.000 toekomstige bomen. Daarmee bestrijden we de klimaatcrisis en creëren we tegelijkertijd nieuwe en blijvende lokale natuur.”

In april werd de grond reeds ingehuldigd met de aanplant van 5 symbolische bomen, waaronder eentje door minister van Natuur en Omgeving Zuhal Demir. “Heel wat bedrijven hebben de mond vol over groene initiatieven die ze nemen. Maar al te vaak blijft het daar helaas ook bij. Ordina bewijst dat je met een beetje goede wil wel degelijk een groot verschil kan maken voor een groener en gezonder Vlaanderen. Vandaag gaan de eerste bomen in de grond van wat een jaarlijkse ambitie van 15 hectare extra bos moet worden. Laat dit een voorbeeld zijn voor andere bedrijven in Limburg en daarbuiten. De bosalliantie staat klaar om jullie te helpen met financiële middelen en met de nodige expertise om van alle boompjes samen één gezond bos te maken”, zegt Vlaams minister van Natuur Zuhal Demir.

Substantiële bijdrage aan schaarse bosareaal

Volgens Bert De Somviele, directeur van BOS+, is het engagement van Ordina opmerkelijk: “Met BOS+ werken we wel meer samen met bedrijven om meer bos te realiseren. Maar met de doelstelling van regelmatige, lokale aankopen van deze omvang neemt Ordina een echte voortrekkersrol op zich en levert het een substantiële bijdrage aan de uitbreiding van het schaarse Vlaamse bosareaal.”

De keuze voor bos om te verduurzamen is volgens De Somviele erg slim. “Bossen zijn maatschappelijk ongelooflijk relevant”, zegt hij. “Ordina heeft goed begrepen dat bos nog steeds dé beste technologie is om de gevolgen van de klimaat- en biodiversiteitscrisis tegen te gaan. Bovendien heeft meer bos een positieve invloed op het fysieke en mentale welbevinden van de vele mensen die in de toekomst van dit en de andere Ordina-bossen kunnen genieten.”

Foto: Leon Alders

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Bol.com laat klanten vanaf vandaag zien wat een duurzamere keuze is wanneer ze op zoek zijn naar een boek. Duurzamere boeken zijn te herkennen aan een ‘Duurzamer’-label en door hierop te klikken komen klanten op een pagina met verdere uitleg. Dit is nu mogelijk doordat Milieu Centraal in opdracht van bol.com onderzoek heeft gedaan naar de klimaatimpact van boeken. Hieruit blijkt dat een digitaal lees- en luisterboek meestal een betere keuze is voor het klimaat dan de nieuwe papieren variant. Er is wel een leesdrempel: op een e-reader moeten minimaal 25 boeken gelezen worden tot er klimaatwinst ontstaat door het lezen van digitale boeken op dit apparaat. Naast e-books zijn tweedehands papieren boeken ook een duurzamere keuze.

Jori Ebskamp, lead duurzaamheid bij bol.com: “We willen klanten helpen bij het maken van goed geïnformeerde keuzes en velen van hen geven aan duurzaamheid belangrijk te vinden. Hiervoor is het essentieel dat we inzicht hebben in de klimaatimpact van de artikelen. Dit is een complex proces en daarom hebben we de experts van Milieu Centraal gevraagd dit uit te zoeken voor de categorie ‘boeken’. Klanten kunnen in het assortiment op bol.com nu 210.000 verschillende boektitels herkennen die het label ‘Duurzamer’ hebben. Omdat de klimaatimpact van een boek afhankelijk is van veel factoren zoals de bindwijze en het gewicht, zijn deze kenmerken in een beslisboom weergegeven. Die maakt goed inzichtelijk waarom het ene boek een duurzamere keuze is dan het andere.”

Klimaatimpact digitaal boek zit in apparaat

Milieu Centraal, de onafhankelijke voorlichtingsorganisatie voor duurzaamheid, vergeleek de klimaatimpact van de aanschaf van een Nederlandstalig papieren leesboek met de klimaatimpact van het downloaden van een digitaal lees-of luisterboek. Bij een papieren boek is gekeken naar papier, drukken en transport tot aan de voordeur. Bij een digitaal downloadbaar lees- of luisterboek is het downloaden en het gebruik ervan en de productie van de e-reader, tablet, telefoon of laptop meegenomen

“De klimaatimpact van een digitaal boek zit vooral in de productie van het apparaat waarop het wordt gelezen. Als mensen niet vaak een digitaal boek lezen, kan dat beter worden gedaan op een apparaat dat sowieso al in gebruik is, zoals een tablet, laptop of telefoon. Naast klimaatimpact speelt bij elektronica ook de delving van zeldzame metalen een rol,” vertelt Mariska Joustra, expert duurzaam consumeren bij Milieu Centraal. Zij wijst consumenten er daarom op dat het belangrijk is om zo lang mogelijk te doen met elektronica.

Uitzonderingen op de regel

Een tweedehands papieren boek is altijd een duurzamere keuze. Geef je papieren boeken na het lezen dus door, adviseert Milieu Centraal. Een andere uitzondering zijn dunne of kleine uitgaves: wanneer een Nederlandstalig papieren leesboek minder dan 125 gram weegt, is de digitale variant niet langer de betere keuze. In dat geval is de papieren variant een duurzamere keuze dan het digitale lees- of luisterboek.[1]

Beslisboom & labels

Op basis van de bevindingen uit het onderzoek heeft Milieu Centraal een beslisboom ontwikkeld die klanten van bol.com toont welke boekenkeuze het minst impact heeft op het milieu. Daarnaast hebben digitaal downloadbare lees- of luisterboeken een ‘duurzamer boek’-label gekregen. Op dit label kunnen klanten klikken voor verdere uitleg. Ook staat op de productpagina van het boek een korte uitleg waarom het een duurzamer boek is.

[1] Toelichting: De scope van de beslisboom is beperkt tot Nederlandstalige papieren en digitale lees- en luisterboeken. Van niet-Nederlandse titels worden de papieren boeken nog niet meegenomen in het onderzoek en de digitale lees-en luisterboeken wel. Onder digitale leesboeken worden downloadbare e-boeken en luisterboeken verstaan, die worden gebruikt op een e-reader, laptop, tablet of telefoon. Luisterboeken op CD worden gezien als aparte ‘bindwijze’.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De 264 bedrijven binnen de Nederlandse industrie die vallen onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) zijn sinds 2018 nauwelijks duurzamer gaan produceren, dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). In 2021 zat de Nederlandse industrie 13,8% af van de Europese benchmark, in 2018 was dat 14,9%. Mark Bressers, directeur-bestuurder van de NEa: “We hebben niet de indruk dat de Nederlandse industrie het gemiddeld genomen slechter doet dan de industrie in andere Europese landen, maar afgezet tegen de eigen nationale klimaatdoelen en de wens tot de top van Europa te behoren is er echt nog veel werk aan de winkel’’.

Europese benchmarks

De grootste CO2 uitstoters binnen de Nederlandse industrie moeten verplicht deelnemen aan het EU ETS. De NEa verzamelt en rapporteert als nationale autoriteit van al deze bedrijven jaarlijks de CO2-uitstoot. Hoe CO2-efficiënt een bedrijf produceert, wordt bepaald door vast te stellen hoeveel CO2 er wordt uitgestoten bij de productie van een vaste hoeveelheid product. Bijvoorbeeld staal, papier of glas. Binnen het EU ETS worden zogeheten benchmarks vastgesteld voor de CO2 intensieve producten. De benchmarks zijn gebaseerd op de 10% meest CO2-efficiënt producerende bedrijven in Europa. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar alle bedrijven in Europa binnen het EU ETS die staal produceren en hoeveel CO2 zij uitstoten per ton staal. De gemiddelde efficiëntie van de 10% schoonste staalproducenten is dan de basis voor de nieuwe benchmark voor staal.

In 2021 zijn de huidige benchmarks ingevoerd in het EU ETS op basis van gegevens die zijn aangeleverd in 2018. Sindsdien moeten bedrijven elk jaar productiegegevens aanleveren waarmee de CO2-efficiëntie kan worden bepaald. Dankzij die gegevens kan onderzocht worden wat de ontwikkeling is van de Nederlandse industrie ten opzichte van de benchmarks.

6,1 miljoen ton CO2 winst te behalen

Als de Nederlandse industrie zou presteren op het niveau van de benchmark zou er 6,1 miljoen ton (Mton) CO2 minder uitgestoten kunnen worden bij gelijke productie. 6,1 Mton CO2 is bijna 15% van de totale uitstoot van de grote industrie. De sectoren waar de meeste CO2 wordt uitgestoten ten opzichte van de benchmark zijn de olieraffinage, chemische industrie en metaalsector.

Spreiding tussen sectoren

De prestatie van sectoren ten opzichte van de benchmark verschilt. De sector winning van aardolie en aardgas zit al 4 jaar stabiel op zo’n 25% afstand van de benchmark, maar de totale CO2-uitstoot van die sector is niet heel hoog. De metaalsector en chemische industrie zitten relatief dichter bij de benchmark maar veroorzaken ook veel meer CO2-uitstoot, waardoor de impact van verduurzaming in die sectoren groter zal zijn.

Grootste uitstoters

De 10 grootste industriële uitstoters zijn samen verantwoordelijk voor meer dan 4,8 Mton van de in totaal 6,1 Mton CO2 die de industrie meer uitstoot ten opzichte van de Europese benchmarkwaardes.

Bressers: “De gehele industrie zal moeten verduurzamen maar bij de grootste uitstoters ligt ook de grootste potentie. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft eerder al aangekondigd maatwerk afspraken te willen maken met de grootste industriële uitstoters om te innoveren en verduurzamen. Deze rapportage laat zien dat hier ook de meeste winst te behalen is. De NEa actualiseert deze rapportage jaarlijks zodat we kunnen monitoren wat het uiteindelijke effect is van deze maatwerkafspraken op de CO2-efficiëntie van deze bedrijven.”

[ad_2]

Source link

Berichten paginering