[ad_1]

Toekomstbestendig ondernemen betekent voor Rotterdam World Gateway (RWG) ondernemen met oog voor mens en milieu. Daarom investeert RWG in het mogelijk maken van een volledig CO2-neutrale containeroverslag op de terminal in de haven van Rotterdam. RWG zet al vanaf de start van de bouw van de terminal fors in op duurzaamheid en streeft continu naar een maximaal efficiënte op- en overslag van containers.

“We doen er alles aan om te blijven innoveren en te groeien daar waar mogelijk. De visie van RWG is dat investeringen van vandaag nooit ten koste mogen gaan van de leefkwaliteit van morgen. Wij geven om mens, milieu en samenleving waarbij ecologische aspecten net zo zwaar wegen als economische. Daarom zijn we continu in gesprek met onze omgeving en gaan we zo duurzaam mogelijk te werk.”

Impact verkleinen

RWG beperkt de CO2-uitstoot al tot een minimum: al onze kranen en veel van onze voertuigen, zoals de automatisch geleide voertuigen (AGV’s), werken op groene elektriciteit. Waar mogelijk wekken we ook zelf energie op. Daarnaast is RWG de eerste diepzeeterminal dat ‘LNG ready’ is. De transitie van stookolie naar LNG als duurzame brandstof is een belangrijke stap in de verduurzaming van de scheepvaart. Deze ontwikkeling faciliteren wij niet alleen om duurzaam te kunnen werken, maar ook om de impact op het milieu en op de samenleving te verkleinen.

Investeren in CO2 neutraal

Mede dankzij de vergaande elektrificatie en automatisering heeft RWG nu al de laagste uitstoot in de sector. In de komende jaren investeert RWG in het volledig CO2-neutraal maken van de containeroverslag op de terminal, zodat wij per 2024 een van de eerste terminals ter wereld zijn die de uitstoot volledig naar nul hebben gebracht. Ronald Lugthart, CEO van RWG: “Wij zijn bij RWG toegewijd aan een duurzame en schone operatie. Onze doelstelling om vanaf 2024 volledig emissievrij te zijn is niet alleen ambitieus, maar ook noodzakelijk met het oog op toekomstige generaties.” Om de uitstoot naar nul te kunnen verlagen zijn een aantal aanpassingen vereist. Zo zal het deel van de container handling equipment met verbrandingsmotoren, welke nu de schonere brandstof GTL (gas to liquid) gebruiken, worden vervangen voor volledig elektrisch equipment. Daarnaast wordt de elektrische en civiele infrastructuur aangepast om, onder andere, high power laadpunten te realiseren. In het traject naar CO2 neutraal is het technisch niet mogelijk direct alle uitstoot te voorkomen.

Daarom is RWG een samenwerking aangegaan met Shell om de nu nog resterende CO2 uitstoot te compenseren door te investeren in het Nature-Based Solutions programma van Shell wat door Kiwa is gevalideerd. Dit zijn projecten gericht op het beschermen en herstellen van natuurgebieden, waarmee CO2 uitstoot door de natuur wordt geabsorbeerd.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Vanuit de ambitie om – op de kortst mogelijke termijn – 100% klimaatneutraal te opereren, ondertekende Udea op donderdag 28 oktober 2021 een langdurige overeenkomst met 6 boeren om haar CO2-uitstoot te compenseren via Carbon Farming. Het is een eerste project, waarbij naast impact ook wordt gekeken naar schaalbaarheid zodat er in de komende jaren meer bioboeren kunnen aanhaken. CEO Erik Does: “We doen er al decennia alles aan om de footprint c.q. klimaatimpact van al onze activiteiten, van bodem tot bord, zo laag mogelijk te houden. Toch ontkomen ook wij niet aan een Carbon Footprint, wat op dit moment nog voornamelijk veroorzaakt wordt door onze vrachtwagenpark. Om deze footprint gedetailleerd in kaart te brengen, voert de Topsector Logistiek deze week een nulmeting uit, waarna we hand in hand met onze biologische boeren en klanten gericht aan de slag kunnen met reduceren, compenseren en alle andere maatregelen die nodig zijn om volledig klimaatneutraal te kunnen werken.”

Kartrekkers van deze operatie ‘Udea Klimaatneutraal’ zijn kwaliteitsmanager Steven IJzerman en agro-specialist Rene Oosting. Begin van dit jaar stapten zij in het project wat ondersteund is door de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord – Brabant, waarin zij samen met onder meer klimaatmakelaar Nieuw Groen en ZLTO werken aan het stimuleren van goed bodembeheer door agrarische ondernemers en de ontwikkeling van bijbehorende verdienmodellen.

Holistisch en duurzaam

Rene Oosting: “Samen met onze boeren en de werkgroep hebben we een concrete en holistische aanpak uitgewerkt voor het compenseren van onze CO2-uitstoot. De eerste stap is dat we samen met onze biologische boeren aan de slag gaan met agro forestry, een betere bodem, meer inzet voor biodiversiteit en landschapsbeheer. Naast een gezonde bodem en extra verdiensten garanderen we met het bezegelen van deze overeenkomst voor Carbon Farming de participerende boeren een duurzame samenwerking en dat is natuurlijk ook een prettige gedachte voor de volgende generaties boeren van deze familiebedrijven.”

Een van de zes boeren, die in het Carbon Farming-project van Udea participeert is Joris Kollewijn van agrarisch bedrijf de Lepelaar: “Hoe mooi is het dat de uitstoot van onze kool op weg naar de consument nu weer wordt geïnvesteerd  in onze bodemkwaliteit waardoor zij volgend jaar nog beter groeit.”

Handelingsperspectief voor consument

De planeet op een verantwoorde manier doorgeven aan volgende generaties en klimaatneutraal ondernemen gaat in onze optiek verder dan het verlagen van je Carbon Footprint. “Daarom kiezen wij voor een integrale c.q. holistische aanpak met aandacht voor een gezond bodemleven, focus op dierenwelzijn en biodiversiteit, korte ketens oftewel zoveel mogelijk lokale productie door Nederlandse bioboeren en werken we hard aan transparantie”, aldus CEO, Erik Does. “Tegelijkertijd merken we dat onze klanten naast bewust en gifvrij winkelen, ook hunkeren naar handelingsperspectief. Een recente enquete onder onze klanten, wees uit dat ze graag willen participeren in onze klimaatprojecten. De komende maanden werken we samen met deze zes bioboeren een aantal ideeën uit hoe en waar we onze klanten mee kunnen laten doen aan het compenseren van onze en hun eigen Carbon Footprint, zodat je als consument ook echt directe impact kunt maken.”

CO2-beprijzing en Carbon Accounting

Steven IJzerman: “Onze logistieke operatie vormt het zwaartepunt in onze Carbon Footprint, vermoeden wij op dit moment. En om daar gericht op te kunnen sturen, voeren wij samen met de experts van Topsector Logistiek deze week een nulmeting uit. Om de klimaatdoelen van Parijs te kunnen behalen, zijn CO2-beprijzing en Carbon Accounting voor ons en voor de hele keten effectieve instrumenten om mee te werken. In afstemming met de participerende boeren, klimaatmakelaar Nieuw Groen rekenen we daarom nu al met een CO2-prijs van 75 euro per ton uitstoot. Ook hiermee nemen we als bedrijf een voortrekkersrol en passen we CO2-beprijzing nu al toe, terwijl dit vanuit de politiek nog niet is opgelegd.”

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Een forse daling van de uitstoot van broeikasgas is één van de belangrijke doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs. In 2030 moet Nederland de uitstoot ten opzichte van 1990 met 55 procent hebben verlaagd en dat vergt de inzet van maatschappij, industrie en overheid. De Nederlandse rubber- en kunststofsector is met haar verduurzamingsaanpak zeer goed op stoom en kan ambitieuze doelen voor 2030 realiseren. Want de klimaatimpact van kunststoffen kan worden gehalveerd, concludeert nieuw onderzoek door onderzoeksbureau CE Delft, in opdracht van brancheverenigingen Federatie NRK en PlasticsEurope Nederland.

Een van de doelen van de Transitieagenda Kunststoffen is dat we in 2030 in ons land 40% recyclaat en 15% biobased plastics inzetten. Deze agenda uit 2018 vormt het fundament voor koers en handelen van de rubber- en kunststofsector. Hij beschrijft de verduurzamingsslag voor CO2-emissies en grondstofgebruik door in 2030 veel meer gerecycled en biobased kunststof in te zetten.

Onderzoek ‘CO2-reductie met circulaire kunststoffen in Nederland’

Of met deze plannen naast een halvering van het gebruik van fossiele grondstoffen een substantiële CO2-reductie wordt gerealiseerd, is door CE Delft onderzocht in opdracht van de Federatie NRK en PlasticsEurope Nederland. In het nieuwe onderzoek ‘CO2-reductie met circulaire kunststoffen in Nederland’ zijn twee richtinggevende scenario’s uitgewerkt die op macroniveau kijken naar hoe verschillende ontwikkelingen de klimaatimpact van het Nederlandse gebruik van kunststof en rubber beïnvloeden.

Conclusie: de klimaatimpact van kunststoffen kan tot 50% omlaag, mits de doelen uit de Transitieagenda worden gerealiseerd. Hiervoor is het noodzakelijk dat nagenoeg alle afgedankte producten ingezameld worden voor recycling en dat de overheid liefst op Europees niveau bijdraagt door duidelijke doelstellingen en regels en tevens de transitie actief faciliteert.

Inzet van sector én overheid

NRK en Plastics Europe Nederland zijn verheugd dat de grote inspanningen van hun industrie effect hebben en tot belangrijke milieuwinst leiden. “Voor kunststoffen is een CO2-reductie mogelijk van gemiddeld 50 procent en voor rubber tot 20 procent. De afzet van onze industrie stijgt de komende jaren, terwijl de footprint daalt. Dat is ontzettend goed nieuws”, zegt Harold de Graaf, algemeen directeur van de NRK.

Ook Theo Stijnen, directeur van PlasticsEurope Nederland, is blij met het rapport en de aantoonbaar positieve milieueffecten van circulair kunststof. “De Transitieagenda is vooral gebaseerd op het verminderen van ruwe grondstoffen. Dit rapport geeft een duidelijk beeld van de precieze klimaatimpact en dat is heel waardevol. Concrete voorbeelden laten zien dat onze producten toegevoegde waarde hebben en in diverse toepassingen leiden tot belangrijke milieuwinst.”

Scenario’s: voortzetting huidig beleid en hoge ambities

Het eerste scenario ‘Autonome Ontwikkeling’ is gebaseerd op inschatting van het gebruik en de afdanking van kunststof en rubber producten in 2030 bij voortzetting van het huidige beleid. Aangenomen wordt dat de hoeveelheid mechanisch gerecycled materiaal toeneemt en toepassing van chemische recycling snel zal groeien. In het tweede scenario ‘Geüpdatete Transitieagenda’ is een hogere ambitie geanalyseerd: de inzet van mechanisch en chemisch gerecycled materiaal verdubbelt ongeveer en er wordt meer biobased kunststof toegepast.

De scenario’s zijn gebaseerd op verwachtingen over de totale hoeveelheden kunststof en rubber die in 2030 gebruikt en afgedankt worden. De uiteindelijke milieuwinst komt echter niet uitsluitend voort uit het sluiten van de kringloop; ook de verduurzaming van de producten leidt tot milieuwinst. Daarom is ook de impact van 6 praktijkcases geanalyseerd die illustreren welke CO2-voordelen rubber en kunststof in specifieke producten bieden en de ambitie en innovatiekracht van de leden laten zien.

Forse emissiereductie kunststof en rubber

Op basis van het scenario gebaseerd op de Transitieagenda is de inschatting dat de emissiereductie voor het totale gebruik van kunststof in Nederland uitkomt op circa 2 Megaton CO2 per jaar. Dit komt overeen met een besparing van 11 miljard vliegtuigkilometers of met 4% van de uitstoot van de hele Nederlandse industrie. De CO2-emissies per kilogram rubber nemen naar verwachting met ongeveer 15% tot 20% af tussen 2020 en 2030.

Het scenario ‘Autonome Ontwikkeling’ geeft inzicht in de milieuwinst die wordt bereikt als de huidige inzet wordt gecontinueerd. De ambitie van de sector ligt echter hoger. Om dit streefbeeld te kunnen realiseren dringen beide verenigingen er op aan dat alle partijen hiertoe hun inzet leveren en de overheid zowel de inzet van plastics voor recycling als de recycling en de toepassing van recyclaat moet sturen.

Het rapport CO2-reductie met circulaire kunststoffen in Nederland’ is gepresenteerd op Future Proof Plastics, het jaarlijkse seminar van de NRK en PlasticsEurope Nederland op 2 november 2021.

Foto: Het rapport CO2-reductie met circulaire kunststoffen in Nederland overhandigd, v.l.n.r. Harold de Graaf (NRK), Geert Bergsma (CE Delft) en Theo Stijnen (PlasticsEurope Nederland).

Bekijk opname livestream seminar Future Proof Plastics:

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Schneider Electric, de leider in de digitale transformatie van energiebeheer en automatisering, ondersteunt de wereldwijde inspanningen op het gebied van klimaatverandering actief tijdens de aankomende COP26-bijeenkomst.  Ter gelegenheid van COP26 brengt het Schneider Electric Sustainability Research Institute een belangrijk nieuw rapport uit over hoe we tegen 2050 netto nul kunnen bereiken en de opwarming van de aarde kunnen beperken tot uiterlijk 1,5°C. Het rapport, genaamd “Back to 2050”, is uitgevoerd in samenwerking met energie-informatiebedrijf Enerdata. Het beoordeelt de langetermijngevolgen voor het energieverbruik en de bijbehorende CO2-uitstoot van veranderende maatschappelijke verwachtingen. Verdere invloeden zijn opkomende technologieën, zoals autonoom rijden, gedecentraliseerde schone energieopwekking, slimme oplaadstations voor elektrische voertuigen in gebouwen en het gebruik van meer digitale hulpmiddelen bij de aanleg van infrastructuur, om er maar een paar te noemen.

“De belangrijkste bevinding is dat de veranderende consumptiepatronen, die voortkomen uit de honger naar nieuwe technologieën, zullen helpen in de weg naar een minder koolstofintensieve economie. Met andere woorden, de opwarming van de aarde beperken tot 1,5°C is wellicht haalbaarder dan we denken, want naarmate de economie moderniseert en meer voordelen oplevert voor de mensen, wordt ze ook koolstofarmer”, zegt Vincent Petit, hoofd van het Schneider Electric Sustainability Research Institute en SVP van Global Strategy Prospective and External Affairs bij Schneider Electric. “We moeten deze trend echter versnellen door niet alleen te richten op infrastructuur maar ook meer op de consument.”

Schneider Electric, dat eerder dit jaar door media- en onderzoeksbureau Corporate Knights werd uitgeroepen tot ’s werelds meest duurzame onderneming, helpt klanten hun koolstofvoetafdruk te verkleinen via producten en softwaretools die het energiebeheer en industriële processen optimaliseren.

“We zijn blij met de toezeggingen die al zijn gedaan door tal van regeringen over de hele wereld, en hopen dat COP26 voor meer concrete acties zal zorgen ter ondersteuning van een versnelde overgang naar netto nul”, zegt Olivier Blum, Chief Strategy and Sustainability Officer bij Schneider Electric. “De private sector speelt een belangrijke rol in deze race naar een groenere en eerlijkere economie. Daarom blijven we de leiding nemen, als uitvoerder en als ondersteuner, om het doel te bereiken; de wereldwijde temperatuur niet meer dan 1,5ºC te laten stijgen zoals opgenomen in het Akkoord van Parijs.”

In Glasgow ontmoeten klanten en zakenpartners Schneider-experts die hen meer inzicht geven in bestaande tools om infrastructuur, gebouwen, datacenters, industrieën en steden koolstofvrij te maken. Ook nemen de experts deel aan panels en discussies met artiesten, campagnevoerders, klimaatwetenschappers, beleidsmakers, influencers, ondernemers en innovators zoals Bertrand Piccard, oprichter en voorzitter van de Solar Impulse Foundation, die wordt gesteund door de Schneider Electric Foundation.

De Schneider Electric Foundation, onder toezicht van  Fondation de France, werkt ook samen met Art of Change 21 om de belangrijke rol die kunstenaars spelen in de ecologische transitie onder de aandacht te brengen. Dit wordt gedaan door jongeren te mobiliseren en een dialoog tot stand te brengen tussen kunst, technologie, innovatie en klimaat.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Grolsch en Twence kunnen officieel van start met de aanleg van de ondergrondse leiding, waarmee Twence in 2022 duurzame warmte gaat leveren aan Grolsch. De benodigde vergunningen voor deze leiding en voor de benodigde aanpassingen bij Grolsch zijn afgegeven. Deze duurzame vorm van warmtelevering reduceert de CO2-emissie van Grolsch met 72% (5.500 ton) per jaar. Dit staat ongeveer gelijk aan de hoeveelheid uitstoot van zo’n 1.800 huishoudens per jaar.

Een groene samenwerking

De toekomstige warmtelevering sluit goed aan bij de ambitie van Grolsch om in 2025 volledig CO2-neutraal te zijn. Koert van ’t Hof, Corporate Affairs Director Grolsch: “Het verkrijgen van de vergunningen is een enorme stap in de goede richting. Begin 2020 zijn we al overgestapt op 100% groene elektriciteit, waarmee we onze CO2­ emissie met 6.700 ton hebben gereduceerd. Dankzij de intensieve, goede samenwerking met Twence – ondersteund door de gemeente Enschede en Provincie Overijssel – zetten we nu de volgende stap in de verduurzaming van onze brouwerij”.

100% duurzaam

Ook Twence is erg tevreden over de voortgang van de samenwerking. Marc Kapteijn, directeur Twence: “Duurzame energie is de energie van de toekomst. Twence investeert volop in het leveren van duurzame energie. Eén van die investeringen is de aanleg van warmteleidingen naar bedrijven die een grote warmte- of koudevraag hebben. De warmte die wij leveren, produceren we uit niet-herbruikbaar afvalhout (biomassa), en is daarmee volledig groen opgewekt. Zowel bij Twence als Grolsch is er de gedrevenheid om bij te dragen aan de regionale energietransitie en dat maakt deze partnership enorm sterk.”

Duurzame warmte in 2022

De bij Twence opgewekte warmte wordt via een ondergrondse leiding aan Grolsch geleverd. Bij Grolsch wordt deze warmte ingezet voor het verwarmen van de gebouwen en het opwarmen van pasteurs en spoelmachines. Het technisch ontwerp en de studie naar het meest optimale leidingtracé voor deze warmtelevering zijn in 2020 al uitgewerkt. Het eerste deel van de leiding, van Twence naar de WarmteKrachtCentrale van Ennatuurlijk in Enschede, is al aanwezig. Met het verkrijgen van de vergunning kan worden gestart met de aanleg van een 1,3 kilometer lange, ondergrondse leiding van de WarmteKrachtCentrale naar Grolsch. Naar verwachting wordt de warmte eind 2022 aan de brouwerij geleverd.

Op de foto proosten de stuurgroepleden van Twence en Grolsch op het goede nieuws met een speciale ‘duurzaam karakter’ beugel

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Meer dan tachtig mensen dienden deze week bij de Reclame Code Commissie een klacht in tegen KLM, aldus Kassa. Net als bij Shell, die eerder op de vingers werd getikt voor reclames met de leus ‘CO2-neutraal autorijden’, willen de indieners dat KLM stopt met reclame maken voor CO2-neutraal vliegen via het programma CO2ZERO. “KLM kan niet waarmaken dat de CO2-uitstoot van een vlucht wordt gecompenseerd”, aldus initiatiefnemer van de klacht Eric Stam. De indieners noemen de beweringen van KLM misleidend.  

Ook Tweede Kamerlid Lammert van Raan (PvdD), onderzoeker en schrijver Babette Porcelijn en de burgerbeweging Reclame Fossielvrij hebben de klacht ondertekend.

Voor 10 euro compenseer je vlucht naar Rio de Janeiro

Als passagiers een vlucht boeken bij KLM, kunnen ze vrijwillig enkele euro’s bijbetalen voor het CO2ZERO-programma van de vliegtuigmaatschappij. Zo compenseer je volgens KLM voor 1,86 euro de CO2 die je uitstoot van een vlucht van Amsterdam naar Rome en compenseer je voor 10 euro je CO2 voor een vlucht naar Rio de Janeiro. Net als Shell belooft KLM met het geld nieuwe bomen te planten, in dit geval in Panama.

KLM stelt dat een passagier voor een vlucht van Amsterdam naar Panama de CO2 kan compenseren voor ruim 10 euro. Ze planten daarvoor bomen, die pas na een jaar of zestig flinke hoeveelheden CO2 opnemen. Maar volgens schrijfster en onderzoeker Babette Porcelijn liggen de werkelijke kosten voor de CO2-compensatie veel hoger. Volgens haar berekeningen zou het met de nieuwste, zuinigste toestellen 2800 euro per passagier kosten. En zelfs 4500 euro met oudere modellen vliegtuig.

Mogelijk verbod op fossiele reclame in Utrecht en Alkmaar

Er gaan steeds meer stemmen op om reclames van de fossiele industrie (en ook voor vliegreizen en nieuwe auto’s op benzine) te verbieden. In Amsterdam mogen dergelijke reclames niet meer in de metro en ook in Den Haag worden ze binnenkort geweerd uit de bus- en tramhokjes. Binnenkort wordt er in Utrecht gestemd over een verbod op dergelijke reclames in de openbare ruimte, zoals op billboards langs de snelweg. Volgende week zal ook de raad van Alkmaar hierover stemmen en in Leiden is een motie aangenomen die de reclames moet terugdringen.

Op landelijk niveau komt er ook steeds meer draagvlak om te kijken naar een verbod op fossiele reclames. GroenLinks, Partij van de Arbeid (PvdA), Partij voor de Dieren (PvdD), de ChristenUnie (CU), SP, BIJ1 en Volt zijn sowieso voorstander en ook D66 en CDA laten weten er niet direct negatief tegenover te staan. De vraag is alleen hoe je het uitwerkt. “Een generiek verbod is makkelijker gezegd dan gedaan, je zult het moeten specificeren”, aldus Henri Bontenbal van het CDA. “Hoe ga je bijvoorbeeld om met auto’s die op benzine rijden? Hoe ga je om met relatief schone (transitie)brandstoffen?”

Inmiddels is Greenpeace samen met onder andere burgerbeweging Reclame Fossielvrij een Europese campagne gestart, waarvoor jij ook je handtekening kunt zetten. Via een burgerinitiatief proberen ze binnen een jaar een miljoen handtekeningen te verzamelen, om een verbod op fossiele reclame op de agenda van de Europese Commissie te krijgen.

The Guardian en Zweedse kranten plaatsen geen fossiele advertenties meer

De Engelse krant ‘The Guardian’ en twee Zweedse kranten maakten onlangs bekend geen reclames meer te plaatsen van fossiele energiebedrijven. In Nederland is de kans kleiner dat dit gebeurt.

Trouw, dat als krant een duurzaam imago heeft, laat via moederbedrijf DPG Media weten dat de redactie en de advertentieverkoop volledig van elkaar gescheiden zijn. “DPG Media maakt geen eigen keuze in adverteerders die zij goed- en afkeurt, want dat zou een politieke stellingname zijn”, aldus een woordvoerder. “Vakantiereizen, supermarktaanbiedingen voor vlees en autoreclames worden noch door de overheid, noch door de Reclame Code Commissie als problematisch of ongewenst aangemerkt.”

Ook NRC, dat branded content schrijft voor onder andere Shell en BMW, is niet van plan daarmee te stoppen. “NRC gebruikt niet het advertentiebeleid om stelling te nemen in het publieke debat. Deze bedrijven kunnen dus bij ons adverteren, net als hun critici”, aldus hoofdredacteur Rene Moerland. Hij geeft ook aan dat de ‘branded content’ wordt geschreven door de advertentieafdeling en niet door redacteuren van de krant.

Steeds meer klachten over duurzaamheidsclaims

Als de Reclame Code Commissie na Shell nu ook de CO2-beweringen van KLM berispt, willen de indieners ook de CO2-claims van andere vliegtuigmaatschappijen aanpakken. Zo stelt onder andere vliegmaatschappij EasyJet de CO2 van vluchten te compenseren. De Reclame Code Commissie ziet steeds meer klachten binnenkomen die te maken hebben met duurzaamheid, aldus een woordvoerder. De commissie werkt momenteel aan een uitbreiding van de Milieu Reclame Code, die moet resulteren in een Duurzaamheidsreclamecode.

Bekijk de uitzending van Kassa:

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

In the largest sustainability study conducted to-date by the United Nations Global Compact and Accenture, only 18% of CEOs said that governments and policymakers have given them the clarity needed to meet their sustainability and climate change targets. Released today ahead of COP26 in Glasgow, business leaders are also sounding the alarm on the early onset of climate-induced disruption and looking for government action—particularly in areas of clear carbon pricing, infrastructure investment and financial commitments to an equitable net-zero transition in the Global South—as the window to meet the 1.5°C target by 2030 has started to close. According to Climate Leadership in the Eleventh Hour—which includes extensive 1:1 interviews with more than 100 leading chief executives and a survey of over 1,230 CEOs across 113 countries and 21 industries—private sector leaders are struggling to accelerate their climate ambitions, even though nearly three-quarters (73%) say they feel increasing pressure to act. More than half (57%) of surveyed executives say they are prioritizing climate action amid their recovery from the COVID-19 pandemic.

Forty-nine percent of CEOs point to supply chain interruptions due to extreme weather as a top risk, but only 7% said they are ‘advanced’ in setting up early warning systems to prepare for climate-risk events. Moreover, 71% say they are actively working to develop a net-zero emissions target for their company and 57% believe they are operating in line with the 1.5°C goal. Yet as an indicator, only 2% of these companies have a formal target validated by the Science-Based Targets initiative.

“There are two possible roads ahead: a deeply flawed business as usual approach, or a global economy that protects people, the planet and the natural systems that sustain us,” said Sanda Ojiambo, CEO and Executive Director of the UN Global Compact. “Business as usual is no longer an option. It is clear from the CEOs we surveyed that the business community feels unprepared to deal with our climate emergency. The UN Global Compact has a critical role to play in helping companies develop practical tools and effective best practices to deal with the challenges ahead, while also ensuring they can engage with governments on policy and regulation.”

 

The landmark study also points to a key stakeholder shift when it comes to driving CEO’s climate leadership and action. The biggest shift seen in 14 years of the study, investors, and capital markets, moving from 8 in 2019 to top 3 in the minds of CEOs going into COP26. The trend reflects the largest jump in stakeholder influence since the study’s inception in 2007, as investors put ever greater pressure on businesses to map the risks and understand the opportunity presented by the transition to a 1.5-degree net-zero world.

“The Sustainable Development Goals and the Paris Agreement commitments offer the clearest roadmap for how business should lead on climate and the innovation required to solve the world’s greatest challenges. But with only a narrow window of time left to meet these goals, and with the physical effects of climate change being felt sooner than most CEOs expected, leaders must be stand up and be held accountable for measurable performance,” said Peter Lacy, Accenture’s global Sustainability Services lead, chief responsibility officer and member of the Global Management Committee. “The science, economics and data tell us that when leaders bridge business value with sustainability and technology impact, competitive advantage can thrive.”

The UN Global Compact – Accenture study highlights efforts from leading CEOs to increase their sustainability budgets, diversify their operations and workforces and accelerate R&D in climate-resilient solutions, driving higher standards of accountability and showing what is possible when ambition meets action on climate. Though nearly two-thirds (65%) of leaders already advancing new net-zero business models and solutions to meet their goals, only 16% of all CEOs said their maturity is at an advanced stage today.

“CEOs used to say that the relevant technologies were too nascent. Well, they’re now mature. Or they would say that investors and capital markets were not fully on board with ESG data. But they are now. What we simply don’t have more of now is time. Governments must act, and CEOs are ready to step up. This is not just the right thing to do—there is real business value at stake as well,” added Lacy.

The upcoming COP26 meeting presents a pivotal moment for change in sustainability. With business leaders cautiously optimistic on international cooperation to solve the climate crisis, they are highlighting five critical asks for negotiators to help them take bolder action and deliver on the goals of the Paris Agreement commitments. They are:

  1. Align Nationally Determined Contributions (NDCs) to a 1.5°C warming trajectory
  2. Enhance global cooperation on carbon pricing mechanisms aligned with the Paris Agreement
  3. Meet and exceed the USD 100 billion commitment in climate financing for the Global South
  4. Establish common standards for biodiversity protection and pathways for nature-based solutions
  5. Increase business engagement in climate policy formation for collaborative climate action

“Confronting a triple planetary emergency – a climate crisis, a biodiversity crisis and a pollution crisis – everyone needs to scale up our ambitions and speed up our actions. The private sector has a special responsibility in our collective effort to build a sustainable, net zero, resilient and equitable world, and to act on pledges with credible timelines, targets, and plans. We have what it takes to realize the promise of the 2030 Agenda and the Paris Climate Agreement – but it will take the full commitment of every one of us,” concluded United Nations Deputy Secretary-General Amina J. Mohammed

About the Research:

The United Nations Global Compact-Accenture 2021 CEO Study represents more than a decade of research on sustainable business. Together with the UN Global Compact Progress Report, it forms the world’s most comprehensive research to date on business contribution to the Sustainable Development Goals. In this Special Edition of the CEO Study, the world’s largest program of CEO research on sustainability, 1,232 CEOs across 113 countries and 21 industries deliver their authentic, unfiltered perspectives on the private sector’s contribution to climate action.

Download the report on request

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Partner

Vandaag, maandag 1 november, de Dag van het Klimaatakkoord, is het drijvende zonnepark op de voormalige zandwinplas nabij Sellingen op feestelijke manier geopend met de aansluiting van de symbolische stekker. Hierbij waren de gemeente Westerwolde, Kremer Zand en Grind (eigenaar van de voormalige zandwinningslocatie) en GroenLeven aanwezig, evenals Nienke Homan, gedeputeerde van de provincie Groningen. Werner Schouten, voormalig voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging begeleidde als dagvoorzitter het vraaggesprek en de opening. Het drijvende zonnepark is het tiende drijvende zonnepark dat GroenLeven realiseerde en is onderdeel van een multifunctionele gebiedsontwikkeling: door (actieve of voormalige) zandwinplassen te combineren met zonnepanelen wordt de inzet van andere bruikbare oppervlakte voor duurzame energie vermeden.

Volgens Nienke Homan is de komst van het drijvende zonnepark een belangrijke duurzame impuls voor de provincie: “We gebruiken allemaal veel energie. Om die energie duurzaam te produceren, hebben we ruimte en creatieve oplossingen nodig. Dit drijvende zonnepark is een mooi voorbeeld van dubbel ruimtegebruik. Zo komen we er wel!”

Voor de gemeente Westerwolde is de komst van het zonnepark een belangrijke bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Wethouder Van de Goot: “GroenLeven draagt de komende 15 jaar financieel bij aan het gebiedsfonds Sellingerbeetse en het gemeentebrede duurzaamheidsfonds. Op deze manier kan de directe omgeving van het zonnepark profiteren van de opbrengsten. En kunnen we met het gemeentebredefonds duurzaamheidsinitiatieven in de gemeente stimuleren.”

Grote bijdrage aan de energietransitie

Met ruim 76.000 drijvende zonnepanelen zal het zonnepark genoeg groene stroom opwekken voor ruim 12.000 huishoudens en levert een grote bijdrage aan de energietransitie en het Klimaatakkoord. Het is dan ook bijzonder dat dit zonnepark symbolisch op de Dag van het Klimaatakkoord, 1 november, geopend is.

De komst van het zonnepark geeft ook een grote boost aan de duurzame doelstellingen van Kremer Zand en Grind, eigenaar van de zandwinplas. Chris Kremer, Kremer Zand en Grind: “Als Kremer Zand en Grind proberen we met de groene stroom van dit park ook zoveel mogelijk voordelen voor de omgeving te realiseren en de impact van dit plan op de omgeving zo minimaal mogelijk te houden, maar wel met een maximaal voordeel voor iedereen. Onze duurzame energie levert een aantal voordelen op; het levert een grote hoeveelheid duurzame elektriciteit en het is ons streven om uiteindelijk het gasverbruik voor het drogen van zand naar 0 te reduceren. Zo willen we ons samen met de omgeving klaar maken voor de toekomst.”

De drijvende zonneparken van GroenLeven bevatten glas-glas panelen, die bevestigd zijn op een stabiele open constructie. Met aanvullende lichtstraten wordt er tevens extra vrij baan geboden aan licht en lucht. Zo wordt er ook bij dit drijvende zonnepark optimaal rekening gehouden met de ecologie en biodiversiteit van het water en de oevers. Voor dit drijvende zonnepark zijn nog extra voorzieningen getroffen, zoals het aanleggen van een groenwal en een oeverzwaluwwand. Verder zullen de vogelbewegingen als onderdeel van de ontheffing op de Wet Natuurbescherming de komende 4 jaar gemonitord worden door Royal Haskoning DHV in samenwerking met lokale vogeltellers.

Fonds

Bij de komst van een zonnepark is het belangrijk dat mens, maatschappij en natuur in de  regio kunnen meeprofiteren van de duurzame impuls in de regio. Daarom draagt GroenLeven de komende 15 jaar financieel bij aan het duurzaamheidsfonds en het gebiedsfonds van de gemeente Westerwolde, waarmee de regio nog verder verduurzaamd kan worden. Ook aan het recreatiegedeelte van de plas is gedacht. Zo is er vanuit GroenLeven een speelschip geïnstalleerd op het recreatiestrand aan de zuidzijde van de plas. Aan de noordzijde van de plas, waar het zonnepark wel te zien is, heeft GroenLeven een uitkijkplatform gebouwd in het verlengde van het wandelpad, zodat bezoekers vanaf daar een plaats hebben om naar het zonnepark te kijken of naar het open water aan de andere zijde van het uitkijkpunt.

Share Button

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Materiaalgebonden emissies in de woningbouw

In dit onderzoek zijn de mogelijkheden van CO2-emissiereductie en -opslag in de woningbouw in kaart gebracht. Het onderzoek geeft inzicht in de CO2-kringloop, de impact van verschillende woonvormen en welke rol de bouwsector daarin speelt. De focus ligt duidelijk op de milieu-impact en de materiaalgebonden emissies in de woningbouw. Vanuit een uitgebreid aantal casestudies zijn doorrekeningen gemaakt en is de impact van bouwen ontleed, volgens de S-lagen van Brand. Er worden concrete handvaten geboden voor ontwerpers, opdrachtgevers en bouwers om in de vroege initiatieffase van een bouwproject emissies te beperken.

De onderzoekers sluiten af met een serie aanbevelingen. Niet alleen de afmetingen van het woonoppervlakte doen ertoe, ook de mate van voorzieningendichtheid spelen een rol bij de reductie van CO2-emissie. Met de milieuprestatie gebouwen (MPG) heeft Nederland in potentie een geweldige kaderstellend instrument in handen. Het vraagt echter nog wel de nodige verbeteringen om verdere reductie van emissies in de woningbouw te kunnen stimuleren.

Call to action

Het rapport geeft duidelijke handvaten aan opdrachtgevers en ontwerpers om keuzes te maken die direct bijdrage aan reduceren van de materiaalgebonden emissies op gebouwniveau. Kijken we voorbij de grenzen van het gebouw, maar ook naar het gebied waar in staat, dan zouden externe maatschappelijk kosten ook meegewogen moeten worden. Onderzoek laat duidelijk zien dat de maatschappelijke kosten van verspreide (lage) bebouwing velen malen hoger zijn dan in goed bereikbaar, verdicht stedelijk gebied.

Kijken we naar de wettelijke kaders van de MPG, dan zien we dat deze niet toereikend zijn om sturing te geven aan de grote omslag die nodig is de Nederlandse bouwtraditie. We bouwen te zwaar, we gebruiken te veel eindige grondstoffen en het is ook nog eens slecht aanpasbaar tijdens en na de levensduur van het gebouw. Wat nodig is, is een integrale afweging tussen operationele en materiaalgebonden emissies. Een koppeling tussen BENG en de MPG-eisen. Daarnaast dient het instrumentarium van de MPG op korte termijn verder geprofessionaliseerd te worden: meer Environmental Product Declarations (EPD) in de Nationale Milieudatabase (NMD), het meerekenen van CO2-opslag in de methodiek en serieuze handhaving bij oplevering. De negatieve gevolgen van emissies die we nu de lucht in brengen, hebben direct invloed op het klimaat van vandaag en tellen op bij de jaren die nog komen.

Foto: Ed Nijpels ontvangt het rapport ‘Carbon-Based Design’ uit handen van Thomas Wellink (RVO).

[ad_2]

Source link

[ad_1]

Tijdens de Klimaattop COP26 deze week in Glasgow is het belangrijk dat Nederlandse supermarkten hun ambities tonen in hun strijd tegen klimaatverandering. In de communicatie benadrukken ze het reduceren van de CO2-uitstoot in de eigen winkels en hun transport, maar dit is slechts een klein deel van hun uitstoot. 95% van de emissies komt uit de productieketen. Een derde daarvan wordt veroorzaakt door de productie van vlees en zuivel, waarin methaanuitstoot een belangrijke rol speelt. Albert Heijn en Jumbo beginnen transparant te worden over hun vleesverkoop, maar geen enkele supermarkt heeft een plan om de vlees- en zuivel verkoop te verminderen. Dit concludeert campagneorganisatie Feedback in een nieuw rapport.

Het rapport is mede gebaseerd op een peiling van IPSOS onder een representatieve steekproef van 994 stemgerechtigde Nederlanders. Vier op de tien jongeren ziet een grotere rol voor de supermarkten om de vleesconsumptie te verminderen. Bijvoorbeeld door minder aanbiedingen van vlees en meer promotie van vleesvervangers. Aanhangers van GroenLinks, de Partij van de Dieren, en D66 verwachten ook meer leiderschap van supermarkten op dit thema. Verder zegt 18% van de jongeren tot 35 jaar geen vlees te kopen, bijna twee keer zo hoog dan gemiddeld.

De 5 grootste retailers hebben met ruim 80% marktaandeel een enorme invloed op het voedselsysteem in Nederland. Vorig jaar zagen de supermarkten hun omzet met 14% stijgen dankzij de Corona-maatregelen. Bijna de helft (45%) van de consumenten onder de 35 vindt dat supermarkten hun Corona-winst moeten herinvesteren in het aanbieden van meer plantaardige en duurzaam geproduceerde producten.

Frank Mechielsen, Campagneleider bij Feedback: “De Nederlandse supermarkten blijven te veel goedkoop vlees aanbieden wat wereldwijd zorgt voor meer dan de helft van de broeikasgasuitstoot gerelateerd aan voedsel. In Nederland is veeteelt de drijvende kracht achter de stikstofcrisis. Supermarkten moeten meer verantwoording nemen voor de klimaatimpact in hun hele keten door de verkoop van vlees en zuivel in 2030 te halveren, en meer gezonder en plantaardig voedsel aanbieden. Als ze dat niet doen, zullen ze hun klimaatambities niet kunnen waarmaken. “

Het rapport analyseerde gegevens en toezeggingen van de vijf grote retailers en concludeert dat Albert Heijn, vanuit moederbedrijf  AholdDelhaize, als enige retailer, transparant is over de uitstoot van broeikasgassen in hun volledige toeleveringsketen, inclusief het deel veroorzaakt door dierlijke eiwitten en heeft het bedrijf zich verplicht tot een 15 % daling van de totale uitstoot van broeikasgassen in 2030.

Supermarkten kwamen met nieuwe toezeggingen. Albert Heijn zet zich in om in 2025 een balans van 50/50 in dierlijke/plantaardige eiwitten te bereiken en liet voor het eerst zien wat de huidige verhouding in eiwitverkoop is, namelijk 70% dierlijk en 30% plantaardig. Verder maakte Lidl bekend dat 25% van hun totale omzet betrekking heeft op vers vlees en zuivelproducten. Jumbo stelde een nieuwe doelstelling op om hun plantaardige alternatieven te verhogen van de huidige 4% naar 10% in 2025. Geen enkele grote supermarkt heeft tot nu toe specifieke doelen aangegeven om de verkoop van vlees en zuivel te reduceren. Een meer gezonde en duurzame voedselomgeving is belangrijk zoals het recente rapport van de Food Policy Coalition aantoont. Een grote verandering in bedrijfscultuur en verkooppraktijken is nodig om plantaardige en duurzame keuzes te stimuleren die het klimaat niet verder aantasten.

Natascha Kooiman, Kwartiermaker van de Transitiecoalitie voedsel benadrukte: “We moeten alle zeilen bijzetten om de transitie van het huidige consumptiepatroon van 60/40 naar 40/60 in dierlijke/plantaardige eiwitten te bereiken in 2030. Tijdens het ´Plant the Futur´ diner vorige maand kwamen meer dan 100 organisaties en bedrijven samen, om te bespreken hoe plantaardig het nieuwe normaal kan worden. Vanuit een brede coalitie roepen we de politiek op om de eiwittransitie speerpunt te maken in het beleid gericht op voedsel, klimaat en gezondheid. Bedrijfsleven moet aangestuurd worden om aanbod en promotie van dierlijke producten aan te passen.“

Jeroom Remmers , Directeur True Animal Protein Price Coalition, zei: “Het Feedback onderzoek toont aan dat de overheid nodig is om broeikasgasemissies van voedsel (en met name vlees) te verlagen. Een ruime meerderheid van de bevolking wil dat dit gebeurt door een milieuheffing op vlees in het regeerakkoord, zoals D66, Christen Unie en de groene achterban van VVD en CDA willen. Een milieuheffing op vlees leidt volgens het PBL tot een reductie van 2 Mton CO2 eq. per jaar, een kleine kolencentrale.“

Frank Mechielsen: “Een derde van de totale uitstoot van AholdDelhaize wordt geproduceerd door vlees en zuivel. Dit komt overeen met de jaarlijkse uitstoot door de verwarming van 6 miljoen woningen, driekwart van alle woningen in Nederland. Supermarkten moeten hun klimaatambities opschroeven en minder vlees gaan verkopen en meer groente, fruit, peulvruchten, noten en granen. Beter voor de gezondheid van onszelf en onze aarde. Juist tijdens deze Klimaattop COP26 in Glasgow is het belangrijk dat bedrijven het goede voorbeeld geven.”

Feedback EU is gevestigd in Nederland en is een zusterorganisatie van Feedback Global, gevestigd in het VK.  Onze visie is een wereld waarin menselijke activiteit de aarde regenereert zodat het voedselsysteem op een eerlijke en duurzame manier voldoende gezond voedsel produceert.

Share Button

[ad_2]

Source link

Berichten paginering