[ad_1]

AB InBev kondigt de CO2-ambitie aan om haar vijf grootste brouwerijen in Europa al in 2028 naar ‘Net Zero’ te brengen. Dit zou een jaarlijkse reductie betekenen van 110.740 ton CO2, wat gelijk staat aan de uitstoot van bija 35.000 personenauto’s. Deze Europese aankondiging is onderdeel van de ambitie om wereldwijd in 2040 in de gehele waardeketen ‘Net Zero’ te realiseren. De ambities passen in de nieuwe purpose van de brouwer, die afgelopen vrijdag werd aangekondigd: “We dream big to create a future with more cheers”. Als onderdeel van deze ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, verder versnellen als het gaat om CO2-reductie. De brouwerij in Dommelen brouwt al 100% met hernieuwbare electricteit en is deels zelfvoorzienend door eigen bio-gas op te wekken uit afvalwater.

Wereldwijd

Wereldwijd heeft AB InBev aanzienlijke vooruitgang geboekt om haar duurzaamheidsdoelstellingen voor 2025 te bereiken. Tussen 2017 en 2020 is de absolute uitstoot van broeikasgassen in haar activiteiten (Scopes 1 en 2) met bijna 25% gedaald en zijn de emissies in de waardeketen (Scopes 1, 2, 3) met meer dan 10% per hectoliter gedaald. Eerder dit jaar kondigde AB InBev haar eerste CO2-neutrale brouwerijen aan in Ponta Grossa, Brazilië en Wuhan, China en haar eerste CO2-neutrale mouterij in Brazilië.

Europa

In Europa realiseerde de brouwer tussen 2017 en 2020 een geschatte CO2 reductie van 16% in haar 16 West-Europese brouwerijen, goed voor een jaarlijkse reductie van 300.000 ton CO2. De brouwer werkt er nu naar toe om in 2028 in vijf grote Europese brouwerijen Net Zero operaties te hebben: eerst de brouwerijen van Magor en Samlesbury in het VK in 2026, gevolgd door de brouwerijen van Leuven, Jupille in België en Bremen in Duitsland in 2028. Deze ambitie zou de jaarlijkse CO2-uitstoot met 110.740 ton verminderen, wat overeenkomt met de uitstoot van bijna 35.000 auto’s. Als onderdeel van de ambitie blijven de Nederlandse brouwerijen, waaronder de Dommelsche Bierbrouwerij, versnellen als het gaat om CO2-reductie.

Hernieuwbare elektriciteit en innovatie

De strategie om Net Zero te bereiken is voornamelijk gebaseerd op de omschakeling naar andere energiebronnen en de verhoging van de energie-efficiëntie. De brouwer heeft daartoe 29 veelbelovende technologieën geïdentificeerd, waarvan verschillende al zijn geïmplementeerd.

Zo zet AB InBev in op hernieuwbare elektriciteit in Europa. De brouwer kondigde in 2020 Europa’s grootste zakelijke zonne-energieovereenkomst ooit aan met BayWa r.e., waardoor tegen maart 2022 alle bieren in heel West-Europa met hernieuwbare elektriciteit worden gebrouwen, als onderdeel van een virtuele stroomafnameovereenkomst (VPPA). Dit omvat de ontwikkeling van twee nieuwe zonne-energieparken in Spanje, die vanaf 2022 250 gigawattuur hernieuwbare elektriciteit per jaar moeten leveren aan de brouwerijen van AB InBev in heel Europa. De brouwerijen in Nederland werken al met 100% op hernieuwbare elektriciteit.

Naast de overschakeling op groene energiebronnen blijft de brouwer onderzoek doen om haar activiteiten nog energie-efficiënter te maken. Een voorbeeld daarvan is de “Simmer & Strip”-technologie, die werd ontwikkeld in het wereldwijde R&D-centrum van AB InBev (Global Innovation and Technology Centre “GITEC”) in Leuven. De procesinnovatie zorgt voor 80% energiebesparing in de kookfase van het brouwproces en vermindert de brouwemissies met 5%. Het octrooi is gratis gedeeld met kleinere brouwers.

Ook richting consumenten Europa onderneemt de brouwer klimaatactie. Het biermerk ‘Bud’ wordt met 100% hernieuwbare elektriciteit gebrouwen. Het merk vermeldt dit duidelijk op de labels en verpakkingen, om consumenten aan te moedigen de keuze te maken voor hernieuwbare elektriciteit.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Onderzoeksproject MENENS ontvangt van het Ministerie van Economische Zaken 24 miljoen euro subsidie, om het gebruik van methanol als brandstof in de scheepvaart te versnellen. In het project werken onder meer Fugro en Boskalis samen. VT Group (Verenigde Tankrederij) uit Rotterdam brengt de use case voor de binnenvaart in. Daarmee wordt een blauwdruk opgesteld, die de gehele sector kan gebruiken om schepen op methanol te laten varen.

“Methanol is een duurzame en realistische alternatieve brandstof, maar vereist de nodige aanpassingen aan een schip”, aldus Wouter van Reenen, Business Development Manager bij VT Group. Daarbij stelt elk scheepstype andere eisen. “Gezien de breedte van de scheepvaartbranche en de veelheid aan scheepstypen, staan we dan ook voor een behoorlijke opgave”, wijst Van Reenen op de complexiteit van het onderzoeksproject. “VT is trots dat het actief mag bijdragen aan een blauwdruk voor de binnenvaartsector, door haar kennis van dit specifieke segment te delen.”

Consortium MENENS

Het MENENS-project staat voor Methanol als Energiestap Naar een Emmissieloze Nederlandse Scheepvaart. Varen op methanol maakt een grote CO2-reductie mogelijk en wordt in de internationale maritieme sector gezien als één van de meest haalbare brandstoffen voor grootschalige introductie op de korte tot middellange termijn. De 22 partners in dit project vertegenwoordigen de Nederlandse maritieme sector in de volle breedte, van reder tot ontwerper en van scheepsbouwer tot (specialistische) toeleverancier. De partners willen gezamenlijk de route naar daadwerkelijk uitstootvrije scheepvaart versneld mogelijk maken door de ontwikkeling van adaptieve systeemoplossingen, op basis van methanol.

In het MENENS-project wordt alvast rekening gehouden met de grote variatie aan (toekomstige) schepen door validatie van nieuwe motortechnologie in field labs (omgebouwde schepen op methanol) en rekening te houden met zogenoemde ‘future use cases’: van jachtbouw tot offshore werkschepen en van binnenvaart tot hoge vermogen baggerschepen. Om voor het brede pallet aan schepen duurzame aandrijf- en energiesystemen te ontwikkelen is een hoge mate van flexibiliteit omtrent systeem-, ontwerp- en technologiekeuzes noodzakelijk. Het project resulteert in direct toepasbare kennis op het vlak van motorprestaties van verschillende verbrandingssystemen, brandstofcellen, en mechanische, elektrische en hybride aandrijf- en energiesystemen bij de zo typerende dynamische belastingen in de maritieme sector.

Over VT Group

VT Group bestaat uit Verenigde Tankrederij en VT Shipping. Het is specialist in vlootmanagement, bunkering en transport van minerale oliën, chemische producten, (bio-)brandstoffen en smeerolie. VT is over de hele wereld actief in binnen- en zeevaart. Daarbij richt het zich in het bijzonder op het ARA-gebied, alle Rijnoeverstaten, Zweden, Spanje, Panama en het Midden-Oosten.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Port of Amsterdam wil voorloper zijn in de transitie naar een duurzame samenleving. De haven speelt een cruciale rol bij het behalen van klimaatdoelstellingen door bedrijven te faciliteren die daar een bijdrage aan leveren. De in de haven gevestigde bedrijven zitten midden in een transitie naar een duurzamere vorm van ondernemen. De bedrijven zijn actief in de circulaire economie en de energietransitie met onder meer de productie van biobrandstoffen.

Oorzaken

Door de elektrificatie van onze samenleving is de vraag naar stroom de afgelopen tien jaar enorm gegroeid. Digitalisering en verduurzaming hebben hiervoor gezorgd. Dit is ook terug te zien bij de bedrijven in de haven. Havenbedrijven actief in de energietransitie en circulaire procesindustrie zijn ook bezig met het verduurzamen van hun eigen bedrijfsvoering. Ze gaan van het gas af en elektrificeren hun voer- en vaartuigen net als hun terminal materieel – zoals kranen en shovels. Maar de grootste vraag naar elektriciteit komt van datacenters, nieuwbouw en mobiliteit, ook de komende jaren.

Gevolgen

In de metropoolregio (MRA) zal door deze congestie het tempo waarin de energie- en grondstoffentransitie plaatsvindt, worden afgeremd. Voor klanten met uitbreidings- en of verduurzamingsplannen en nieuwe klanten die zich in de haven willen vestigen is dit dus slecht nieuws. Circa vijftig havenbedrijven worden geraakt door deze congestie. Zij kunnen hun ambities niet of pas later realiseren. Dit zet het halen van de klimaatdoelen in de Amsterdamse haven, de gemeente Amsterdam en het Noordzeekanaalgebied sterk onder druk. De situatie schaadt de concurrentiepositie van de Amsterdamse haven en de MRA als vestigingslocatie.

Oplossingen om meer capaciteit te creëren

De eerste structurele capaciteitsuitbreiding van elektriciteit voor bedrijven aangesloten op station Hemweg en onderliggende stations komt beschikbaar vanaf medio 2027. In de tussenliggende periode werken Liander, TenneT, gemeente Amsterdam en Port of Amsterdam gezamenlijk aan een programma om werkzaamheden en innovaties te versnellen en tijdelijke oplossingen te stimuleren. Denk daarbij aan grootschalige batterijopschaling en peak shaving. Door onderlinge samenwerking tussen verbruikers kan de piek mogelijk worden verkleind en worden volstaan met de bestaande capaciteit. Ook werken we aan verzwaring van productie- en transport capaciteit van elektriciteit en zetten we in op versnelling van het mogelijk maken van alternatieve duurzame energiebronnen. Denk hierbij aan hergebruik van warmte en ook inzet van waterstof. Door hiervoor versneld de infrastructuur en voorzieningen te ontwikkelen werkt het havenbedrijf aan alternatieven om het stroomnet deels te ontlasten. Daarnaast gaat Port of Amsterdam in gesprek met een aantal grootverbruikers om te kijken in hoeverre zij hun gecontracteerde vermogen kunnen afstemmen en eventueel delen met andere havenbedrijven.

Prioriteit en creativiteit

De vandaag aangekondigde congestie zal niet beperkt blijven tot Amsterdam en de regio. Nederland zal naar verwachting met nog veel meer congestie te maken krijgen. Elektriciteit zal de komende jaren schaars zijn en zal een grote impact op de verduurzaming van de Nederlandse samenleving hebben. De klimaatdoelstellingen en – ambities komen hiermee onder druk te staan zoals Amsterdam klimaatneutraal in 2050. Deze congestie vraagt dan ook om de hoogste prioriteit en creativiteit bij energiebedrijven, overheden en politiek om te worden opgelost. Port of Amsterdam is dan ook aangesloten bij de taskforce met Liander, TenneT en de gemeente Amsterdam om de gevolgen van het volgelopen elektriciteitsnet aan te pakken.

[ad_2]

Source link

[ad_1]

De parkmanagementbesturen van RichPort en Starpark en warmtebedrijf Polderwarmte gaan samenwerken om beide bedrijventerreinen in Schiphol-Rijk te verduurzamen. Deze stap past uitstekend bij de ambitie van zowel RichPort als Starpark om een werkomgeving te creëren met hoogwaardig en duurzaam vastgoed. Begin december 2022 ondertekenden de partijen hiervoor een overkoepelende overeenkomst.

Bedrijven die zijn gevestigd op het bedrijventerrein, zijn verenigd in coöperatie RichPort en in de vereniging Starpark. Op meerdere fronten werken de besturen en parkmanagers van RichPort en Starpark aan de toekomstbestendigheid van het bedrijventerrein in Schiphol-Rijk. De realisatie van een duurzame warmtevoorziening voor de panden is een van de vele aspecten waaraan gewerkt wordt. Een duurzame warmtevoorziening heeft grote impact. Vanaf de start van de warmtelevering vanuit het warmtenet zal het aandeel fossiele energie met 90 % worden verlaagd t.o.v. de huidige situatie waarin elk pand met haar eigen cv-ketels wordt verwarmd.

Besparen op gas

Voor bijna alle panden op RichPort en Starpark, is een technische inventarisatie gedaan en een kostenvergelijking opgesteld. In 95% van de gevallen komt aansluiting op het warmtenet van Polderwarmte goedkoper uit dan de huidige gassituatie.

Deze overeenkomst met de bedrijvenparken is een volgende stap, nadat Polderwarmte recentelijk tot overeenstemming is gekomen met Interxion, voor de uitkoppeling van restwarmte van een naastgelegen datacenter.

Naast het behalen van duurzaamheidsdoelen, zijn de oplopende gasprijzen een extra drijfveer voor bedrijven om het gasgebruik zoveel mogelijk omlaag te drukken. De verwachting is dat circa 1,5 miljoen m3 gas per jaar wordt bespaard. Vijf jaar na de start kan dit oplopen tot een besparing van 2,5 miljoen m3 gas per jaar. Aangezien het datacenter van Interxion 100% groene stroom gebruikt wordt direct een besparing van 2.500 ton CO2 per jaar gerealiseerd. Binnen vijf jaar kan dit oplopen tot een besparing van 4.200 ton CO2 per jaar. Wanneer alle panden op RichPort en Starpark aangesloten zijn, is circa 300.000 vierkante meter BVO verduurzaamd en zal dit ook tot een verdere verbetering van de energie labels leiden.

Duurzaam bedrijventerrein

“We zijn al enige tijd bezig om het business park te verduurzamen. Er wordt hard gewerkt aan Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV). Knooppunt Schiphol-Zuid wordt binnenkort opgeleverd en werken verder aan mobiliteit met een combinatie van een fietsenplan, e-steps en elektrische auto’s. De samenwerking met Polderwarmte is belangrijk om tegen concurrerende prijzen duurzame warmte aan leden te kunnen aanbieden”, aldus Frans Ooms, voorzitter coöperatie RichPort en directeur Forward Business Parks 2000 N.V., het bedrijf dat eigenaar is van de nog te ontwikkelen gronden op RichPort.

Frans Neutelings, eigenaar van het gebouw Corvus, dat zich bevindt op Starpark en tevens penningmeester van de vereniging Starpark: “We hebben als Starpark een goede samenwerking gevonden met RichPort en Polderwarmte. Ten gunste van onze individuele eigenaren hebben we een overkoepelende afspraak kunnen maken waarmee de leden hun vastgoed efficiënt kunnen verduurzamen. We zien in Polderwarmte een organisatie die dit onderwerp met een brede visie op de toepassing van verschillende duurzame bronnen degelijk aanpakt.

“Natuurlijk zijn we blij dat we onze expertise op het gebied van warmtenetten kunnen inzetten voor het bedrijventerrein waar we zelf ook gevestigd zijn”, meldt Valentijn Kleijnen, CEO van Energie voor Elkaar, de moederorganisatie achter Polderwarmte. We zijn als Polderwarmte een lokaal direct betrokken ondernemer. Naast het project in Schiphol-Rijk zijn we in de regio betrokken bij diverse andere projecten. We ontwikkelen onder andere een energy hub voor duurzame warmte op basis van restwarmte uit meerdere datacenters en in Haarlemmerliede een energy hub op basis van hybride warmte, restwarmte uit datacenters en uit groene waterstofproductie.

2023

De verwachting is dat het warmtenet voor RichPort en Starpark de komende 2 jaar wordt gerealiseerd en de warmteaansluitingen in werking treden. De benodigde werkzaamheden zullen een korte en daardoor beperkte impact om de omgeving hebben en de planning wordt met betrokkenen afgestemd. Naastliggende bedrijven en andere bedrijventerreinen hebben aangegeven ook geïnteresseerd te zijn en aan te willen sluiten bij de verdere ontwikkelingen van dit warmtenet, zowel voor warmteafname als voor restwarmtelevering.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Eagle Bulk Shipping, one of the world’s largest owner-operators within the Supramax and Ultramax dry bulk segment, has successfully completed a fossil-free voyage in partnership with GoodFuels, the leading biofuels pioneer for the global transport industry.  As part of Eagle Bulk Shipping’s ambitions to improve the environmental performance of its fleet, the 63,529 DWT bulk carrier Sydney Eagle was bunkered with GoodFuels’ advanced marine biofuel for the first time during its call at Terneuzen, the Netherlands. Eagle Bulk Shipping’s carbon footprint is substantially reduced when using GoodFuels’ sustainable marine biofuel, which enables an 80-90% well-to-exhaust CO2 reduction. 

GoodFuels’ advanced biofuels are produced from certified renewable feedstocks labelled as 100% waste or residue that cannot be used for any higher quality application or recycling, such as used cooking oil and waste animal fats. The biofuels “drop in” to tanks without any alterations to the fuel infrastructure or marine engines, and ensure compliance with the International Maritime Organization’s (IMO) Sulphur Cap as they are virtually free of all SOX emissions. Importantly for the use and uptake of biofuels, GoodFuels meets the highest sustainability requirements, and its entire portfolio of biofuels are reviewed by an independent sustainability board.

This announcement comes at a critical time as the maritime industry faces an urgent need to reduce its Greenhouse Gas emissions and commit to sustainable shipping. Owners and operators, such as Eagle Bulk Shipping, are already required to meet the 0.5% sulphur limit as enforced in January 2020, and recently adopted regulation will require ships to improve their energy efficiency, in line with the IMO’s target to reduce the average carbon intensity of shipping by at least 40% by 2030, and 70% by 2050.

Sustainable biofuels are a leading contender for marine decarbonisation due to their drop-in characteristics, well-tuned infrastructure, and ability to enable stakeholders to comply with current and imminent environmental legislation. They are also one of the few solutions that already exist on the market today and are available for all vessel types.

Commenting on the successful bio-bunkering, Isabel Welten, Chief Commercial Officer at GoodFuels, said: “It’s an honour to work with Eagle Bulk Shipping as a fellow passionate environmental frontrunner that is exploring an innovative and sustainable pathway to shipping’s decarbonisation transition by bunkering our sustainable marine biofuels.

“This announcement is the latest step in scaling our low-carbon biofuels for wider commercial use within the maritime industry. With our ambition to become the principal sustainable fuel supplier for the global transport industry, and our offer of mature 100% biofuels, GoodFuels is perfectly positioned to facilitate the energy transition for owners and operators.

“We hope more organisations will follow Eagle Bulk Shipping’s footsteps in embracing our credible near-zero carbon alternative to fossil fuels, as the industry steps up its efforts to meet its environmental regulatory targets in the near future.”

Jonathan Dowsett, Director of Fleet Performance at Eagle Bulk Shipping, said: “Eagle continues to actively explore ways to decarbonize its fleet, while maximizing efficiency in line with international targets to reduce carbon intensity and absolute emissions from shipping.  We are extremely pleased with the results of our first biofuel-powered test voyage and look forward to working with GoodFuels in the future.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

KPMG geeft klimaat een prominente plek in controle van beursgenoteerde ondernemingen. Vanaf boekjaar 2021 neemt KPMG klimaat expliciet mee in de controleaanpak en accountantsverklaring. Ook wordt het klimaat een vast agendapunt in presentaties tijdens aandeelhoudersvergaderingen. Dat is het gevolg van ons lidmaatschap van de ‘Glasgow Financial for Net Zero’ die tijdens de klimaattop COP26 is gelanceerd. Daarmee committeert KPMG  zich aan de netzero ambities en helpen klanten datzelfde te doen.

Op deze manier krijgen klimaatrisico’s een vaste plaats in de controle van de jaarrekening. Klimaatrisico’s zijn bijvoorbeeld een mogelijke verplaatsing van een fabriek wegens overstromingsgevaar, veranderend consumentengedrag of de inzet van schonere technologie.

KPMG loopt hiermee vooruit op Europese wet- en regelgeving rondom verdergaande duurzaamheidsrapportage die in de maak is. Dat is voor veel bedrijven en accountants nieuw terrein. “We moeten snel aan de slag om elkaar uit te dagen en een open dialoog te voeren over transparantie en betrouwbaarheid van duurzaamheidsinformatie. Zo leren we van elkaar met het doel betekenisvolle stappen te zetten op weg naar een duurzame economie.”

Voor ondernemers, investeerders en consumenten is een objectief inzicht in de duurzaamheidsagenda van bedrijven van groot belang. De betrokkenheid van een accountant is nu nog vrijwillig. Met de invoering van de zogeheten Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) in 2023 komt daar verandering in. Vanaf dat moment is het verplicht beperkte zekerheid te verschaffen in het duurzaamheidsverslag. Dat verslag maakt dan ook deel uit van het totale jaarverslag.

“Duurzaamheid maakt al een kwart eeuw deel uit van onze dienstverlening.” Onlangs kondigde KPMG een wereldwijde investering van $ 1,5 miljard aan om deze dienstverlening in het Environmental, Social & Governance (ESG) domein verder uit te breiden. Daarmee worden activiteiten die impact hebben op mens, milieu en samenleving volledig verankerd in de gehele KPMG-dienstverlening.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Mol Freesia BV, TSN Groen en Mijnwater zijn genomineerd voor de EZK Energy Award 2021. Deze award zet organisaties in de spotlights die zich onderscheiden op het gebied van energiebesparing, duurzame energieopwekking en/of het gebruik van hernieuwbare (duurzame) warmte. De genomineerden vallen op om 3 redenen: vooruitstrevende samenwerking, maatschappelijke betrokkenheid en bestaande technologieën innovatief inzetten. 

“De drie genomineerden zijn mooie voorbeelden van verduurzaming van de energiehuishouding binnen een organisatie”, aldus juryvoorzitter Esther Pijs. Het winnende bedrijf ontvangt een geldbedrag van € 25.000,00. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stelt de prijs beschikbaar. Met deze prijs wil het ministerie bekendheid geven aan het belang en de mogelijkheden voor verduurzaming van de energiehuishouding van ondernemingen. De uitreiking vindt plaats op 27 januari 2022 tijdens het EZK-evenement: Partners in energie-uitdagingen.

Mol Freesia BV

In 2016 gingen bloemkwekerijen Tesselaar Freesia CV en Mol Freesia BV op zoek naar een systeem om de fresiateelt te verduurzamen. Eigenaren Marco en Jeroen Mol en Pip Tesselaar kwamen uit bij een techniek waarbij zij zonthermiepanelen vullen met water. De panelen lopen leeg als er geen warm water nodig is of als het buiten te warm of te koud is. Zo wordt bevriezing of oververhitting van het water voorkomen en gaan de panelen niet kapot. Jeroen Mol: “We besparen hiermee 1,2 miljoen kuub aardgas en verminderen 2500 ton CO2-uitstoot per jaar.”

Esther Pijs namens de jury: “Deze techniek is door veel bedrijven te gebruiken. Niet alleen in de glastuinbouw, maar voor alle gebouwen die afwisselend kou en warmte nodig hebben.”

TSN Groen

Een eigen zonnepark met 3.150 zonnepanelen, dat het hele wagenpark van 60 elektrische voertuigen van stroom voorziet. Dat is wat TSN Groen realiseerde. En daar blijft het niet bij. Andries Vlot, directeur en eigenaar: “Ook komt er een batterij, waarmee we de opgewekte stroom opslaan. Daarnaast willen we al onze dieselvoertuigen ombouwen naar elektrische auto’s met verwisselbare accu’s.”

Esther Pijs namens de jury: “Het bedrijf laat zien dat verduurzaming en gezonde bedrijfsvoering hand in hand gaan.”

Mijnwater

Energiebedrijf Mijnwater verwarmt en koelt gebouwen, zoals kantoren en woningen. Herman Eijdems, Directeur Innovatie en Strategie: “Dit doen we via een circulair energienetwerk in de voormalige mijngangen. We verzamelen de warmte die gebouwen niet nodig hebben of die opgewekt wordt via bijvoorbeeld zonnepanelen. We brengen deze warme energie daar waar het nodig is. Bijvoorbeeld om een woning te verwarmen. De warmte die niet nodig is en overblijft, slaan we op. Hetzelfde doen we met koude energie.”

Esther Pijs namens de jury: “Ook dit concept is een voorbeeld voor andere bedrijven. Het is niet alleen voor gemeenten met mijngangen, maar kan ook voor (toekomstige) aquathermieprojecten (het verwarmen en koelen met water) gebruikt worden.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

272 companies worldwide – worth US$12 trillion in market cap – have today been highlighted for their environmental leadership, based on their level of transparency and performance on climate change, forests and water security. These leading companies have been named on CDP’s prestigious annual A List, and are among nearly 12,000 ranked A to D- on their environmental performance by CDP – the non-profit that runs the world’s environmental disclosure system for companies, cities, states and regions. The Dutch companies BAM, DSM, Heineken, Philips, PostNL and Signify are listed on the A-list for climate change. DSM and Heineken are also listed on the Water A List.  

Some big names on CDP’s A List include DiageoInfosysPepsiCoTETRA PAKAstraZenecaColgate Palmolive and Lenovo Group.

Nature had a clear seat at the table at this year’s COP26 summit, and the Glasgow Pact as well as the IPCC’s Sixth Assessment Report made it clear that environmental issues are interconnected and must be managed together. Companies gradually seem to be recognizing this and adopting a more holistic approach to reporting. 14 pioneering companies – including L’OréalUnilever, HP and Lenzing AG – achieved a triple A for their performance on all three environmental themes in 2021, an increase on last year’s record of 10. What’s more, the number of companies on CDP’s Forests A List rose from 16 to 24 while the Water A List grew from 106 to 118.

The number of companies on the Climate A List has dropped from 280 last year to 200 in 2021, as the consensus on what qualifies as climate leadership has evolved and the bar raised. Much of the low hanging fruit at companies’ disposal has now been utilised and more ambitious action is urgently required. Among other criteria, to score an A, companies must have robust governance and oversight of climate issues, rigorous risk management processes, verified scope 1 and 2 emissions and be reducing emissions across their value chain. Most also now have well established emissions targets that have been approved by the Science Based Targets initiative, and evidence of targets which cover their scope 3 emissions.

It is encouraging to see that many other companies made a significant improvement in the quality of their disclosures this year and moved up in the rankings. 509 companies improved their scores from a C or below in 2020 to a B in 2021, meaning they have advanced from merely disclosing and being aware of their environmental impact, to taking action to manage it.

While it is positive to see the leadership of some pioneering companies, and the efforts of others to improve, these companies represent only the tip of the iceberg. Just 2% of all scored companies made the A List, and 58% scored between C and D-, meaning they are only just beginning to recognize their environmental impact. It is also concerning that 16,870 companies worth US$21 trillion in market cap – including ChevronExxon MobilGlencore and Berkshire Hathaway – failed to respond to the request for information from their investors and clients, or provide sufficient information in their response.

These non-disclosing companies are now going against a tide of change, with a series of environmental disclosure requirements being developed and announced at COP26 and throughout 2021, as well as more companies than ever disclosing environmental information every year. CDP recorded over 13,000 corporate disclosures, representing some 64% of global market capitalization in 2021 – an all-time record. In addition, there is rising market demand for corporate environmental transparency. More than 590 investors with over US$110 trillion in assets and 200 major buyers with US$5.5 trillion in procurement spend requested corporate environmental data through CDP in 2021.

Companies that publish their environmental data consistently and on an annual basis can protect and improve their reputation, get ahead of regulation, boost their competitive advantage, uncover risks and opportunities, track and benchmark progress and get access to lower costs of capital. There is also evidence to suggest that companies that score highly on environmental metrics perform well financially. The Stoxx Global Climate Change Leaders index, which is based on CDP’s A List, has seen an average annual return that is 5.8% higher than its reference index over the past eight years.

Dexter Galvin, Global Director of Corporations & Supply Chains at CDP, said: “COP26 highlighted the necessary role corporates play in driving the real economy changes to tackle the climate and ecological emergency, and keep us within 1.5°C. It is fantastic that more businesses are disclosing their impact every year and recognizing the interconnectedness of environmental issues. We now need to see even more ambitious action on climate, and more businesses stepping up on other areas of natural capital. 17,000 corporates failing to even take the first step and report their environmental data is far too many. These companies are not only putting the planet at risk, but themselves. If they continue with business as usual, they will end up on the wrong side of public opinion, regulation and investor sentiment. And scrutiny is rising – empty targets or greenwash simply won’t fly.”

Some examples of environmental action from companies on the A List include:

  • In December 2020, Unilever implemented a climate transition plan to help reach its net-zero target. In May, it was put to a vote at the AGM and received an overwhelming 99.6% approval rate.
  • Landsec, the property development and investment company, has established a voluntary internal price on carbon of US$107.50/tonne (£80) to help drive its activities towards the practices required to limit the most dangerous effects of climate change.
  • Amaggi, the Brazilian commodities company, has integrated geospatial tools and data into 100% of its purchasing decisions, cross referencing its suppliers against their environmental impacts. This allows Amaggi to ensure traceability as well as monitor and manage potential deforestation across its value chain.
  • In 2021, Kao Corporation, the chemicals and cosmetics company, commenced support for approximately 800 small-scale plantations in Indonesia to acquire sustainable palm oil (RSPO3) certification with the aim of doing so for 5000 plantations in the region by 2030.
  • Fujitsu Limited, the IT service company, works across its value chain with clients in Asia to find solutions for areas increasingly experiencing water issues e.g. The Jakarta State Disaster Prevention Bureau uses Fujitsu’s disaster information management system to establish timely and accurate responses to natural disasters.
  • Owens Corning, the world’s largest manufacturer of fiberglass composites, has incentives for the CEO and CSO to reduce water usage as it relates to the company’s 2020 and 2030 goals. The performance indicators relate to the reduction of water withdrawals, reduction in consumption volumes and improvements in efficiency across direct operations.

Alan Jope, CEO of Unilever, said: “Business can only thrive on a healthy planet. Unilever sees CDP as a key partner in delivering the change business needs to make, working with some of the most influential companies, cities and regulators to build sustainable economies. We’re delighted that Unilever has been awarded Triple A status for our approach to climate action, water security, and forestry. And it’s great to see so many other companies on the list, indicating a real step change in ambition and shared accountability as we gear up to a net-zero world.”

James McCall, Chief Sustainability Officer at HP Inc., said: “To drive change, companies need to take decisive and urgent action to support the communities we serve, and the natural ecosystem we all depend on. We believe that purpose driven companies should lead by example, creating a path for our supply chain, business partners, and customers to join us. Being recognized on CDP’s A Lists for Climate, Forests and Water for the third consecutive year is an honor, and serves as further motivation for us to continuously raise the bar. CDP’s robust disclosure process is an important mechanism to drive accountability as we strive to be the world’s most sustainable and just technology company.”

CDP scores companies based on a transparent methodology covering disclosure, awareness, management and leadership. Between now and 2025, to support the need to reach net-zero emissions and full nature recovery by 2050, CDP will develop its scoring methods to focus even more on tracking against scientific benchmarks and pathways reflecting companies’ historic, current and projected impacts; product portfolios; and investment and transition plans. These scores will provide a clear assessment of a company’s ambition and how they are performing against targets, driving greater credibility and accountability.

As part of its new five-year strategy, and to help tackle the climate and ecological emergency, CDP will also be expanding its work to cover more environmental issues. This will include land, oceans, biodiversity, resilience, waste and food.

Olivier Mariée, CEO of CPR Asset Management, said: “As an asset manager, we are strongly committed to support, through our investments, the advancement of the Paris Agreement goals. Since our launch of the CPR Invest – Climate Action international equity fund with CDP in 2018, CDP’s scores have been central to our designing of credible, impactful climate investment solutions across all mainstream asset classes. The expanding breadth of their coverage is of critical importance in building diversified and robust investment universes, and their data and modelling provides an insightful source of information to select companies that are ahead of the transition towards a low-carbon economy.”

Carola van Lamoen, Head of Sustainable Investing at Robeco, said: “Investor expectations on climate, water, biodiversity and deforestation data have risen drastically in recent years and there is no doubt that this will continue. Robeco supports CDP in its efforts to enhance transparency and comparability in companies’ environmental disclosures. The reporting framework CDP provides enables companies to stay abreast of the growing investor demands for sophisticated disclosures on environmental risks and impacts. For us, CDP is a valued source of information that provides insights into environmental risk management practices and performance across a set of indicators, and supports our engagement with companies.”

View the A-list

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Holland Malt start vandaag met de realisatie van een emissievrije mouterij in Eemshaven, provincie Groningen. Door een nieuw, innovatief warmtesysteem maakt ze voor het moutproces niet langer gebruik van fossiele brandstoffen, biomassa of andere energiebronnen die voor schadelijke uitstoot zorgen. Hiermee zet de mouterij een grote stap in haar energietransitie. Vanaf 2024 is het systeem dat voor deze transitie moet zorgen volledig operationeel.

Eerst besparen, dan verduurzamen

Met het volledig dichtdraaien van de gaskraan reduceert de mouterij haar CO2-uitstoot vergelijkbaar met de uitstoot van 14.000 huishoudens per jaar. Jos Jennissen, CEO Holland Malt: “Mout is één van de belangrijkste ingrediënten van bier. Het moutproces is een energie-intensief proces, met name voor het drogen van het mout is veel warmte nodig. Warmte die nu wordt opgewekt door het verbranden van fossiele brandstoffen of biomassa. En met name daar zien we kans om te verduurzamen.” De grootste innovatie in de energietransitie van de mouterij zit in het hergebruik van de eigen restwarmte en de energiebesparing die dit oplevert door inzet van warmtepompen. Jennissen: “De restwarmte uit ons droogproces vangen we af op 23 graden en kunnen we middels de warmtepomp opwaarderen naar de benodigde 85 graden. Zo kunnen we het hergebruiken voor een volgend droogproces. De inzet van de warmtepomp levert een energiebesparing van 67% op. Het warmtesysteem moet natuurlijk wel voorzien worden van energie. De energie die we daarvoor nog nodig hebben, halen we volledig uit duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie. Zo besparen we eerst, om vervolgens te verduurzamen.”

Mooier doorgeven

“We kunnen er niet omheen dat we als industrie andere keuzes moeten gaan maken om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Wij kiezen ervoor een bijdrage te leveren door een emissievrij moutproces neer te zetten. De stappen die wij hierin zetten, kunnen ook weer als inspiratie dienen voor andere bedrijven. Zo kunnen we samen een verschil maken”, aldus Jennissen. De stap van Holland Malt ligt in lijn met de circulariteitsambitie van moederbedrijf Royal Swinkels Family Brewers om het bedrijf circulair door te geven. Jennissen: “Als familiebedrijf denken we niet in jaren, maar in generaties. We willen ons bedrijf nog mooier doorgeven. Daarom werken we continu aan slimmer en duurzamer ondernemen. De vervolgstap van Holland Malt is dat we verder gaan kijken dan ons eigen moutproces en onderzoeken hoe we de keten verder kunnen verduurzamen.”Waardevolle samenwerking

Dit duurzaamheidsproject komt mede tot stand dankzij de samenwerking met Provincie Groningen, Groningen Seaport, RWE Technology International en de Nederlandse overheid. IJzebrand Rijzebol, lid van Gedeputeerde Staten Provincie Groningen: “Op deze duurzame ontwikkeling in Eemshaven zijn we ontzettend trots. De industrie moet vergroenen en het initiatief van Holland Malt is daarin een belangrijke stap. Als provincie Groningen steunen we dit graag. Daarnaast is het ook een goed voorbeeld voor de rest van de wereld. Samen werken we aan een groene, toekomstbestendige industrie.” Ook de eerste grote klanten (brouwers) hebben zich aangesloten bij dit project en investeren daarmee in de verduurzaming van de keten. Vanaf 2024 nemen zij 100% emissievrij geproduceerd mout af van de mouterij in Eemshaven. Ter gelegenheid van het officiële startschot voor de realisatie van het project, lanceert Holland Malt vandaag haar aangescherpte identiteit inclusief nieuwe website.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Op dinsdag 30 november overhandigde een Europees consortium van Carbon Farmers een white paper boordevol beleidsaanbevelingen aan Europese klimaatcommissaris Frans Timmermans. Met de beleidsaanbevelingen in hun white paper vragen de Carbon Farmers om het Europese klimaatbeleid zodanig in te richten dat het zoveel mogelijk boeren motiveert om met koolstofbinding in de bodem aan de slag te gaan. Dat kan het beste vanuit stimulerende regelgeving en een eerlijke beloning. Frans Timmermans heeft het white paper enthousiast ontvangen en gaf aan blij te zijn met de praktische tips hoe carbon farming aantrekkelijk gemaakt kan worden voor zo veel mogelijk Europese boeren.

ZLTO is één van de zeven organisaties die binnen een Europees samenwerkingsproject van carbon farming een verdienmodel voor de boer maakt. Boeren met hun boerenland leveren de maatschappij immers een unieke dienst, omdat ze in hun dagelijkse landbouwpraktijk CO2 uit de atmosfeer verwijderen en voor lange tijd als koolstof in de bodem opslaan.

Voordelen op een rijtje

En carbon farming kent zelfs dubbeldoelen. Naast het verwijderen van CO2 uit de lucht door vastlegging in de bodem brengt het ook een betere bodemvruchtbaarheid, biodiversiteitsherstel, waterconservering, klimaatadapatie van teelten en zodoende een duurzame voedselproductie in Europa. Dit vraagt extra inspanningen van de boer en dat is de reden waarom hier een eerlijke beloning tegenover moet staan: https://www.youtube.com/watch?v=V_oDGxwMuTE.

Pilots in Europa

De Europese Unie is een belangrijke partner voor de toekomst van carbon farming. De EU heeft namelijk een ambitieuze klimaatagenda die onlangs tijdens de internationale klimaatconferentie in Glasgow door klimaatcommissaris Frans Timmermans nog eens nadrukkelijk op tafel is gelegd. In 2030 wil de EU 55% van de broeikasgasemissies gereduceerd hebben en in 2050 moet Europa klimaatneutraal zijn. Hierin ziet Timmermans een belangrijke rol voor de landbouw, want de landbouw is één van de weinige sectoren die op een natuurlijke manier CO2 uit de lucht halen en voor lange tijd vastleggen. In het Europese samenwerkingsproject Carbon Farming is de afgelopen vier jaar in diverse pilots gewerkt met vormen van beloning voor koolstofvastlegging. Melkveehouder Peter van Adrichem uit het Zuid-Hollandse Melissant is koolstofboer van het eerste uur. Hij zat aan de gesprekstafel met de klimaatcommissaris: “Het is heel fijn dat Timmermans luistert naar verhalen van koolstofboeren uit het veld. Omdat ik al langer met carbon farming bezig ben, lijkt het simpel, maar ik heb hem uitgelegd dat de praktijk weerbarstig is en dat maatregelen om koolstof te binden in de bodem ook leiden tot meer kosten en risico’s waar eigenlijk niet direct opbrengsten tegenover staan. Hij was daarin erg geïnteresseerd.”

Wijze lessen

De ervaringen uit deze pilots vormen de basis van het white paper en geeft voeding aan het ‘EU Carbon Farming Initiative’ dat eind dit jaar het levenslicht ziet. In het kort is het advies: zorg voor (1) stimulerende regelgeving, (2) een eerlijke beloning en (3) stimuleer de private markt door het ontwikkelen van betrouwbare borging naar internationaal geldende standaarden. Een stimulerend Europees beleid met een goed verdienmodel voor boeren maakt het voor boeren aantrekkelijk om aan de slag te gaan met carbon farming. Koolstofboer Peter van Adrichem hierover: “Ik heb ook op een stukje tegenstrijdige regelgeving gewezen, zoals rond blijvend grasland. Met grasland kan veel koolstof worden vastgelegd, dat heb ik zelf gemerkt op mijn boerenbedrijf. Maar de regelgeving rond blijvend grasland leidt er juist toe dat boeren hun grasland eerder scheuren om waardedaling van de grond te voorkomen.”

Carbon farming in een week

De Europese carbon farmers willen vooral praktisch aan de slag. Daarom doen ze zeven beleidsaanbevelingen van de hand, één voor elke dag van de week, om te benadrukken dat binnen een week een wereld van verschil gemaakt kan worden. Melkveehouder Peter van Adrichem wijst op het belang: “Ik vind het belangrijk om te weten hoeveel koolstof ik vastleg met de maatregelen die ik uitvoer. Meten is weten. Een betrouwbaar protocol is onmisbaar om Carbon Farming te laten landen bij boeren, bedrijven en overleden. Het moet natuurlijk wel kloppen.”

  • Op maandag start de week met een integraal beleidskader waarin de verschillende beleidsdoelen voor de landbouw (klimaat, bodem, biodiversiteit, water, duurzame voedselvoorziening) elkaar gaan versterken in plaats van tegenwerken. Daarbij is het essentieel dat de boer ruimte krijgt om dit beleid flexibel in te vullen, passend bij de eigen bedrijfssituatie.
  • Op dinsdag volgt de uitvoering, waarbij meteen aandacht moet komen voor kennis, want er moet nog veel geleerd worden op het gebied van carbon farming.
  • Op woensdag moet belemmerende regelgeving weggenomen worden.
  • Op donderdag en vrijdag wordt gewerkt aan het verdienmodel op basis van inspanning en op basis van resultaat en via hybride beloningsvormen met stapeling van publieke en private beloningen.
  • Zodat de boer op zaterdag kan genieten van een reëel inkomen voor carbon farming. En een eenvoudige administratie en een veilig datasysteem moeten ervoor zorgen dat de boer op zondag nog tijd over heeft voor andere zaken.
    Carbon farming conferentie

Op 8 en 9 december 2021 staat de online conferentie ‘Incentivising carbon farming’ op de agenda. Deze conferentie wordt georganiseerd vanuit het Europese samenwerkingsproject van carbon farmers. Tijdens de conferentie gaan boeren, beleidsmakers, kennisinstituten en andere stakeholders samen in gesprek over verdienmodellen en de beleidsaanbevelingen. Deze conferentie is voor iedereen gratis digitaal toegankelijk. De eerste conferentiedag staat in het teken van een plenair programma en 9 december zijn er gedurende de hele dag interessante workshops over bijvoorbeeld lokale koolstofplatformen, veelbelovende koolstoftechnieken en er worden meerdere pilot projecten besproken waarin de verdienmodellen zijn toegepast.
Het totale programma en tickets vind je hier: https://hopin.com/events/final-conference-incentivising-carbon-farming#top.

Europese Carbon Farmers

Carbon farming is een Interreg North Sea Region Project en werd tot uitvoering gebracht met zeven partners uit Nederland, Duitsland, België en Noorwegen: ZLTO, Thünen Institute, Bionext, InnovatieSteunpunt, Inagro, 3N Kompetenzzentrum and Norks Landbruksradgiving.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering